05 Dieter ThurauDe Duitse wielrenner Dietrich “Didi” Thurau viert vandaag zijn 65ste verjaardag (bovenstaande foto’s de Wielersite). Hij komt op Facebook geregeld naar mijn foto’s kijken en heeft er ook soms commentaar op. Dus mogen we deze verjaardag zeker niet ongemerkt laten voorbijgaan…
De eerste titel die Dietrich Thurau mocht binnenrijven, was op de baan (in 1971 een Duitse titel in de achtervolging voor junioren), maar typisch was dat hij een jaar nadien ook al meteen Duits kampioen op de weg werd, nog altijd bij de junioren. Het is typisch voor het feit dat Thurau voortdurend heen en weer zou pendelen tussen de weg en de baan. Bij de liefhebbers voegt hij daar in 1974 al meteen een wereldkampioenstitel daaraan toe, met name in de ploegenachtervolging (met Schumacher, Vonhof en Lutz). Het leek de eerste van een hele reeks te gaan worden, maar het zal daarbij blijven…
25 ThurauOp zijn twintigste werd Thurau prof. Onder de vleugels van zijn mentor bij Raleigh, de fameuze Peter Post, won hij in zijn eerste profjaren meteen een paar mooie koersen: twee keer het Duits kampioenschap, de E3 Prijs en etappes in de Vuelta (vierde in de einduitslag 1976) en in de Ronde van Zwitserland. Zijn hoogtepunt werd de Tour van 1977. Thurau won de proloog en reed vijftien dagen in het geel. Uiteindelijk eindigde hij als vijfde. Het is één van de weinige keren dat José De Cauwer (toen nog actief renner en ploegmaat van Thurau) zich heeft vergist. Tegenover mij verklaarde hij in een interview vóór die Ronde in De Rode Vaan: “Thurau is een zeer goed renner, maar hij moet het toch nog steeds ‘bewijzen’. Hij koerst ten eerste niet erg intelligent. Hij wil ook naar geen raad luisteren. Ik denk overigens niet dat er veel renners zijn die bij hun eerste Tour potten breken.”
Ter gelegenheid van de Tour 1978 (waaraan Thurau overigens niet zou deelnemen) kwam ik er in een nieuw interview met José nog eens op terug, omdat zowat iedereen ervan overtuigd was dat Kuiper de Ronde 1977 heeft verloren omdat hij de helft van de Tour in dienst van Thurau heeft moeten rijden. Waarop José antwoordde: “Thurau wilde zo lang mogelijk de gele trui behouden, al wist iedereen dat hij die niet tot in Parijs zou dragen, maar hijzelf wou dat doodgewoon niet geloven natuurlijk.”
55 dieter thurauThurau kreeg wel de onderscheiding van de vriendelijkste renner in de Tour 1977 (*), maar Mark Dheedene trok dit in Het Nieuwsblad in twijfel, omdat hem vooral een gebrek aan solidariteit met de ploeg werd verweten. Zo had hij de tweede plaats in de puntenrangschikking kunnen halen, wat de ploeg 50.000 fr. zou hebben opgebracht, maar José wil dit in een interview nà de Tour relativeren: “Ja, maar nu is hij derde en het verschil maakt niet zoveel uit. Kijk, dat begrijp ik niet. Ik ben helemaal niet voor Thurau, maar waarom schrijft men: ‘Thurau weigert te rijden voor die 50.000 fr.’, terwijl men in feite het verschil zou moeten opgeven. Maar akkoord, we hebben hem gevraagd: ‘Didi jongen, sprint eens mee’ en dan zei hij: ‘Ik ben te moe.’ En ’s anderendaags rijdt hij dan zo’n geweldige tijdrit…”
Later op het jaar zou Thurau nog vice-wereldkampioen worden. Jacques Anquetil vond de eindsprint “bizarre“. Een “broodje aap”-verhaal in dit verband is dan ook dat, aangezien Thurau toen al wist dat hij het jaar nadien voor IJsboerke zou rijden en niet langer voor Raleigh, hij op last van Staf Janssens de titel aan Francesco Moser liet omdat Staf Janssens vond dat zijn reclame niet genoeg zou renderen op een regenboogtrui.
Aanvankelijk ging Thurau door op zijn elan met meteen een overwinning in de Ster van Bessèges en daarna nog in het Kampioenschap van Zürich, in de Scheldeprijs en twee ritten in de Giro en één in de Ronde van Zwitserland, naast een hele rist ereplaatsen.
89 dieter thurauOok 1979 was nog altijd top: na een overwinning in de Ruta del Sol werd Thurau eindelijk winnaar van Luik-Bastenaken-Luik, een overwinning die er al een paar jaar zat aan te komen, nadat hij in 1977 derde en in 1978 tweede was geworden. Op het wereldkampioenschap in Valkenburg kwam hij ook weer erg dicht, maar deze keer was zijn vroegere ploegmaat Jan Raas hem te vlug af. En uiteraard was ook de eindoverwinning in de ter zijner ere heropgestarte Ronde van Duitsland erg belangrijk in eigen land. Thurau was daar op dat moment de populairste renner ooit, waarmee hij o.a. Rudi Altig en vooroorlogse vedetten voorafging.
Maar vanaf dan ging het resoluut bergaf. Hij haalde nog het podium in Parijs-Roubaix bij Puch in 1980 en hielp zijn Del Tongo-ploegmaat Giuseppe ‘Beppe’ Saronni in 1983 aan Giro-winst, waarin hij zelf beslag legde op de vijfde plaats. Maar zélf meedoen om de eindoverwinning in een grote ronde zat er dan niet meer in.
Thurau wisselde ook van ploeg als van hemd: in zijn carrière van twaalf jaar versleet hij maar liefst negen teams. In de laatste jaren van zijn loopbaan deed hij enkel nog van zich spreken in het baanwielrennen. Zo won hij in totaal toch nog 29 zesdaagsen, waarmee hij zeventiende staat in de “eeuwige” ranglijst (weliswaar voorafgegaan door nog vier andere Duitsers: Kilian, Vopel, Bugdahl en Fritz), waarvan “onze” Patrick Sercu nog altijd de lijstaanvoerder is. (**)
26 dieter thurauNa zijn actieve loopbaan kwam Thurau nog een aantal keren (negatief) in het nieuws, waarover je uitgebreid kunt lezen op het internet. Ikzelf ga dat hier nu niet uit de doeken doen, maar uiteraard wil ik wel nog kwijt dat zijn zoon Bjorn op dit moment als wielerprof zeer verdienstelijk in zijn voetsporen treedt, ook al blijven de successen wel uit. Daarnaast is er nog een andere zoon Urs die een vergelijkbare carrière in het tennis aan het uitbouwen is.

Ronny De Schepper

(*) In 1979 werd hij uitgeroepen tot de elegantste, niet in het minst wegens een opvallende gelijkenis met de Zwitser Hugo Koblet.
(**) Trouwe lezers weten dat ik de vaardigheid van iemand als zesdaagserenner altijd afleid uit zijn uitslagen in het Gentse Kuipke. Dat heeft niets met chauvinisme te maken, maar wel met de beperkte afmetingen van de baan, waardoor enkel de beste zesdaagserenners zich in de kijker kunnen rijden. Welnu, als ik het goed heb, is de beste uitslag van Thurau in Gent een tweede plaats in 1983, aan de zijde van Albert Fritz. Het Duitse koppel moest enkel de Nederlander René Pijnen en thuisrenner Etienne De Wilde laten voorgaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.