Op 15 januari 2017 maakte Helmut Lotti (bovenstaande foto: YouTube) op zijn Facebookpagina bekend dat hij naar Duitsland zou verhuizen, nu hij er opnieuw meer en meer succes kreeg. Die verhuizing had echter ook jammerlijke gevolgen. Zijn echtgenote Jelle Van Riet zou niet mee verhuizen naar Duitsland. Het koppel ging, mede door de verhuis, uit elkaar. “Mijn keuze gaat vergezeld door spijt. Deels omwille van mijn verhuis, gaan Jelle en ik elk onze eigen weg. Een moeilijke beslissing die ons diepbedroefd achterlaat. Daarom vraag ik ook om onze privacy te respecteren. Ik zal hier stil over blijven, maar wil graag melden dat ik terugkijk op bijna tien jaar samen, die voor het grootste deel prachtig, fascinerend en intens waren. Ik zal ze voor altijd koesteren.”
Met zijn terugkeer naar Duitsland, keerde ook de “oude” Helmut Lotti weer. Eerder verklaarde Helmut Lotti nochtans in “Villa Vanthilt” dat hij zich wilde herbronnen. Het mocht duidelijk zijn: sedert hij bij Standaard-journaliste Jelle Van Riet was, had Helmut zijn toupet afgegooid en wilde hij een andere weg op. Dat hij niet op één, twee, drie een andere richting uitging, leek mij logisch. Zijn nieuwe “career move” heeft hem ongetwijfeld een aantal fans gekost. Daarom had ikzelf een gouden tip voor Helmut: maak eens een Gentse CD!
Een paar jaar geleden was de vraag in de Babbelbox van AVS: “Wie zou je graag eens willen zien optreden op de Gentse Feesten?” En één van de antwoorden was: Helmut Lotti. Want, inderdaad, bij mijn weten heeft Lotti nog nooit opgetreden (toch niet sinds hij écht beroemd is) op de feesten van zijn geboortestad? Hij voelt zich daar toch niet te goed voor, zeker?
En dan zo’n CD: zo onnozel is dit toch niet, als je weet dat Helmut al een aantal sterke Gentse nummers heeft gemaakt, zoals “Mijn roze Cabrio”, het huldelied aan Johan Museeuw en “‘k Zou zo gere willen leven” van Walter De Buck. Uit zijn samenwerking met Roland is er nog dat lied tegen onverdraagzaamheid, maar waarom zou Helmut ook niet een Gentse versie van “De lichtjes van de Schelde” opnemen, met de bluesgitaar van Roland als begeleiding (zoals hij het speelde in de uitzending op Klara van vandaag).
Verder kan ik Helmut nog een paar suggesties aan de hand doen, zoals “Carolien”, het fantastische Gentse Feesten-nummer van Freek Neyrinck en Fabien Audooren uit het midden van de jaren tachtig, of “Coureurs” van Hélène Maréchal, enkele jaren geleden reeds uit de vergeethoek gehaald door Koen Crucke, maar zoveel beter passend bij wielerfanaat Helmut. “Coureurs” wordt trouwens gezongen op de wijze van “Was kann der Sigismund dafür dass er so schön ist” uit “Im Weissen Röss’l” en dan moet ik altijd aan die andere Gentenaar, Frank Van Laecke, denken, omdat ik hem daarin voor het eerst heb gezien. En dan heb je meteen een geschikt iemand om de bijhorende DVD in te blikken! ’t Is maar een suggestie, hé Helmut!
Zou Helmut trouwens ook niet de geschikte persoon zijn om iemand als Danny Sinclair uit de vergeetput te halen? “You made a fool of me” mag dan geen nummer in het Gents zijn, het is wel een echt Gents nummer en bevat passages die voor Danny nu te hoog gegrepen zijn, maar een duet waarbij Danny met zijn diepe stem opent “I’ve found a love, sweet sweet love” dat zou toch fantastisch zijn?
ZIJN EERSTE INTERVIEW
Ik pleeg vriend en vijand steeds te verbazen met de mededeling dat ik één van de eersten was om Helmut Lotti te interviewen. Dat moet ergens midden de jaren tachtig geweest zijn en hij heette toen nog gewoon Helmut Lotigiers. Onder die naam was hij immers op 22 oktober 1969 geboren in Gentbrugge als oudste zoon van Rita Lagrou, die in de winter met soep rondkwam en in de zomer met ijsroom.
Het wàs ook zomer tijdens dat zogenaamde interview en we zaten allebei op een koersfiets. Alhoewel “zitten” voor Helmut niet het juiste werkwoord was. De fiets was veel te groot en bij elke trap schoof zijn achterwerk dus van de ene naar de andere kant. Hij was dus aan het “boteren”, zoals men dat in vaktermen zegt (en dat is heel iets anders dan de uitdrukking “in de boter trappen” die op dit moment nogal in is in wielerkringen).
Dat was ook de reden waarom ik de kleine Helmut (die ik overigens van haar of pluim kende) had aangesproken. Of hij zijn zadel beter niet wat zou laten zakken. “Hij staat nu al op de kader,” sprak Helmut. En wat er verder nog werd gezegd, kan ik me niet meer herinneren. Wellicht zou ik zelfs het hele verhaal vergeten zijn, ware het niet dat enige tijd later een ploegmaat van mij tijdens een andere wielertoeristentocht mij aansprak met de woorden: “Herinnert gij u die kleine van Gentse Velosport nog?” (wijzelf reden immers bij Sport na Arbeid). “Die welke op zijn fiets zo zat te boteren?” vroeg ik. “Ja, die,” zei mijn maat. “Wel die is vanavond (1989) te zien in de Nederlandse KRO‑Soundmixshow.”
Uiteraard wilde ik dat wel eens zien en zo kon ik het meemaken hoe Hennie Huisman de draak met hem stak. Maar het publiek wees hem terecht. Helmuts versie van de Elvis‑song “My Boy” bezorgt hem een opgemerkte tweede plaats in de grote finale (*).
Prompt begint Helmut een zangcarrière onder de naam Kevin Leach. Zijn eerste drie singles “Kom Nu”, “Bij Jou Alleen” en “Waarom Ik” nestelen zich hoog in de Vlaamse hitlijsten. Hij gaat ook met een Gouden Oog aan de haal in de categorie ‘Populairste zanger in Vlaanderen’.
In 1990 krijgt hij voor het eerst goud met de LP “Vlaamse Nachten”, in 1992 gevolgd door “Alles Wat Ik Voel” en in 1993 met “Memories”, een collectie Engelse versies van Vlaamse klassiekers. Het schitterende “What kind of friend” (een Elvis-versie van Will Tura’s “Het kan niet zijn”) wordt ook opgenomen in de soundtrack voor de film “Boys” van Jan Verheyen.
Helmut LottiIn 1994 volgt “Just for you”, waarop Lotti voor het eerst ook eigen teksten en muziek laat horen. Hij brengt die echter zo pompeus dat het bijna lachwekkend is. Toegegeven, af en toe komt hij door die “gezwollen” aanpak in de buurt van niemand minder dan Roy Orbison (bijvoorbeeld in het titelnummer). Het potentieel is er met andere woorden wel, maar het wordt niet in de juiste banen geleid.
LOTTI GOES CLASSIC
Daarom slaat men in september van het volgende jaar een heel nieuwe weg in. Op aanraden van manager Piet Roelen brengt Helmut Lotti dan immers achttien populair‑klassieke liedjes in de Antwerpse Koningin Elisabethzaal. De cd met diezelfde nummers verpulvert alle verkooprecords. “Helmut Lotti goes Classic” wordt de meest en snelst verkochte plaat in België. Met 12 keer platina verbaast de schalkse zanger iedereen. Wijlen Pieter Andriessen, toen nog nethoofd van de klassieke zender “Radio 3”, vaardigt een oekaze uit dat in geen geval een nummer van Helmut Lotti op de zender mag worden gedraaid. In de reeks “Novecento” (een terugblik op een eeuw muziekgeschiedenis, ter gelegenheid van het millenium) doorbreekt Yves Knockaert deze ban met “Tiritomba”. Meteen wordt Radio 3 opgedoekt en vervangen door Klara.
Allé, ik overdrijf een beetje, maar ’t was toch allemaal spectaculair wat de kleine wielertoerist uit Gentbrugge hier allemaal klaarspeelde. Hij was ondertussen ook al getrouwd met een buurmeisje en hun dochter noemde hij Messalina. Je moet er maar opkomen! Even snel was hij weer gescheiden en nu trouwde hij met een Waals meisje van Amerikaanse afkomst. Eén van haar voorouders was Edgar Allan Poe. Vanaf nu begon Helmut zich als een verwoede Belgicist te gedragen en mijn belangstelling voor hem begon dan ook weg te ebben (**).’t Zal hem een zorg wezen, want ondertussen was hij zowat de hele wereld aan ’t veroveren.
Oorspronkelijk was André Walschaerts de dirigent van het Golden Symphonic Orchestra dat Helmut Lotti begeleidde op zijn Classic-CD’s. Helemaal in het begin kwam hij nog in opspraak omdat de muzikanten een verklaring moesten ondertekenen, waarin ze afzagen van alle rechten. Wie dat niet deed, werd ontslagen en mocht niet mee op tournee (***). Wie het wél deed was meestal leraar, leerling of oud-leerling van de muziekacademie van Heist-op-den-Berg waar André Walschaerts directeur is. Maar toen dan Lotti’s Crooners-CD verscheen, was er ineens geen sprake meer van Walschaerts. En geen kat die daar ooit vragen heeft bij gesteld. Zelfs niet bij het feit dat er nu ineens géén dirigent meer was! (****)
Vele goedmenende intellectuelen (waaronder b.v. Jan Wauters) maakten zich uiterst druk over het feit dat Helmut Lotti van zijn CD “Lotti Goes Classic” op korte tijd meer dan een half miljoen exemplaren had verkocht. We zouden hier kunnen spreken van de “Helmut Lotti-discussie”. Over het enorme succes van de Lotti goes Classic-CD’s bestaan immers twee regelrecht tegenover elkaar staande meningen. In het eerste geval beschouwt men dit verschijnsel als een positieve vorm van cultuurspreiding. Zelfs al geeft men zelf de voorkeur aan ‘the real thing’, dan is het voor de grote massa toch een mogelijkheid om in contact te komen met klassiekers uit het ‘ijzeren repertoire’. Heel misschien zet het hen zelfs aan om zich eens wat verder te ‘avonturen’. Optimisten zien hen via Pavarotti (die leefde toen nog) uiteindelijk zelfs in de Muntschouwburg terecht komen. Minimalisten vinden op z’n minst het smaken van een goede melodie te verkiezen boven het lawaai en de agressie van rap en house. Als Lotti zegt dat hij brieven krijgt van meisjes van vijftien die enkel maar naar house luisterden tot zij zijn CD hoorden en nu ook naar klassieke muziek luisteren (al zal ’t dan wel niet de pas overleden Karl-Heinz Stockhausen zijn), is dat dan geen goed teken?
Anderen houden er precies de tegenovergestelde mening op na. Het zich tevreden stellen met een ersatz-product zou bijdragen tot de algehele verloedering omdat het VTM-publiek genoegen zou nemen met één hitje uit een opera (en dan nog in een lichte popbewerking) liever dan naar “the real thing” te gaan kijken. Het gevolg is dat deze mensen ‘echte’ opera juist als iets elitairs zullen gaan/blijven zien en op die manier ook de subsidiëring daarvan in vraag stellen: waarom kan iedereen niet met Helmut Lotti tevreden zijn? En indien men dan al iets anders/beters wil, dan moet men er maar zelf voor opdraaien en niet de maatschappij! In eenzelfde elan verdedigen die tegenstanders ook house als een culturele uiting van de late twintigste eeuw en vinden de agressie in rap en hiphop maatschappij-kritisch.
Men zou natuurlijk kunnen stellen dat eerder de meeste hedendaagse componisten tot die elitaire houding bijdragen, want niet alleen gaan die met flink wat subsidies (belastinggeld) lopen, door het feit dat zij zich bewust weigeren te bekommeren om het publiek (laat staan het grote publiek) scheppen zij een vijandige sfeer die uiteindelijk op de opera en het concertgebeuren in het algemeen zal terechtkomen.
Want wat heet elitair?
Tegen “sociaal” elitarisme wil ik me zeker verzetten.
Om het met een boutade te zeggen: geef de werkman zijn opera!
“Artistiek” elitarisme is echter minder eenvoudig.
Om bij hetzelfde voorbeeld te blijven: als in die opera Puccini en Verdi plotseling te min zijn geworden en het allemaal hedendaagse creaties moeten zijn dan word ik niet goed.
Hoe dan ook, tijdens de Elizabethwedstrijd voor zang in mei 2004 mocht Helmut Lotti zowaar de gast zijn van Fred Brouwers, aan wie ik daarover het volgende bericht mailde: “Wel, Fred, ben je nu al een beetje bijgedraaid wat Helmut Lotti betreft? Hij mag dan niet alle technische termen kennen (een klaroen!), hij vertelde toch geen onzin. Ik hoop alvast dat hij niet omwille van een soort goedkoop Eddy Wally‑effect was binnengehaald. Ach ja, ik weet het wel, ik zal de jongen altijd blijven verdedigen omdat ik nog met hem heb gefietst toen hij een aandoenlijk joch was in een concurrerende wielerploeg (hij was bij Gentse Velosport, ik bij Sport na Arbeid), maar je zal toch moeten toegeven dat hij niet zo dom is als zijn manager ons wil doen geloven!”
En het antwoord kwam terstond: “Dag Ronny, ik moest eigenlijk niet zo bijdraaien wat Helmut betreft. Ik heb hem altijd een verstandige, bescheiden en vaak grappige jongen gevonden met een enorm veelzijdige stem. Zijn ‘classic’ repertoire is niet het mijne, maar ik ben wel ‑ op zijn vraag ‑ naar de opname van zijn eerste CD geweest. Wat hij op het concours zei was absoluut niet dwaas, soms intelligenter dan wat uit het zogenaamde expertenpanel kwam, dat vaak meer interesse had in mekaar elegant afmaken dan in een goede analyse. Dat we geen Wally‑effect beoogden, zullen ook de gasten van de volgende dagen duidelijk gemaakt hebben.”
VERGELIJKINGEN MET CHRISTUS EN THE BEATLES
In de daaropvolgende zomer daalde mijn sympathie voor Lotti wel, toen hij de CD “From Russia with love” uitbracht. Het begon nog goed toen hij vooraf verklaarde op de idee te zijn gekomen door het Russische volkslied dat hij zo graag hoorde, maar eens de CD diende te worden gepromoot werden de documentaires en interviews doorspekt met anticommunistische uitlatingen, zoals deze in Humo van 8/10/2004: “Ik denk dat het de naweeën van het communisme zijn. In die tijd was het altijd veiliger om nee te zeggen dan je nek uit te steken. Wat maakte het uit, je bleef toch altijd even arm of rijk. Daarom vond ik het ook zo’n fout systeem: het stimuleert niet om iets te bereiken in het leven.”
En voor wie vindt “ach, het is toch maar Lotti, waar maken we ons druk over” heb ik hier nog een citaat uit de Gazet van Antwerpen van 20/10/2004, waarin Helmut zich in alle bescheidenheid vergelijkt met niemand minder dan Jezus Christus. Gevraagd naar de resultaten van het feit dat hij sinds 1996 Goodwill Ambassadeur voor Unicef is, luidt het antwoord: Lotti zal nooit weten of hij iets goeds bereikt heeft op lange termijn. “Maar ja, dat wist Jezus ook niet.” Aldus Lotti himself volgens de krant.
In al zijn bescheidenheid vergelijkt Lotti zich hiermee meteen ook met een muziekgroepje uit de jaren zestig, namelijk The Beatles. Toen John Lennon in die tijd immers verklaarde dat The Beatles populairder waren dan Jezus Christus werd dit in de Verenigde Staten gevolgd door openbare verbrandingen van het werk van The Fab Four. Moeten wij nu ook de CD’s van Lotti op de brandstapel gooien?
Op 25/3/2006 was Lotti te gast in een Duitse show (“Frühlingsfest der Volksmusik”), wat op zichzelf uiteraard niets speciaals is, aangezien hij erg populair is bij onze Noorderburen. Een andere gaste was echter Nina Hagen, die na een Zarah Leander-nummer zich ook aan een jodelmelodie waagde. Toen op het einde alle gasten op het podium kwamen groeten, deed Hagen dit aan de arm van “onze” Helmut. Hij leek er niet helemaal gerust in, maar dat bleek niet nodig te zijn, ook al was het een rechtstreekse live-uitzending.
WAAR IS ZIJN POSTICHE NAARTOE ?
Ondertussen zat ook zijn huwelijk met Carol Jane Poe er alweer op en had hij in de periode van zijn “crooners”-CD een verhouding met één van zijn backing zangeressen (echter niet Isabelle A., die ook in zijn backing-koortje zat), die al snel alweer terzijde werd geschoven, deze keer zowaar voor een journaliste die hem was komen interviewen (Jelle Van Riet van De Standaard)! Ik weer jaloers natuurlijk. Niet dat ik wou dat Lotti op mij verliefd zou worden (godbeware!), maar heel mijn leven heb ik geprobeerd de mooie actrices of zangeressen die ik moest interviewen “binnen te doen”. Mij nooit gelukt. Zelfs niet met Nora Tilley! En die Lotti dan zo maar, met een vingerknip…
Maar we waren nog niet aan het eind van onze verrassingen. Enkele jaren geleden was Helmut al eens afgegaan in “De slimste mens” en dat kon hij natuurlijk niet zo maar laten. Hij bleef en bleef maar aandringen bij de makers van het programma om hem nog een tweede kans te geven, tot ze uiteindelijk hun eigen spelregels doorbraken en hem zijn zin gaven (en meteen ook de deur open zetten voor alle gebuisden die het nog eens opnieuw willen proberen). En wat bleek? Deze keer bracht Lotti het er heel goed van af. Het scheelde geen haar of hij was zelfs de eindwinnaar. Gelukkig was er een kirrende journaliste uit Gentbrugge die hem de (nog altijd niet goed zichtbare) baard afdeed.
Over baarden gesproken, toen hij met Jelle Van Riet getrouwd was, kon die hem overhalen om zijn haarstukje af te leggen. In “De slimste mens” maakten ze rond die tijd een uitschuiver door een vraag te stellen over een naaktfoto van Jelle Van Riet. Het kwam tot een klein incident (de makers werden verplicht zich te excuseren), maar persoonlijk vond ik dit toch kunnen, al was het maar omwille van de reactie van Erik Van Looy (“Nu weten we ten minste waar die postiche van Helmut naartoe is“)!
Onder invloed van Jelle Van Riet wilde Helmut vanaf dan bij de kliek van de Tom Barmannen van deze wereld behoren. Hij was ten tijde van Carol Poe al Belgicist aan ’t worden en deed er nu dan natuurlijk nog een schepje bij. Toen hij dus ter gelegenheid van zijn nieuwe CD “Time to Swing” te gast was in de studio’s van RTL voor “Face à face”, benieuwde het dus wat hij nu weer uit zijn botten zou slaan. Maar dat viel uiteindelijk best mee. Het ging enkel over zijn CD en niet over politiek. Een week later was Lotti echter te gast op de nationale zender (RTBf) in het programma “Bonnie & Clyde” en daar ging het wél verkeerd. Het ging weliswaar weer uitsluitend over zijn CD, maar toch gleed hij even uit. Net als op RTL verklaarde hij namelijk dat hij het liefst in het Engels en het Spaans zong, maar toen men op de RTBf daarop doorging met de vraag waarom hij niet liever in zijn moedertaal zong, antwoordde Lotti (zoals geciteerd in de Gazet van Antwerpen van 7/10/2008): “Nee. Vlamingen spreken Nederlands met een verschrikkelijk accent, een beetje zoals Oostenrijkers Duits spreken. Voor mij zou het niet natuurlijk klinken om in het Nederlands te zingen, en niet in het Vlaams. Je moet Nederlands zingen, want het moet geciviliseerd klinken. Vlaams dat klinkt… het is eigenlijk een dialect.” Dat laatste is uiteraard bij een aantal mensen in het verkeerde keelgat geschoten, maar hiermee geconfronteerd was Lotti er als de kippen bij om zich te excuseren: “Als dat zo is overgekomen, heb ik me heel ongelukkig uitgedrukt. Waar ik van baal, is dat Vlamingen zeggen dat ze Vlaams spreken. Wij zijn Vlaams, maar we spreken Nederlands. Vlaams is een verzameling van dialecten, waar ik op zich niks tegen heb, maar dat is niet onze standaardtaal.” En meteen citeert hij een aantal namen die wél hun streng kunnen trekken in het Nederlands. Mensen als Raymond van het Groenewoud, Bart Peeters en Clouseau. En wie ben ik om dat tegen te spreken?

Ronny De Schepper

(*) Vandaar dat ik zo mijn twijfels heb bij het begrip “street credibility”. Want wie heeft er nu méér “street credibility” dan Helmut Lotti? Hij is veel meer een volksjongen dan, pakweg, The Rolling Stones. Maar wat is de invloed hiervan op zijn muziek in het algemeen en zijn optredens in het bijzonder? Nul komma nul.
(**) Nog straffer was dat hij erin geslaagd is zijn eerste huwelijk kerkelijk te laten ontbinden. Het is nog steeds een goed bewaard geheim met welk argument (of zijn het dan toch louter financiële “argumenten”?) hij daarin is geslaagd, want de gebruikelijke eis, namelijk dat het huwelijk nog niet “geconsumeerd” was, kan hij toch moeilijk aanvoeren, aangezien hij een dochtertje heeft!
(***) Het ongenoegen in het Lotti-orkest werd aan het licht bracht door trompettist Eric Verhaeghe. Daarvóór speelde hij bij Leo Martin.
(****) In de herfst van 2008, bij de lancering van “Time to swing”, is Walschaerts er plotseling weer. Alweer zonder tekst en uitleg.

Aanbevolen lectuur
Michael Lescroart, Quo vadis, Lotti? Gazet van Antwerpen, 26 januari 2013

3 gedachtes over “Helmut Lotti wordt vijftig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.