Vandaag is het 120 jaar geleden dat de heer Henry Bliss is gestorven. En waarom is de brave (?) mijnheer Bliss de geschiedenis ingegaan? Hij was het eerste verkeersslachtoffer dat werd gedood door een auto. Toen hij in New York van de bus stapte, werd hij gegrepen door een taxi. Hij stierf ’s anderendaags aan zijn verwondingen. (*)

49 You've got to hide...

« Niemand verroere nog ! »
De stem van de rijkswachter bulderde door het verduisterde studielokaal. De grootsten gniffelden nog wat na van wat als een geslaagde grap werd beschouwd, mijzelf brak het angstzweet uit, want het instrumentje dat het grappige geluid produceerde en razendsnel onder de banken werd doorgegeven, was net bij mij gearriveerd. Gelukkig werd het toch tamelijk vlug weer rustig, de lichtstraal van de filmprojector floepte weer aan, de rijkswachter vervolgde zijn betoog. Mijn eerste en enige les over verkeersveiligheid. We schrijven midden de jaren zestig en we zaten toen reeds in de middelbare cyclus.
Met een dergelijke verkeersopvoeding kon het haast niet anders of we verschenen zo onvoorbereid in het wegverkeer dat er wel talrijke ongevallen moesten plaatsvinden. Zo werd b.v. onze huidige toneelcorrespondent door een vrachtwagen gegrepen maar hij hield er gelukkig enkel een armbreuk aan over. En zelf maakten we in geïmproviseerde wielerwedstrijden herhaaldelijk onzacht kennis met het asfalt.
Toch is het ook nu, met een bevredigende verkeersopvoeding reeds van in het kleuteronderwijs (**), nog altijd zeer droevig gesteld met de veiligheid van kinderen als weggebruikers en in het verkeer. Niet in het minst omdat de verkeersdrukte de jongste jaren nog enorm is toegenomen. Men spreekt gemakkelijk van « the golden sixties » en op het macro-economische vlak was dat ook wel zo, maar wat het gezinsbudget betreft kon men het toch meemaken dat een goed verdienende bediende zich in die tijd het brood uit de mond moest sparen om zich een Simca 1000 te kunnen aanschaffen, terwijl nu een Ford Escort met hetzelfde gemak wordt geruild als een fiets. Wij konden dan ook nog op de straat knikkeren en er een spelletje van maken om zo laat mogelijk weg te springen als « Zotte Pier » met zijn veewagen kwam aanrazen. Nu krijgen kinderen die kans niet meer.
MINIVERKEERSPARKEN HEBBEN GEEN VERBAND MET STRAATREALITEIT
Speelstraten, die moeten nu « uitgevonden » worden. Daar moeten speciale maatregelen voor worden genomen. Ondanks de reserves die Eric Hulsens in zijn Infodok-boek over kindertelevisie formuleert (misbruikt door de CVP), kunnen we de Schildpadactie van de BRT bijgevolg toch niet afkeuren. Kinderen voelen zich immers bedreigd door het verkeer en een « oase van rust » is dan ook meer dan welkom.
Kinderspychologe Hedwig Stellamans-Wellens in De Standaard van 2 februari 1980 : « Wie kinderen tussen de 8 en 12 jaar verkeersrijp wil maken moet echter meer doen dan een aantal voorschriften in hun hoofdjes hameren. Je moet ze de situaties die zich kunnen voordoen leren interpreteren, je moet ze bijbrengen hoe je die verkeersregels in de praktijk brengt. En laat men daarvoor a.u.b. geen mini-verkeersparken gebruiken, dat zijn voor de kinderen speeltuinen zonder enig verband met de straatrealiteit ».
Overigens krijgen de meeste kinderen de eerste en de belangrijkste verkeersopvoeding van hun ouders. Maar vaak werkt dit averechts. Er wordt de kinderen een overdreven angst ingepompt, maar anderzijds lappen diezelfde prekerige ouders in het bijzijn van hun kroost de hele santeboetiek van verkeerslichten en zebrapaden grandioos aan hun laars. Ook hier geldt : woorden wekken, maar voorbeelden strekken !
DE AUTO, GEVREESD EN GELIEFD
De kleinste kinderen zijn natuurlijk de gemakkelijkste prooi voor het vierwielige gevaar. Zij hebben nog veel moeite met ruimtelijke oriëntatie. Zij halen links en rechts door elkaar, kunnen geen afstanden of snelheden schatten en de verkeerssignalisatie gaat letterlijk boven hun petje.
Ook als passief gebruiker zijn kinderen niet zo in hun sas met de auto. Vaak wordt een ritje hen voorgeschoteld als een vorm van ontspanning. Zij denken daar echter anders over. Ze worden immers steeds naar de achterbank verwezen en mogen daar ternauwernood hun mond openen. Vader of moeder achter het stuur wordt immers vlug nerveus.
Is een auto dan steeds zo’n gruwel voor kinderen ? Hoe komt het dan dat ze sneller de verschillende merken kunnen onderscheiden dan een onvoltooid verleden tijd van een voltooid tegenwoordige tijd ? Hoe komt het dan dat ze zich op zestienjarige leeftijd als gekken op een brommer werpen en wensen er achttien te zijn om over een rijbewijs te kunnen beschikken ?
Een auto, de mechaniek ervan en ook de glitter, spreekt dus wel tot de verbeelding van de kinderen. Maar dan liefst in rusttoestand. Een autokerkhof b.v. Kun je je een avontuurlijker omgeving voorstellen om wildwest- en gangsterverhalen te verzinnen ? « Martin liep dwars over het autokerkhof. Rechts en links van hem lagen hoge bergen oude auto’s en onderdelen. Helemaal achterin de hoek kroop hij tussen een paar verroeste vrachtwagens door en daar stond zijn auto, een rode Opel Kadett, die hij gezellig had ingericht. Er hing ook een kalender, net als bij Anton in zijn keetje en de achterbank was net zo comfortabel als zijn sofa, of misschien zelfs nog wel fijner. Hij had van alle auto’s de mooiste uitgezocht. Dat vond Anton ook.» (Gudrun Pausewang, En straks komt Emilio, uitgeverij Lotus, blz. 14).
Een kind op een autokerkhof ? Alleszins veel beter dan een auto op een kinderkerkhof…

90

GERT ZUALLAERT AAN HET LIJNTJE
« Zelfs de meest fanatieke automobilist zal wel eens winkelen of wandelen. Iedereen heeft dus baat bij een veiliger herinrichting van ons straatbeleid. Het mag dan immers reeds als een cliché klinken, het is er niet minder wààr om : tot heden heeft de auto altijd een voorkeursbehandeling gekregen ». Gert Zuallaert van de vzw Langzaam Verkeer heeft gelijk: in het verkeer is blijkbaar niet de mens, maar de auto de maat van alle dingen. En daarom is er nu een zogenaamde Voetgangersbeweging opgericht, waarvan zij de spreekbuis is. Aan haar dus de vraag hoe deze beweging is ontstaan…
Gert Zuallaert: Het is eigenlijk een samenwerkingsverband van plaatselijke initiatieven enerzijds en nationale organisaties zoals Brailleliga, Licht en Liefde, de Bond van Trein- Tram- en Busgebruikers enz. anderzijds. Het startschot werd gegeven door het Antwerpse Olympiacomité, maar zij zijn komen aankloppen bij Langzaam Verkeer omdat ze van oordeel waren dat de Voetgangersbeweging volledig binnen het ideeëngoed van Langzaam Verkeer paste. Vandaar dat wij nu de coördinatie verzorgen.
— En wat is dan dat ideeëngoed van Langzaam Verkeer?
G.Z.:
Met Langzaam Verkeer streven wij ernaar om de straten of zelfs het hele openbare domein zodanig in te richten dat er meer ruimte is voor voetgangers, fietsers en gebruikers van openbaar vervoer. We willen eigenlijk de verplaatsingsmogelijkheden voor iedereen gelijkwaardig maken. Dat houdt dus in: de veiligheid van alle verkeersdeelnemers waarborgen en het leefmilieu zo weinig mogelijk aantasten. En wij geloven dat dit voornamelijk moet gebeuren door de herinrichting van de straten. Verkeersborden geven namelijk wel een seintje, maar in de praktijk blijkt dat de meeste automobilisten zich daaraan niet houden. Men moet dus de straten zodanig heraanleggen dat zij automatisch hun snelheid moeten aanpassen, voornamelijk binnen de bebouwde kom.
— En dan is het inderdaad begrijpelijk dat een Voetgangersbeweging zich daarin kan herkennen. Alleszins is het cijfermateriaal waarmee u komt aandraven redelijk impressionant.
G.Z.:
De meest recente cijfers die bekend zijn geven voor 1986 het volgende resultaat voor de voetgangers: 322 dodelijke slachtoffers en 1.933 ernstig gewonden, waarvan er achteraf een aantal eveneens zijn overleden, en dan nog 4.196 lichtgewonden. Dat maakt dus 6.451 slachtoffers, alleen al in ’86. Daarbij kunnen wij niet nalaten de bedenking te maken dat dit cijfer heel wat hoger ligt dan bij zogenaamd spectaculaire rampen die dan voorpagina-nieuws vormen. Terwijl dit een jaarlijks terugkerende realiteit is.
— En niet enkel dat: het blijkt dat twee categorieën specifiek geviseerd zijn…
G.Z.:
De kinderen en de bejaarden, inderdaad. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk: kinderen moeten wel te voet gaan, veel andere keuzen hebben ze niet, ze zijn speels, ze kunnen de verkeerssituaties niet overzien enz. Bejaarden daarentegen kan men moeilijk aanwrijven dat ze speels zouden zijn, maar die reageren dan weer trager en worden op die manier gemakkelijk een prooi voor automobilisten.
— Om dat te voorkomen of alleszins in te dijken heeft u een eisenprogramma van zestien punten naar voren geschoven, kunt u er daarvan een paar toelichten ?
G.Z.:
Wat we heel belangrijk vinden is de obstakelvrije loopzone. D.w.z. dat de voetganger over een ruimte van minimaal 1,50 m zou moeten kunnen beschikken. Voor het Brusselse gewest bestaat er in dit verband reeds een K.B. uit 1985, dat echter nog te veel achterpoortjes openlaat. Als men die eruit zou kunnen halen dan zou dit K.B. best ook van toepassing kunnen zijn in het Vlaamse en het Waalse gewest. Wij vragen ons bv. ook af waarom vaste hindernissen zoals parkeermeters of verkeerslichten in de loopzone van de voetgangers staan… Een andere prioriteit is ongetwijfeld de snelheidsbeperking in de bebouwde kom. En daarnaast willen we ook aandacht voor gevaarzones. Nogal wat verenigingen van mindervaliden, vooral visueel gehandicapten, hebben zich bij ons aangesloten, maar wij willen geen specifieke eisen stellen op dat vlak, wij hanteren integendeel de filosofie dat als we voor de veiligheid van de zwakste weggebruikers zorgen, we meteen voor de veiligheid van iedereen instaan. Vandaar onze eis om gevaarzones herkenbaar te maken. Een typisch voorbeeld is een trap voor de metro, dat is een ware valkuil voor blinden.
Wie als individu of als groep zich tegen het imperialisme van de auto wil verzetten en wil aansluiten bij of meer informatie wenst over de Voetgangersbeweging, kan zich wenden tot Langzaam Verkeer, Vaartstraat 124, 3000 Leuven, tel. 016/23.94.65.

Referenties
Ronny DE SCHEPPER, Een kind voelt zich echt klein in het verkeer, De Rode Vaan s.d.
Jan DRAAD, Gert Zuallaert aan het lijntje, De Rode Vaan nr.8 van 1988

(*) Ik heb me voor dit bericht gesteund op de website van mijn steun en toeverlaat Alcide, maar ik vrees dat ik wat gas moet terugnemen als ik met mijn beeldspraak in dezelfde sfeer mag blijven. Volgens Wikipedia is hij “slechts” de eerste Amerikaan, ook al staat er op het herdenkingsmonument dat ter zijner ere op de plaats van het ongeval werd opgetrokken dat hij the first recorded motor vehicle fatality in the Western Hemisphere was, maar Wikipedia somt dan zelf reeds twee precedenten op: “However, the Western Hemisphere actually includes all land of the hemisphere west of Greenwich, and there were two earlier such deaths. Mary Ward was killed by a steam-powered car in Ireland during 1869, and Bridget Driscoll was a pedestrian, killed by a car on the grounds of the Crystal Palace, Sydenham during 1896.”
(**) Via Secura verspreidt drie mooie, handige en verstandige leerboekjes over verkeersopvoeding die zich achtereenvolgens richten tot de derde kleuterklas en de eerste twee leerjaren, het derde en het vierde leerjaar en tenslotte het vijfde en het zesde leerjaar. Voor meer inlichtingen wende men zich tot Via Secura, Robert Schumanplein, 9 bus 7, 1040 Brussel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.