Het is mij nog niet vaak overkomen: een boek kopen omwille van het “uiterlijk”. Dit was een tijdje geleden wel het geval met “Jonathan Strange & Mr.Norrell” van Susanna Clarke uit 2004 omdat de kaft mij zozeer herinnerde aan “The Quincunx” van Charles Palliser, waaraan ik zoveel plezier heb beleefd. Bovendien was dit boek nog bijna dubbel zo dik! Thuis gekomen was ik niet verbaasd dat de kaft binnenin was voorzien van wervende boodschappen, want dat is ondertussen schering en inslag, maar het was natuurlijk wél opmerkelijk dat bovenaan een aanbeveling prijkte van Palliser (“I could not stop reading until I had finished it”). Tegelijk vernam ik echter van ene Neil Gaiman (mij voor de rest totaal onbekend) dat het ook “the finest English novel of the fantastic was “written in the last seventy years”. Ook niet mis als compliment natuurlijk (want “in the last seventy years” wil wellicht zeggen: “sinds The Lord of the Rings”), maar daar was ik allerminst naar op zoek. Vandaar dat ik op het internet op zoek ging naar meer informatie. En uiteraard kwam ik weer bij Wikipedia terecht…
“Susanna Clarke (1959, Nottingham) is een Britse fantasy schrijfster. Met haar debuutroman, Jonathan Strange & Mr. Norrell, won ze in 2005 de prestigieuze Hugo Award, de World Fantasy Award, de Locus Award en de Mythopoeic Award. Voordat Clarke in 1992 aan dit boek begon, had ze diverse posten bij uitgeverijen van non-fictie. In 1990 doceerde ze Engels aan leidinggevenden bij Fiat in Turijn en het jaar daarna was ze lerares Engels te Bilbao. Van 1993 tot 2003 werkte ze bij de uitgever Simon & Schuster in Cambridge aan kookboeken. Vanaf 1996 heeft ze zeven korte verhalen gepubliceerd. Met het bijna 800 pagina’s tellende boek (*) Jonathan Strange & Mr Norrell brak ze wereldwijd door. Het verhaal speelt in het 19e eeuwse Engeland tijdens de napoleontische oorlogen. Met de komst van Mr. Norell keert magie terug naar Engeland. Clarke woont in Cambridge met haar partner, de sciencefictionschrijver en criticus Colin Greenland.”
Weinig of geen aanwijzingen dus dat het hier om een historische, “Dickensiaanse” roman zou gaan, wel des te meer aanduidingen in de richting van het fantasy-genre. Nochtans wekt Clarke in de inleidende hoofdstukken wel de indruk dat ze met historisch materiaal werkt (ze vermeldt zelfs geciteerde werken in voetnoten e.d.). Daarom wilde ik ook eens nagaan of de geciteerde “tovenaars” zoals Martin Pale of Gregory Absalom en natuurlijk Gilbert Norrell en Jonathan Strange zelf ook effectief hebben bestaan. In eerste instantie dacht ik te moeten antwoorden: inderdaad, want over de eerste twee vond ik echt lijkende Wikipedia-bijdragen. Toen ik echter ook de titelpersonages opzocht, bleken deze binnen dezelfde Wiki-omgeving tot leven te komen. Dan begreep ik dat “die-hard” fans gewoon een Wiki hadden opgestart rond het boek van Clarke. Dus tot iemand mij van het tegendeel kan overtuigen, ga ik ervan uit dat alle opgevoerde personages fictief zijn, zelfs al worden zij opgevoerd met citaten uit al evenmin bestaande werken…
Ook het eerste optreden van “magic” in het boek is niet wat ik ervan verwacht. Aangezien dit nog binnen de eerste vijftig bladzijden is van zo’n omvangrijk werk, denk ik wel dat ik het mag “weggeven”. De Mr.Norrell uit de titel heeft een conflict met The York Society of Magicians omdat zij wel tovenarij bestuderen (iets waar ikzelf nog zou kunnen inkomen) maar zelf niet in staat zijn tot toverkunsten. Via de tussenkomst van ene John Segundus komt het tot een weddenschap: als Mr.Norrell erin slaagt zijn magische krachten te bewijzen, dan zal het gezelschap zichzelf opdoeken. Daarom laat Norrell hen samenkomen in York Cathedral en daar laat hij gedurende een half uur alle beelden tot leven komen. Belofte ingelost, de Society is dus genoodzaakt zich te ontbinden.
Zoals gezegd is dit niet het soort van “magic” dat mij aanspreekt. Het eerste beeld dat “spreekt” bijvoorbeeld, vertelt vanuit een nok, onzichtbaar voor de toehoorders, over een moord die in de kathedraal is gepleegd en die onopgelost is gebleven. Als de toverij tot dit feit beperkt was gebleven, dan was dit voor mij veel aannemelijker geweest. Nóg beter zou het geweest zijn, mochten niet àlle leden aanwezig geweest zijn, maar bijvoorbeeld alleen hun voorzitter Mr.Honeyfoot, die dan (zoals ook in het boek gebeurt) het lijk zou kunnen opgraven en op die manier alsnog de dader ontmaskeren. Dit zou tegelijk magie zijn, maar voor wie er liever een rationele verklaring aan geeft, zou dit ook kunnen.

Ronny De Schepper

(*) Mijn exemplaar (Bloomsbury Publishing 2005) telt meer dan duizend bladzijden, zijnde 200 meer dan Palliser, dus zeker niet “dubbel zo dik”, maar zo leek het wel op het eerste gezicht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.