Het begon met Eva is de titel van een Amerikaanse film waarin beschreven wordt hoe een meisje-uit-de-massa erin slaagt in de gunst te komen staan van haar idool en hoe ze langzamerhand de Vedette naar de achtergrond dringt en zelf in de spotlights treedt. Wat sympathiek begon, eindigt nogal navrant.
Volgens ongeveer hetzelfde scenario verloopt de geschiedenis van de beste rockgroep die het Waasland ooit heeft gehad, nl. Papadock’s BRC, maar die paradoxaal genoeg nooit verder is geraakt — als groep — dan de Gentse Feesten. Behalve de drummer dan. Die is nu een internationale attractie. Als drummer? Neen: Als zanger misschien? Nauwelijks. Als « attractie »? Juist! Wat sympathiek begon, eindigt ook hier dus nogal navrant.
Twee afleveringen van “Ken je ze nog, de mannen van Papadock’s?” of wat een succes-story had kunnen zijn…
Papadock’s BRC betekent voluit: PAPADOCK’S BLUESY ROCKING CORPORATION. En maakten ze al de beloften waar die in hun naam lagen: inderdaad, de groep swingde of swong als een overhitte pan op een ouderwets gasvuur. Ze waren ook uniek in die zin dat de meeste blanke rockers de zwarte draad van Ariadne maar opgenomen hebben vanaf 1954 en dan meestal slechts tweedehands via een PRESLEY of PERKINS. Een paar roekeloze tiepen stortten zich ook op oudere rhythm and blues, als er dan maar het woord « rock » in kwam, zoals “Good rockin’ tonight” van ROY BROWN of « We’re gonna rock » van GUNTER LEE CARR, maar ook dergelijke nummers dateren slechts van na 1948. Toch werd er door boogie-woogie pianisten als COW-COW DAVENPORT, MEADE LUX LEWIS en PINE TOP SMITH ook al aardig wat afgerookt en het is juist de verdienste van Papadock’s dat ze dit soort muziek tussen de rock-standards door aan een groter publiek kenbaar maakten.
Middelpunt van de oorspronkelijke bezetting was de gezellige dikkerd Luc Vermeulen, compleet met gitaartje onder de oksels en brillantineharen naar achteren. In die roemrijke tijd dat we nog niet met pen en papier maar met een oog voor het vrouwelijk schoon naar optredens togen kon het ons niet veel schelen, maar achteraf zou blijken dat het Luc was die het meeste opzoekingswerk verrichtte naar geschikte nummers. Achter de piano verschool zich Lukas De Bruycker. Hij zorgde voor de stevige boogie-woogie-riffs waarop de band dreef. Zijn spel deed hem o.a. opvallen bij de beste Vlaamse rockzanger van het moment, Raymond Van Het Groenewoud. Wilfried Van Den Berghe hanteerde de bas en helemaal onopvallend achteraan zat Erik De Volder, drummer bij de gratie Gods. Hij kwam één keer per avond achter zijn drumstel vandaan om met een Jacques Goddet-tropenhelm in de hand een nummer te debiteren met de Schoone Titel « Roza ». Het was een Parodie. En dan nog, ocharme, op dat mens zonder naam. Schoon! Terwijl men tandenknarsend wachtte op het volgende, échte nummer, had drummer De Volder echter het grootste gedeelte van het publiek op zijn hand. Tegen de tijd dat De Volder twee keer per avond « Roza » moest zingen, was Wilfried Van den Berghe, zoals het een bassist past, geruisloos van het podium verdwenen. Met zijn drie broers: Freddy (drummer van The Fire Witch), Richard en Paul deed hij nog eens een bescheiden poging (*), maar kort daarop nam hij teleurgesteld afscheid van de muziekwereld, zoals men dat dan heet.
14 luc vermeulen« Roza » was een nummer van Lukas De Bruycker. De Volder had hem dus nog nodig om er nog meer van dit soort te schrijven. Wie echter niet in het kraam van De Volder paste, was Luk Vermeulen, want als Vermeulen zong moest De Volder zwijgen. Exit Vermeulen. Soms treedt hij nog eens alleen op. « Bewust akoestisch », zegt hij « En bewust alleen maar blues of folk à la Leadbelly of Big Bill Broonzy ». Verder morrelt hij maar wat aan bij het — god betere — jazzcombo van leraars van het college van Sint-Niklaas.
Uiteindelijk zaten De Volder en De Bruycker dan wel met een compleet nieuw programma met Vlaamse teksten maar zonder muzikanten. Ondertussen was in Sint-Niklaas een populaire groep opgericht onder de naam Framework. Op uitzondering van drummer Patrick Wante, kwamen alle leden (Walter Vercruyssen, gitaar, trompet, keyboards; Guido Vercruyssen, gitaar, sax; Jean-Pierre Goossens, bas) van de groep The Afterworld. Framework combineerde dan enkele jaren hun optredens met die van De Volder en De Bruycker zodat de naam Papadock’s kon blijven verder bestaan.
Niet voor lang echter, want nu zat er reeds fameus de klad in. Van rock kon je nog moeilijk spreken en toch was het voor De Volder nog teveel. Hij “bedankte” zijn vroegere vrienden en begon een solocarrière die o.m. uitmondde in een elpee geproduced door Walter Ertvelt (die ook met Rob De Nijs werkt) en waarop liedjes stonden, zoals in Nederland vooral Jaap Van De Merwe die verzamelt. De Bruycker en de gebroeders Vercruyssen gingen bij de fanfare De Lochte Gentenaars van volkszanger Walter De Buck; Wante en Goossens daarentegen kwamen in de Bluesworkshop van Roland Van Campenhout terecht. In 1977 vinden de gebroeders Vercruyssen en Jean-Pierre Goossens elkaar weer en samen met drummer Eddy Matthijs stichten ze The Blue Birds, die nog een jaar later uitbreiden tot een big band zoals we reeds uitgebreid uit de doeken hebben gedaan in dit blad.
Erik De Volder
Maar ondertussen is de onweerstaanbare onweerstaanbare opkomst van Erik De Volder reeds een feit. In 1975 richt De Volder een eigen groep op, het Etherisch Strijkersensemble Parisiana, waarmee hij heiligschennend gaat grasduinen in de salonmuziek van uit het begin van de 20ste eeuw en later. Op zeer eigenzinnige wijze en los van parallelle ontwikkelingen in bijvoorbeeld de Nederlandse jazz-scene, vindt De Volder het muziektheater uit. De mengeling van kitsch, retro, provocatie en ironie brengt menig recensent van de wijs: Parisiana is een grapje. De Volder neemt zichzelf niet ernstig, dus wat wil je.
30 Eric De VolderDe groep bestaat uit de orkestleden: Lieve Aertsens, Wim De Moor, Robert De Volder, Arnold Kesteloot, Monique Moorthamer en Ignaas Vermeire. Werken verder mee: Luk Bautens, Guido Claus, Tina Cmok, Margaretha de Bouvé, Cecilia De Mulder, Roland Lippens, Hilde Meganck, Dirk Pauwels, William Phlips, Pol Schrijvers en Harry Van de Voorde.
Met Lukas De Bruycker richt De Volder later Het Belgisch Combo op. Samen met Jan De Bruyne voert hij in het programma „Alcazar” groteske tableaux vivants op, waarin het negentiende eeuwse burgermansideaal, zoals dat nawerkt in het Koninkrijk België anno 1976, grondig wordt afgetakeld. In deze productie theatraliseert De Volder de laatromantische, nationalistische schilderkunst van eind vorige eeuw. Hij verweeft plastische kunst en (muziek-)theater. Het publiek ligt krom van de lach. Cabaret dus, meent de criticus, zonder oog te hebben voor het specifieke van dit spektakel.
In 1977 speelt Erik De Volder mee in het eerste programma van Radeis, maar hij verlaat deze groep uit de Brusselse Schaamte-stal, omdat hij verder werkt als beeldend kunstenaar en als brein achter Parisiana en het Belgisch Combo.
Lukas De Bruycker
Wij van onze kant gingen praten met twee “achtergebleven” leden van Papadock’s. Twee die het (nog) niet “gemaakt” hebben. Geruime tijd geleden reeds met Lukas De Bruycker, pas onlangs met Luc Vermeulen. Het spreekt dus vanzelf dat Luc weliswaar kan repliceren op zaken die Lukas zegt, maar niet omgekeerd. Het eerste dat we van beiden wilden weten is natuurlijk hoe ze op die Papadock’s-periode terugkijken. Eerst Lukas.
Lukas: Ik vond die periode wel prettig, maar niet serieus. Ik bedoel, er zat geen enkel idee achter behalve dan muziek te spelen en onszelf te amuseren. Geen enkel engagement, wel nogal veel egotripperij van iedereen zowat. We waren wel allemaal, behalve dan Luk Vermeulen en de anderen die occasioneel meegespeeld hebben, bezeten door de creatieve drang, zowel Erik als ik als de Vercruyssens. Altijd bezig, soms met twee, drie dingen tegelijk. En langzaam hebben wij elk onze weg gemaakt.
— Zou je de teksten van Papadock’s eens willen spellen? Wanneer jullie Nederlands zijn gaan zingen, heb ik er nooit een snars van begrepen.
Lukas:
Wegens toen nog slechte dictie van Erik en een slechte geluidsinstallatie. Wij waren daar niet op voorzien op het zingen van Nederlandstalige teksten met een elektrische begeleiding. Maar « Roza » moet je eigenlijk zien in het kader van Erik zijn niet te stuiten drang naar het ludieke, het spelen, het komische ook. En zijn retrodrang die er ongelooflijk diep in zit bij hem.
— Is die authentiek?
Lukas:
Die is authentiek. Als ik van iemand kan zeggen dat hij authentiek is, is het van Erik. Het is bij hem geen modeverschijnsel want hij is al lang zo. En ook het smartlapperige, alles wat…
— Kitsch is?
Lukas:
Superkitsch. Ik zou bijna zeggen: drs. P., maar ánders. P. is tekstueel natuurlijk veel sterker. De constante glimlach. Wat net naast het reële staat. Marginaal durf ik het echter niet noemen, het is niet ernstig genoeg om marginaal te zijn. Erik is ook een improvisator. Altijd. Ook als hij optreedt. Hij is immers zeer slecht in het onthouden van teksten. Als hij niet improviseert, moet hij ze aflezen. Gewoonlijk begon hij met te improviseren en maakte ik er achteraf een tekst van met metrum en zo.
— Die verschuiving van boogie-woogie naar kolder was dat een goede evolutie volgens jou?
Lukas:
Ach, wij wisten niet veel en wij konden niet veel, toen. Het was een goede evolutie in zoverre we nu meer begonnen te werken. Walter schreef nieuwe muziek en nieuwe arrangementen, we stuurden al eens iets naar Sabam. Het was daarom niet goed, maar het stond op zijn poten. Wij werden stilaan een groep. Het is alleszins een noodzakelijke evolutie geweest. Al was het maar doordat Erik daar met z’n (soms overdreven) expansiviteit daar een stempel op heeft gedrukt, want dat heeft hij wel: hij slaat aan bij de mensen.
— Charisma? Wilfried Martens?
Lukas:
De grote stap is echter geweest toen we naar Gent gekomen zijn, toen we samen met De Buck « De Lochte Genteneirs » hebben gesticht. Het was wel een idee van hem, maar hij is speciaal naar Sint-Niklaas gekomen om ons erbij te halen. Nadien is Erik de eerste geweest die de fanfare verlaten heeft. Terecht hoor. Ik ben hem daar in gevolgd, net zoals vroeger. Nog later zou hij mij achterlaten, dan kón ik hem niet meer volgen natuurlijk. Hij is zeer ambitieus, autoritair, wie niet plooit naar zijn wetten, gaat eruit.
— Jean-Pierre Goossens zegt dat jullie beiden nogal ambitieus waren.
Lukas:
Ja, ik ben dat ook, maar ik ga niet over lijken. Zo werk ik nu weer samen met Walter Vercruyssen. Ik heb zelfs aan Luk Vermeulen voorgesteld eens een Papadock’s-revival te geven in Sint-Niklaas. Met Patrick Wante aan de drums b.v. Ik weet niet of ik Erik daarvoor zal vragen, misschien wel… Misschien ligt het terrein nu terug open om met Erik samen te werken. Maar inderdaad, ik ben wel ambitieus, maar dan eerder op het gebied van het theater. (**)
— Terug naar ‘la petite histoire’. Papadock’s is opgedoekt. What now my love?
Lukas:
Parisiana bestond toen reeds en in die sfeer hebben we zes maanden gerepeteerd met Eriks vader op viool, Guido Vercruyssen op gitaar, ik piano en Erik zang. Liedjes die een jaar later resulteerden in Alcazar. Voor dat kwartet gebruikten we ook de naam Papadocks maar we zijn er nooit mee naar buiten gekomen. Gedurende die tijd speelde ik ook in Arca (De zoon van Sursum Corda met o.a. Jean Blaute). Alcazar was wel geëngageerd, behalve dan het lied waar Erik zoveel succes mee heeft (« Waar ligt mijn duurbaar vaderland »), want de liedjeskeuze die kwam van mij. Die kwamen uit een bundel uit de jaren dertig, uit een crisistijd net zoals nu, en die opteerden duidelijk voor het socialisme, wel in bewoordingen uit die tijd natuurlijk, maar toch zeer goed vertaalbaar naar het heden toe. Maar men heeft het natuurlijk steeds over dat retro-aspect, dat neem ik de pers dan wel kwalijk. Erik persifleert en parodieert, het is geen satire meer, vandaar ook dat hij zich boven elk engagement verheven voelt. Maar ik vind het niet fijn genoeg. Nu heb ik Roza b.v. wel zelf geschreven, maar ik heb nog dingen geschreven waar ik niet achtersta b.v. op de elpee van Lieven Coppieters staat ook een nummer van mij, waarvan ik nu niet begrijp hoe ik dat ooit heb kunnen schrijven.
— Net voor de plaat er kwam, werd jij dus uit Alcazar gewalst. So what’s next? « Langs de wegen »? of « De Zwerver Verdwaald »?
Lukas:
Ik was gelukkig nog met genoeg andere zaken bezig om me het niet te zeer aan te trekken. Ik heb dan in Arca meegedaan in « Baal », heb zelf een revue in elkaar gestoken die echter nooit is opgevoerd en nu heb ook de regie in handen gehad van Guido Lauwaerts tweede toneelproject: « Het Boek Job ».
— Jij opteert dus voor politiek engagement. De Volder doet precies het omgekeerde.
Lukas:
Juist, laten we zeggen dat daar voor insiders de breuk begonnen is tussen Erik en mij. Maar ik opteer wel voor mijn eigen engagement, dat betekent dat ik niet militant en sloganistisch te werk ga zoals veel naïeve linksen, omdat ik daaruit iets gedistilleerd heb dat voor mezelf leefbaar is. Geen compromis, zeker niet, maar wat nu links engagement genoemd wordt, noem ik ‘alternaïef’. Het is echt niet pretentieus bedoeld, maar er zijn blijkbaar een heleboel mensen die te weinig geïnformeerd zijn om inzicht te hebben in politieke structuren e.d.
Volgende week: Luc Vermeulen

Referentie
Jan Segers, Het begon met Roza, De Voorpost, 2 november 1979

(*) Dat was dan bij Maggy & the Young Ones.
(**) Zijn ambities op het vlak van theater zullen me enkele jaren later openlijk doen botsen met hem.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.