Op woensdag 12 december 1979 organiseerde J.Films vzw in het Kasteel van Ham een rondetafelconferentie over kinderfilmpolitiek in ons land. Tijdens deze informatie- en discussiedag werden vanuit een aantal sectoren de problemen, noden en perspectieven in verband met waardevolle kinder- en jeugdfilm toegelicht.

Eerst kwam Liva Willems aan het woord die als schrijfster totaal buiten de eigenlijke problematiek stond en in die hoedanigheid slechts een aantal vage bemerkingen kon maken.
Ook Roland Verhavert zat, als voorzitter van de producentenbond, volgens de aanwezigen op een verkeerde golflengte. Daar hij het jaarlijkse budget voor de Vlaamse filmproductie (51 miljoen tegenover drie à vierhonderd miljoen voor de opera bijvoorbeeld) totaal onvoldoende vond, kon hij ook niet akkoord gaan met de eis van J-Films om 25% van dat budget specifiek aan de kinderfilm te besteden. “Het is alsof men in Bangla Desh een actie Broederlijk Delen zou voeren ten voordele van Cambodja”, aldus Verhavert.
Tijdens de discussie die op de tussenkomst van Verhavert volgde, bleek evenwel reeds duidelijk de behoefte aan jeugdfilms in de eigen taal en dat niet alleen door nasynchronisatie, maar ook door een eigen productie waarin de kinderen geconfronteerd worden met hun eigen leefwereld, hun eigen specifieke problemen.
De volgende spreker, Luc Kyot van het Ministerie van Nationale Opvoeding, lokte heel wat kritiek uit van de katholieke hoek, waar men vond dat zij het filmonderwijs o zoveel beter aanpakken dan in het rijksonderwijs. Mijn persoonlijke ervarin in beide netten wijst echter uit dat het overal even lamentabel is gesteld, enkele uitzonderingen daargelaten, enkel te wijten aan persoonlijk initiatief van bepaalde geïnteresseerden die men overigens aan beide kanten van dit “ijzeren gordijn” vindt.
Zeer duidelijk kwam ook nog eens naar voren dat het de rigide lesstructuren zijn die – net als voor alle vernieuwingspogingen – de grote belemmering vormen om aan geïntegreerd filmonderwijs te doen. En daarnaast nog een ander oud zeer: de leraarsopleiding. Alhoewel in de concrete realiteit bijvoorbeeld de leraars Nederlands steeds met filmfora worden opgezadeld, worden zij tijdens hun opleiding nooit met het medium film geconfronteerd, laat staan dat zij ermee leren omgaan.
Kris Smet vertegenwoordigde als producer van de jeugduitzendingen onze nationale zender. Na eerst het belang van de BRT bij het tot stand komen van een eigen productie te hebben onderstreept (met name haar echtgenoot Bert Struys heeft nog de hand gehad in jeugdfeuilletons als “Kapitein Zeppos” en dergelijke), trok zij – om deze productie te rechtvaardigen – een terechte parallel met “De Collega’s”. “Iedereen heeft daar wel iets op aan te merken”, aldus Kris, “maar er wordt toch zeer druk naar gekeken, ook al is er een overvloedig aanbod van kwaliteitsfeuilletons uit het buitenland”.
Er zijn echter natuurlijk ook moeilijkheden. zo is er het feit dat de BRT geen producties mag verkopen aan buitenlandse zenders (enkel ruilen) of ze ook niet in commerciële roulatie (bioscopen) brengen. Roland Verhavert haakte hierop in met te wijzen op de mogelijkheid van co-producties met privé-maatschappijen, die dan verder voor de exploitatie instaan, maar eens te meer lijkt ons dit het oude refreintje: de staat betaalt en het privé-kapitaal inkasseert de winst. Een ander probleem was dat de jeugddienst geen inspraak heeft bij de aankoop en ondertiteling van buitenlandse werkstukken .
Nadien kwamen dan nog Albert Holemans (CEDOC) en Erik Anthonis (secretariaat Jaar van het Kind) aan het woord die het onder meer hadden over de motivatie bij de filmbegeleiding, het gezinsmatig beleven, de amerikanisering (kinderen verliezen hun eigen cultuur, hun eigen identiteit) en de kwaliteitsverlaging als het om producties gaat die “maar” voor kinderen zijn bedoeld.
Hugo Elsemans, de directeur van J-Films, nam dan zelf als laatste het woord. Hij beklemtoonde nogmaals het belang van een eigen kinderfilmproductie en pleitte ook voor degelijke kinderbioscopen vooral met het oog op het afbreken van de door TV-feuilletons misvormde smaak van de kinderen. Nadien werd een motie ter stemming aan de congressisten voorgelegd. In deze motie worden de voornaamste bekommernissen, zoals hierboven geschetst, nogmaals herhaald.
In de Jefi-krant, de tweemaandelijkse uitgave van de jeugdfilmclub van de Bond van Grote en Jonge Gezinnen, daarentegen gaat onze aandacht vooral naar de foto-strip over de bekende jeugdfilm « De grote prijs van Smöreberg » (foto), en het interview met het poppentheater Krikkemik (zie ook r.v. nr. 46 van 1979). Bij de andere filmstrip (« Marie en Frederik ») en bij het vervolgverhaal « Marijn en de magiër » hebben we wel een paar bedenkingen. Eigenlijk — ondanks al het positieve dat we over Jefi reeds hebben geschreven — dus toch een beetje ontgoochelend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.