Morgen viert de Engelse thrillerauteur Robert Goddard (foto Nederlandse Wikipedia) zijn 65ste verjaardag…
Na zijn studie geschiedenis in Cambridge heeft Robert Goddard zonder succes alle mogelijke baantjes afgewerkt, van leraar tot vertegenwoordiger, vóór hij medio jaren tachtig fulltime schrijver werd. Toen bleken al die tegenslagen hem juist erg van pas te komen. “Mislukkingen helpen je bij het levensecht maken van personages bij wie alles ook niet precies loopt zoals ze willen,” zei hij in een interview met Diny van de Manakker in Vrij Nederland (15 juni 1996). Vandaar ongetwijfeld dat de persoon, waarmee je voelt dat de auteur zich vereenzelvigt, steevast een “loser” is die veel te veel drinkt. Eén van de vele voorbeelden: Harry Barnett uit “Into the blue”…
In tegenstelling tot Henning Mankell b.v., die in dezelfde sfeer baadt, heeft Goddard echter geen “vast” personage. Dirk Musschoot stelt hem in Het Nieuwsblad van 31/10/2007 expliciet de vraag waarom hij hiervoor opteert. Het antwoord van Goddard luidt als volgt: “Twintig jaar geleden al had ik het gevoel dat we alle variaties op de politieman al hadden gehad. Ze hebben allemaal problemen in hun privé-leven, ze komen allemaal in conflict met hun superieuren, ze zijn allemaal eerbare mannen en vrouwen in een oneerbare wereld… Alle mogelijke clichés waren al tientallen keren gebruikt. Elk boek met een nieuw hoofdpersonage beginnen, geeft me de volledige vrijheid. Met hen kan ik alle kanten uit. Ze slepen geen verleden met zich mee waar ik aan vast zit.” Dat is zeker waar, maar toch ben ik evenzeer, wat zeg ik: misschien wel veel méér dan in het verhaaltje, geïnteresseerd in hoe de verhouding tussen Wallander en zijn dochter of zelfs tussen Van In en zijn homoseksuele medewerker Guido Versavel evolueert.
Maar dat heeft er misschien ook mee te maken dat de aangehaalde voorbeelden zich in het heden afspelen en dat ik ondanks referenties naar de actualiteit (de toenemende verrechtsing bijvoorbeeld) dus maar matig geïnteresseerd ben in de context, waarin het misdrijf heeft plaatsgevonden. De historicus Goddard daarentegen grijpt “uiteraard” terug naar het verleden. Dirk Musschoot vindt dat een gemakkelijkheidsoplossing, maar daarmee is Goddard het helemaal niet eens: “Een boek in het verleden laten spelen is net veel moeilijker, als je het tenminste correct wil hebben. De sfeer moet juist zitten, maar ook de details. Hadden ze halfweg de 19de eeuw op straat vuilnisbakken of niet? Als er geen waren, kan ik ze ook niet gebruiken. Doe ik dat toch, dan zit ik fout.”
Nog een groot voordeel van Goddard (t.o.v. Jef Geeraerts bijvoorbeeld) is dat hij telkens weliswaar nauwgezet research heeft verricht, maar dat daarvan gelukkig niets is te merken in het verhaal zelf: “Sommige schrijvers overladen hun boeken met details, om te bewijzen dat ze hun onderwerp goed hebben bestudeerd. Ik vind dat niet wijs. Research moet ten dienste staan van het verhaal. Het verhaal moet ten allen tijde primeren.”
In zijn thrillers plaatst de in 1954 geboren Goddard gewone mensen, met wie de lezer zich kan identificeren, in dramatische of extreme omstandigheden. ‘Daar komen dan onvermijdelijk criminele of illegale daden uit voort.’ Zijn grote kracht is volgens VN’s Detective & Thriller Gids het bijna achteloze begin van zijn verhalen (alsof het om een romantisch niemendalletje, een reisverhaal of een liefdesgeschiedenis gaat) tot de suspense toeslaat, het verhaal een volstrekt onverwachte wending neemt ‘en het vrijwel onmogelijk wordt nog te stoppen met lezen’.
“Past Caring” uit 1986 was zijn eerste thriller. Na het succes van zijn latere boeken werd die in 1996 in het Nederlands uitgebracht als “Verjaard bedrog”. Tijdens een vakantie op Madeira ontmoet een jonge werkloze historicus een Zuid-Afrikaanse landeigenaar. Deze stelt hem aan om een mysterie te ontrafelen rond een jonge minister van Binnenlandse Zaken in een Engels kabinet aan het begin van deze eeuw. Op één dag had hij zowel zijn aanstaande huwelijk afgezegd als het kabinet verlaten, waarna hij op Madeira een toevlucht had gezocht.
Het is merkwaardig dat dit debuut meteen een succes werd, want het duurt tot welgeteld pagina honderd vooraleer de spanning gewekt wordt. Men zou kunnen veronderstellen dat de lezers ondertussen reeds het boek terzijde zouden hebben gelegd, maar nee dus… En gelukkig maar, want vanaf dan wordt het plotseling wél een pageturner. Aangezien het zijn eerste werk is, kon men het toen nog niet weten, maar ikzelf heb het als derde gelezen en het grote verschil met de twee andere is dat er hier uiteindelijk zelfs lijken vallen, en niet enkel “uit de kast”, zoals bij deze “historische” thrillers bijna per definitie het geval is (men loopt altijd achter de feiten aan, Goddard probeert wel altijd een link te leggen met gebeurtenissen in het heden, maar dat lukt niet altijd even goed).
Toch werd dit debuut al meteen werd overtroffen door de opvolger ervan, “In Pale Battalions” (1988), tien jaar later in vertaling verschenen als “Verzwegen Bestaan”. In het kader van “Past caring” was de historicus Goddard reeds terloops in contact gekomen met de onzinnige slachtpartijen van de Eerste Wereldoorlog en net zoals Louis Paul Boon via zijn “Daens” geïntrigeerd was door de anarchisten van “De Zwarte Hand”, zo maakt Goddard die Eerste Wereldoorlog nu tot het centrale onderwerp van zijn “Pale Battalions”.
Bij een bezoek in Frankrijk aan het oorlogsmonument voor de gevallenen bij de slag aan de Somme vertelt een Engelse weduwe, wier man daar gesneuveld is, aan haar dochter over het verleden van de familie en van haarzelf. Het eerste hoofdstuk over de jeugd van de weduwe is Charles Dickens waardig, het derde hoofdstuk waarin ze haar echtgenoot leert kennen, zou dan weer van de hand van Jane Austen kunnen zijn. Het hoofdstuk tussen beide in is echter eerder “on-Brits” op een manier, die wel eigen lijkt aan Robert Goddard. Er komt namelijk een zeer expliciete seksscène in voor, iets wat toch een zeldzaamheid is bij Britse schrijvers, zelfs uit de huidige tijd. Let op: de betreffende scènes zowel in “Pale Battalions” als in “Set in Stone” (zie verder) zijn slechts heel kort, veel te kort om de boeken zelf met het adjectief “erotisch” te bedenken, maar precies door het contrast met het ingehouden verhaal errond, komen de scènes zelf erg tot leven en blijven ze je veel langer bij dan een boek vol met dergelijke beschrijvingen.
Een gelijkaardige scène als in het tweede hoofdstuk vinden we overigens terug in “part two” (p.150), dat nochtans zogezegd verteld wordt door Lieutenant Franklin aan Leonora Galloway. Ik weet nu wel dat dit gewoon een literaire techniek is en dat ook het “opwaaien van het stof” als een pony stopt (p.90) niet iets is wat men in een “normale” vertelling stopt, maar precies door die omstandigheid wordt nog eens extra de nadruk gelegd op het “buitensporige” van die passages.
Was het begin van het boek dus Dickens en Austen waardig, dan is het slot een allerslechtste Agatha Christie: the most unlikely person did it. Maar gelukkig moet je Goddard niet lezen als een “whodunit”. Op de kaft staat telkens heel terecht “romantic thriller”. Ik mag zelfs zeggen dat het romantische verhaal het thrilleraspect ruimschoots overtreft. Echte vrouwenlectuur, zonder dit als een verwijt te bedoelen.
Helemaal in tegenstelling tot “Past caring” heeft “Painting the darkness” (1989) je meteen bij de lurven, van zodra je het boek nog maar hebt geopend. Het is het aloude verhaal van een vermiste of dood gewaande die na ettelijke jaren terugkeert en die zijn identiteit moet bewijzen (denk aan “Martin Guerre”), maar het verhaal wordt door Goddard zo ingenieus gebracht, dat je er onmiddellijk in onderduikt. Opmerkelijk is dat Goddard het verhaal enerzijds als de “alziende” auteur vertelt, maar anderzijds ook vanuit het standpunt van diegene die door de terugkomst tot “loser” wordt gedegradeerd!
Pour la petite histoire kan ik ook nog vertellen dat le dénouement plaatsvindt aan onze Vlaamse kust. Overigens verpest Goddard ook hier weer het einde door met een totaal onvoorziene “deus ex machina” voor de pinnen te komen. Het hele boek lang houdt hij de lezer in de ban van twee raadsels: ten eerste, is de “revenant” nu al dan niet de vermiste persoon van vroeger? En indien niet, schetst hij twee mogelijke pistes, waarop je als lezer zelf kunt verder borduren. Hij doet zichzelf dan ook onrecht aan door helemaal op het einde met een oplossing voor de dag te komen die zelfs een intelligente lezer helemaal niet kon voorzien, aangezien hij er nooit, zelfs niet met de minste aanduiding, naartoe is geleid.
En oh ja, de schijnbaar poëtische titel betekent uiteraard helemaal niks. Vandaar ook dat de Nederlandse vertaling de titel “Onaangenaam bezoek” meekreeg, wat dan weer iets te prozaïsch is. Maar om terug te komen op de originele titel, die wordt “verklaard” op p.575. Alhoewel het in volle ontknoping is, kan ik toch zonder problemen citeren: “The silent seconds after (after what dat moet beter geheim blijven) (…) spring forth if I merely close my eyes for an instant, to paint themselves upon the darkness.” ’t Is mooi, maar ’t betekent dus niets, helemaal niets…
Ook “Borrowed time” (uit 1995) heeft je bij je nekvel van bij de eerste bladzijden. Het is ook een boek waarin je niet zo nadrukkelijk voelt dat Goddard een historicus is. Maar het bevestigt wel zijn reputatie als erotisch schrijver telkens met een SM-achtig kantje (ook in “Painting the darkness”, p.290 en 474) en een vleugje voyeurisme dat er inderdaad bijhoort. Alweer niet in kwantiteit, maar “in die Beschränkung zeigt sich der Meister”.
Veel van Goddards thrillers spelen dus in de eerste decennia van deze eeuw of hebben te maken hebben met gebeurtenissen uit die tijd. Het draait ook altijd om een landgoed en de love-story is telkens van die aard dat vooral vrouwen wel voor dit soort werken zullen vallen.
Eén van de uitzonderingen daarop is “Hand in Glove” (1992), in 1994 vertaald als “De Catalaanse brief”. Op een zomernacht wordt een 83-jarige vrouw vermoord bij een inbraak in haar huis. De verdenking valt tenslotte op haar neef, de zoon van een dichter die als vrijwilliger is omgekomen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Zoals altijd bij Goddard is de opbouw vernuftig, vol verrassende wendingen, en de spanning navenant.
Voor zijn vierde thriller, “Into the Blue” (1990, vertaald als “In het niets”), die algemeen als een van zijn beste wordt beschouwd, kreeg hij in 1992 de publieksprijs van boekhandel W.H. Smith. Tijdens een bergwandeling op Rhodos moet Harry Barnett hijgend achterblijven als zijn metgezel Heather Mallender er de pas inzet. Als zij spoorloos verdwijnt, wordt hij korte tijd van moord verdacht. In de overtuiging dat zij nog in leven is, gaat hij aan de hand van een serie foto’s die ze net had weggebracht om te ontwikkelen, haar gangen na. Die voeren hem terug naar Engeland, waar haar zus om het leven is gekomen bij een aanslag van de IRA die voor een politicus was bedoeld. Een uitstekend uitgangspunt inderdaad, maar na verloop van tijd bleef het verhaal wat doelloos rondzwabberen en misschien is dit “beste” boek uiteindelijk wel het boek waardoor het Goddard-verhaal voor mij eindigt… Buiten het tergend trage tempo is b.v. ook het ontbreken van een historische achtergrond (want die IRA-affaire kan men nauwelijks als een “historische achtergrond” beschouwen en ze wordt trouwens ook niet echt uitgespit) een negatief punt. En tenslotte is er toch wel de overvloed van onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Zonder veel van de inhoud te verklappen kan ik bijvoorbeeld zeggen dat het hier om een persoonsverwisseling handelt, die o.m. aan het licht komt omdat de persoon die de plaats van iemand anders heeft ingenomen, een bloemenkrans gaat leggen op het graf van het oorspronkelijke personage (p.320). Nu, als hij nadien alle moeite van de wereld doet om die sporen uit te wissen, waarom ging hij dan in godsnaam ooit die krans daar leggen???
Nu goed, ik heb de boeken van Goddard niet in volgorde gelezen en zo kan het gebeuren dat ondanks het feit dat “Into the blue” voor mij de boeken dicht deed, ik toch nog latere werken van Goddard heb gelezen. “Dodelijk negatief” (“Caught in the Light”, 1998) bijvoorbeeld werd door Ed Hooiring in de Haagse Courant om ‘de weer waterdichte plot‘ geprezen en door Willy Wielek in Trouw om ‘de glasheldere intrige’. Bij het maken van een fotoboek over Wenen wordt een Britse fotograaf zo verliefd op een vrouw dat hij besluit zijn echtgenote en dochter voor haar te verlaten. Bij de afspraak in Engeland komt zij echter niet opdagen. Dan begint een wanhopige én spannende zoektocht, waarbij hij erachter komt dat zij vroeger is behandeld omdat ze zich de reïncarnatie waant van een vrouw die in het begin van de vorige eeuw de eigenlijke uitvinder zou zijn geweest van de fotografie.
In april 1999 publiceerde uitgeverij BZZTôH Goddards tiende boek in het Nederlands, “Afscheid van Clouds Frome”. Het is de vertaling van een van zijn twee oudere boeken die hier nog niet waren vertaald: “Take No Farewell” uit 1991, in Amerika in 1992 uitgebracht als “Debt of Dishonour”. De architect Geoffrey Staddon heeft van 1909 tot 1911 het landhuis Clouds Frome gebouwd voor Victor Caswell, een telg uit een steenrijke Engelse familie, die naar Brazilië was uitgeweken en vandaar was teruggekeerd met een prachtige vrouw, Consuela. Tussen haar en Staddon was het tot een verhouding gekomen. Die was geëindigd toen hij niet voor haar maar voor een prestigieuze nieuwe opdracht had gekozen. Twaalf jaar later leest hij in de krant dat ze verdacht wordt van moord op haar nichtje en van poging tot moord op haar man door het toedienen van vergif. Overtuigd van haar onschuld gaat hij zich met de zaak bemoeien, waardoor hij zichzelf behoorlijk in de nesten werkt.
Eind 1999 verscheen dan “Set in Stone”, letterlijk “in steen gebeiteld” (met een allusie op de Tien Geboden), maar het werd nog voor het eind van het jaar door (zoals gebruikelijk) Bob Snoijink vertaald als “Een schuldig huis”. De stijl van die vertaler ligt me jammer genoeg niet echt en dat niet alleen doordat er “regelmatig” van bil wordt gegaan (i.p.v. “geregeld”) en natuurlijk door de steeds weerkerende “tangconstructies”, die in Nederland stilaan blijkbaar onvermijdelijk blijken te zijn (ook uit deze tekst van het internet, waarop ik mij heb gebaseerd, heb ik er een aantal moeten halen), zoals b.v. op p.13 “Ik beloofde dat ik erover na zou denken” i.p.v. “dat ik erover zou nadenken”. Maar er zijn nog meer stijlfouten die in het oog springen, zoals de twee lijnen die hieraan voorafgaan: “Laat ons een poosje voor je zorgen, drong Lucy aan. Het zal een hele poos duren voordat je hiermee in het reine bent.” Tweemaal poos in evenveel zinnen en dan nog met een totaal tegengestelde betekenis: “een poosje” tegenover “een hele poos”!
Maar vertalers zijn nu eenmaal een noodzakelijk kwaad en daarom kunnen we ons tot besluit best vinden in wat Goddard zelf zegt over zijn werk: “Eigenlijk schrijf ik de boeken, die ik zelf zou willen lezen.” Geen mens die het hem kwalijk neemt…

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.