Veertig jaar geleden publiceerde ik in mijn poprubriek in De Voorpost een artikel met de titel “Omdat enquêtes belangrijk zijn” (*).
We hadden reeds beloofd dat we geregeld eens zouden teruggrijpen naar het popboek dat door Kritak wordt verspreid, welnu gaan we deze belofte eindelijk waarmaken. In de inleiding verwijst men daar immers naar een artikel van ene J. E. Harmon in het Amerikaanse blad Youth and Society. Deze man onderzocht de relaties tussen teksten en soorten popmuziek binnen de jaren 1954-1969.
Over het tekstuele aspect zullen we het later hebben (**), nu willen we even aandacht besteden aan die verschillende genres. Harmon koos 1954 uiteraard omdat dit het jaar is van «Rock around the clock» en van Presley’s versie van «That’s all right mama», m.a.w. vanaf dat jaar kunnen we van «rock» spreken. 1969 was het jaar van Creedence Clearwater Revival, de laatste goede singlegroep (als er later nog eens een goede single verschijnt is dit meestal een track uit een elpee) en ook het R.I.P. voor The Beatles als groep.
Buiten deze twee einddata pikten we er zelf nog 1956 uit (doorbraak van rock’n’roll, die – willens nillens Pat Boone – erkend wordt door de grote firma’s: Elvis gaat dat jaar van het lokale Sun naar de multinational RCA), 1960 (“rock is dood”: Buddy Holly is dat alleszins, Chuck Berry zit in de gevangenis en Jerry Lee Lewis wordt uit Engeland gewezen, allebei wegens «seksuele betrekkingen met minderjarigen», Elvis Presley zit in het leger en Little Richard in het klooster), 1964 (doorbraak van de Engelse beat in de VS) en 1967 (het jaar van de flower power en het begin van de underground-scene).
In 1954 was het veld nogal eentonig: 80 % «easy listening» en 20 % country; in 1956 krijgt rock met een klap 35 %, maar easy listening heeft nog steeds 45 %; de oorspronkelijke vertolkers van rock, de zwarte rhythm and blues-artiesten krijgen ook een beetje waardering (5 %), maar onmiddellijk ontstaat er ook een soort rock, afgezwakt voor jongere (en oudere) luisteroortjes: kiddypop (***) of bubblegum (10 %). Dit alles ten nadele van country (5 %).
Dit genre herpakt zich echter in 1960 (20 %), denk o.m. aan de country-elpee van Ray Charles (met «I can’t stop loving you») door vele rockfans beschouwd als heiligschennis. Zoals gezegd valt rock in dat jaar terug (15 %), maar easy listening (20 %) ook, want bubblegum, dat ook een gedeelte van dit publiek bestrijkt, wint aanzienlijk veld (30 %). De echte rockers kopen dan maar wat meer zwarte producties (10 %), terwijl vooral studenten gelijmd worden met folk (5 %) dat als “cleane” antistof tegen rock echter weinig met de echte traditie van b.v. een Woody Guthrie te maken had, zoals we vroeger reeds aangestipt hebben.
In 1964 kent rock via beat een herleving (45 %), ten nadele van zowat vanalles (easy 15 %; country 5 %; R and B 10 %; bubblegum 10 %; folk 5 %, uit dit laatste percentage kan men afleiden dat Harmon blijkbaar Dylan, Paul Simon, Byrds en Co bij «beat» heeft ondergebracht). Daarnaast komt echter «soul» op (commerciële R and B; vooral geproduceerd door Tamla Motown: Supremes, Four Tops, Stevie Wonder…). Soul is dan aan een niet te stuiten opmars begonnen, al vermindert de kwaliteit wel steeds. In het bloemenjaar 1967 halen ze reeds 20 %. Rock, beat en “underground”
viert dan hoogtij: 50 %! Al de rest haalt nauwelijks 10 %.
In 1969 treden de reactionaire krachten echter in werking: rock heeft nog wel de bovenhand (30 %) maar niet meer zo overtuigend: soul en bubblegum halen respectievelijk 25 en 20 %. Ook easy listening herpakt zich: 15 %.
Harmon baseerde zijn onderzoek op de jaarlijkse top-100 van de VS en het is dus zeker niet verantwoord om onze resultaten zo maar kritiekloos met de zijne tevergelijken.

Referentie
Jan Segers, Omdat enquêtes belangrijk zijn, De Voorpost, 2 november 1979

(*) De titel slaat op niks, om de eenvoudige reden dat ik heel deze tekst heb gebruikt om dan uiteindelijk een enquête aan te kondigen. Aangezien deze helemaal de mist is ingegaan, heb ik dat gedeelte van de tekst blijkbaar weggegooid. Er zit alleen nog een echo in die “onze resultaten”, die dan blijkbaar de overgang vormen om over die enquête te beginnen.
(**) Alhoewel ik nog precies weet welk artikel ik hiermee bedoel, ben ik er niet zeker van dat het ooit is verschenen. In “Muziek in ’t rond” of elders…
(***) Persoonlijk zou ik de term “highschool rock” verkiezen, aangezien zowel kiddypop als bubblegum toch wel op een heel specifiek genre slaan (van bubblegum spreekt men officieel zelfs ook maar vanaf 1969). Natuurlijk kan je ook zeggen dat “highschool rock” tot een specifieke periode beperkt blijft. Misschien dan toch maar “middle of the road”?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.