Het is onduidelijk wanneer precies men van het einde van The Beatles kan spreken. Er is natuurlijk de juridische afwikkeling van de zaak, maar die komt pas vele jaren later. Maar zowat alle vier Beatles hebben een eigen theorie over wanneer men echt kan spreken over dat het over and out was met de groep. Voor John Lennon zal dat allicht vandaag vijftig jaar geleden zijn toen hij na een concert van The Plastic Ono Band in Toronto naar zijn eigen zeggen “besloot” om The Beatles te ontbinden…

Ondertussen had ook Paul McCartney een vrouwelijke steun gevonden voor de weg die hij wilde bewandelen: Linda Eastman, een rijkeluisdochter met showbizz-ambities. Op een week tijd trouwen zowel Paul en Linda (12 maart 1969) als John en Yoko (20 maart). Zakelijk zijn The Beatles nog bij elkaar (er zullen zelfs nog twee elpees verschijnen), maar John Lennon verklaart: “Ik geloof er niet in, de droom is voorbij. En ik heb ’t niet alleen over de Beatles, ik heb ’t over dat hele generatie-gedoe… Ik besloot de groep te verlaten toen ik begreep dat ik artistiek niets meer uit de Beatles zou kunnen krijgen en hier was iemand (Yoko Ono dus, RDS) die me kon interesseren voor een miljoen dingen.”
Achteraf bekloeg John zich dat zijn nummers nooit echt klonken zoals hij het wilde, “terwijl er voor composities van Paul wél steeds tijd was om nog wat schoonheidsfoutjes weg te werken”.
Producer George Martin ontkent dit ten stelligste: “Als er iemand reden tot klagen had, dan was het George Harrison. Maar ik geef toe dat Paul beter zijn huiswerk deed.” Die manie van Paul zou trouwens tot de split van de groep bijdragen, want de andere drie konden uiteindelijk niet langer verdragen dat hij zich als een soort van “producer” ging gedragen.
De onvrede van John zou daarna wel aanleiding geven tot een serieuze aanvaring tussen hem en George Martin (wat laatstgenoemde aan het LSD-gebruik van de eerste wijt), namelijk wanneer deze met de banden van “Let it be” naar Phil Spector trok. Phil Spector die er nota bene alle truuks mocht mee uithalen die John aan Martin had verboden en dat ondanks het feit dat Spector ooit had verklaard: “The Beatles maakten platen, ik maakte Kunst.” Toen George Martin voor “Abbey Road” toch opnieuw werd aangezocht, weigerde hij uiteraard, tot hij ‘carte blanche’ kreeg. Toch ging John opnieuw dwarsliggen, toen Paul er een conceptelpee wilde van maken. Ze kregen dan maar elk een kant toegewezen.
Uiteindelijk werd “Let it be” door het onophoudelijke gepriegel van Spector nog nà “Abbey Road” uitgebracht en dat bleek dan ook profetisch: “Let it be”, het was gedaan met de Beatles.
Met “Let it be” nemen The Beatles afscheid. Er zullen nog tal van verzamel-elpees verschijnen, maar telkens vindt ieder naar zijn persoonlijk smaak dat er dit of dat aan ontbreekt. Dat komt vooral omdat The Beatles, ook in de jaren zestig, reeds een elpee-groep waren en er dus nummers zijn die hoegenaamd geen “hit” waren, maar toch het etiket “onmisbaar” mogen worden opgekleefd. Het alternatief is evenwel ook niet: “koop maar alles van The Beatles”, vind ik. Enerzijds alweer met het oog op het budget, maar anderzijds ook omdat men lang niet alles zo maar moet slikken als zoetekoek. In hun beginfase namen ze (vooral onder invloed van Paul McCartney) b.v. nogal wat “standards” op (“A taste of honey”, “Till there was you” enz.), naast b.v. tal van Motown-nummers (*). En denken we later maar aan de dubbele witte, die gerust een enkele had kunnen zijn, maar ook aan de moeilijkheden rond het uitbrengen van “Let it be” en “Abbey Road” omdat men niet echt tevreden was met het resultaat (een gevolg van de opkomende innerlijke strubbelingen).
Daarom gaat mijn voorkeur uit naar een verzameling van acht elpees (weliswaar in één box, dus men is verplicht ze alle acht tegelijk aan te schaffen) die door Hugh Marshall vakkundig voor EMI werd samengesteld. Wat evenwel niet belet dat ook hier geen schoonheidsfoutjes opstaan. Zo wordt, na twee obligate elpees met ouder werk, mijn troetelschijf “Help” verknipt over twee delen. Op het derde samen met een selectie uit “Beatles for sale” en op het vierde met “Rubber soul”, op zich ook weliswaar twee knappe elpees, maar we hadden de sfeer van “Help” liever behouden gezien op één schijf.
De omstreden elpee “Revolver” (door sommigen verafgood, door anderen verguisd) werd zo goed als volledig opgenomen op deel 5 met daarbij dan nog de twee singles “Paperback Writer” en “Penny Lane”, telkens met de B-zijde, een procédé dat steeds wordt aangehouden en dat hier weliswaar niet stoort, maar bijvoorbeeld wel op deel 6 waar “Sgt.Pepper’s” een plaatkant moet delen met “All you need is love”/”Baby you’re a rich man” en een selectie uit het toch wel zwakke “Magical Mystery Tour”.
Van de dubbele witte (deel 7) blijft niet veel meer over, aangezien hier ook de hitsingles “Hello Goodbye”, “Lady Madonna”, “Hey Jude” (**) en “All together now” opstaan. Het laatste deel tenslotte is een samenvoeging van het beste uit “Let it be” (***) en “Abbey Road”, met als grootste opkikker misschien nog “The ballad of John and Yoko”.
Op de bootleg-elpee “No.3 Abbey Road NW 8” vinden we op de B-kant (de A-kant zijn een aantal outtakes van de Abbey Road sessies) een aantal opnames die Paul McCartney samen met Donovan en Mary Hopkin heeft gemaakt, tijdens de opnames van de LP “Postcard” van deze laatste.
Sounds Incorporated, de groep van pianist Johnny Pearson, maakte ook 2 LP’s voor het Columbia-label en in 1969 verscheen er nog een LP op “Metronome” met een zeer goede versie van “Maxwell’s Silver Hammer” met uitstekende zang.
In 1969 is Paul gehuwd met Linda Eastman, die toen reeds een dochtertje (Heather) had. Samen hebben ze dan nog Stella, Mary en James. Mary werd genoemd naar Pauls moeder, die overigens ook “optreedt” in “Let it be” (en dus niet de “Moeder Gods”, zoals gelovigen zo graag willen beweren). Paul is er fier op dat hij zijn kinderen gewoon naar een rijkschool in Sussex heeft gestuurd en niet naar privé-onderwijs.
In 1970 zijn er de solo-singles “Instant karma” (John Lennon & the Plastic Ono Band) en “Bangla Desh” (Georges Harrison).
Joost Zweegers van Novastar in Humo van 27/1/2009: “Na de split van de Beatles was McCartney naar Schotland gevlucht, en daar heeft-ie ergens op de buiten, in z’n eentje met een viersporenrecorder de plaat ‘McCartney’ gemaakt. Ik ben natuurlijk een enorme Beatles-fan. Op de Beatles-platen staan maar een handvol nummers van George Harrison – hij mocht niet – dus na de split heeft hij al z’n songs in één ruk opgenomen met Phil Spector en op de driedubbele plaat ‘All things must pass’ gegooid. Ik ben een grote George Harrison-fan: het soort melodieën dat hij schrijft, zijn manier van zingen, ik hou er enorm van.”
In de film “Imagine”, die de Amerikaan Andrew Solt in 1989 aan John Lennon wijdde, zien we hoe Lennon zich virulent afzet tegen Paul McCartney met het nummer “How do you sleep”, waaraan – het dient gezegd – ook George Harrison zijn medewerking heeft verleend, waardoor deze toch duidelijk “kamp” koos in de herrie.
Tegelijk dient echter opgemerkt dat Lennon bij zijn politieke statements toch wel erg anti-intellectualistisch te werk ging. Ook dat krijgen we in “Imagine” te zien, met name in de discussie met de journaliste van The New York Times die (terecht) van oordeel is dat “vredesactivisme” toch wel wat meer inhoudt dan gewoon in bed blijven liggen…
Een paar jaar later volgt een tweede solo-elpee van Macca (“Ram”) en tegelijk ook de eerste van Wings (“Wild Life”).

Ronny De Schepper

(*) Paul McCartney is ook niet te beroerd om toe te geven dat hij zich pas echt op de bas is beginnen toeleggen onder invloed van James Jamerson (1936-1983), die op de meeste Motown-opnamen is te horen. Zo o.m. op “Shotgun” by Jr. Walker & the All Stars, “For Once in My Life” and “I Was Made To Love Her” by Stevie Wonder (also claimed by Carol Kaye), “Going to a Go-Go” by The Miracles, “My Girl” by The Temptations, “Dancing in the Street” by Martha and the Vandellas, “I Heard It Through the Grapevine” by Gladys Knight and the Pips, and later by Marvin Gaye, and most of the album “What’s Going On” by Marvin Gaye, “Reach Out I’ll Be There” and “Bernadette” by the Four Tops, and “You Can’t Hurry Love” by The Supremes. Op hun tweede elpee “With the Beatles” namen The Beatles zelf “Money” op van Barry Gordy zelf, maar ook “Please mister postman” van Holland-Dozier-Holland en “You really got a hold on me” van Smokey Robinson.
(**) Ik heb zo mijn bedenkingen bij de fameuze anekdote over “the movement you need is on your shoulder“. Paul McCartney vertelt dit altijd om te illustreren hoe goed hij en John nog samenwerkten, ook toen The Beatles al lang op splitten stonden. Dat hij “Hey Jude” voorspeelde aan John en bij het bewuste zinnetje zei: “Let maar niet op die nonsens, ik zal dat later nog wel veranderen.” Waarop John moet hebben geantwoord: “Geen denken aan! Dat is het beste van het nummer!” Let op: ik betwijfel niet dat John dat heeft gezegd. Ik twijfel er zelfs niet aan dat hij het méénde. Alleen, het was geen compliment, het was een belediging! Maar die onnozele McCartney trapt daar met open ogen in natuurlijk…
(***) Alhoewel. Ook “The long and winding road” krijgt hier natuurlijk een plaatsje, alhoewel ik vind dat Paul dit beter aan Cilla Black of Tom Jones had gelaten, aan wie hij het trouwens eerst had aangeboden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.