Het is vandaag al 25 jaar geleden dat oud-Rode Vaan-redacteur Vic Van Saarloos is overleden. Hij was amper zeventig jaar geworden. Op weg naar zijn crematie reed mijn toenmalige vriendin hopeloos verloren, zodat we pas op het kerkhof arriveerden toen alles al achter de rug was. Ik had nog net de kans om mijn medeleven te betuigen aan zijn weduwe. Van de andere aanwezigen herkende ik niemand, tenzij… Jan Debrouwere.



Mosterd. Vi-Va-Sa. Het is eens iets anders dan politiek secretaris of federaal afgevaardigde. Vic Van Saarloos wàs dan ook anders. Nochtans was ook hij een Gerard Van Moerkerke-product, wat zijn carrière bij De Rode Vaan betreft. Het is immers bij hem dat Vic ging aankloppen in 1953 toen hij bij Mercantile in Antwerpen aan de deur was gevlogen.
Toch heeft ook vinnige Vic ooit nog een partijfunctie opgenomen. Gedurende één jaar (1956), in Antwerpen. Dat hoorde toen zo, veronderstellen we.
In 1959 werd hij daarbij ook nog vertegenwoordiger van het Chinese Persagentschap, wat gewoon inhield dat hij dagelijks een twintigtal lijntjes moest doorseinen. Maar lang heeft ook dat niet geduurd want belangrijke politieke verschuivingen hebben daar in 1963 een stokje voor gestoken.
Maar welk stokje werd er eigenlijk tussen Vic en De Rode Vaan zelf gestoken? Hij die zoals hij zelf zegt zijn hart heeft verpand aan De Rode Vaan “net of dat blad van mij zou zijn”…
Dat blijkt een lastige vraag te zijn. Vic staart een tijdje voor zich uit (worden wij te pathetisch als we schrijven dat we menen dat zijn ogen enigszins vochtig worden?) en springt dan plots recht. “Een ogenblikje!”
Op een wip is hij de kamer uit en we horen hem op de trap stommelen. Even later is hij er weer, gevolgd door zijn twee trouwe maar gecastreerde katers, en met twee boekjes in de hand. “Hier,” zegt hij en hij duwt ons volgend gedicht voor de neus:

USSR – PRAAG 8/68

Ooit heb ik U als denkend mens aanbeden.
Eens heb ik in het glazen huis geloofd.
Ooit werd me zelfs, om U, het brood ontroofd,
maar ik bleef staan, zoals mijn vrienden deden,
die vrij, als ik, hun vast geloof beleden,
de kaken hard en met geheven hoofd,
tot plots het laaiend koortsen werd gedoofd
en het “waarom” ontviel aan hen die streden.

’t Rebelse hart doorgloeid van spijt en
bitterheid en radeloze haat
en wenend als een man om uw verraad,
zag ik mijn droom in tweeën splijten.
Geen pijn, mijn vriend, kan harder bijten,
dan van de vaderhand die zinloos slaat.

Dat is een afdoend antwoord meent hijzelf en wij sluiten ons daarbij aan. Meer wil hij er dan ook niet over kwijt. “Laten we het liever over de positieve kanten hebben,” zegt hij en ook hiermee zijn we het eens.
“En wat was dat dan wel,” vragen we, “je meest positieve ervaring?”
Vic Van Saarloos: Dat was in Waterschei, tijdens de grote mijnstaking. Ik ben daarheen geweest samen met Jan Debrouwere op het hoogtepunt van de strijd. Wij verkeerden nog in de waan dat het maar intimidatiepogingen waren van de rijkswacht. Jan gebruikte zelfs de term “losse flodders”. Maar uiteindelijk zagen we ze naast ons vallen. Jan heeft er dan nog één opgeraapt en op de achterbank van zijn auto geduwd die dan op een wip met een grote plas bloed was bedekt.
Ik ben toen achtergebleven temidden van de traangasgranaten. Luister, dat zijn zo van die dingen die u bijblijven en die u inzicht geven in uw taak als journalist. Eén van die grote principes is volgens mij dan ook: zien wat er gebeurt, erbij zijn en er verslag over uitbrengen op zo’n manier dat de mensen inzicht krijgen, niet alleen in de politieke betekenis, maar in alles wat met het leven verband houdt. En daar is de politieke strijd een onderdeel van. Misschien het belangrijkste, dat kan wel, maar zeker niet het enige. Ik heb vaak de indruk gehad dat dit in de partij wel eens uit het oog werd verloren en opzij geschoven als zijnde gevoelsargumenten.
Nu, om terug te keren op Waterschei: zoals gebruikelijk bij een weekblad worden bepaalde bladzijden tamelijk lang op voorhand klaargemaakt. Zo ook mijn rubriek “Mosterd”. Het kon soms voorvallen, als ik met vakantie ging bijvoorbeeld, dat ik voor vier weken kopij afleverde, maar anderzijds gebeurde het ook dat onder de druk van de omstandigheden de journalist het haalde op de cursiefjesschrijver. En dan mocht er reeds een cursiefje gezet zijn (in lood was dat toen nog), dan werd dat toch nog uit het blad gehaald en vervangen door een op de actualiteit geënt stuk. Zo ook in Waterschei, waar ik op het laatste nippertje een stukje heb geschreven over een wenende rijkswachter tussen zijn schietende collega’s. Zoiets frappeert me dan. De menselijke dingen.
Het is dat soort zaken dat me doet zeggen: de schoonste stiel op heel de wereld is die van journalist, op voorwaarde dat je de dingen mag schrijven, zoals je ze zelf voelt, zelfs al bega je daarbij de grootste vergissing. Die vrijheid moet je hebben. De vrijheid om je te vergissen.
ENTERTAINMENT
– Ik kan aannemen dat zoiets inderdaad een piekbeleving is voor iemand die cursiefjesschrijver is, maar dan wel voor een blad als De Rode Vaan. Toch heeft u ook steeds gepleit voor louter vrijblijvende cursieve stukjes. Ook dàt moest en moet kunnen, heeft u herhaaldelijk gezegd.
Vic Van Saarloos:
Ik ben van mening dat een journalist geen louter informerende taak heeft. Hij moet weliswaar informatie brengen. Hij moet ook duiding brengen. Ik vind het nog steeds verkeerd dat men wel eens zegt dat hij louter de koude feiten moet brengen en de beoordeling daarvan aan de lezers overlaten. Als men immers voor een blad van een bepaalde partij werkt, dan is het niet meer dan normaal dat men de duiding brengt welke die partij voorstaat. Anders ga je maar voor een vrouwenblaadje werken.
Daarbij komt echter dat volgens mij de journalist de momenten moet weten uit te kiezen waarop hij, bij al het zware politieke proza dat hij de lezer heeft voorgeschoteld – en dat geldt dan vooral voor De Rode Vaan – wat lichtere kost opdient. Want wat is een politieke partij? Een politieke partij is nog altijd een strijdformatie, dat wil zeggen dat ze bestaat uit strijders of militanten, die recht hebben op verpozing. In de Tweede Wereldoorlog werd dat zeer goed begrepen door de Amerikanen die ervoor zorgden dat hun G.I.’s geregeld werden bezocht door de grote showbizzvedetten, die aan het front entertainment kwamen brengen. Vandaar dat ik vind dat, wanneer je de militanten elke dag de baan opstuurt met pamfletten, ’s morgens vroeg naar de fabrieken, ’s avonds laat nog vergaderingen bijwonen of sympathisanten bezoeken, dat die mensen dan recht hebben op een beetje verpozing in hun krant.
Dat was de functie van mijn rubriek “Olie en Azijn”, als ik het goed heb nog een geesteskind van Jan Debrouwere. Tegenwoordig moet dit min of meer opgevangen worden door de “minibrokjes”, maar volgens mij komen die niet meer op dezelfde manier op de lezer over (want ik lees nog altijd De Rode Vaan). In die “minibrokjes” vind ik de poging terug, die destijds gebeurd is om de zeer populaire rubriek die “Olie en Azijn” was geworden opnieuw te politiseren. Om de steller van die rubriek ervan te overtuigen dat, nu die rubriek populair geworden was, daarin een middel moest worden gevonden om opnieuw de politiek daar in te voeren om die zo de lezer in te lepelen. Ik heb de indruk dat dit bij de “minibrokjes” ook zo het geval is. Men verdrààgt nog wel een ludieke zinswending, maar de hoofdzaak moet blijkbaar zijn: politieke commentaar brengen.
Ik zeg niet dat men daar moet van afstappen, maar dan zou er wel ergens anders in De Rode Vaan een rubriek moeten zijn die – waarom niet – gewoon gek, plezierig of op z’n Aantwaarps “plezaant” is. Er zijn genoeg mensen in de Communistische Partij die van leuke dingen houden. Die eens graag een goeie mop horen en die niet van oordeel zijn dat De Rode Vaan van de eerste tot de allerlaatste bladzijde dof en grijs moet zijn en bol staan van de ernst. Ik vind dat er tenminste één bladzijde of twee en als het kon drie bladzijden aan iets luchtigers zou mogen worden besteed.
– Dan bent u ook wel de geknipte persoon om nog enkele andere ludieke figuren die ooit op De Rode Vaan hebben gewerkt uit het donker te laten oplichten…
Vic Van Saarloos:
Een figuur die mij onmiddellijk voor de geest komt en die zich de laatste jaren een zekere reputatie heeft bijeen geschreven als een grote verdediger van het Antwerpse dialect, is oud-redacteur Jack De Graef. Die had lange tijd een rubriek die heette “Korte Wapper” of “Kleine Wapper”, ik wil er vanaf zijn. Dat was zo rond 1956-57.
EEN GRAPJAS IS NOOIT ALLEEN
Vic Van Saarloos: Andere vrolijke of plezierige figuren moet je wel met een loep gaan zoeken op De Rode Vaan. Ik denk nog aan iemand, die destijds een fantastisch spitse pen had, maar met zijn huidige functie zal hij het misschien niet zo leuk vinden dat ik hem in het rijtje der ludieke figuren rangschik, want het betreft Jan Debrouwere. Net als Jack De Graef een grote jazzliefhebber overigens. Ik bewaar aan het plezierige proza van Jan de beste herinneringen en daar sta ik zeker en vast niet alleen mee. Ik ben er dan ook van overtuigd dat Jan in de grond van zijn hart daaraan met een zekere fierheid zal terugdenken, omdat hij op die manier een aantal mensen gelukkig heeft kunnen stemmen.
Vic Van Saarloos beklemtoont tot slot nogmaals het belang van humor in een blad: “Tenslotte zijn de lezers van De Rode Vaan meestal mensen die een hele week in de fabriek of op de werf of weet ik veel waar hard hebben gewerkt, die na hun uren nog veel tijd besteden aan partijwerk en die dan toch recht hebben op een paar amusante zaken, waarop zij overigens bij het colporteren kunnen wijzen. Want het is toch eerst dàt waarmee je bij de mensen moet afkomen om je waar aan de man te brengen. Ik zeg altijd: een grapjas is nooit alleen. En dàt is de verpakking waarmee je het geheel van de politieke informatie moet omgeven om bij de mensen het verlangen te doen ontstaan om méér te willen weten. Misschien draait de gebalsemde Lenin zich nu om in zijn mausoleum, maar ikzelf grijp liever naar een publicatie waarin iets leuks staat dan naar één die van de eerste tot de laatste letter droge koek is. Dan moet ik me echt forceren. Om met een ander blad te vergelijken, zou ik bijna durven zeggen: de Humo’s waarin Kamagurka het meeste kotst, daar heb ik ook de meeste artikels in gelezen!”
WIJ HADDEN DAAR HOEGENAAMD GEEN BELANGSTELLING VOOR
Het is inderdaad merkwaardig dat de KP op dergelijk vlak soms katholieker probeerde te zijn dan de paus. In een licentiaatsverhandeling uit 1980 haalt Marniks Puype bijvoorbeeld de negatieve houding tegenover rock’n’roll aan als één van de redenen waarom de oplage van “De Rode Vaan” uiteindelijk zo klein werd dat men van een dagblad naar een weekblad moest overschakelen.
Toen ik n.a.v. “20 jaar Sgt.Pepper’s” er “De Rode Vaan” van 1967 op navlooide, bleek dat het uitbrengen van deze monumentale elpee de redactie totaal ontgaan was. In hun plaats treffen we Jacques Raymond, Hugo Dellas, Rina Pia, Lize Marke en andere Ronny Temmers aan. Hoe was dat mogelijk? Ik stelde toen ook deze vraag aan Vic Van Saarloos, die weliswaar niet de leider van de cultuurrubriek was (dat was Maarten Thijs, maar die had alleen aandacht voor literatuur en plastische kunst), maar die in zijn hoedanigheid van cursiefjesschrijver het later bijvoorbeeld toch over Miek en Roel zou hebben…
Vic Van Saarloos: Och, wij hadden daar hoegenaamd geen belangstelling voor. Maar dat was in feite al een vooruitgang, want in de jaren vijftig hebben we werkelijk nog vurige pamfletten geschreven tegen Elvis Presley en zo. Dat is bij mijn weten in het geval van The Beatles nooit gebeurd.
Jaren later vind ik in mijn documentatie een artikel van Vic over “het schrijnende gebrek” (titel) aan “folk & protest”. Het is eveneens geschreven in 1967 en dat n.a.v. een “folk en protest song avond”, georganiseerd door de Jongsocialisten, Kultuur Opbouw en het Fakkeltheater, dat tevens het decor bood voor deze avond.
Vic schrijft: “Er was inderdaad veel goeds. Lode Van Hauwaert en zijn Krikskes brachten ontroerende en frisse vertolkingen; Johnny Walker kopieerde niet onaardig de zangstijl van Bob Dylan; de bevallige Chris Van den Wyngaerde kwam ons een tiental minuten heftig aan Joan Baez herinneren (en dan bedoelen we daar helemaal niks pejoratiefs mee!); havenarbeider Lode De Ceuster vergoedde zijn gemis aan plankenvastheid ruimschoots door snijdende teksten (o.m. zijn ‘Yankee, go home!’) en een gave, zij het ietwat vlakke interpretatie; Wannes Van de Velde deed erg volks en gesmeuïg (blijkbaar een neologisme, want niet in Van Dale, RDS); Fabien Collin bewees van alle deelnemers het best de eigentijdse protest-songstijl te beheersen en vergastte zijn gehoor op hartige brokken rauwe poëzie en pittig gebrachte leukdoenertjes; Bob Edwards (uit Kent) kweelde lang niet gek en de Campgroundsingers (Dendermonde) rondden het geheel af met voortreffelijk vertolkte volksliedjes. Een mooie groep (één dame, vier heren) met kan op een mooie toekomst, als u het ons vraagt.”
Dat laatste pronostiekje is niet helemaal uitgekomen, maar dat kan de besten overkomen, geloof me, ik weet waarover ik spreek.
“Algemene indruk?” vraagt Vic aan zichzelf en het antwoord luidt: “Prijzenswaardig, maar niet om van te gillen. Want vooral één ding trof ons geweldig: het schrijnende gebrek aan een eigen visie op het gebeuren in eigen land.”
“Zeker,”
gaat Vic verder, “het is een fraai ding als liederen zoals ‘Joe Hill’ (Krikskes) en ‘Blowing in the wind’ en ‘Times are changing’ (Chris Van den Wyngaerde) gepopulariseerd worden. Maar naast dié dingen is er ook nog Zwartberg, is er ook nog Leuven, is er ook nog Vanden Boeynants en zijn koepelwet, is er ook nog de strijd voor de vrede. Dat geen enkel van dié onderwerpen het thema van een protestlied uitmaken, is in feite bedroevend. Het duidt onmiskenbaar op politieke onmondigheid en beperkt de zangers tot interpreteren of gewoonweg naäpen van wat elders werd gemaakt.”
NULNUMMER
Vic Van Saarloos reageerde in de (oude) Rode Vaan nr.46 van 1988 ook uitgebreid op het nulnummer van de (nieuwe) Rode Vaan dat ondertussen werd verspreid…
Toen ik vorige zaterdag, nieuwe RV in het handje, met de opmerking « ze oogt goed » mijn gloednieuwe indruk te kennen gaf, luidde Jo Clauwaerts onbegrijpelijke repliek: « Hoezo? Oogde de ouwe RV dan niet goed misschien ? »
Met dit genre van « dialectisch » denken heb ik het ontzettend moeilijk. Ik hoop dat vriend Jo er inmiddels achter is gekomen dat zijn verdedigingsreflex volstrekt niet ter zake was en dat ik, reine kinderziel, enkel bedoelde wat ik zei, namelijk dat de nieuwe RV goed oogt, m.a.w. er tof uitziet, fris overkomt, prettig nieuw aandoet. Tot daar mijn proeve tot opheldering eens misverstands.
Maar dan nu de steen des aanstoots zelve. Meer in het bijzonder de rubricering.
Ik zeg niets over wat het proefnummer biedt, wel iets over wat het NIET bevat. Ik bedoel: wat ik erin mis. En dat is, om te beginnen, een lezersrubriek. Moet erin, beslist. Natuurlijk kon je die nu nog niet geven maar je moet er in de toekomst wel plaats voor inruimen. En liefst met redactiecommentaar. John Kennes’ brief in RV nr.43 bijvoorbeeld smeekte er haast om…
Dan: een bij voorkeur badinerend Jan-Draadstukje. Marginale figuren van linkse signatuur en zelfs rechtse rakkers moeten over dit soort tribune of uitlaatklep kunnen beschikken. De voorstelling hoeft niet per se dezelfde te wezen en zelfs dat flauw aandoende Jan Draad hoeft voor mij niet per se.
Vervolgens constateer ik de verdwijning van de rubrieken AKTIVARIA, PARTIJLEVEN, AKTIEF en KRUISWOORDRAADSEL, samen een aantal dingen die bepaalde lezers om specifieke redenen aan het blad binden. De liquidering van deze rubrieken lijkt mij een vergissing. Zeker, het hele kind met het badwater weggooien doe je niet, maar je draait het wel een beetje uit heb ik de indruk. Vooral waar het om de stukjes van enkele lokale correspondenten gaat. Jongens als Jos De Geyter en Willy Minnebo zullen niet zo gelukkig zijn met die amputatie, durf ik wedden. Maar goed, jullie zullen wel enkele afdoende redenen kunnen aanvoeren. Enerzijds voel IK er voor, de enkele correspondenten die we nog hebben in de watten te leggen, maar anderzijds gaan jullie precies van dit geringe aantal uit om ermee op te houden (omdat het te sterk onze armoe illustreert?). Ook een visie natuurlijk, met in elk geval als gevolg dat ze ondergetekende een wekelijkse klus uit handen neemt… Ze bespaart jullie bovendien moeite om een CORRESPONDENTENKAART 1989 in gereedheid te brengen. Waartoe zou die ook nog dienen, zeg nu zelf…
Verder zal kruiswoordraadselsamensteller Leo Oostvogels nog enkel aan het tijdschrift VREDE zijn talenten kwijtkunnen. Hopelijk wordt het de brave ziel niet wit en zwart voor de ogen als hij in het RV-proefnummer zijn schielijke dood ontdekt.
Vermits ik nu toch op de licht sarcastische toer ben gegaan : kunnen ze of MOGEN ze niet meer lachen daar bij jullie? Ik mis HUMOR, jongens! O ja, het genre is verre van gemakkelijk, maar Ronny De Schepper en Flup Delmotte moeten dat aankunnen. Elk tijdperk baart zijn Kronkel, zijn Boontje, zijn Mosterd (de eerste twee zijn wijlen, de derde zo goed àls). Dies, mijne heren, beste vrienden, laat een nieuwe Schepper of Filippus opstaan en geef de RV-lezer zijn kursiefje weer, zijn gemoedelijk stukje, zijn losjes uit het polsje geschudde babbel, zijn rubriekje met het heel eigen snuit-werk. Ronny is de man die ’t kan, en ook Delmotte mag er niet voor terugdeinzen. Dwing ze er desnoods toe! Of zoek iemand die op zo’n gelegenheid zit te wachten. Jullie hàdden er trouwens één, een tijd geleden. Om de halve of hele maand zou een stukje van zijn hand verschijnen, zo werd toen aangekondigd. Maar meer dan drie of vier stukjes las ik niet van die man. Hij kreeg niet eens de tijd om zijn « draai » te vinden. Of die stukjes niet naar de zin van de redactie dan wel het allerlaatste uitkrabsel uit des schrijvers inspiratiepot waren geweest, hebben we nooit mogen vernemen. Er volgde geen boe en evenmin een ba vanuit het gebouw aan de Lemonnierlaan. Wat nu ook niet bepaald netjes was, dacht ondergetekende toen een tikkeltje verdrietig. Maar goed (snif), het leven gaat voort, we krijgen een nieuw blad, dus hop, de hersentjes gepijnigd. Wat hoort er NOG in of zou er niet in misstaan? Een DISCUSSIETRIBUNE uiteraard, maar dan liefst een PERMANENTE, waarin iedereen zijn zeg moet kunnen hebben, vanaf knalrood alover ingetogen geel tot blokkerig zwart. En met de bedoeling de lezer uit zijn tent te lokken, de redactie fungerend als moderator… Hoe zo’n ding eruit moet zien, laat ik aan jullie over te beslissen. Maar het moet kunnen. Vind ik althans.
Verder zou ik wel naast of onder ELKE foto bron of maker vermelden en bijzonder veel aandacht besteden aan de taalfouten. Bier wordt nog altijd gebrouwEN en niet gebrouwD (zie p.13, par.1, 5de regel) en als « vele kinderen samen met hun familie » in een demonstratie liepen, dan hebben ze « betoogD » en niet « betoogT » (zie pag.32, 3de kolom, par.2, 11de regel). In de rest van het proefnummer vloekt nog wel zo een en ander maar ik wil het hier bij laten.
Tot slot nog een blik in het rode verleden. Er was een tijd dat, telkens wanneer de redactie een specifiek onderwerp behandelde, enkele weken bij voorbaat de partijfederaties van dit voornemen op de hoogte werden gesteld. De politieke verantwoordelijke(n) kon(den) dan een regeling treffen met de afdelingen met het oog op de organisatie van een colportage. In hoeverre partijstructuur en -effectieven soortgelijke werkwijze nog mogelijk maken, is mij volkomen onbekend.
Dit moet het dan wezen. Dieper wroetende politieke beschouwingen laat ik aan de specialisten ter zake. Wel zou ik het mooi van ze vinden als ze tot het inzicht kwamen dat de weinige ARBEIDERS die nog aan onze kant staan en de RV trachten te lezen, het vaak heel moeilijk hebben met sommige bijdragen van filosofisch en economisch geschoolde medewerkers. Meer wil ik hier niet over zeggen.
MIJN GEWETEN BEGINT OPNIEUW TE KNAGEN
Op 3 maart 1989 schreef Vic me de volgende brief:
“Broeder,
Ik vernam dat je de brui eraan gegeven hebt. Je goed recht, natuurlijk. Maar wel ontzettend jammer: én voor de RV én voor mezelf.
Getalenteerde mensen die op de RV willen werken, lopen niet zo dik gezaaid. Als ze dat dan toch doen, vind ik daar een dubbele vreugde in: ze trekken het algemene niveau van de krant omhoog en ze sussen mijn geweten…
Als ze naar de RV dag wuiven met het handje, is ook het verdriet dubbel: het peil van het blad daalt en mijn geweten begint opnieuw te knagen… Maar dat is vanzelfsprekend mijn probleem.
Hopelijk vind je in je nieuwe werkkring een zelfde voldoening als het schrijven voor de RV je ooit verschafte. Want weet, broeder, dat op de hele rotwereld geen mooier vak bestaat dan dat van journalist. Mogelijk moet je – zoals ook ik het heb gedaan – het vak eraan geven om dat ten volle te beseffen.
Je had een goeie pen, De Schepper. Je hebt me vele vreugdevolle momenten bezorgd. Daar blijf ik je dankbaar voor.
Het ga je goed.
Je zeer toegenegen en je graag gelezen hebbende Vic”

Referentie
Ronny De Schepper, Vic Van Saarloos: “Leuke dingen voor de mens”, De Rode Vaan nr.18 van 1981

Een gedachte over “Vic Van Saarloos (1924-1994)

  1. Ik ben in het bezit van 2 (lange) brieven van Vic Van Saarloos uit 1949, ingesloten in zijn dichtbundel “OUDE THEMA’S) uit hetzelfde jaar.

    Hij schrijft aan mijn vader (dichter Bert Decorte) uitvoerig over zijn eerder werk en verdedigt de stelling dat litteratuur en kunst in het algemeen anti-bourgeois moet zijn en valt schrijvers zoals Karel van de Woesteyne zwaar aan omdat zij zich niet in de sociale strijd gooien.Enkel L.P. Boon krijgt genade.

    Hij kan ook (met mijn vader) geen vriendschap blijven onderhouden als het engagement voor een andere maatschappij niet wederzijds is.
    “Het woord is hard, maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat ik in U een “vijand” zal blijven zien.”
    Ik heb geen spoor van de reacties van mijn vader en ben benieuw of die ergens op te sporen zouden zijn.

    MVG Paul De Corte / Brugge 050 67 83 31

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.