De stad. Mijn stad. Waar ik geboren en getogen ben. Een provincienest van zo’n 77.000 inwoners. Ik dus één ervan, al zo’n 70 jaren lang, tot mijn schade (en schande). Zij ligt er al sinds de 13de eeuw. Met drie deelgemeenten, twee landelijke en een inmiddels tamelijk verstedelijkte. En met het grootste marktplein van België, bij decreet uit de verre tijden (verordenend dat er geen miezer grond mag afgeknabbeld worden). Meteen ook het lelijkste, en dat tracht men te verdoezelen door er zoveel mogelijk evenementen op te organiseren zodat zij zo vaak als kan bedekt is met de gekste rariteiten, gaande van een vegetarische picknick tot een zangstonde voor bejaarden. Waarop de stad boogt? Twee pijlers: haar patroon, de heilige Nicolaas, en ballonnen. Sint-Nicolaas, een vent die 1.700 jaar geleden in een ver land leefde, een gekke hoed op zijn hoofd, gebukt onder een bizar ongeloofwaardig verhaal over drie kinderen in een kuip, nu vraag ik je… Voor zo iemand hebben ze dus een ganse woning ingericht (foto Ontdek Sint-Niklaas), organiseren ze een optocht, voorstellingen, fabriceren ze zelfs pralines. Draven ieder jaar talloze onder schoensmeer bedolven pieten en mieten op. Ballonnen, uit hun kracht gegroeide voetballen opgeblazen met lucht (of erger, met iets dat nog minder weegt dan lucht) en zo ten hemel gestuurd worden, met enkele personen (doodsverachting!) in een mandje bengelend eronder. Ballen, enfin de laatste jaren nemen ze ook andere bizarre vormen aan, ik zag al een varken en een mosterdpot voorbijvliegen indien mijn ogen me niet bedrogen.

Veel geschiedenis tref je er niet meer aan. Goed, het is een stad met een verleden maar iets bewaren? Rond de markt zijn nog enige gebouwen of gevels te vinden, maar veel stelt het niet voor. Het neo-gothische stadhuis, de Nicolaaskerk, het Landhuis, de Cipierage die ooit de gevangenis was en tot toeristisch infokantoor gepromoveerd is: geef toe, van humor is men niet gespeend in mijn stad! Dé blikvanger is evenwel het vergulde, zes meter grote Mariabeeld dat prijkt boven die andere centrale O.L. Vrouwkerk; megalomanie. Oh ja, niet vergeten: een aantal over de stad verspreide art-deco en art-nouveau gevels, met gids te bewandelen mocht u interesse hebben.

Cultuur? Uiteraard. Een schouwburg met veel spektakel, een Casino met veel muzikaal genot, diverse academies om jeugd en volwassenen tot de status van hoopvol liefhebber op te leiden of min of meer nuttig bezig en van de straat te houden. Musea, natuurlijk musea. Voor Schone Kunsten met het kruim van werk van vooral lokale beroemdheden; zo plaatselijk dat ik er niet één weet te benoemen waarvoor mijn excuses. Het Mercatormuseum, de man hoort in feite toe aan een gemeente uit de streek maar mijn stad eigende zich nogal wat documenten en extravaganza van hem toe, voldoende om enkele zalen te vullen en de schoolgaande jeugd tegen wil en dank te lokken en aan te sporen tot het schrijven van een ‘opstel’ (lagere school) en nog eens ‘verhandeling’ (in het middelbaar). Een Ex-Librismuseum bezitten we ook, zo’n vignetten die je in een boek kleeft om het te personaliseren, eigendomsrecht bewezen op culturele wijze; in het kleine toont zich de meester. En dan, het kroonjuweel: het Pijp- en Tabakmuseum waarmee de stad de maffia die het gebruik van nicotine aan banden wil leggen een hak tracht te zetten, lofwaardig! Top of the culturele bill: het Shopping Centre, jaren geleden heette het nog Koopcentrum maar nu – multicultureel – herdoopt, en zowat het verzamelpunt van de ganse cultuurminnende en liefst kooplustige streek. Felle concurrent van de lokale middenstand en de wekelijkse markt, van oudsher verzamelpunt van ook boeren en buitenlui waar Keizer Vetpot regeert. Opvoedkundig beschikken we ook nog over een heuse Biljartacademie, en dat naast talloze scholen die het jeugdige volk van de omstreken plezieren.
Of er groen is in mijn stad? Wat dacht u. Met een coalitie van rechts en een bescheiden glimpje Groen momenteel… Ooit was het een katholiek nest. Dan kreeg het een ietwat rodere tint met een burgervader die nationaal wat in de pap te brokken had, maar inmiddels hebben mijn medeburgers wat ze vragen (en verdienen). Het racisme is latent aanwezig, er zijn veel allochtonen – en als gebruikelijk is men vriendje met de Turkse buur, koopt men wel eens bij de Marokkaanse kruidenier, maar als geheel, op een kluitje… liever niet. Groen dus? Ja, er is een stadspark. Dat zou onze groene long zijn. Maar dan wel de long van iemand die als ontbijt een pakje Groene Michel tot zich neemt, de dag verder doorkomt op een dieet van Havana’s, en als slaapmutsje drie pijpen Fleur de Matras nuttigt. Nee dat park stelt niet veel voor. Ter compensatie zijn talloze straten voorzien van bloemen zodat je je soms in een tuincentrum waant, je verplaatsend van A naar B. Ter meerdere glorie van de stedelijke groendienst die hiermee heel wat werklozen aan een job helpt.
Straten… De stad omhult mij als een jas, een oude jas. Zoveel jaren al. Zeventig. Hoe heb ik haar leren kennen. Dat moet eerst in horizontale toestand geweest zijn, liggend in een kinderwagen. Allicht was ik me toen van haar aanwezigheid niet bewust, was zij niet meer dan de vlek blauwe (of grijze) lucht boven mij, een aantal verwarrende geluiden en af en toe een opduikend, in mijn richting rare grimassen makend gelaat. Daarna, in verticale houding, goed toch min of meer zittend in een buggy, zal ik wel vol verbazing om me heen gekeken hebben. Een wondere wereld moet zich geopenbaard hebben: de stad. Die geluiden kregen een vorm, een bestaansrecht. En wat meer was: er waren zoveel gevels, zo talloos veel huizen. Al die woningen, ramen, deuren… net als dat ene huis waarin ik – waar wij, mijn wereldje – leefde. Te gek gewoon. Of ik mij dat alles herinner, uiteraard niet – het is een vermoeden. Mijn jonge brein moet iets dergelijks toch gedacht hebben, wat een bevreemdende ervaring. Terwijl mijn territorium zich langzaam uitbreidde. Ik de stad, mijn stad, steeds verder veroverde. Warempel. Rollend soms, gedragen door twee wielen achter de rug van een volwassene, met een snelheid die ik nauwelijks kon bevatten eerst. Die gevels flitsten voorbij. Te vlug. Zo kon ik nog nauwelijks genieten van al dat wonderbaarlijk nieuwe. Nee, dan liever traag op mijn soms ietwat wankele beentjes, de huizen langzaam voorbij. Bestuderen die handel. De kleuren van de deuren, een klink, een brievenbus, een vogelkooi voor het raam, of een beeldje van – wat stelt dit voor mama? een herdersjongen met een schaap, wat is een herder? – , wat een mooie poes zonnend in de vensterbank. Halt houden. De slager. De bakker. De kruidenier. De vaste stopplaatsen, vaste ingrediënten van de stad.
Een tijd later zou ik me zelfstandig op wielen voortbewegen. Eerst op een autoped, wat een onverantwoorde snelheid ontwikkelde ik op het voetpad tot schrik van bejaarde medestadsbewoners die inderhaast op de vlucht sloegen. Daarna met de fiets, in een toen nog veel rustiger autoverkeer. Het was een periode dat ik vrijwel geen weet meer had van de stad. Ik verplaatste mij door haar, had geen oog meer voor haar. Steeds een doel voor ogen: school, huis, wat dan ook… de straten, de pleinen, de stad, dat alles was een middel om van punt A naar B te rijden, onzichtbaar voor mijn blinde ogen. Tot mijn actieradius groter werd en ik aan haar vangarmen ontsnapte: de fiets droeg mij richting platteland, ik liet de stad achter mij. Op ontdekking. Het raam bleek plots een zonnebloem. De brievenbus een distel. Het voetpad een sompige door een tractor tot twee diepe geulen herleide modderweg. En daar, dat maïsveld, voorheen de markt… Ginds, geen plein met grijze tegels, een grasgroene weide met, nee maar, koeien, levende have. De stad getransformeerd. Meteen werd ik me opnieuw bewust van haar bestaan. Natuurlijk, zij was en zou blijven: mijn biotoop, tegen wil en dank. Ik keerde terug. Naar de straten. Naar de gevels. Naar de daken en de verlichtingspalen. Naar de verbodsborden. De lichtreclames. 
Stenen, een woestijn van stenen. Ik wandel, slenter, stap, hol, storm er langsheen. Er doorheen. Ontkomen? Onmogelijk. Ik strompel voorbij de gevels en de blinde muren, dwars de straten, blindelings steek ik kruispunten over. Tastend zoek ik mijn weg langs etalages. Snuif de geuren die de stad uitstoot, haar dodend parfum, haar misselijk makende stank. Uit haar riolen kruipen duizend ratten. Terwijl achter een geblindeerde venster vandaan een flard muziek opklinkt – Mozart of zo. Uitstalramen braken in schreeuwerige kleuren de triomf uit van het kapitaal, vergeefs – de honger heeft de stad in haar dodelijke greep terwijl de groenten op haar voetpaden rotten, apocalyptisch. Klokgelui begeleidt dit onaards visioen en ik moet de blik naar de werkelijkheid keren. Trachten te doorgronden wat speelt achter deze gevels. Achter deze bunkers waar ieder zich verschanst. Wat zweten al deze op elkaar gestapelde stenen uit. Het zijn opslagplaatsen van geboorte en dood. Van liefde en haat. Symbolen van aftakeling. Iedere gevelsteen blijkt een morseteken van ellende of genot. Huilend, brakend zoek ik mijn weg in deze woestenij van pijn en vergeefse hoop, in dit conglomeraat dat een stad is. Mijn stad. Terwijl boven mij in alle vrijheid de vogels het hazenpad kiezen. Voor mij evenwel: de wegen van de stad leiden overal en nergens heen, mijn stad is een labyrint zonder uitgang maar met duizend ingangen. De stad zal zich mij niet herinneren. Mijn schaduw zal niet op de gevels achterblijven, de echo van mijn stappen zal stom en vergeefs opklinken over de daken. Het stof dat ooit aan mijn voeten kleefde evenwel heeft zich vermengd met dit van de tallozen die voor en samen met mij deze, mijn, stad ooit bevolkten. 

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.