Ik heb ondertussen mijn vierde boek uit van de Britse misdaadauteur Minette Walters (foto Roland Walters via Wikipedia) en toch weet ik nog altijd niet wat ik over haar kan vertellen…

Toegegeven, drie van de vier boeken heb ik totaal toevallig gelezen, enkel haar debuutroman “The Ice House” (1992) heb ik doelbewust gekozen, omdat debuutromans mij nu eenmaal interesseren. Meestal is dat een ei waarmee de schrijver lang heeft rondgelopen voordat hij of zij dat ei kon leggen. Maar bij Minette Walters riep haar debuutroman voor mij geen speciale bedenkingen op. Wat eigenaardig was, want lesbianisme was een inherent onderdeel van de intrige en dat zou me normaal gezien toch moeten interesseren hebben. Maar nee dus. Ik heb het boek wel graag gelezen (de andere ook trouwens), maar het beklijft niet en dan heb je toch altijd een beetje de indruk dat je je tijd hebt zitten verspelen.
De andere boeken van Walters die ik heb gelezen, waren dus puur toevallig gekozen. Zo lag het eerste (“Fox Evil” uit 2002) toevallig het dichtst bij de hand in de tijd dat we onze boekenzolder aan het installeren waren. De boeken zelf moesten toen voortdurend van de ene kant van de zolder naar de andere verhuizen, naargelang van waar de werken juist plaatsvonden. Toen ik tussendoor een beetje wilde ontspannen, lag “Fox Evil” binnen handbereik en zo simpel was het.


THE SCULPTRESS
En nu is min of meer hetzelfde gebeurd met “The sculptress” uit 1993. Ik moest immers dringend naar de dokter wegens een acute jichtaanval en daar moet men meestal een tijdje doorbrengen in de wachtzaal, weet ik uit ervaring. Nu was ik op dat moment het fameuze “The Velvet Underground” aan het (her)lezen (*) en nu ben ik er wel vrij zeker van dat niemand in de wachtzaal ook maar een idee zou hebben waarover het boekje ging (ik twijfel of zelfs de fameuze rockgroep die ernaar genoemd is nog een belletje zou doen rinkelen), maar de voorpagina was nogal expliciet (zie afbeelding) en daarom besloot ik maar vlug naar iets anders te grijpen. Toevallig had mijn vrouw “The sculptress” uit en ziedaar…
Nu heb ik altijd al de Engelse titels gebruikt, maar in werkelijkheid heb ik de drie boeken in het Nederlands gelezen. Vooral bij “The sculptress” is dit van belang omdat ik het boek aan het lezen ben met als titel “Het motief”. Het boek gaat inderdaad over een moddervette jonge vrouw die beweert haar moeder en haar zus te hebben afgeslacht en daarvoor ook tot levenslang is veroordeeld, maar een totaal gebrek aan motief zet een schrijfster, die door a writer’s block wordt geteisterd, ertoe aan op zoek te gaan naar dat motief.
“Mmm, dan is die titel toch wel goed gekozen,” bent u nu geneigd van te zeggen. Maar het zoeken naar een motief is het onderwerp van op z’n minst de helft van de thrillerliteratuur! Moeten die dan allemaal “Het motief” heten? Dat zou mooi wezen! Vandaar dat het boek de laatste tijd wordt heruitgegeven onder de nieuwe titel “De beeldhouwster”, m.a.w. de letterlijke vertaling van de originele titel. Een boek met die titel heb ik dit weekend nog in mijn handen gehad op de halfjaarlijkse boekenverkoop van de Antwerpse bibliotheken, maar ik rook gelukkig toen al onraad.
Zowel “The Ice House” als “The Sculptress” zijn verfilmd door de BBC en vooral in het laatste geval was ik benieuwd wie dan wel de rol van de moddervette “moordenares” (?) zou spelen. Dat was dan Pauline Quirk, wat mij wel een beetje verbaasde, want ik had op iemand anders getipt. Daar deze verfilming reeds in 1996 is gebeurd, is het misschien logisch dat Lisa Riley nog niet in aanmerking kwam, aangezien ze in dat jaar nog maar aan de aanvang van haar carrière zat. Toch had deze sympathieke deelneemster aan “Strictly come dancing” zich aan mij opgedrongen, wegens haar gelijkaardige vertolking in een recente aflevering van “Scott & Bailey” (2012), waar zij bij ons thuis de bijnaam “dzjoef van de week” aan heeft overgehouden…
Ongeveer halverwege leek dit dan toch een boek te zullen worden, dat me zou bijblijven. Dat kwam dan uiteraard vooral door de figuur van de gedesillusioneerde politieman, die een restaurant was gaan uitbaten. Vanaf de eerste letter dat hij in het boek voorkomt, weet je al dat dit “the love interest” zal worden, maar aangezien Hal Hawksley (zoals zijn naam luidt) een beetje de personalisering is van de hit van The Fortunes uit de sixties “You’ve got your troubles, I’ve got mine”, liggen er onderweg genoeg valkuilen en schietgeweren om het cliché te overstijgen.
Als echter blijkt dat zijn “troubles” verbonden zijn met die van het hoofdpersonage (schrijfster Rosalind Leigh), dan viel mijn belangstelling toch weer weg, ondanks het feit dat Minette Walters wellicht heel hard gezwoegd heeft, juist om die twee verhaallijnen met elkaar te verbinden. Ik vind het dan uiteindelijk immers een beetje te “gemaakt”, te veel literatuur. Ik hou meer van de chaos die het echte leven is.
THE DEVIL’S FEATHER
Ook het volgende boek van Minette Walters dat ik heb gelezen, was puur toeval. Ik bevond me namelijk op een plaats waar ik plotseling gedwongen werd enige tijd al wachtend door te brengen en dit boek had ik toevallig bij de hand. Waarom is het nu van belang dat ik dit vermeld? Omdat wij (d.i. mijn vrouw en ik) de gewoonte hebben om bij schrijvers waarvan we meerdere boeken hebben, die in chronologische volgorde te lezen. Dat is voornamelijk van belang voor detectiveromans met één of meerdere vaste personages, die dan meestal ook een evolutie doormaken op het vlak van relaties b.v., maar ook beroepshalve of vanuit psychologisch standpunt. Nu is dit bij Minette Walters wel niet het geval, maar toch vond ik het spijtig dat ik nu plotseling een sprong maakte naar een heel recent werk (2005).
Het is zelfs zo recent dat ik op dit ogenblik (dus zonder het lezen van de tussen liggende werken) weinig overeenkomsten zie met de vorige boeken, tenzij dan dat lesbianisme alweer een thema is (alhoewel ik tegelijk uit de flaptekst leer dat Walters wel degelijk “gewoon” gehuwd is en kinderen heeft). Maar eerst nog dit: voor een goed doel mochten twee lezeressen zich “inkopen” in het boek. Zij hebben m.a.w. een som overgemaakt aan een goed doel (of wat Minette Walters als een goed doel beschouwt, want “Free Tibet” is er één van) om in het boek te mogen figureren. ’t Is te zeggen, althans hun naam, want één van de twee is werkelijk een bitch van hier tot ginder in het werk, dus ik neem aan dat die dat gewoon eens plezant vond haar naam aan zo’n door en door slecht personage te lenen.
Maar goed, zoals gezegd speelt “The devil’s feather” in op de actualiteit. Dat begint al met de titel die een echo wil zijn van het etiket dat aanhangers van de islam kleven op vrouwen die – bewust of onbewust – “aanstoot geven” (in hun eigen perverse perceptie uiteraard). Het is ook het etiket dat het hoofdpersonage opgekleefd krijgt. Zij is een soort van vrouwelijke Rudy Vranckx, met de naam Connie Burns, die aan oorlogsverslaggeving doet op het Afrikaanse continent. In het kader van haar werk wordt ze op die manier op drie verschillende plaatsen (en dan bedoel ik werkelijk verschillende landen) geconfronteerd met een psychopaat, die van de oorlogsomstandigheden gebruik maakt om zijn vrouwenhaat te botvieren. Voor alle duidelijkheid: deze man is geen islamiet en ook niet van een ander ras, op dat vlak heeft Walters zich politiek correct ingedekt. Die drievoudige samenloop van omstandigheden is al een eerste zwakke schakel in het boek, maar voorlopig laten we die passeren, want er komen er nog.
Zo komt de man haar op een bepaald moment op het spoor, neemt haar gevangen en vernedert haar op alle mogelijke manieren (waarvan het grootste gedeelte gelukkig aan onze verbeelding wordt overgelaten), maar na drie dagen laat hij haar vrij. Waarom? Dat komen we nooit te weten. Walters zelf weet ook wel dat dit een tweede (en het belangrijkste) negatief punt is van haar boek. Ze laat de politie dan ook een paar keer duidelijk stellen dat dit niet de normale M.O. (modus operandi) is van de moordenaar. Geen enkele andere vrouw die hij in zijn macht heeft gehad, heeft het kunnen navertellen. Waarom zij dan wel? Omdat we anders geen boek zouden hebben gehad natuurlijk. Vrij logisch, maar toch verwachtte ik ergens toch wel een poging om het iets minder simpel te verklaren.
Tot dan toe is er helemaal geen overeenkomst met de boeken van Walters die ik tot nu toe had gelezen en die zich allemaal op een landgoed op het Engelse platteland afspeelden. Maar na haar vrijlating duikt ook Connie Burns op zo’n landgoed onder, maar toch blijkt dit deze keer geen echt “personage” in de roman te worden. Tot hiertoe is het boek dus ook totaal voorspelbaar en vul dus samen maar met mij in: de psychopaat reist haar achterna en probeert haar alsnog te vermoorden (nogmaals, en dit nadat hij daar in Afrika ruimschoots de gelegenheid toe had).
Toch had Walters mij na ongeveer drie vierden van het boek uiteindelijk “te pakken”. Plotseling (zij het reeds ruimschoots te laat) neemt het boek een wending, die ook wel in de richting wijst van de actualiteit, namelijk het falen van de rechtspleging waarbij het slachtoffer bij wijze van spreken slechter wordt behandeld dan de dader. Op televisie hoorde ik iemand b.v. in dat verband spreken over “twee partijen”, alsof moordenaar en slachtoffer gewoon gelijke “partners” zijn binnen een criminele daad. Gewoon dat taalgebruik doet me al kotsen, laat staan de gevolgen die dergelijk denkpatroon in de realiteit heeft: daders die vrijuit gaan omwille van procedurefouten bijvoorbeeld, slachtoffers die voor de schade moeten opdraaien enz.
Maar het zal blijken dat Walters uiteindelijk dit pad niet voluit wil bewandelen. Alweer een ontgoocheling dus, al kan ik hier niet erg expliciet over zijn om wie na mijn afradende bespreking toch nog het boek wil lezen (mijn vrouw b.v.) het weinige plezier van het verrassingseffect niet te ontnemen. Alleen moet ik er nog aan toevoegen dat op de allerlaatste pagina er volgens mij ook nog een kanjer van een fout staat. En deze keer heb ik het dus niet over een dt-fout of zo, want deze keer heb ik het boek wel degelijk in het Engels gelezen, maar alweer een zware denkfout voor een crimi-auteur. Maar goed, daar zullen we het dan wel op café eens over hebben, als je ook het boek hebt gelezen…

Ronny De Schepper

(*) Alhoewel het hier eigenlijk niet terzake doet, wil ik toch van de gelegenheid gebruik maken om erop te wijze dat ik mijn grootste twijfels heb over het bestaan van de auteur, Michael Leigh. Ik heb namelijk wat opzoekingswerk verricht en buiten een vervolg in 1968, zou deze man nooit meer iets hebben geschreven of zich op een andere manier in de kijker hebben gewerkt. Toch wel vreemd voor de schrijver van een boekje dat werkelijk tot een icoon is uitgegroeid…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.