Het is vandaag 215 jaar geleden dat de Nederlandse schrijfster Aagje Deken in Den Haag is overleden, negen dagen na haar co-auteur Betje Wolff, met wie ze de brievenroman “Sara Burgerhart” heeft geschreven.

Agatha Deken werd geboren in 1741 in Nes aan de Amstel, gemeente Nieuwer-Amstel (thans Amstelveen). In 1745 overleden haar ouders en werd zij ondergebracht in het collegianten-weeshuis ‘De Oranje Appel’ aan de Huidenstraat 2 in Amsterdam. Daar bleef ze tot 1767. Op latere leeftijd schrijft zij in haar “geschrift eener bejaarde vrouw” daarover: “De meisjes hebben het daer voor hunnen stand in de waereld al te wel: men leert haer daer denken!”. Na het verlaten van het weeshuis had ze verschillende dienstbetrekkingen. Later begon ze een koffie- en theehandeltje. In 1769 werd Deken lid van de Doopsgezinde Gemeente in Amsterdam.

Toen Aagje Deken 29 was, nam ze haar intrek bij haar vriendin Maria Bosch, als ziekenverzorgster. Maria Bosch overleed in 1773. In 1775 verscheen de bundel ‘Stichtelijke gedichten’, die Deken samen met Maria Bosch had geschreven.

In 1776 begon de briefwisseling tussen Aagje Deken en Betje Wolff, die toen al enige werken op haar naam had staan. In oktober van dat jaar ontmoetten zij elkaar voor het eerst. Nadat in 1777 Betjes man, dominee Wolff, overleed, trok Deken bij Wolff in. In september 1777 betrokken zij samen een huurhuisje in De Rijp, en publiceerden zij hun eerste gemeenschappelijke werk: ‘Brieven’. In 1781 erfde Deken ruim 13.000 gulden en de twee gingen in het buiten ‘Lommerlust’ in Beverwijk wonen. Daar schreven ze samen de ‘Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart‘, wat beschouwd wordt als de eerste roman in de Nederlandse literatuurgeschiedenis en wat een groot succes werd.

Het verhaal bestaat in totaal uit 175 brieven — waarvan er 44 van Sara zelf zijn en 35 aan Sara gericht — geschreven door 24 personen, die allemaal een naam hebben die een toespeling bevat op hun karakter (bijvoorbeeld Burgerhart, haar toekomstige en voorbeeldige echtgenoot Hendrik Edeling, de onsympathieke mejuffrouw Slimpslamp, Charlotte Rien du Tout en Sara’s goedaardige voogd Blankaart).

De twee schrijfsters hebben in de tweede druk van het boek zelf een proloog en een epiloog toegevoegd, waarin zij het lezerspubliek — in het bijzonder jonge meisjes — aansporen om zich goed te gedragen en lering te trekken uit het verhaal; het haken naar vermaak en avontuur wordt afgekeurd, huwelijk en tolerantie worden geprezen. Hoewel het boek zich kritisch toont over de “fynen”, de overdreven vroom-christelijken uit die tijd, gaat er een sterk moraliserende boodschap uit van het verhaal. Ook dit is typisch voor het denken van de Verlichting.

Uit onvrede met de situatie in eigen land (na het neerslaan van de opstand van de patriotten in 1787) verhuisden Wolff en Deken in 1788 naar Trévoux in Bourgondië. In 1789 verscheen ‘Wandelingen door Bourgogne’.

Door financiële nood moesten zij in 1797 terugkeren naar Holland, waar ze in Den Haag gingen wonen. Aagje Deken stierf daar uiteindelijk, op 14 november 1804, negen dagen na Betje Wolff. Beiden werden begraven op de begraafplaats Ter Navolging in Scheveningen. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.