FC Barcelona is opgericht op 29 november 1899 door de Zwitser Johan Joan Gamper. De eerste jaren speelden vooral Zwitsers en natuurlijk ook de alomtegenwoordige Engelsen als het om sport gaat in het eerste elftal. De clubkleuren zijn paars (of granaatrood)-blauw (blaugrana) en het stadion van FC Barcelona is Camp Nou of Nou Camp, dat letterlijk ‘nieuw veld’ betekent. Aartsrivaal van FC Barcelona is Real Madrid. Wedstrijden tussen beide clubs staan bekend als de El Clásico.

Begin jaren twintig van de twintigste eeuw beleefde Barça de eerste succesvolle periode met diverse prijzen. Ricardo Zamora, Josep Samitier en Paulino Alcántara waren in die tijd de grote sterren.
Met het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog en het aan de macht komen van Franco, was er lange tijd sprake van een sterke onderdrukking van de nationalistische gevoelens bij bevolkingsgroepen als Catalanen. Franco veranderde de naam van FC Barcelona zelfs in het Spaanse Club Futbol de Barcelona. Juichen voor de eigen club FC Barcelona was voor veel Catalanen een manier om hun gevoelens te uiten. Real Madrid was het uithangbord van Franco en uiteraard stond F.C.Barcelona symbool voor het verzet. “Toch zit de historische werkelijkheid genuanceerder in elkaar,” schrijft Bart Lagae (*). “Niet alleen Barcelona maar ook Real Madrid bood tijdens de burgeroorlog verzet tegen Franco. Madrid-voorzitter Rafael Sánchez Guerra werd door militairen van Franco gearresteerd en gevangen gezet voor zijn steun aan de (linkse) republiek. Na de burgeroorlog was niet zozeer Real Madrid de ploeg van ‘de macht’, wel de buren van Athletic Aviación, in 1939 opgericht door het leger. Het latere Atlético Madrid won meteen twee keer de titel. FC Barcelona kwam in handen van Franco-gezinde fascisten. Pas met de komst van voorzitter Santiago Bernabéu kreeg Real Madrid het stempel ‘ploeg van Franco’. Niet vanwege de sympathieën van voorzitter of spelers, wel omdat de Europese successen tussen 1955 en 1960 Spanje (en zijn geïsoleerde dictator) aanzien gaven in Europa.”
Uit een andere bron heb ik dan weer vernomen dat Franco wel degelijk ingreep ten voordele van Real. Zo had FC Barcelona de diensten van de Argentijnse sterspeler Alfredo di Stefano aangetrokken, maar toen Franco merkte hoezeer deze speler de uitslag van een match kon beïnvloeden, werd hij gedwongen over te stappen naar Real Madrid. Gevolg: vijf opeenvolgende overwinningen in de Europacup 1 om maar iets te noemen…
Maar laat ik opnieuw Bart Lagae aan het woord: “Met het antifascistische verzet van FC Barcelona viel het al die jaren behoorlijk mee. Anders dan Athletic de Bilbao (waar enkel Baskische spelers welkom waren) voerde FC Barcelona geen anti-Spaans, laat staan een anti-Franco-beleid. Maar Catalaanse nationalisten voelden zich aangetrokken tot de ploeg die ze ‘més que un club’ (meer dan een club) noemden – nu nog steeds de slogan van Barcelona.
In mei 1953 arriveerde Alfredo Di Stéfano in Barcelona. Het Catalaanse bestuur had een akkoord met de speler en River Plate, maar aan de financiële eisen van Millonarios wilde de club niet voldoen. Geruchten deden de ronde dat Franco wel degelijk ingreep ten voordele van Real en dat voorzitter Marti Carreto door het Franco-regime bedreigd werd. Op dat ogenblik nam de Spaanse voetbalbond een nieuwe wet aan: de aankoop van buitenlandse spelers werd verboden, met uitzondering van Di Stéfano, als de Argentijnse ster de seizoenen 1953-54 en 1955-56 voor Madrid zou uitkomen en de seizoenen 1954-55 en 1956-57 de kleuren van Barça zou verdedigen. Een erg eigenaardig contract dat de voorzitters van beide Spaanse topclubs in september 1953, tot Catalaans ongenoegen, ondertekenden. De socios wilden de vernedering niet om Di Stéfano in de witte kleuren van Real te zien spelen en onder toenemende druk van de supporters nam voorzitter Carreto ontslag. Het moedeloze interim-bestuur verkocht de rechten op Di Stéfano aan Madrid. Vier dagen later scoorde hij een hattrick tegen Barcelona.
In 1960 moest landskampioen SK LIERSE in de eerste ronde van de Europacup het onderspit delven tegen F.C.Barcelona. Dit superteam telde bij zijn spelers destijds onder anderen de beruchte Hongaarse vluchtelingen Zoltan Czibor en Sandor Kocsis. Het team van trainer Albert D’Hollander had in Spanje al verloren met 2-0 en is ook thuis kansloos: 0-3 na doelpunten van Ramon Villaverde en Evaristo (2).
En nog een laatste keer Lagae: “Pas na de dood van Franco mocht het Catalaans de officiële taal van FC Barcelona worden en mochten de kleuren van de Catalaanse vlag de kapiteinsband sieren. Links was de club dan al lang niet meer – Barça onderhoudt nauwe banden met het koningshuis en met de kerk. Catalaans is ze meer dan ooit – clubleiders en (enkele) spelers steunen openlijk het ‘Estatut’, de omstreden Catalaanse onafhankelijkheidsverklaring.”

Ronny De Schepper

(*) Bart Lagae, Hoe de Clasico oorlog werd, Het Nieuwsblad, 20 april 2011.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.