Morgen zal het twintig jaar geleden zijn dat prof.De Block is gestorven. Ik vermeld het maar volledigheidshalve, want eigenlijk heb ik nauwelijks herinneringen aan hem. Zijn vak didactiek hoort namelijk thuis in de aggregaatsopleiding en zoals trouwe lezers weten interesseerde mij dit helemaal niet. Ik was nooit van plan les te geven en heb deze lessen dan ook enkel gevolgd “veurallevalleveur” zoals men in Gent zegt. Door omstandigheden zou ik in 1975 (twee jaar na mijn afstuderen) dan toch examen afleggen, maar ik werd (terecht) grandioos gebuisd. Op de website van de Gentse universiteit is het een andere “aggregaatsprof” Karel De Clerck die zijn in memoriam heeft geschreven, toevallig de twee enige proffen bij wie ik geslaagd was. Of was het nu juist bij de twee anderen (Verbist en Gerlo)? Ik zou het na al die jaren niet meer weten en ’t interesseert mij nog altijd niet.

Aan de normaalschool Sint-Thomas te Brussel behaalt De Block in 1939 het diploma van onderwijzer en in 1943 het diploma van leraar lichamelijke opvoeding, waardoor hij als lesgever kan fungeren in enkele scholen. Hij wil echter hogerop en volgt vanaf 1947 colleges aan het Hoger Instituut voor Opvoedkunde van de Gentse universiteit. Dat levert hem in 1951 een licentiaatsdiploma op en twee jaar later een aanstelling als assistent bij professor Richard Verbist waarop hij jaren les geeft in de vijfde klas van de Experimenteerschool in Zwijnaarde. Doctor in de opvoedkundige wetenschappen wordt hij in 1956. Tijdens het academiejaar 1958-1959 kan hij zijn horizon verruimen door een leeropdracht te aanvaarden aan de Officiële Universiteit van Belgisch Congo en Ruanda-Urundi. Bij zijn terugkeer in Gent effent men het pad om hem vanaf 1960 toe te laten tot het professoraat en te belasten met cursussen die verschillende aspecten van de didactiek behandelen.

Aan het Seminarie en Laboratorium voor Didactiek houdt De Block zich bezig met de problematiek van de leerdoelen. Uitgaande van een totaalvisie op de persoonlijkheid van de leerling, definieert hij 72 didactische aspecten die hij opdeelt in gedragsniveaus, inhoudsniveaus en transferniveaus. De onderlinge samenhang en hiërarchie visualiseert hij via een kubus waaruit zijn opvatting af te leiden is dat een docent leerlingen niet alleen feiten, begrippen, relaties en structuren moet aanleren, maar vooral methodes en attitudes moet ontwikkelen. De grote verdienste van zijn taxonomie is dat het leerdoelen expliciteert en kan gebruikt worden om leerstof te selecteren en te evalueren. De kubus vindt snel ingang in het onderwijs en vormt de basis voor allerlei teksten, omzendbrieven en leerplannen van het vernieuwd secundair onderwijs.

De Block is veeleisend maar loyaal ten opzichte van zijn medewerkers. In vergaderingen en tijdens deliberaties monopoliseert hij nooit het woord en vermijdt lange uiteenzettingen, maar weet precies wat hij wil bereiken. Wie het waagt zijn woorden in twijfel te trekken, mag een kordate reactie verwachten. En wanneer het al te gortig wordt naar zijn zin, dan laat hij op zeer bedaarde toon een gramschap aanvoelen, die door merg en been dringt.

Wat zijn medewerkers en collega’s jarenlang ervaren, ondervinden eveneens zijn studenten. Van meet af aan hanteert De Block een stijl die de studenten verplicht, samen met hem, ‘op zoek te gaan’ en twijfels te zaaien om geleidelijk te komen tot ‘duidelijkheid’. Zijn uitdagende houding maakt sommige studenten bevreesd. Ze vinden hun prof ‘een moeilijk man’, vooral wanneer hij eist dat ze hardop denken, meewerken en reageren. De Block wijkt echter niet en blijft ook in zijn publicaties dezelfde doeleinden nastreven.

In 1985 komt abrupt een einde aan het professoraat van Alfred De Block. Regering en parlement hebben immers in hun bezuinigingswoede beslist, dat de wetgeving op het emeritaat moet gewijzigd worden en dat professoren voortaan op 65-jarige leeftijd (en dus niet meer op 70) de universiteit dienen te verlaten. De Block voelt die maatregel aan als een klap in het gezicht. Hij reageert heftig en fulmineert tegen de boosdoeners. Ostentatief blijft hij, als emeritus, naar de universiteit komen en in zijn bureau verder werken. Iedereen verwacht een nieuwe reeks didactische publicaties, maar groot is de verwondering wanneer na een paar jaar blijkt dat De Block nu theologische wegen bewandelt en dat hij de resultaten van zijn zoektochten zal te boek stellen. In 1989 bundelt hij inderdaad tien hoofdstukken en laat ze verschijnen onder de titel God, kan dat?. Twee jaar later volgt Het Evangelie, een sprookje?, dus ook met een vraagteken, waarmee de auteur als het ware wil bewijzen dat hij de speurende didacticus is gebleven.

Karel De Clerck
Voormalige Vakgroep Historische Pedagogiek,
Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen
28 mei 2015 (ingekort)

3 gedachtes over “Alfred De Block (1920-1999)

  1. Medeschuldig aan het debiliserende VSO: wist ik niet.Ik ben er aan ontsnapt. In het oude systeem deed een goede leraar je ook nadenken :heuristiek zonder de term te gebruiken., maar ook een vereiste cultuurbagage. Onwetendheid was je eigen schuld. Dat je zaken wist die niet op school gegeven werden, dat je boeken las buiten je leeslijst…was vanzelfsprekend . Odi odi prof de block!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.