De Amerikaanse acteur Kevin Costner, bekend voor zijn rollen in kaskrakers als “Dances With Wolves”, “The Bodyguard”, “Robin Hood”, “JFK” en “The Untouchables” viert morgen zijn 65ste verjaardag.

Kevin Costner voelde voor het eerst acteursambities na het zien van James Stewart in “How the west was won”, wat op zich al merkwaardig is, want Stewart spreekt daarin op een ontzettend rare manier, die zelfs door iemand later in de film wordt geparodieerd. Maar goed, toen Costner in 1977 met Richard Burton in een vliegtuig zat, stelde hij hem daarvan op de hoogte, maar hij voegde er ietwat ongelukkig aan toe: “Maar ik zou niet willen dat mijn leven overhoop werd gehaald, zoals dat van u, zou ik het dan wel doen?” Burton bekeek hem en zei: “Je hebt groene ogen.” Ja, net zoals gij, dacht Costner geërgerd, maar Burton voegde eraan toe: “Ik zou het erop wagen als ik jou was.” En toen hij Costner na het uitstappen zag staan, liet hij zijn privé-chauffeur halt houden, opende het raampje en riep: “Good luck!”
Geboren op 18 januari 1955 in Compton, Californië, als zoon van een werknemer bij Edison, voelde Costner zich vrij vroeg verwant met de pioniers van Twilde Westen, zoals Jan Mestdagh dat noemt. Alhoewel zijn voorouders Ieren en Duitsers zijn, is hij toch vooral fier op dat achtste Cherokee-bloed dat door zijn aderen stroomt, zoals dat dan zo mooi heet. Maar dat hij b.v. als fotomodel is begonnen, is niet omdat hij op die manier dacht aan een filmcontract te geraken, maar omdat een vriend hem erop gewezen had dat hij zo op een makkelijke wijze meer zou kunnen verdienen dan met het baantje dat hij had bij de technische ploeg van het universitair theatertje, waarbij hij zich had aangesloten. (Hij studeerde economie en heeft zelfs enkele weken in de marketingsector gewerkt.)
Eigenlijk had Costner zelfs geen hoge dunk van het acteren zelf. “Iedereen kan dat,” was een beetje zijn filosofie en vandaar ook dat hij er niet voor terugschrok toen men op een bepaald moment ook om zijn medewerking aan een film verzocht. Vooral ook omdat het werk als fotomodel uiteindelijk wel zwaarder was dan hij had gedacht en het hem fameus begon tegen te steken. Hij debuteerde in twee soft-porno gevalletjes, “Sizzle Beach USA” (een Troma-productie!) en “Shadows run black”, waarvan hij nu alle kopijen tracht op te kopen. Niet omdat ze hem zo dierbaar zijn, maar opdat niemand anders ze zou zien.
In 1977 is hij gehuwd met zijn jeugdvriendin Cindy Silva, bij wie hij drie kinderen heeft: Annie (1984), Lily (1986) en Joe (1988). In 1981 is hij te zien in “Stacy’s knights” (Jim Wilson), gevolgd door “Frances” van Graeme Clifford, maar de rol van Costner wordt er uitgeknipt op de montagetafel. Hij speelt wel een klein rolletje in “Night shift” (Ron Howard) naast Sean Young, waarmee hij later in “No way out” zal te zien zijn. Hij mocht haar eens lekker nemen van achter (in een limousine wel te verstaan), maar het witte doek heeft ook deze scène uiteindelijk niet gehaald. Maar kom, hij kan er maar plezier van gehad hebben.
In “The big chill” (Lawrence Kasdan) speelde Costner de rol van Alex, de man die door zijn zelfmoord de film op gang brengt. Ook die rol werd echter weggeknipt! Maar dat vindt hij niet zo erg, want toch was dit de eerste film waarin hij “met serieuze mensen” heeft gewerkt. In “Testament” (Lynne Littman) werd Kevin Costner er nu eens niet uitgeknipt, waarna hij de hoofdrol vertolkt in “Gunrunner”, een Canadese misdaadfilm van Nardo Castillo die zich afspeelt in het China van de jaren twintig.
“Fandango” van Kevin Reynolds ging de mist in, alhoewel Kevin Costner nog altijd van oordeel is dat het één van zijn beste films is. Ook “American flyers” werd een mislukking. Het was nochtans een realisatie van John Badham (“Saturday night fever”). Hierin speelt Costner een oudere wielrenner die enkel om zijn jongere broer te motiveren nog eens op de fiets klimt, ook al laat zijn gezondheidstoestand hem dit eigenlijk niet meer toe. Sportfilms zijn echter altijd riskant en van wielrennen hebben de Amerikanen al helemààl geen kaas gegeten. Gelukkig kwam daarna “Silverado” (Lawrence Kasdan) die Kevin Costner in contact bracht met het nieuwe type western, dat hem wellicht voor het eerst aan “Dances with Wolves” heeft doen denken, ook al is er in de film geen enkele indiaan te zien. Er wordt gezegd dat Costner deze rol kreeg omdat Kasdan de vernedering van “The big chill” wou goedmaken.
Dan volgt “No way out” van Roger Donaldson naar een scenario van Robert Garland, gebaseerd op het boek “The Big Clock” van Kenneth Fearing. De muziek is van Maurice Jarre. Ik heb daarover ooit les gegeven en ik heb zowaar mijn lesvoorbereiding van destijds teruggevonden. Zoals het hoort, is het nogal in telegramstijl en ik versta amper zelf nog wat ik nu eigenlijk bedoel… Bijvoorbeeld het steeds terugkerende “afzetten”: dat wil zeggen dat ik de band (want toen werd er natuurlijk nog met videobanden gewerkt) op dat moment stil zet om de leerlingen zelf prognoses te laten maken:
Proloog (afzetten voor flashback): uitleggen travelling, Pentagon; wie zijn de ondervragers? wie is de ondervraagde? wat is er gebeurd? Op papier en afgeven. De eigenlijke film: de houding van de minister (sympathiek?), zijn kabinetschef (fanatiek, homofiel), het meisje (“professioneel” of niet? cfr. zwarte vriendin, scène in taxi; terloops: safe sex!). Waarom is het onmiddellijk “prijs” met Costner? Afzetten voor ontknoping: papieren opnieuw uitdelen. Elementen: weet hij bij zijn indiensttreding dat Susan het liefje is van de minister? De sovjetonderzeeër, op de party drinkt hij vodka, het jongetje op de Filippijnen, de polaroid (hij vernietigt hem opzettelijk, al doet hij alsof hij te snel was), de bellboy, de verhuurder van de boot, Dr.Hesselman, het juwelenkistje, de relatie Scott-Susan, “Yuri the Mole”, Special Forces (=doodseskaders). “Ik zal hem verlaten, ik hou van je.” Meent ze het? En hij?
Costner was daarna te zien in “The untouchables” (Brian de Palma), waarin hij de rol van Elliot Ness vertolkt, de man die Al Capone achter de tralies kreeg. Het gekke is dat Costner zelf niet zo tevreden is over de manier waarop de scenaristen Ness hadden uitgebeeld. Na lange discussies met De Palma heeft hij uiteindelijk een prestatie afgeleverd, waar hij weliswaar kan achterstaan, maar waarover hij toch niet zo trots is als we in de gegeven omstandigheden zouden veronderstellen.
In “Bull Durham” (Ron Shelton) is Annie Savoy (Susan Sarandon) een jonge onderwijzeres en een van de ferventste supporters van de lokale baseballploeg, de Durham Bulls. Elk jaar opnieuw trekt zij op met een andere speler en wijdt hem niet enkel in in de liefde, maar ook in de literatuur. Haar nieuwste verovering is Nuke (Tim Robbins), de getalenteerde pitcher van de ploeg en een van de probleemgevallen van coach Crash Davis (Kevin Costner).
“Field of Dreams” (Phil Alden Robinson) is de tweede baseball-film van Kevin Costner binnen het jaar! Daarna volgt “Revenge” van Tony Scott, waarin een soort van “Top Gun”-achtige Costner (“Top Gun” uit 1986 was also directed by Tony Scott) zwicht voor de charmes van Madeleine Stowe. Helaas is zij de vrouw van een soort van maffiabaas, gespeeld door Anthony Quinn. Dat komt het koppel duur te staan, waarna de “revenge” van Costner volgt. It was originally going to be directed by John Huston, who did not want Kevin Costner as a lead. After Costner became a success with The Untouchables (1987) and Bull Durham (1988), he was powerful enough to produce it himself. Before Tony Scott came on board as director, Kevin Costner himself decided to direct the movie as his directorial debut, but producer Ray Stark talked him out of it as he didn’t feel Costner was ready to helm a project just yet. Daarna weigert Kevin Costner een fenomenaal aanbod van vijf miljoen dollar voor “The hunt for Red October” om dan wel aan zijn eerste eigen film “Dances with wolves” te kunnen werken. Alhoewel in “The Untouchables” ook een soort van western-scène zit en die een van de meest becommentarieerde uit de film was, was het genre als zodanig toch niet echt populair wanneer Costner een aanvang nam met het draaien van “Dances with wolves”. De reden hiervoor was nog altijd het fameuze bankroet van Michael Cimino’s “Heaven’s gate”. Vandaar dat men vooraf reeds sprak van “Kevin’s gate” of “Costner’s last stand” (een allusie op de nederlaag van generaal Custer).

99 kevin costner


Als regisseur moet Costner zowat de tegenvoeter zijn van onze eigen Robbe De Hert. Robbe gaat er immers prat op dat hij zijn film (of althans de bewuste scène die gedraaid wordt) al in zijn hoofd heeft op het moment dat hij “actie” roept. Hij gaat bijgevolg maar heel zelden naar de “rushes” kijken (het ruwe materiaal van de vorige draaidag) en de montage laat hij helemaal aan een vakman over. Costner daarentegen geeft grif toe dat zijn eerste film er een was van “trial and error”. “Vaak waren de rushes niet om aan te zien,” zegt hij, “echt amateuristisch.”
Een verschil met de situatie hier in Vlaanderen zal echter allicht ook zijn, dat hij dan wel in staat was om alles nog eens opnieuw over te doen. Hoe dan ook, op de montagetafel heeft hij ervoor gezorgd dat er niet alleen van dat amateurisme niks meer te merken valt, maar dat er bovendien een prachtfilm te voorschijn is getoverd, die o.a. gelauwerd werd met een oscar van beste film. Dat “Dances with Wolves” de grootste slokop zou worden was wel voorzien, maar aangezien de Academy Awards worden uitgereikt door een vakjury, dacht ik niet dat een debuterend regisseur in aanmerking zou komen voor die specifieke onderscheiding.
Kevin Costner heeft altijd al belangstelling gehad voor de indianen, maar hij heeft wijselijk gewacht tot hij de status van onaantastbare supervedette had bereikt, vooraleer hij zich werkelijk heel duidelijk heeft uitgesproken tegen de “grootste volkerenmoord uit de geschiedenis”, om het met zijn eigen woorden te zeggen. “Dances with Wolves” brengt het verhaal van John Dunbar, een Amerikaanse soldaat die in 1860 helemaal in de ban komt van de legendarische Sioux-krijgers.
Naast de regie neemt Costner ook de hoofdrol voor zijn rekening. “Het is even makkelijk de waarheid te verfilmen als de leugen,” zegt hij, “Waarom zouden we dan voor één keer niet eens de waarheid tonen?” En in één ruk voegt hij eraan toe dat men ook niet moet afkomen met het feit dat het allemaal reeds meer dan honderd jaar achter de rug ligt, dat hij oude koeien uit de gracht haalt. “Alhoewel ik op de eerste plaats een ‘story-teller’ ben, behandelt de film toch ook problemen die nu nog steeds aan de orde zijn. Het milieu b.v., de bodemontginning en de verdeling van de landbouwgronden.”
Drie uur was blijkbaar niet lang genoeg voor “Dances with wolves”, want er is nadien een nog langere versie uitgebracht. Maar dat kon geen kwaad, althans niet volgens de mening van Greg Lemond, die net als Costner één achtste indianenbloed (Cherokee) in zijn lichaam heeft. Lemond is zoals alle Amerikanen dol op westerns, maar unlike de meesten onder hen, “supportert” hij dan voor de indianen. Het is ook wel fijn om te vernemen dat vooral de scène in “Dances with wolves” wanneer “die ruwe kerel” zoals hij hem noemt, uitroept dat iedereen mag weten dat hij een vriend is van “Dances with wolves”, hem heeft ontroerd.
Costners inzet leverde hem eerst grote waardering op van de indianen (hij werd officieel opgenomen in de Sioux-stam), maar sindsdien zijn de verhoudingen bekoeld, wellicht omdat zij uiteindelijk weinig of niet delen in de opbrengsten van de film.
Een jaar later kreeg Costner de raspberrie voor de slechtste acteur voor “Robin Hood”. Maar dat was toch totaal oneerlijk, want Patrick Bergin verdiende die veel meer voor dezelfde rol in een andere film. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling de twee recente verfilmingen van de bekende Britse legende met elkaar te vergelijken. Dat is echter onzinnig. De film van John Irvin met Patrick Bergin in de hoofdrol is gewoon een “vluggertje” om Kevin Reynolds (de regisseur van de Costner-film) voor te zijn. Deze productie was oorspronkelijk bedoeld als televisieserie, maar toen de publiciteitsmolen voor Costner begon te draaien (vooral na de zeven oscars voor “Dances with wolves”), wilde 20th Century Fox vlug een graantje meepikken door Costner de wind uit de zeilen te nemen.
En daarin zijn ze alvast geslaagd. Daarmee bedoel ik dat ik reeds mensen ben tegengekomen die zo ontgoocheld waren over deze film dat ze ook niet naar Costner willen gaan kijken, “want dat zal wel van hetzelfde laken een pak zijn!” Verkeerd, driewerf verkeerd. Dat de film van Irvin een compilatie is van een t.v.-serie is b.v. te merken aan het slepend trage tempo terwijl de Reynolds-versie swingt als een Indiana Jones-story. Niet voor niets is Reynolds nog een beschermeling van Steven Spielberg geweest! (Merkwaardiger is dat aan die vriendschap juist een einde kwam nadat Reynolds “Fandango” had gedraaid, waarover Spielberg als producer ontevreden was. De hoofdvertolker van deze road-movie was zoals reeds gezegd Kevin Costner.)
Door zijn gebrek aan feeling voor ritme is Irvin zelfs niet in staat een behoorlijke gevechtscène te draaien. Ook de keuze van zijn hoofdrolspelers mag merkwaardig worden genoemd. Patrick Bergin mag dan nog geen onaardig acteur zijn, hij teert daarbij echter vooral op zijn sinister uiterlijk. Daarvoor kan “Sleeping with the enemy” als voorbeeld gelden, waarin hij de perfecte kwelgeest is van de “onschuldige” Julia Roberts. Robin Hood mag dan echter al een “dievenprins” zijn, het is er dan toch een die steelt van de rijken en geeft aan de armen. Door de grimmigheid van Bergin lijkt het er soms wel op dat we in “Time Bandits” van het Monty Python-team zijn terechtgekomen, waarin John Cleese als een wat verwarde Robin in zijn oprechte naïviteit steelt van de armen om aan de rijken te geven!
En als we dan toch aan historische rechtzettingen toe zijn, dan dient er terloops op gewezen dat John McGraph, de scenarist van John Irvin, wel een poging tot “historisering” heeft ondernomen door in het Engeland van de twaalfde eeuw de tegenstelling tussen de lokale bevolking en de Normandische veroveraars goed te doen uitkomen. Om dit echter in accenten te “vertalen” werden de Nederlander Jeroen Krabbé en de Duitser Jürgen Prochnow als “Normandiërs” aangetrokken!
De “Robin Hood” van Costner werd dus gedraaid door Kevin Reynolds, een vriend van hem, waarmee hij tijdens het draaien echter in de clinch geraakt. Costner heeft immers ook het “final cut”-recht voor films die hij niet zelf regisseert.
Maar hoe dan ook, Kevin Costner kan blijkbaar goed overweg met pijl en boog. Reeds voor de tweede keer dit jaar schiet hij immers midden in de roos. Nadat hij in “Dances with wolves” de kant van de indianen koos, ontpopt hij zich als “Robin Hood” opnieuw tot de redder der verdrukten. Men kan zich dan ook afvragen of het niet hoog tijd wordt dat hij zich waagt aan Willem Tell… De laatste tijd doet hij er immers toch alles aan om als eerste in Hollywood door de paus heilig te worden verklaard. Tenzij dit al gebeurd is met mensen als Gary Cooper of James Stewart, waaraan hij duidelijk refereert.
Juist die zeemzoeterigheid van het smoelwerk van Costner begint stilaan een bedreiging voor zijn succes te vormen. Maar dan heeft Kevin Reynolds een briljante ingeving gehad: hij heeft de zwarte acteur Morgan Freeman (oscar-nominatie voor “Driving Miss Daisy”) naast Costner geplaatst. Daarvoor heeft hij een inleiding aan het verhaal laten breien die, merkwaardig genoeg, de legende ten goede komt: in de kerkers van het (eigenlijk allesbehalve) Heilig Land wacht Robin met zijn kameraden kruisvaarders op een onafwendbare dood als hij plotseling toch een onverhoopte kans op ontsnappen krijgt. Dat gebeurt dankzij de hulp van een Moor, die ter dood veroordeeld werd omwille van een liefdesgeschiedenis die de sultan niet welgevallig was. Die Moor (Freeman dus) staat nu volgens zijn mohammedaans geloof bij Robin in het krijt en moet op zijn beurt diens leven redden vooraleer hij opnieuw vrijuit zijn gang kan gaan.
En eens men dan toch bezig was, heeft men Robin ook nog een vrij gecompliceerde verhouding met zijn vader toegedicht. Lord Locksley (gespeeld door Brian Blessed) is een soort van vrijdenker die zich als dusdanig verzet tegen het feit dat zijn zoon op kruistocht vertrekt. Terwijl deze weg is, wordt hij dan ook als duivelsvereerder opgeknoopt. Niet vooraleer echter ook nog een buitenechtelijke verhouding te hebben gehad, waardoor alweer een merkwaardig personage in de film wordt geschoven, namelijk Will Scarlett als Robins halfbroer (gespeeld door Christian Slater, de jonge novice uit “De naam van de roos” en ondertussen zelf een vedette geworden door “Pump up the volume”).
Scenarist Pen Densham is ondertussen blijkbaar zo meegesleept door zijn “vondsten” dat hij van de Sheriff van Nottingham (Alan Rickman, de boeventronie uit “Die hard”) zelf ook nog een duivelaanbidder maakt, zodat er een Shakespeariaanse heks à la Macbeth ten tonele gevoerd kan worden (Geraldine McEwan). Maar dit is misschien een beetje teveel van het goede. Toch laat dit alles de scenarist toe om tal van wijsheden over racisme en godsdienstvrijheid op een ongekunstelde manier in te bouwen in een verhaal dat wat dat betreft juist eeuwenlang het tegenovergestelde heeft beweerd.
Zo staat de islamitische cultuur in de twaalfde eeuw veel verder dan de onze. Dit wordt o.m. grappig aangebracht door het gebruik van een soort van verrekijker, wat Robin Hood natuurlijk totaal onbekend is. Zijn reactie is (wellicht opzettelijk) precies dezelfde als die van de indianen in “Dances with wolves”. Bovendien krijgen we ook een mooi parallellisme, want Robin Hood mag dan nog opkomen voor de verdrukten, bovenal komt hij op voor zijn grote liefde, Lady Marian. Voor hààr is het dat hij de grootste risico’s loopt. Zodat zijn vraag aan Azeem (de Moor) i.v.m. zijn doodstraf (“was ze het waard?”) ook voor hem gaat gelden.
In dezelfde lijn krijgt ook Lady Marian een paar feministische kwaliteiten toebedeeld. Mary Elisabeth Mastrantonio mag dan nog een naam zijn die niet meteen tot de verbeelding spreekt (ze was te zien in “The color of money” en in “The abyss”), haar vurigheid contrasteert toch heel fel met de flauwe vertolking die de meer bekende Uma Thurman (“Henry and June” en later “Pulp fiction”) in de Irvin-versie ten beste geeft. Een confrater merkt terecht op dat de lange passage waarin zij als jongen aan de zijde van Robin Hood heeft plaatsgenomen zonder dat deze haar herkent, gelijk staat aan de “ticketbetalers behandelen als driedubbel overgehaalde idioten”.
Blijft over Richard Leeuwenhart. Het leuke is immers dat in de Reynolds-film deze rol (en dan wél in de zeemzoeterigste traditie) wordt vertolkt door… Sean Connery. Zijn naam verschijnt echter niet op de aftiteling en ook de promotieafdeling van de firma die de film in België verdeelt heeft gevraagd om dit niet bekend te maken. Het heeft echter reeds in alle kranten gestaan omdat Connery voor deze “cameo-appearance” (zoals zo’n korte “anonieme” scène in vaktermen heet) een recordbedrag van ettelijke miljoenen heeft binnengerijfd. Misschien kan Robin Hood eens bij hem passeren?
Daarna was het tijd voor “The Bodyguard” van Mick Jackson met Whitney Houston en Kevin Costner. Het was het allereerste scenario dat Lawrence Kasdan schreef (met Steve McQueen en Diana Ross voor ogen), maar dat zeventien jaar in de lade bleef liggen tot Kasdan op de set van “Silverado” Kevin Costner ervoor warm maakte. Maar ook Costner was toen nog niet de superster die met wolven danste, zodat het toch nog een tijdje duurde vooraleer de film z’n beslag kreeg. Ook al omdat Diana Ross stilaan te oud was geworden, maar niemand van de nieuwe lichting zangeressen ook maar in haar nabijheid kwam (men gaf de voorkeur aan iemand die zelf een superster was i.p.v. aan een actrice die een ster zou “spelen”). Tot Kevin Costner op Whitney Houston toestapte en zei dat hij haar show “very neat” vond, wat deze bimbo uiteraard als een compliment opvatte. Toch was het niet te verwonderen dat bij de fameuze “sneak preview” de reacties zo negatief waren, dat de film opnieuw diende te worden gemonteerd. Met succes blijkbaar.
Oorspronkelijk werd heel even ook aan Madonna gedacht, maar na haar kotsgebaar bij de opmerking van Costner dat hij haar show “neat” vond, kon daar geen sprake meer van zijn. Gevraagd naar een reactie hierop zei Costner: “Ik was gevrààgd om naar haar show en nadien backstage te komen.” Hij voelde zich m.a.w. “geframed”.

Kevin Costner


Dan volgde “A perfect world” van en met Clint Eastwood, die als sheriff een intelligente gangster achterna zit (Kevin Costner), die misschien wel door zijn schuld op het slechte pad is geraakt. Anderzijds kan het ook te wijten zijn het ontbreken van een vaderfiguur, waardoor de film een extra-dimensie krijgt als Costner tijdens zijn ontsnapping een achtjarig jongetje gijzelt.
Costner speelt in de film inderdaad de rol van Butch Haynes, een ontsnapte gevangene die op zijn vlucht een kleine jongen kidnapt. Maar dan ontdekt hij dat die vaderloze jongen nog nooit een kermis heeft gezien, geen verjaardagsfeestjes kent en nog nooit van een vakantie heeft genoten, wat blijkbaar te maken heeft met de strikte geloofsovertuigingen van zijn moeder. Terwijl zich tussen de voortvluchtige Butch en het jongetje een ongewone vader-zoon relatie ontwikkelt, wordt het duo achternagezeten door de Texaanse politieman Red Garnett (rol van Eastwood), die op de hoogte blijkt te zijn van een zorgvuldig bewaard geheim uit het leven van Butch.
Daarna heeft Costner een film geproduceerd over het Paaseiland: “Rapa Nui”. Hij kreeg daarvoor de toelating van de Chileense regering omdat hij in “Dances with wolves” zulke affiniteit had getoond met de Amerikaanse autochtone bevolking. Maar na afloop dacht men er anders over: de plaatselijke bevolking had immers de gewoontes van de 175 man sterke crew overgenomen, waardoor o.a. het alcoholgebruik schrikwekkend de hoogte is ingejaagd. De regering beweert ook bang te zijn dat na de film het eiland zal worden overspoeld door toeristen, maar dit lijkt me juist de bedoeling te zijn geweest.
Costner zelf zat ook in de problemen, omdat hij na 16 jaar huwelijk aan het scheiden was van zijn vrouw Cindy. Costners nieuwe vlam, Michelle Amaral, is dan al 35 en toch nog een “karakterdanseres” in het Hawaiaans hotel waar hij verbleef tijdens de opnames van “Waterworld”. Het bleek echter geen wereldwonder te zijn, zodat hij nadien troost diende te zoeken bij Angie Everhart, zijnde het ex-lief van Sylvester Stallone, die nu zijn hoofd op haar schouder duldt.
De problemen van Kevin Costner, die nadien een Vietnam-veteraan zou spelen in “The war” van Jon Avnet (van “Fried green tomatoes”) naast Elijah Wood, werden nog immens groter met zijn productie “Waterworld”. “Waterworld” werd immers met 180 miljoen dollar (sommige bronnen spreken over 200 miljoen!) de duurste film allertijden, terwijl er “slechts” 65 miljoen waren voorzien. Costner kan zich zelfs niet troosten met het feit dat als men de inflatie in acht neemt, “Cleopatra” toch nog altijd duurder was (de 44 miljoen van toen zou er nu immers zeker 200 waard zijn). Hij kon het echter wél appreciëren dat de film niet flopte aan de kassa. Het werd dus niet zijn Watergate. Toch kreeg hij de raspberry voor de slechtste producent, ook al omdat hij alweer Kevin Reynolds aan de deur smeet, zij het dat deze uiteindelijk toch als regisseur gecrediteerd werd.
Daarnaast kreeg hij zijn tweede raspberry als slechtste acteur voor “Wyatt Earp”, een film die overigens zelf ook een raspberry kreeg als slechtste remake. Costner liet het niet aan zijn hart komen. Hij had zich geamuseerd in de film over het leven van de legendarische sheriff. Verfilmd door Lawrence “Silverado” Kasdan is het vooral Dennis Quaid die (naar goede Hollywood-traditie) met zijn vertolking van de zieke Doc Holliday de aandacht trekt.
In “Tin cup” van Ron Shelton (“Bull Durham”) uit 1996 speelt Kevin Costner golf en verovert het hart van René Russo. Don Johnson is zijn tegenspeler. Costner schrok zich tijdens de opnames wel verrot toen plotseling een alligator uit een meertje opdook en zijn tanden in zijn golftas zette. Daarna speelde hij nog de titelrol in de Mad Max- of Waterworld-achtige science-fiction “The postman”.
In 1999 greep hij dan voor de derde maal terug naar een baseball-film. Met “For love of the game” liep het echter mis. De studio (Universal) haalde er na een sneak preview een douchescène uit, waarin Costners penis even te zien was. De reden was dat het publiek gniffelend had gereageerd. Costner was woedend en zwoer nooit meer met de studio te zullen samenwerken.
Datzelfde jaar was Kevin Costner ook te zien in “Message in a bottle”, een Amerikaans melodrama uit 1999 van Luis Mandoki. De vrouwelijke hoofdrol is weggelegd voor Robin Wright, die de gescheiden Theresa Osborne speelt, die niet van plan is nog een man in haar leven binnen te laten. Dat verandert echter als ze op het strand een fles vindt met een hartstochtelijke liefdesbrief, die ze publiceert in de krant waarvoor ze werkt. Of Kevin Costner de schrijver van de brief is, is niet helemaal duidelijk, want het kan natuurlijk ook al een erg oude brief zijn en dan zou hij van Paul Newman kunnen zijn, die – volgens Humo – “op zijn oude dag voor de komische noot mag zorgen”. How Costner fits in, is me een raadsel, maar dat hij uiteindelijk toch de nieuwe man van Wright staat volgens mij wel vast.
Daarna was er “Dragonfly”, een Amerikaans drama uit 2002 van Tom Shadyac. Kevin Costner speelt hierin de succesvolle dokter Joe Darrow, wiens vrouw Emily (Susanna Thompson) sterft tijdens een medische missie in Venezuela. Om zijn verdriet te vergeten, stort Joe zich volledig op zijn werk. Toch raakt hij het verleden niet kwijt, in die zin zelfs dat hij ervan overtuigd is dat Emily met hem in contact probeert te komen…
In 2005 is hij te zien in “Rumor has it” van Rob Reiner. Sarah Huttinger (Jennifer Aniston) is a woman who learns that her family was the inspiration for the book and film “The Graduate” — and that she just might be the offspring of the well-documented event. Early in the film’s pre-production stages, Dustin Hoffman and Anne Bancroft were strongly considered for the roles of Beau Burroughs and Katherine Richelieu. But when Bancroft died, and Hoffman had filming commitments for several other projects, the roles were given to Kevin Costner and Shirley MacLaine.
In 2007 was hij mede-producer van “Mr.Brooks” van Bruce A.Evans, waarin hij de titelrol speelt van een geslaagd zakenman die tegelijk een seriemoordenaar is. Die dichotomie wordt zeer letterlijk getoond (“voor de VTM-kijkers” zoals wij dan zeggen) door zijn duivelse afsplitsing Marshall gestalte te laten geven door William Hurt. De politie-inspecteur die achter hem (hen?) aangaat, is dan weer Demi Moore. Kortom, de film start onder een extreem slecht gesternte. Halverwege krijgt de film dan een nieuwe verhaallijn die het plotseling allemaal wat interessanter maakt door de introductie van de Baffert-figuur, gespeeld door Dane Cook (*). Op het einde komen alle verhaallijnen dan samen (ook nog een echtscheidingsverhaal van Demi Moore en de jacht op een andere seriemoordenaar Meeks, gespeeld door Matt Schulze), maar dat is dan weer een beetje te veel van het goede, zodat de film uiteindelijk toch een min op het rapport krijgt.

Referentie
Ronny De Schepper, Een oscar voor een story-teller? Stepsmagazine januari 1991
Ronny De Schepper, Kevin Costner schiet alweer raak, Stepsmagazine augustus 1991

(*) Op de internet movie database staat “Mr.Smith”, maar dat is de John Doe-naam die Baffert voor zijn personage opgeeft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.