De Franse auteur Jean Rouaud (foto YouTube) werd geboren te Campbon op 13 december 1952. Na het lyceum, een episode die sterk aan bod komt in zijn werk, studeerde hij wetenschappen en letterkunde aan de universiteit van Nantes. Om dan aan een grillige beroepsloopbaan te beginnen: pompbediende, verkoper van encyclopedieën, bediende in een boekhandel, om tenslotte gedurende zeven jaren een krantenkiosk uit te baten te Parijs, rue de Flandre 101, 19de arrondissement. Maar ondertussen schreef hij… Met het voornemen een familiekroniek in een trilogie te gieten. Het zullen uiteindelijk vijf boeken worden. En al met de eerste roman was het raak…

In 1990 verscheen ‘Les champs d’honneur’ (‘De velden van eer’). Meteen goed voor een verkoop van 600.000 exemplaren én voor de prestigieuze Prix Goncourt. En al vlug vertaald in dertig talen. De lezer maakt er kennis met de familie van Jean, vooral met zijn vader lange Joseph die in het verzet zat, zich als handelsreiziger uitsloofde voor zijn gezin; met zijn ooms, zijn te godsvruchtige tante Marie, neef Rémi. Dit alles in een saus van humor, vaak hilarisch maar meestal met knipogen en vooral zeer erudiet met talloze verwijzingen. Rouaud is een belezen schrijver die ons meevoert doorheen de wereld van kunst, literatuur, wetenschap, godsdienst, bijgeloof en traditie; maar het klinkt nooit opzettelijk, hij strooit het met een lichte monkellach rond. Terwijl de ernst van het gebeuren op de achtergrond aanwezig blijft. Uiteraard, want de eerste wereldoorlog, het gifgas (gruwelijke beschrijving!) dat de ooms Pierre en Emile fataal wordt, de bombardementen waaraan Jeans moeder Anne nauwelijks ontsnapt, grappig is dit allerminst. En toch weet Rouaud een glimlach tevoorschijn te toveren.
Dat houdt hij vol in het tweede boek, ‘Des hommes illustres’ (1993) (‘Illustere voorgangers’) dat hoofdzakelijk opgebouwd is rond het plotse overlijden van zijn vader Joseph die, naast zijn rondreizende baantjes, vooral een winkel in aardewerk en porselein en geschenkartikelen uitbaatte in Random (fictief plaatsje dat staat voor Campbon, de geboorteplaats van Rouaud). Een hartaanval velde hem op 2de kerstdag 1963, Jean was elf jaar. In dit boek groeit lange Joseph, toch opnieuw met de nodige humor, uit tot een quasi mythische figuur. Zoals hij bijvoorbeeld weet te ontsnappen uit het konvooi wanneer hij opgeroepen is voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. En de jaren erna, ondergedoken in een boerderij en actief in het verzet. Maar al zijn avonturen rondreizend, kreunend onder valiezen vol koopwaar, geliefd door iedereen, bekend in de ganse streek, klopt het allemaal? De kleine elfjarige Jean, de inmiddels al veel oudere schrijver, hij put tenslotte uit vage verre herinneringen. We zullen moeten wachten op het vijfde boek om enige ‘correcties’ te vinden, hoewel correcties…?
‘Le monde à peu près’ (1996) (‘De wereld bij benadering’) behandelt vooral het leven van de jonge auteur zelf. Zijn puberteit, de jaren in de kostschool, het lyceum van Sant-Cosmes, de jaren aan de universiteit. Zijn escapades op de solex. Met zijn bijziendheid als, vaak hilarisch, centraal bindmiddel. En een figuur als de controversiële Gyf, rebel, would-be filmmaker en meisjesversierder, als komische rode draad. Hijzelf treedt naar voren als een wat tragische figuur, eenzelvig, eenzaam, zoekend. Een mooi portret, enerzijds triest, anderzijds zoals steeds met de nodige humor erin verweven. Een antiheldenroman die ons een diepe psychologische blik gunt op de ontwikkeling van Rouaud, van knaap tot jongvolwassene. Tegen de achtergrond van een opstandige jongerenmaatschappij, hij strompelt hilarisch 1968 voorbij…
Voor de titel van het vierde boek gebruikte hij wat genoteerd stond op een asbak die als pr-geschenk werd gegeven in de winkel van zijn ouders: ‘Pour vous cadeaux’ (1998) (‘Voor al uw geschenken’). Deze roman is gewijd aan zijn moeder Annick Brégeau, die in de vorige boeken ten tonele kwam onder de naam Anne Burgaud. “Ze zal deze regels niet lezen”. Zo begint het werk, inderdaad zij is overleden in 1996, leukemie. Nadat zij dertig jaren gezwoegd heeft om in haar eentje de grote winkel draaiend te houden. En zij in de eerste boeken, in tegenstelling tot de vader lange Joseph, nauwelijks aan bod kwam, zelden vermeld werd. Eerherstel dus? Ja maar met de nodige afstand en scherpte. Zij was niet de koesterende moeder, dat heeft hij gemist. Natuurlijk het duurde lang eer zij het plotse voortijdige verlies van haar echtgenoot te boven kwam, en daarna was er de financiële zorg voor het gezin met drie jonge kinderen. Maar desondanks. Hij analyseert, plaatst haar binnen haar familie als jong meisje, haalt herinneringen op met het gezin. Om tenslotte een schrijnend beeld van het stervensproces, leukemie, te schetsen. En ontroerend over haar dood te schrijven.
Eerherstel van de moeder? In het vijfde, laatste boek ‘Sur la scène comme au ciel’ (1999) (‘In de hemel zoals op aarde’) krijgt zij de kans zich te verdedigen. Het eerste deel van deze roman is een dialoog, of veeleer zijn het telkens naast elkaar staande monologen van (de dode) Annick Brégeau en Jean Rouaud. Zij corrigeert waar hij voorheen fouten schreef, wijst hem er op dat het blootleggen van intimiteiten van de familie niet steeds aangenaam was voor haar vooral gezien haar positie als zakenvrouw in een klein stadje. Zij situeert hààr herinneringen, commentarieert de zijne. Hij gaat niet echt in de verdediging, heeft het vooral over het proces van het schrijven… Een mooie vondst om op deze wijze een en ander recht te zetten. In het tweede, korte, deel beschrijft Rouaud haar begrafenis – pijnlijk én komisch. Tenslotte volgt een ‘herziening’ van de biografie van zijn vader: meerdere vrienden van vader Joseph tikten de auteur na het verschijnen van de eerste boeken op de vingers, het beeld van zijn vader was te beperkt, wat wist hij als elfjarige toen zijn vader stierf werkelijk over de man… Zodoende verwerkt hij hier enkele anekdotes, verhalen, maar wat blijkt: een wezenlijk verschil maakt het niet, het beeld van de vader zoals voorheen geschetst, blijft overeind. En Rouaud zegt te weigeren detective te spelen, alles uit te puzzelen; ja het geheugen is misschien feilbaar maar de verbeelding en de intuïtie zijn dan zoveel belangrijker. De roman besluit met een hommage aan de liefde die moet bestaan hebben tussen het ouderpaar, liefde waaraan hij in de romans te weinig aandacht besteedde omdat hij er geen besef van had. En wat een hommage als hij nog eens voor hun gezamenlijk graf staat waar hij ooit alleen zijn vader trof: “Zo stond ik daar dan voor het eens zo vertrouwde graf, ik de kampioen van de dialoog met de doden, de sjerpa van de tocht door de duisternis, en pijnigde me af om iets te verzinnen dat ik tegen hen kon zeggen en dat precies goed zou zijn, iets vriendelijks, een woord, een zin, een blijk van mijn erkentelijkheid, mijn genegenheid. Die zoon die het zo vaak over jullie heeft gehad, die jullie zo vaak heeft gebruikt of jullie wilden of niet, die jullie op handen heeft gedragen hoger dan zijn armen reikten, hij die graag iets anders tegen jullie zou willen zeggen, iets dat woorden zou overstijgen, nu stond hij daar en was, het toppunt, sprakeloos.”
De romans zijn uitgeven door ‘Les Editions de Minuit’. In het Nederlands door ‘van Oorschot’ in een vertaling van Marianne Kaas (ook gebundeld onder de algemene titel ‘De velden van eer’). Uiteraard zijn ze uitstekend apart te lezen maar ongetwijfeld verdient het epos een volledige lectuur. Jean Rouaud publiceerde hierna nog ‘La femme promise’ (2009). Hij werkte ook voor theater en film, publiceert columns, en schreef teksten voor o.m. Johnny Hallyday en Juliette Greco.        

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.