Morgen wordt de Amerikaanse singer/songwriter Stephen Stills (foto VARA via Wikipedia) 75 jaar…

Stephen Arthur Stills werd geboren in Dallas, Texas, maar groeide op in Florida. Zijn vader was een aannemer wiens zaken meestal met het leger van doen hadden, zodat er vaak verhuisd werd. Stills zat op vijf verschillende middelbare scholen, maar leerde ook diverse instrumenten bespelen, onder meer in de schoolfanfare; hij doneert nog steeds geld aan de fanfare van de universiteit van Florida. De smeltkroes van etnische stijlen die Florida te bieden had, zorgde ervoor dat Stills elke band waar hij lid van was verrijkte met zijn eigen mengsel van country, folk, blues, Latin, en rock.

Stills speelde eerst in een aantal minder succesvolle bands zoals “The Continentals” en “The Au Go Go Singers”. In 1965 vormde hij echter samen met Neil Young en Richie Furay de groep Buffalo Springfield wat hun doorbraak betekende. Hij schreef onder meer hun bekendste nummer For what it’s worth. Het nummer Rock and roll woman is een valentijnsode aan zangeres Grace Slick van Jefferson Airplane. Volgens Tom Petty was het gitaarspel van Stills in deze jaren vloeiend en bluesy, tegenover dat van Young boos en fuzzy.

Na het uiteenvallen van Buffalo Springfield in 1968 vormde Stills samen met ex-Byrd David Crosby en ex-Hollie Graham Nash in 1969 de supergroep Crosby, Stills & Nash (CS&N). Stills typeerde de samenzang als een combinatie van ‘de mooie Keltische klaagzang van Graham, het kattengespin van David en mijn eigen cementmolen’. Volgens criticus Lorrie Moore was Nash de organisator, Crosby de man met het juiste instinct en Stills de man met de muzikale vaardigheden en het briljante talent om liedjes te schrijven. Het nummer Suite: Judy blue eyes, over Judy Collins en met een Latin coda, laat al horen hoe Stills alle invloeden samensmeedt tot een geheel.

Later kwam daar ook Neil Young bij, en werd het Crosby, Stills, Nash & Young (CSN&Y). Stills had Young nodig als vonk om zijn eigen gitaarsolo’s te laten ontvlammen, met soms spectaculaire gitaarduels als resultaat. Mede hierdoor kent CSN&Y een heel andere dynamiek dan CS&N.

CSNY viel uiteen in 1970, waarna de leden elk een solocarrière opbouwden. Stills heeft een twaalftal solo-albums uitgebracht. Af en toe waren er nog reünies met Crosby, Nash en ook Young.

In 1971 richtte Stills de groep Manassas op met o.a. Chris Hillman en Al Perkins. Manassas bracht twee albums uit, Manassas en Down The Road. Tegenwoordig worden deze vaak als solo-albums van Stephen Stills beschouwd.

Stills beijvert zich er al sinds de jaren van president Richard Nixon voor om Amerikanen naar de stembus te krijgen voor de Congresverkiezingen. Daartoe heeft hij door heel Amerika opgetreden voor de campagnes van diverse lokale Congresleden. In 2000 maakte hij deel uit van de Democratic Credentials Committee in Florida gedurende de conventie van de Democraten en was in vorige jaren gedelegeerde. Een tijd lang was Stills het enige lid van CSN&Y dat mocht stemmen: Crosby had een strafblad en de andere twee zijn geen Amerikanen.

Stills is vanaf zijn geboorte doof aan één oor en tegenwoordig hardhorend aan het andere, zodat hij bijna doof is. Verder heeft hij artritis en residupijn aan een lang geleden gebroken hand die zijn gitaarspel belemmert. In 2008 werd hij (blijkbaar succesvol) aan prostaatkanker geopereerd.

Stephen Stills was van 1973 tot 1981 gehuwd met de Franse zangeres Véronique Sanson. (Wikipedia)

Een gedachte over “Stephen Stills wordt 75…

  1. Nadat Stephen Stills een optreden van Judy Collins zag, werd hij verliefd op haar en hij schreef “Bluebird” met haar in gedachte voor zijn band Buffalo Springfield, nog voor hij haar persoonlijk ontmoet had. Een jaar later zag Collins hem op een party waarover ze later schreef: “mogelijks de aantrekkelijkste man die ik ooit gezien heb”. Al vlug gingen ze samenwonen om samen muziek te maken en mekaar lief te hebben. Later schreef Stills “Suite: Judy Blue Eyes” waarbij hij hun intimiteiten beschreef en bezong. Maar de liefde doofde uit als een kaars en Collins verhuisde naar het Holiday Inn hotel, niettegenstaande Stills nog verliefd was op haar en daarom ging hij haar daar opzoeken, gaf haar een Martin gitaar en zong “Suite: Judy Blue Eyes” voor haar….tevergeefs. Zij was verbaasd, wel geraakt en ontroerd, maar stelde vast dat hij haar dagboeken stiekem gelezen had en dat wrong bij haar. Ze zei hem dat het een formidabele song was maar dat het toch niets meer kon goedmaken. Daarop begon ze af te spreken met David Crosby, die haar debuutalbum produceerde. De relatie met hem was éénrichtingsgewijs want voor Crosby was het maar een spel maar voor Judy genant. En Crosby gaf aan Judy de indruk dat hij met haar tekoop liep als was zij zijn ontdekking. Na de breuk trok ze op met de getrouwde Graham Nash maar omdat ze beiden afzonderlijk toerden waren hun ontmoetingen schaars. Nash verliet zijn vrouw voor haar, maar kreeg een crash toen hij ontdekte dat ze een appartement deelde in Chelsea met Leonard Cohen. Nash schreef zijn ontgoocheling neer in de song: “Letter to a Cactus Tree”. Toch leefden Nash en Collins een paar jaar samen en Nash beschreef dit in de CSNY hit “Our House”, maar rond 1970 was de relatie ook doodgebloed. Toch noemde Collins hem een vrouwenhater. En toen kwam Rita Coolidge in beeld bij CSNY als achtergrondzangeres op aanvraag van Stills. En Nash werd smoorverliefd op haar maar lang bleef hun liefdesroes niet duren en na de breuk nam Stills zijn plaats in. De spanning tussen de twee mannen schreef Nash neer in een song “Frozen Smiles”.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.