Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Amerikaanse acteur Burt Lancaster is overleden.

Burt Lancaster begon zijn carrière als acrobaat in een circus; deze functie moest hij echter opgeven nadat hij een blessure had opgelopen. Toch zou hij nog altijd graag terugkeren naar het circus, zoals in, wat meestal als beste circusfilm wordt getaxeerd, “Trapeze” van Carol Reed uit 1956. Een film met dezelfde titel uit 1894 (zonder credits uiteraard, zoals dat in die tijd nog de gewoonte was) is wellicht de oudste film uit het genre. Burt Lancaster was dus goed op zijn plaats in deze film, want hij was oorspronkelijk begonnen in het circus samen met zijn collega Nick Cravat als het acrobatenduo “Lang and Cravat”. Met Cravat zou hij trouwens ook een hoofdrol vertolken in “The Crimson Pirate” uit 1952.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij actief binnen het Amerikaanse leger. Na de oorlog vertrok hij naar Broadway. Het stuk waarin hij speelde had geen succes, maar hij werd zelf wel ontdekt. In 1946 maakte hij zijn filmdebuut in The Killers met als tegenspeelster Ava Gardner. Dan Duryea wordt er door Yvonne De Carlo en door Burt Lancaster opgelegd in “Criss Cross” (Robert Siodmak, 1948), maar de reden waarom ik deze film vermeld ligt enkel in de exotische rumba van De Carlo. Niet voor niets is er slechts één letter verschil tussen exotisch en erotisch!
In 1951 speelde Lancaster de titelrol in “Jim Thorpe – All American” van Michael Curtiz. In 1953 kreeg hij zijn eerste Oscar-nominatie voor zijn rol in From Here to Eternity. De liefdesscène op het strand die hij in die film met Deborah Kerr speelde, wordt beschouwd als een van de meest romantische momenten uit de filmgeschiedenis (foto).
Robert Aldrich draaide “Apache” in 1954. Ikzelf was in mijn jeugd gefascineerd door de Apachen. Dat was zeker niet door déze film, die ik pas als volwassene heb gezien, maar ook niet bijvoorbeeld door de boeken van Karl May, die toch wel populair waren bij de jeugd in de jaren vijftig en zestig, maar die ik toen niet en ook niet later heb gelezen. Toch sprak de figuur van Winnetou me aan, vooral omwille van zijn lange haren die met een hippe haarband op hun plaats werden gehouden. Ook sprak de kledij van de Apachen (een broek met zo’n indianenschort erover, in die tijd wist ik nog niet dat onder die schort de broek niet gesloten was, anders was ik wellicht minder enthousiast geweest) tot mijn verbeelding. Historisch gezien zouden de Apachen dan weer de eerste indianenstam geweest zijn die leerden paarden te berijden (in sommige gevallen misschien ook “bereiden”?), waardoor zij de moeilijkste tegenstanders waren voor de blanke veroveraars. Ik heb ook de indruk dat zij de eersten waren om vuurwapens te gebruiken, maar hiervoor heb ik nog geen historische bevestiging gevonden.
Burt Lancaster speelde de hoofdrol en coproduceerde deze film die een aanklacht wou zijn tegen onverdraagzaamheid, maar die dat in een onhandige poging om tegelijk ook “realistisch” te zijn (Apachen waren nu eenmaal ook geen lieverdjes, zeker niet tegenover vrouwen b.v.) toch ook niet helemaal is. Het verhaal begint op 14 april 1886 toen Geronimo, het opperhoofd van de Apachen, zich overgaf, maar de jonge kemphaan Massai weigerde zich over te geven, maar werd toch gevangen. Op de trein die hem wegbracht, werd hij als een wilde behandeld, maar hij slaagde erin te ontsnappen. Op die manier kwam hij in St.Louis terecht, waar hij echter overweldigd werd door het stadsleven en vooral de vijandigheid waarmee hij te kampen had. Van de daar levende Cherokees leerde hij het land bewerken, wat uitmondt in een hilarische finale die “Hollywood” oplegde aan Aldrich. Het moest natuurlijk op een ongeloofwaardig optimistisch slot uitdraaien, met name in het omsingelde korenveld dat Massai heeft gezaaid. In de rol van de verrader Hondo herkennen we Charles Bronson, die toen nog gewoon Buchinsky heette. De mooie, maar met koffiebonen wel erg bruin gemaakte Nalinia wordt gespeeld door Jean Peters en John McIntyre is Al Sieber, de eeuwige speurhond achter Massai, die hem dan ook in dat korenveld treft, maar ze komen er samen levend uit. Dat er geen shoot-out is, is wel on-Hollywoodiaans (oorspronkelijk was trouwens wél voorzien dat Massai zou sterven). Dat het te wijten is aan de geboorte van zijn zoon (hoe wist hij eigenlijk op voorhand dat het een zoon zou zijn?), is dat dan weer wél.
In 1955 kreeg Anna Magnani een oscar voor haar vertolking van een Siciliaan-Amerikaanse weduwe die in “The Rose Tattoo” nog altijd verliefd is op haar dode echtgenoot. Burt Lancaster is haar nieuwe aanbidder. De regie is in handen van Daniel Mann.
In 1956 was er de historische “Gunfight at the O.K.Corral” met Kirk Douglas als Doc en Burt Lancaster als Wyatt. Douglas interpreteerde de film als een liefdesverhaal tussen de twee “helden”, wat John Wayne razend maakte.
In 1958 volgde dan “Separate Tables”, een grote Hollywood-productie gebaseerd op twee eenakters van Terence Rattigan uit 1954. Aangezien het chequeboek was bovengehaald kon het niet op: de hoofdrol werd gespeeld door Rita Hayworth naast Deborah Kerr, David Niven en Burt Lancaster
In 1960 won hij een Academy Award voor zijn rol in de film Elmer Gantry. Datzelfde jaar was er ook nog “The Unforgiven” van John Huston, een film die duidelijk het racisme als thema heeft, maar dan wel op een heel perverse manier. De hoofdrol wordt vertolkt door Burt Lancaster die, nadat zijn vader door de indianen werd “vermoord”, zijn moeder (Lillian Gish) en zijn pleegzus (Audrey Hepburn) moet verdedigen, met behulp van zijn twee jongere broers, waarvan de oudste, Cash, de meest racistische, wordt vertolkt door Audie Murphy. Dan duikt iemand op die zich aandient als een “wraakengel” en de Kiowa’s vertelt dat Audrey één van de hunnen is. Dat blijkt ook nog te kloppen, maar uiteindelijk sluit de familie de rangen tegenover de racistische reflex van de andere blanken. Toch rekenen zij op het einde op de typische Hollywood-manier bloedig af met een heel leger indianen: daarmee bedoel ik dat die indianen blijkbaar superdom zijn, want zij laten zich afslachten door drie man! Er zitten overigens nog twee merkwaardige “twists” in het verhaal. Zo is er de half-incestueuze liefde van Lancaster voor zijn halfzus en op een bepaalde wijze speelt ook een piano, en meer bepaald de muziek van Mozart daarop gespeeld, een rol in het verhaal.
In 1962 werd hij opnieuw genomineerd voor zijn rol in Birdman of Alcatraz. Een jaar later was hij te zien in Luchino Visconti’s Il Gattopardo. After the failure of this film Lancaster wanted more emphasis on action in order to ensure that the film was a hit by appealing to a broader audience. This was his intention with “The train”. Director Arthur Penn oversaw the development of the film and directed the first day of shooting. The next day was a holiday. Burt Lancaster, dissatisfied with Penn’s conception of the picture, had him fired and replaced by John Frankenheimer. Penn envisioned a more intimate film that would muse on the role art played in the French character, and why they would risk their lives to save the country’s most renowned paintings from the Nazis. He did not intend to give much focus to the mechanics of the train operation itself. Frankenheimer said that in the original script Penn wanted to shoot, the train did not leave the station until page 90. The production was shut down briefly while the script was rewritten. Lancaster told screenwriter Walter Bernstein the day Penn was fired: “Frankenheimer is a bit of a whore, but he’ll do what I want.” 

Burt Lancaster took a day off during shooting to play golf when the production was about half completed. On the links, he stepped in a hole and re-aggravated an old knee injury. In order to compensate for the injury, John Frankenheimer had Lancaster’s character shot in the leg, thus enabling him to limp through the rest of the shooting. (IMDb)

In 1977 was hij Dr.Moreau in “The island of Dr.Moreau” naar het boek van Herbert George Wells. Het grappige is dat enkele jaren later Marlon Brando deze rol zou hernemen en volgens biografe Kate Buford was Lancaster in een concurrentiestrijd verwikkeld met Marlon Brando, die net als hij een aanhanger was van het method acting. Beiden waren grote sterren in Hollywood, maar de films waarin Brando speelde waren artistieker en gewaagder. Dit was volgens Buford een van de redenen waarom Lancaster in Europese films ging spelen zoals films van Bernardo Bertolucci (Novecento). In 1981 ontving Lancaster zijn laatste Oscar-nominatie voor zijn rol in de door Louis Malle geregisseerde film Atlantic City.
In 1986 was hij te zien in “Tough guys” van Jeff Kanew, het verhaal van twee spitsbroeders die, na 30 jaar brommen in dezelfde cel, weer vrijkomen. Deze film is meer dan zomaar de hereniging van oude filmratten Burt Lancaster en Kirk Douglas. Het is een lichtvoetige, sympathieke maar snel vergeten komedie rond ouder worden. De twee bankovervallers van de oude stempel, die beroepseer en vriendschap boven alles stellen, reageren verschillend. Impulsieve Harry (Kirk Douglas) wil jong blijven: hij vindt een job en een jonge vriendin, en danst en vrijt een gat in de nacht. Bezadigde Archie (Burt dus) wil waardig oud worden, maar pikt het niet dat hij in het tehuis als een kind behandeld wordt, geen biefstukken maar flauwe dieetkost voorgeschoteld krijgt, en als een viezerik beschouwd wordt wanneer hij met een « oude vlam » in bed wordt aangetroffen. Vooral onder impuls van Harry zullen de onverbeterlijke individualisten zich weer op het misdaadpad begeven… Tragiek wordt vermeden, maar toch hangt er een zweem van melancholie over de (toch vrij magere) derde-leeftijd-plot die op gang komt, met sergeant Yablonski (Charles Durning), die hen destijds kliste, en de running gag van de hoogbejaarde, bijziende huurdoder (Eli Wallach). Beter dan de nog altijd kwajongensachtige Kirk Douglas, slaagt de gracieus ouder wordende Burt Lancaster erin zijn personage een ontroerende dimensie mee te geven, in de lijn van zijn prachtrol in Atlantic City.
Vanaf de jaren 80 kampte Lancaster echter met gezondheidsproblemen. Deze werden voor mede veroorzaakt doordat hij een groot deel van zijn leven gerookt had. Na een aantal beroertes overleed Lancaster op 20 oktober 1994 in Century City aan een hartaanval. Hij was 80 jaar oud. Hij werd gecremeerd en op zijn verzoek werd er geen herdenkings- of begrafenisdienst gehouden. Na zijn dood werd hij geout als biseksueel. Hij zou onder meer een verhouding hebben gehad met Rock Hudson.
Lancaster stond bekend om zijn liberale opvattingen (in de Amerikaanse betekenis van het woord). Zo keerde hij zich openlijk tegen de heksenjacht op communisten in de jaren vijftig, steunde hij John F. Kennedy en Martin Luther King en was hij in de jaren tachtig actief in de strijd tegen aids.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.