De Nederlandse “cabaretier” (een woord dat hem eigenlijk onrecht aandoet) Freek De Jonge viert vandaag zijn 75ste verjaardag. In de jaren zeventig en tachtig was ik een grote fan en daarvan bracht ik ook geregeld verslag over uit in De Rode Vaan. Op het einde vond ik wel dat de domineeszoon zich een beetje al te zeer als zijn vader ging gedragen en ik denk dat hij op die ingeslagen weg helaas is verder gegaan, maar anderzijds bewijst zijn grote hit “Er is leven na de dood” dan weer dat hij toch nog over het nodige relativeringsvermogen beschikt…

In zijn derde soloprogramma zal Freek De Jonge zich op de scène verhangen. Sneu natuurlijk voor degenen die reeds reserveerden voor de tweede voorstelling, maar kom, misschien valt er ergens anders nog wat af te lachen : een trapezist die de sprong mist, een geëlektrocuteerde gitarist, een gestenigde profeet, een doodgemartelde vakbondsmilitant… Niet getreurd, er is nog heel wat leed in de wereld dat de anderen tot vermaak kan strekken.
Hiermee zou men het eigenlijk kunnen stellen als recensie voor « De Tragiek », maar u verlangt nog wat meer voor uw geld en dat krijgt u. Hoever kan Freek nog gaan op scène ? Hij heeft zich tweemaal symbolisch verhangen, overhoop laten rijden en zich in een gesticht laten opsluiten om zijn gestoorde stiefbroer te kunnen zien. En dan is er nog de dode baby die hij tot leven moet wekken, wat ook gebeurt, maar waarna hij hem prompt weer het zwijgen oplegt.
Is er een tragiek zonder een komiek ?„ stond er (zogezegd?) op een briefje dat vanuit de zaal naar Freek werd gegooid. En inderdaad, men kan het zich afvragen als men vaststelt hoe vaak het nog lachen, gieren, brullen geblazen is in de zaal. Er zitten natuurlijk een hoop grappen en grollen in en schitterende theatervondsten, maar who cares ? Want hoever kan Freek nog gaan met die Spielerei met de dood ? En met zijn masochistisch getinte zelfkastijding ? Hij komt nu reeds in blote billen op, van die kant uit valt dus ook niks meer te verwachten. Hoever kan…
Alhoewel… die baby… die is niet dood te krijgen… hij huilt, dat wel, maar sterven is er niet bij. (Ronny De Schepper in De Rode Vaan nr.10 van 1981)
Na « De Tragiek » vroegen we ons af wat De Jonge in zijn « queste », naar de zin van het bestaan in een volgend programma zou doen : zelfmoord plegen misschien ? De Jonge heeft in “De Mars” deze stap echter overgeslagen. De rebel anno 1968 in hem heeft hij inderdaad het zwijgen opgelegd en hij is gezwind over de slagbomen van het hiernamaals gewipt om zelfs nog op aarde reeds vergeestelijkt te worden. De slotscène is daarvoor zeer relevant : een menigte demonstreert op straat om een gevangen gezette De Jonge weer vrij te krijgen. Hij maakt echter hierbij de bedenking : zien ze dan niet in dat ik eigenlijk vrij ben en zijzelf gevangen zitten ?
Zelfs « Het Laatste Nieuws » merkt hierbij op : « Een wat beangstigende vrijheid in een tijd van geweld en oprukkend fascisme, chaos en massacultuur ». Zware kost dus, die ons die rebellen anno 1968 zijn gebleven, normaal op de maag zou blijven liggen. Ware het niet dat De Jonge nog steeds een immense theaterprésence bezit. En dat er nog mag worden gelachen. En véél. Een aanrader dus. (Ronny De Schepper in De Rode Vaan nr.2 van 1983)
« In “De Mythe” vertel ik de avonturen van een spinnenfamilie, die wordt opgezogen in een stofzuiger. En elke dag proberen zij via de slang, het licht te bereiken. Daar waar er een veel kortere weg is : het ledigen van de stofzak. Als de stofzuiger wordt geleegd klampen ze zich op vaders advies in de zak vast, in de overtuiging anders in de hel te komen. Een van de zoons houdt zich op een dag niet goed vast en ontdekt dat de wereld buiten geen hel is, maar de vrijheid. Vader spin hakt echter liever de pootjes van zijn zoon af dan dat hij van zijn overtuiging afstapt. Hij blijft de smalle weg verkiezen in plaats van zich mee te laten voeren op de brede baan.
Na verloop van tijd is het verhaal van die spinnen de realiteit geworden van een andere groep, die daar een beetje meewarig tegenaan kijkt. Bekijk onze situatie. Wij zitten met zijn allen in de stofzak. En wij vinden de uitweg niet. Alles is vandaag de dag zo materieel geworden en zo consumptief. Dat is de bloedarmoede van deze tijd. Er is geen plaats meer voor verhalen. Angst en defaitisme zijn gigantisch geworden. Dit is een decadente, doodbloedende tijd. Mijn optimisme is dat over een eeuw of drie mensen meewarig zullen zeggen : hoe konden zij zo blind zijn ?
»
In de ogen van Freek De Jonge zijn we blijkbaar niet enkel blind. maar ook goed doof. Niet alleen vertelt hij deze overduidelijke parabel zeer expliciet geïsoleerd op het einde van de voorstelling, maar de duiding geeft hij er ook nog woordelijk bij. En dat hoefde toch eigenlijk niet. De voorstelling als zodanig was daarvoor toch wel duidelijk genoeg.
Dit nadrukkelijke slot mag echter ons enthousiasme niet drukken. Er valt evenwel nog bitter weinig te zeggen over de theatrale capaciteiten van De Jonge zelf zonder in superlatief gezeur te vervallen.
Wat te zeggen over zijn inlevingsvermogen (de trieste clown, de cowboy-hulpverlener) ? Zijn magistrale aanwending van muziek (Orff, Dylan)? Zijn improvisatietalent (over het gebeier van het Belfort dat alle NTG-voorstellingen stoort of over de twee oudjes in de loge : zijn jullie niet die uit de Muppet Show ?)? Zijn beeldend vermogen (je gaat bijna geloven dat zijn vrouw en kinderen met wie hij relativerende gesprekken voert ook echt aanwezig zijn)?
Mag je dan omgekeerd gaan zeuren over een paar truukjes die we nu stilaan wel door hebben (zoals het steeds terugkeren van bepaalde zinnetjes, « jammer dat ik mijn fototoestel niet bij me heb » en « een fout die hulpverleners ook vaak maken », of grappen over joden en gastarbeiders die nadien tegen de lachers worden uitgespeeld)? Dat zou evenmin passend zijn.
Laten we het dan slechts hierop houden. Op een persconferentie gaf Freek ooit toe dat hij bezig was met als een luchtballon van deze aarde op te stijgen en dat o.a. zijn vrouw uit alle macht aan de mand rukte om hem op de grond te houden. Gezien dat moraliserend gespin, zouden wij zo zeggen : blijf rukken, jongedame, en als het moet, komen we je desnoods ter hulp… (Ronny De Schepper, “De Mythe”: de ballon en de zak, De Rode Vaan nr.52 van 1983)
En tenslotte zagen we ook nog « De goeroe en de dissident » van Freek De Jonge. Tot aan de pauze waren we ook hier totaal overdonderd door enerzijds het vakmanschap en anderzijds de ongecompliceerde humor. Daarna bleef enkel het eerste omdat het tweede (zoals kon worden gevreesd) moest plaatsmaken voor het prediken dat De Jonge naar vaders aloude gewoonte niet kan laten. Toch zorgden de aanwending van het ingenieuze decor en van prachtig gekozen muziek (van Mahler) nog voor een adembenemende voorstelling. (Ronny De Schepper in De Rode Vaan van 13 januari 1989)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.