Het is natuurlijk zeer riskant om op de uitvinding van een instrument een precieze datum te kleven. Mijn Frans-Canadese vriend Alcide dekt zich dan ook langs alle kanten in om 14 januari 1690 als “geboortedatum” van de klarinet (foto YouTube) op te geven: “On s’accorde pour dire que l’Allemand Johann Christoph Denner est l’inventeur de la clarinette parce qu’on sait qu’il en fabriquait avant 1700, que certaines de ses clarinettes existent encore et aucune autre clarinette est plus antérieure. La date du 14 janvier peut être contestée bien qu’aucune autre date n’est connue.”

“Van welk instrument hou je het minst?” vraagt Gert Van Nieuwenhove aan Marc Moulin, de ondertussen overleden Waalse muziekgoeroe, in Humo van 26/2/2002. Het antwoord komt terstond: “Van klarinet: te glad en te hoog. Ik heb nog geen enkele klarinettist gehoord die me kan bekoren. Het is het enige blaasinstrument dat klinkt alsof het nog nooit heeft gerookt.”
Vooraleer te onthullen of ik het nu al dan niet eens ben met deze stelling, wil ik eerst toch een getuige à décharge dagvaarden. Het is niemand minder dan de Nederlandse topauteur Harry Mulisch. Hij maakt in HP/De Tijd van 15/12/2000 een kleine parenthese: “Na The Beatles is het met de popmuziek nooit meer iets geworden. Dat komt door de terreur van de elektrische gitaar. Dat ene instrument heeft een veel te dominante positie gekregen. Hetzelfde zie je in de jazz. Ik ben een klarinetliefhebber. De klarinet is veel mooier en geraffineerder dan de saxofoon, maar de sax heeft het in de jazz gewonnen van de klarinet. Stel je eens voor dat de klassieke muziek gedomineerd zou worden door één instrument. Die muziek zou daaraan kapot gegaan zijn.”
Alhoewel ik als verstokt niet-roker me eigenlijk zou moeten afzetten tegen de opvatting van Marc Moulin, begrijp ik precies wat hij bedoelt. Maar al heb ik me ondertussen met de klarinet verzoend, toch kan ik het nog altijd niet eens zijn met wat Harry Mulisch hier zegt, namelijk dat de “klarinet veel mooier en geraffineerder is dan de saxofoon”. En sexier ook zeker? (*) Karel Verleyen noemt het dan weer “hét instrument van het verdrietige sterven.” (**) Ook niet echt iets om vrolijk van te worden…
Dat ik dus, zoals gezegd, met het instrument in het reine ben gekomen, is al een hele stap vooruit. Want ik heb de klarinet gehààt. En dat kwam zo…
Mijn allereerste muziekinstrument was een trommel. Ik heb er welgeteld één keer op gespeeld. Het is één van mijn vroegste jeugdherinneringen, maar ik zie het nog zo voor mij. Ik had het geschenk net uitgepakt en hing de trommel fier om mijn nek. En dan ging mijn rechterarm de hoogte in om er eens “een ferme lap op te geven”. Vel gescheurd en nooit hersteld. Exit trommel.
Mijn tweede instrument was een melodica. Een vreselijk ding, dat ik veel later op kot zou gebruiken bij mijn lessen notenleer (***). Uiteindelijk zou ik er slechts twee “liedjes” van buiten op leren spelen: het Engelse volkslied en het aartsmoeilijke Carnaval de Venise, uiteraard in een vereenvoudigde vorm.

Die lessen notenleer, dat was dan wel een revisie van de lessen uit mijn jeugd. Op erg jonge leeftijd werd ik immers reeds naar de muziekschool gestuurd. Na drie jaar notenleer (zeer tegen mijn zin) moest ik, net als mijn vader (foto), klarinet studeren. Nog veel meer tegen mijn zin. Wellicht door zijn vele oefenen (uiteraard niet altijd vlekkeloos) had ik toen reeds een hekel aan het schrille geluid en zelf kon ik er lange tijd niets anders uithalen dan akelig gepiep en gejank. Het was zo erg dat een buurjongen aan de deur kwam luistervinken als tijdverdrijf.


30 ward foubertNet toen Ward Foubert (links op de foto naast mijn vader), een jonge niet onverdienstelijke klarinettist uit de harmonie Recht door Zee waarbij ook mijn vader was aangesloten, de taak overnam van de oude Jef Remon (de oom en naamgever van de plaatselijke zanger Jacques Raymond, die met zijn echte naam dus ook Jef Remon heet), zag ik een kans om er onderuit te komen.
Tijdens de gebruikelijke schoolonderzoeken had men immers een vlekje op mijn longen vastgesteld en aangezien ik in de harmonie de klarinet had geërfd van iemand die aan tuberculose was overleden, kreeg het instrument de schuld.
Met mijn klarinetlessen stopte echter ook mijn verder muziekonderricht en dat vond ik later wel heel erg jammer. Dat had ook te maken met het feit dat ik toen een fan van Elvis Presley was. “Daarvoor moet je geen muziek kennen,” sneerde mijn vader altijd. Als hij in plaats daarvan nu eens had beklemtoond dat om rock’n’roll te spelen, men óók muziek moet kennen, dan had ik het wellicht volgehouden (al zou ik wellicht, Harry Mulisch ten spijt, overgeschakeld zijn op saxofoon) en zou ik later niet over Raymond van het Groenewoud schrijven, maar R.V.H.G. zijn!

32 Johann Christoph Denner

MOZART
Ondertussen ben ik weer verzoend met de ebbenhouten erectie, zodanig zelfs dat ik de geschiedenis ervan ietwat van nabij heb bestudeerd.
In 1690 verbetert Johann-Christophe Denner (Leipzig 1655-Neurenburg 1707) de schalmei (op haar beurt afkomstig van de Arabische zurna) door er extra gaten en kleppen aan toe te voegen. De soms schrille klank van dit nieuwe instrument vertoonde, vooral op afstand, gelijkenis met de klank van de clarino (Italiaanse naam voor trompet), vandaar de naam klari¬net. Men spreekt trouwens van het clarino-register (hoge register), terwijl de naam van het lage register (chalumeau) naar de schalmei (calamus) verwijst.
In 1725 wordt voor het eerst een klarinet gebruikt in een zesstemmige mis van de componist Faber, kapelmeester van de Antwerpse kathedraal.
In 1745 worden de eerste vier gekende concerti voor klarinet en orkest gecomponeerd door Johann Melchior Molter. Hij schreef voor een instrument in D, voorzien van drie kleppen. Dit instrument heeft een heel hoge toon en sommigen beschouwen dan ook eerder het concerto van Johann Stamitz (1749) als eerste concerto voor een volwaardige klarinet.
In 1758 is het beroemde orkest van keurvorst Karl Theodor van Mannheim een van de eersten om zijn houtblazerssectie (fluiten, hobo’s en fagotten) met een klarinet uit te breiden. Het is op deze klarinetten dat Mozart verliefd wordt en waarvoor hij dus (meer bepaald voor zijn logebroeder Anton Stadler) zijn beroemd concerto zal schrijven. Dat dit legendarische concerto eigenlijk een zaak was van logebroeders onder elkaar is niet helemaal toevallig, want de klarinet wordt ook wel hét vrijmetselaarsinstrument bij uitstek genoemd, omdat het de “warmte onder de logebroeders” zo goed kan weergeven!
Het beroemde concerto van Mozart was oorspronkelijk evenwel bedoeld voor een bassetklarinet, een instrument dat overigens voor en door Stadler werd ontworpen (vermoedelijk met technisch advies van de instrumentenbouwer Lotz). De bassetklarinet is in essentie een kruising tussen een ‘gewone’ (sopraan-)klarinet en een bassethoorn: ze ziet eruit als een klarinet, maar ze heeft het toonbereik van een bassethoorn (die een grote terts dieper kan dan de sopraanklarinet). Terwijl de bassethoorn zijn bereik uitbreidt met behulp van zijn bredere boring, zijn kromme vorm en enkele bijkomende bochten in het buizenwerk (net voor de metalen klankbeker), heeft de bassetklarinet haar lager register te danken aan haar langere windkolom. De verlenging van het instrument noopt de uitvoerder echter tot een andere en niet altijd even handige vingerzetting, wat meteen de beperkte en kortstondige populariteit van het instrument verklaart.
In 1760 wordt via een Hongaarse klarinetspeler, gekend als “Mr.Charles”, de klarinet geïntroduceerd in Engeland en komt het voor in composities van Johann Christian Bach, Carl Friedrich Abel en Thomas Arne.
In 1812 ontwerpt de Estlandse klarinetvirtuoos en componist Ivan Müller een klarinet met 13 kleppen, die nu nog altijd in amateurharmonieorkesten wordt gebruikt.
De Tsjechische componist Franz Krommer was zelf wel organist en violist, maar werd toch vooral bekend met zijn werk voor klarinet of hobo. Het waren zijn concerti die ik dertig jaar later ontdekte in de lessen muziekgeschiedenis, die me weer met het instrument verzoenden. De ogen van Anneke Boeykens deden de rest…
FRANSE SCHOOL
In Frankrijk is Michel Yost de eerste om het rietje van de klarinet tegen de onderlip te plaatsen i.p.v. tegen de bovenlip, zoals tot dan toe de gewoonte was. Het is echter vooral zijn leerling Heinrich Baermann (de man voor wie Weber zijn concerti schreef, zoals Brahms dat deed voor Mühlfeld) die hiermee furore maakte.
Op het einde 18de eeuw worden er nog verbeteringen aangebracht aan de onzuivere intonatie van de klarinet, hoofdzakelijk door het toevoegen van kleppen, door Barthold Denner (zoon van Johann-Christophe), de Bohemer J.Beer (beschouwd als de eerste klarinet-virtuoos en stichter van de Duitse school), Xavier Lefebvre (eerste leraar klarinet aan het Nationaal Muziekconservatorium van Parijs) en zijn opvolger Frédéric Beer (beschouwd als de oprichter van de Franse school).

Om het verschil tussen de diverse scholen te verklaren kunnen we beter onze eigen klarinetvirtuoos Walter Boeykens aan het woord laten: “Op veertienjarige leeftijd kwam ik op het conservatorium in Brussel terecht, maar twee jaar later gaf ik er reeds de brui aan, omdat ik daar klarinet moest spelen als een hobo. In Brussel was men immers – hoe kan het ook anders? – aanhanger van de oude Franse school met een dunne sonoriteit, wat de klarinet overigens niet erg populair heeft gemaakt (****). Als oudere mensen mij horen spelen, dan zeggen ze vaak: ik heb dat nooit graag gehoord, maar de manier waarop jij klarinet speelt, die kan ik wel appreciëren. En dat is een aanduiding dat er inderdaad iets veranderd is. Maar wij moesten dus zo ‘dun’ mogelijk spelen met een heel klein vibratootje terwijl ik veel meer hield van de volle klank van jazzklarinettisten zoals Benny Goodman. Ik was in die tijd bevriend met de gebroeders Mertens en die mannen konden vibrato’s maken, terwijl ik daar met bloedende lippen zat. Ja, toen was ik heel ongelukkig. Kom zeg, dat was bijna niet te doen. Dat was onnatuurlijk. En ik ben er dan inderdaad mee gestopt omdat ik niet meer van dat instrument hield. Een hobo of een fluit, die mocht dan nog zingen en vibreren, maar wij niet. En dan ben ik een beetje naar de sound van Goodman gaan zoeken, vrij dik en rond, met de keel. Zeer mooi voor opnames! En nu denk ik dat ik in het midden zit: 70 procent Engels en 30 procent Frans. De Engelse klarinetschool zal individueel misschien niet zo aanspreken omdat ze te ‘dik’ is, wat waar is, maar als je dan de grote Engelse of Amerikaanse orkesten hoort, dan hoor je dat die intonatie en de kleuren perfect zijn. Vandaar dat ik nogmaals herhaal dat je de sonoriteit anders moet benaderen in een orkest tegenover als je solo speelt. Als je ’s avonds een recital geeft met hetzelfde materiaal waarmee je in een orkest speelt, dan kan het wel zijn dat je te brutaal bent of zo. Maar zoiets moet je leren aanvoelen.”
Op het puur klassieke vlak wordt Reginald Kell aangeduid als de “uitvinder” van het vibrato op klarinet, niet toevallig wellicht omdat hij als violist was begonnen. Wat eigenlijk ook het geval was bij Walter Boeykens: “Je moet bij een klarinet wel opletten met vibrato want je krijgt dan rap een jazz-sound. Bij Debussy kan dat dan wel meer dan bij Weber bijvoorbeeld.”
Anderzijds is het feit dat men met een klarinet een glissando kan maken, wat met een hobo zo goed als onmogelijk is, er de oorzaak van dat de klarinet inderdaad goed ingeburgerd is in de jazz en de hobo helemaal niet.
CARBON
De kleine Walter Boeykens was destijds van viool op klarinet overgestapt omdat hij zo graag met de lokale harmonie door het dorp wou stappen. Zijn leerling Ronald Van Spaendonck stond later voor een gelijkaardig dilemma: hij speelde oorspronkelijk hobo, maar… “lorsque l’ensemble était de sortie dans les rues, l’instrument devenait dangereux à cause de l’anche double qui, au moindre faux pas, peut se transformer en couteau qui vous rentre dans le palais. Mon père m’a alors obligé à apprendre la clarinette.” (Het Kunstenpaleis, mei 2002)
Aangezien Van Spaendonck echter erg van de hobo hield, is hij wellicht één van de weinigen die een eerste prijs heeft gehaald, zowel voor de hobo als voor de klarinet. De studie van beide instrumenten wordt immers “incompatibel” beschouwd, omwille van het verschil in “embouchure”.
Van Spaendonck is ook een specialist in het uitproberen van nieuwe technieken (slap tong of flatterzung) en in opdracht van de firma Buffet Crampon zelfs van nieuwe instrumenten. Zo bestaat er nu ook al een klarinet in carbon. Dat zal dan zeker voor tijdritten zijn!

Of nog anders gezegd, in die hypermoderne ontwikkelingen ben ik niet zo erg geïnteresseerd. Mijn voorkeur gaat eerder naar historische uitvoeringen, zoals in het geval van Erich Hoeprich (foto), klarinetsolo bij Anima Eterna en mijn absolute favoriet. Alhoewel de naam Erich Hoeprich op een Duitse afkomst wijst, is deze klarinettist van Amerikaanse origine! Hij woont echter in Nederland en spreekt dus uitstekend onze taal. Hij bouwt ook zijn eigen instrumenten. Maar dan niet in carbon uiteraard…

Ronny DE SCHEPPER

(*) Dat vond alvast niemand minder dan… James Dean. Hij speelde immers klarinet in het schoolorkest.

(**) “Het zoete licht van de liefde, verhalen over Franz Schubert”, uitgeverij Roularta 1992, p.82.
(***) Vandaar een huwelijkstelegram van mijn kotgenoten dat als volgt ging:
“Geen ochtendconcert, geen sloffende sloefen in de gang,
geen chanson meer, melodica of notenzang.
Hoe is’t mogelijk dat wij nog bestaan
nu al die glorie is vergaan.”

En één van die kotgenoten, met name Peter Kersschot, voegde er ten persoonlijken titel nog aan toe:
“Al ben je zwart-wit,
eerst geel, dan rood,
het burgerleven
maakt je snel devoot.”

(****) Een voorbeeld hiervan was Bernard Yannotta, begeleid door Michel Dalberto (piano), tijdens een recital in het Brusselse Pullman Hotel op 27/10/91.

2 gedachtes over “330 jaar geleden: de uitvinding van de klarinet

  1. De sax is inderdaad zeer dominant in de jazz, maar als jarenlang jazzliefhebber vind ik dat je toch ook de inbreng van de trompet niet mag onderschatten (Armstrong, Chet Baker – ach, en dan de menselijke stem in de jazz, en de trombone en de piano en het hammondorgel en … de klarinet. Ik heb hier nog oude 45 toerenplaatjes liggen die me in vervoering brengen met klarinetsolo’s door Claude Luther (die vaak samenspeelde met sopraansax Sydney Bechet) en van Milton Mezz Mezzrow samen met vibrafonist en geniaal drummer Lionel Hampton. En Ronny, je hebt nog een zee van tijd om muziek te leren : ik begon de week na mijn 69e verjaardag met privélessen dwarsfluit en ben vorig jaar daarnaast ook met tenorsax begonnen. De sax begint stilaan een beetje te lukken en op de dwarsfluit speel ik al gezwind menuetten, fuga’s en toccata’s. Bach, Händel, Mozart, laat maar komen. In het begin, toen ik Bach begon te spelen, verloor Bach altijd. De laatste tijd heeft hij al wat meer geluk. Ik raad iedereen aan om muziek te leren. Maar het moet plezant blijven, natuurlijk. Vroeger moest je eerst drie jaar notenleer volgen alvorens een instrument te mogen aanraken. Tegen die tijd heeft niemand er nog zin in uiteraard. In mijn kinderjaren liep ik ook wat muziekschool en kraste op mijn viool, maar daar bleek ik hoegenaamd geen talent voor te hebben. Als ik het goed naga heb ik overigens nergens talent voor, maar ik amuzeer bme te pletter.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.