Dit lijkt me weer zo’n moment waarop ik mij een “ticket to heaven” kan verzilveren. Het is vandaag immers zestig jaar geleden dat de Engelse componist Albert Ketelbey is gestorven. Ik zie nu dat men op Wikipedia een accent plaatst op de lettergreep die dient te worden beklemtoond, maar dit is niet altijd het geval en door mijn bijdrage hoop ik dus mijn lezers de vernedering te besparen van de naam uit te spreken op zijn Nederlands, dus met de klemtoon op de eerste lettergreep, zoals we ook bij ketellapper, ketelbinkie of – waarom niet? – zelfs ketelmuziek zouden doen en zoals ik effectief ook eens heb gedaan in het gezelschap van intellectuelen die mij dan besmuikt stonden uit te lachen. Maar geef nu zelf toe: als je niet weet dat de man een Engelsman is (of zelfs dan nog), zou je dan op de idee komen om de klemtoon op de twééde lettergreep te leggen?

“Ja maar,” zult u zeggen, “zouden wij die naam ooit wel eens nodig kunnen hebben?” Reken maar van yes! De man is immers de componist van het zeer populaire (en zeer mooie) “In a Persian market” uit 1920.
En dan u weer: “Populair? Ik heb daar nog nooit van gehoord!” En inderdaad, ik geef het toe, onder die titel zal u het stuk niet zo vaak tegenkomen. De popbewerking daarentegen is al decennia lang een klassieke slow, zo één waarbij ge uw lief nog eens goed tegen uw revers kunt trekken. Maar die bewerking heeft dan uiteraard een andere titel, namelijk “Take my heart”. Ikzelf heb het in een uitvoering van Jacky James, maar er bestaan er ontzettend veel van. Alleen laat Arnold Rypens me op zijn Originals-site in de steek, want de enige “Take my heart” die hij daar behandelt, is die van Kool & The Gang uit 1981 en dat is uiteraard helemaal iets anders.
Ketèlbey zelf kreeg op achtjarige leeftijd zijn eerste pianoles. Op de leeftijd van elf jaar schreef hij al een pianosonate waarmee hij grote lof oogstte van Edward Elgar. Ketèlbey ging daarna naar het Trinity College of Music in Londen, waar zijn talent voor het bespelen van meerdere muziekinstrumenten tot uiting kwam. Met zijn kleurrijke orkestraties, geïnspireerd door oosterse muziek, wat zijn handelsmerk zou worden (denk maar aan de “Persian market”!), won hij een studiebeurs en daarmee versloeg hij zijn naaste concurrent Gustav Holst. In 1891 werd hij organist aan de St.John kerk in Wimbledon en in 1897 werd hij dirigent van het Vaudeville Theatre in Londen.
In 1907 werd hij muziekdirecteur bij Columbia Gramophone. Als gastdirigent werkte hij ook met het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam. Hij had een lang en gelukkig huwelijk met zangeres Charlotte Siegenberg (1871-1947). Na haar dood trouwde hij met Mabel Maud Pritchett. Beide huwelijken bleven kinderloos.
En wat was de overeenkomst tussen Ketelbey en Mozart? Dat ze alle twee van biljarten hielden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.