Op 13 december 1769 vertrekt de bijna veertienjarige Wolfgang Amadeus Mozart samen met zijn vader Leopold (maar zonder de rest van de familie) naar Italië, waar hij toch wel optreedt als een soort van “freak-show”. De toeschouwers mochten, mits betaling, immers ook muziekstukken meebrengen, die Wolfgang “op zicht” moest spelen en er liefst ook nog wat bij improviseren. ’t Strafste in dit genre was wel in Verona, waar hij een gedicht in z’n pollen kreeg gestopt, waarop hij ter plekke een melodie moest verzinnen, die hij zelf zong, waarbij hij zich begeleidde aan het klavecimbel!

Maatschappelijk gezien, valt ook hier weer op dat Leopold zich beklaagt over te weinig inkomsten, maar deze keer terecht, omdat het merkwaardig genoeg het “gewone” volk is dat moest betalen, terwijl de vooraanstaande burgers, de edellieden en de militairen niet hoefden te betalen! Alhoewel… is dit nu nog altijd niet een beetje zo? Zeker op premières!
In 1770 wordt Mozart in Rome op 5 juli niet alleen in een soort van ridderorde verheven door de paus, maar hij schrijft ook drie symfonieën in D, alle drie gegroepeerd onder KV.73 met als onderverdelingen l, m en n. Bij B & H wordt dat dan resp. de 44ste, de 47ste en de 45ste, omdat zij het auteurschap toeschrijven aan Leopold. Dat zou ook het geval kunnen zijn voor de symfonie in D (KV.73q), die zij dan weer wél als zijnde van Wolfgang tellen (want ze noemen het de 11de) al zou die zelfs van Dittersdorf zou kunnen zijn! Er bestaan drie manuscripten van, die worden bewaard in Wenen, Berlijn en Praag en die daar resp. aan Wolfgang, aan Leopold en aan Dittersdorf worden toegeschreven. Hoe dan ook, Rossini heeft zeker goed naar de finale geluisterd voor het verbale gespetter van zijn barbier.
KV73l draagt de kenmerken van de populaire Milanese componist Giovanni Battista Sammertini. Het slot wordt “caccia” (jacht) genoemd.
De finale van KV73m vertoont onmiskenbaar gelijkenissen met de eerste beweging van Beethovens zevende symfonie, maar aangezien Beethoven deze Mozart-symfonie niet kende, kan er enkel maar sprake zijn van toeval of van een tot nog toe ongekende gezamelijke inspiratiebron.
In Milaan zelf, waar hij kennismaakte met de befaamde contrapuntist padre Giambattista Martini, schreef Mozart ook twee symfonieën: in G (KV.74) en opnieuw in D (KV.74a), omdat Leopold daarvan hield. Bij B & H wordt KV.74 de tiende genoemd. Alhoewel de finale een “rondeau” is (de Franse vorm wijst erop dat het eigenlijk een contredanse is), is dit deel vooral opvallend omdat voor de eerste keer Woolfie’s fascinatie voor Turkse muziek tot uiting komt. Later zal dat nog het geval zijn bij de balletmuziek voor “Lucio Silla” (KV.135), het vioolconcerto KV.219, de pianosonate KV.300i/331, natuurlijk “Die Entführung aus dem Serail” (KV.384) en de aria “Ich möchte wohl der Kaiser sein” (KV.539). Natuurlijk is dit (buiten de invloed van de Janitsarenmuziek die op het einde van de 17de eeuw was ontstaan) geen échte Turkse muziek, veeleer de interpretatie die hun Hongaarse zigeunerburen eraan gaven. Die noemden dergelijke muziek trouwens “Törökos”, “alla turca” zou men kunnen zeggen…

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.