Cochem, een stadje met iets meer dan 5.000 inwoners aan de Moezel, der Mosel, in de Eifel. Als Benidorm het Spaanse Blankenberge is, dan is Cochem het Duitse equivalent. Je ontmoet er Vlamingen bij de vleet. Hoewel het de laatste jaren steeds minder toeristen lokt. Wat zijn de grote troeven van deze pleisterplaats: een historische burcht en het bezit van een Weinkönigin. Nee, natuurlijk is er veel meer: Bratwurst, Erdinger, een verlicht kruisbeeld in de bergen (ook Mariabeelden! met bijhorende verhalen over een herdersjongen verongelukt toen hij een schaapje wou redden, en een knaap die zijn zusje ter hulp kwam maar zelf neerstortte), campings… teveel om op te sommen. En daarheen richten wij onze schreden. Volgt u maar.

Wij dat betekent vijf echtparen, door bloedbanden aan elkaar gekluisterd; enfin telkens één der leden van het paar met een lid van een ander paar, u snapt het wel – het zou anders een fraaie incestueuze boel worden. Dat we dit jarenlang na elkaar deden, meer dan tien jaren: schiet niet op de pianist, het was een familiale en collectieve beslissing. Vijf paren, tien koppen en de aangepaste bagage verdeeld over drie auto’s. Vertrekkend vanuit diverse plaatsen vermits iedereen in een andere locatie woont. Derhalve dienden twee paren afgehaald en versluisd te worden. En troffen de auto’s mét inzittenden elkaar pas definitief in Tessenderlo. Gelegenheid die te baat genomen werd voor een sanitaire stop en een koffie. Ik moet zeggen: slechts na die eerste lozing en die eerste inname besefte ik mentaal, nu begint mijn verlof, nu start de reis! Een tweede aanzet volgde daarna toen er rond het middaguur op de vaste pleisterplaats (we hadden zo onze voorkeuren en rituelen) een picknick gehouden werd. Iedereen was voorzien van zijn lunchpakket, meestal weinig origineel tenzij er in de koelkast iets lag dat de duur van de reis niet zou overleven en dat men toch niet wou weggooien, dat kon nog wel eens voor een verrassing tussen de sandwiches zorgen. Zo’n uurtje later arriveerden we bij Gasthaus Heinke, de reeds bejaarde heer en mevrouw Göbel, aan de oever van de Moezel om telkens onze zelfde kamer te bevolken, ja gewoontedieren. Een wijntje, een biertje op het zonneterras… en dadelijk het stadje in, holderdebolder over de brug en de kinderkopjes die in onnoemelijke aantallen aanwezig zijn bereid om onze schoenzolen mét inhoud te martelen: winkelen, wat anders?
Zijn er bijzondere attracties in Cochem? Wat dacht u, uiteraard. Vermeldde ik niet reeds de Reichsburg uit de 12de eeuw, helaas vernietigd in 1689, maar gelukkig voor ons door een Berlijnse (rijke) koopman twee eeuwen later in nieuw-gotische stijl heropgebouwd (foto Steffen Schmitz via Wikipedia). Fraai interieur te bewonderen. U kan er ook eten, mits reservering. Of een show met woeste vogels bijwonen (al zag ik die liever in vrijheid rondcirkelen boven de heuvels en de wijngaarden, heel mooi beeld). Bereikbaar mits een flinke klim of met de pendelbus, alleen het laatste deel moet te voet want zo ver raakt het vehikel niet. Oh mis vast niet de mosterdfabriek, een must. En koop er meteen één van de specialiteiten, er zijn pikante bij. Een minigolf is, of was er. Oubollig, een terrein dat het speelplein van een kolonie mollen leek… enfin de laatste keer bleek het gesloten en zocht men een uitbater – indien u zich geroepen voelt. In de buurt is er trouwens benevens een camping (geen unicum, er zijn staan meer tenten en caravans langs de Moezel dan bomen) een heel mooi openluchtzwembad. Nee, niet dat we er ooit in het water gingen plonzen maar voor een inwendige bevloeiing waren we er vaak te vinden… Ergens in de heuvels bevindt zich ook nog een speeltuin die we nooit bezochten: wij te oud, het ding veel te wandelver. Hoewel wandelen: dat was toch een belangrijke bezigheid. Al kun je het stadje desnoods ook bezichtigen met een toeristentreintje, een glas wijn onderweg is in de prijs inbegrepen. Niet dat je veel te zien krijgt, maar het hotsen en botsen (de kinderkopjes herinner u) zijn een kermisattractie die het geld waard is. 
Wandelen… zo trokken we meermaals, de boorden van de Moezel langs, richting Ernst. Met ongeveer halfweg alweer zo’n vast adres om iets te nuttigen, de Rose Garten, een beperkt menu van worsten en aardappelsalade. Maar dat mocht volstaan, ’s avonds vulden we onze buik steevast naar Duitse normen. En we hadden al een copieus ontbijt voorgeschoteld gekregen. Met traditioneel het zachtgekookt eitje dat we te lijf mochten gaan met een toestelletje dat we daar ontdekten, de eierklopper, die het ding onthoofdt – gruwelijk maar praktisch, ook hier verkrijgbaar! Ooit wandelden we zelfs tot Ernst, een inspanning die we niet herhaalden: terugkeer met de laatste bus. Die wandeltocht voerde ons ook langs een klooster, Ebernach, waar we op een verdwaalde namiddag een heuse (Vlaamse) kermis meemaakten, kraampjes, eten, drinken, zang… Honkvast waren we niet. Zo trok het gezelschap telkenmale voor een dagje met de Duitse spoorwegen naar Koblenz, bezoekje aan de Deutsche Ecke waar Rijn en Moezel elkaar kussen, en waar vooral veel te winkelen is. Ook ooit naar Trier natuurlijk, de Dom. Maar eerlijk, aan zoveel cultuur heeft de bende zich verder nooit bezondigd. Wel ging het ieder jaar per boot ook naar Beilstein, hoofdzakelijk omwille van de watertocht via de sluis (steeds een opwindend spektakel) inclusief de nodige drank, en van – na een behoorlijke klauterweg – een bezoek aan het klooster. Niet spectaculair behalve de door de nonnetjes gebakken taarten waar vooral de vijf vrouwelijke leden van het Belgisch genootschap zich jaarlijks op verheugden – een bizar middagmaal voorwaar na hun glaasjes rosé op het Moezelwater. Met zo’n boot kun je bovendien ook een avondvaart maken, inclusief souper en danspartij. Vreselijk… Avond, je ziet dus geen lor meer van de natuur. Dansen, vergeet het, hoe organiseer je ambiance in zo’n heterogeen gezelschap, en het voedsel zou Piet Huysentruyt, Jeroen Meus en hun collega’s tot collectieve zelfmoord drijven. 
Ontspanning in Cochem by night? Je kan het best vergeten. In illo tempore misschien. De eerste jaren van ons initiatief was er de beruchte Exenkeller waar je op vaste dagen terecht kon voor levende muziek zijnde een man aan de elektrische piano, donderend stemgeluid inbegrepen: schlagers, meezingers, dijenkletsers. En hoogtepunt: optreden van de lokale dansmariekes. Als kers op de taart: het verschijnen van wijnkoningin Alena I die zich van tafel naar tafel rept om… ja waarom, het glas wijn in de hand. Alleen… het was geen wijn maar fruitsap zo had ik vastgesteld toen ik, onverlaat, (drukte en lawaai moe) de ruimte ontvlucht was, me op het terras bevond waar zij zich van het onschuldige vocht bediende. Met dat kleine bedrog geconfronteerd kreeg ik de verklaring: zij had een hekel aan wijn! Fraaie promotie. Maar we ontvingen wel elk een glaasje met het wapenschild van de stad, souvenir. Nachtelijk Cochem, nee, enkele jaren later was zelfs dat heksengedoe ter ziele, geen sabbat meer, oef. Bovendien, om 22 uur kun je vergeefs op zoek gaan naar een restaurant of café. Misschien met veel geduld ontdek je nog hooguit één veredelde frituur en een ijssalon, maar reken er niet op – vermoedelijk is het toeval dat ze nog open zijn.
Nochtans: restaurants zijn er in overvloed. Uiteindelijk zullen er meer zijn dan toeristen vrees ik. Natuurlijk, Duitsers en das fressen. Voor mij een heikel punt. Want ik vraag me af waarom die etablissementen niet allemaal een uithangbord bezitten met de beeltenis van zo’n knorrebeest met krulstaart. Jongens toch, alsof er niks anders bestaat onder de hemel. Als ik aan iets een hekel heb dan is het aan zo’n lap vlees die herkenbaar uit een deel van dergelijke waggelende vierpoter gesneden is. Nu ja, in geval het onherkenbaar verwerkt werd, gemalen (gehakt, worst, burger), of desnoods als beleg (ham) en zelfs wel eens gebakken spek – dat durf ik me wel door de strot wringen. Maar schotel me geen varkenslapje of carbonade voor, en al helemaal geen schnitzel, zo’n onder paneermeel vermomde pezige vetlaag; ik gruw er van. Gute Quelle, Gräfen, Onkel Willi, Hiëronymi, Bacchuskeller, dat waren de vaste adresjes waar we onze magen en bijgevolg ook darmen gingen vullen avond na avond. Allen terecht aanbevolen door onze gastheer; die wellicht dankzij onze (en andere door hem gestuurde) klandizie af en toe gratis een schnitzel mocht gaan peuzelen. Zodoende speurde ik steevast de spijskaart af op zoek naar een alternatief: vis. Om steevast één (1) zo’n zwemding (enfin niet meer actief weliswaar) te bespeuren. Nu ja, Cochem ligt niet aan de zee en zoveel forellen komen er dagelijks in de Moezel nu ook niet voorbij. Vegetarisch? Die jaren dat wij er waren nooit iets van bespeurd, ook nooit naar durven informeren. Vermoedelijk had men mij indien ik het woord uitsprak geëscorteerd tot over de stadsgrenzen. Restaurants… je kan ook maar best goed ter been zijn indien je hongerig bent: het is namelijk heel lang zoeken eer je een eetinstelling vindt waar je kan aanschuiven zonder eerst een moeizame klim te ondernemen. Eens dat obstakel overwonnen en je wenst je richting toilet te begeven, je kan er donder op zeggen dat je een sherpa nodig hebt om tot de nok te geraken of je zal je in de diepste krocht moeten storten: altijd spannend en verrassend waar je heen moet. En dat na het nuttigen van een flesje witte, rode, of enkele glazen Erdinger, het populaire bier. Duitsers, ze zijn joviaal en goedlachs maar er is nog werk aan!
Beleefde ik dan geen goede ogenblikken daar in Cochem, weet ik niet iets positief te vertellen? Uiteraard wel. De uren die ik voor het ontbijt doorbracht op een bankje bij het zacht stromend water van de Moezel, in het gezelschap van enkele zwanen en eendenfamilies die hun ontwaakrituelen volvoerden. En de buitelingen van opspringende forellen. Of op hetzelfde tijdstip kuierend langs de kleine jachthaven. De uitgebreide wandelingen langs de oever, tussen het groen, kijkend naar het verkeer op de golven, vrachtschepen, plezierboten, kano’s… De wolken die trachten voorbij de bergen, enfin de heuvels want zo indrukwekkend hoog torenen die rotsen niet in Cochem, te geraken wat ervoor zorgt dat het er weinig regent – een mooi spektakel. Wil ik u met dit alles naar de Moezel lokken, helemaal niet. Maar mocht u desondanks de aandrang voelen: groet Alena I van mij.         

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.