Vandaag is het 65 jaar geleden dat de Pools-Frans-Amerikaanse klaveciniste Wanda Landowska is overleden. Alhoewel haar musicologische opvatting op dit moment geen aanhangers meer heeft, is ze toch belangrijk voor de herwaardering van de oude muziek in het algemeen en die van het klavecimbel in het bijzonder…

Wanda begon als vierjarige piano te spelen. Ze volgde les aan het conservatorium in Warschau (de Frédéric Chopin Muziekacademie) en bij Heinrich Urban in Berlijn. In 1900 trouwde ze in Parijs met de Poolse volkskundige Henri Lew. Zij verdiepten zich in oude muziek en schreven samen het boek Musique ancienne (1909). Landowska gaf van 1900 tot 1912 pianoles aan de Schola Cantorum de Paris, waar onder leiding van Vincent d’Indy bijzondere aandacht bestond voor oude muziek. Haar belangstelling werd in het bijzonder gewekt door de mogelijkheden van het klavecimbel, waarop ze in 1903 haar eerste recital gaf. Daarmee zorgde ze voor een hergeboorte van het klavierrepertoire uit de barok.

In Parijs vroeg Landowska in 1912 aan Pleyel om voor haar een groot klavecimbel te bouwen. Ondanks het feit dat Landowska’s klavecimbel weinig vandoen had met de “historische” klavecimbels, zoals we die nu kennen, is haar rol onvervangbaar geweest. De grote en zware Pleyel-instrumenten die zij liet ontwerpen zijn uit de mode geraakt. Door hun stalen constructie, bedoeld om een grote geluidssterkte te bereiken, vertonen zij enige verwantschap met een moderne vleugelpiano. Klavecinisten geven nu de voorkeur aan de intiemere klank van getrouwe replica’s van klavecimbels uit de barokperiode.
In 1913 verhuisde ze naar Berlijn en tot 1919 was ze daar docente klavecimbel aan de Hochschule für Musik. In dat jaar kwam Henri Lew om het leven bij een auto-ongeluk. De homoseksuele Landowska had toen al enige tijd een dienstmeisje (Elsa) als levensgezellin, met goedvinden van Lew, die zelf (dan weer met hààr goedkeuring) een trouw bordeelbezoeker was.

Na terugkeer in Parijs richtte Landowska in 1925 de École de Musique Ancienne op. Zij was de eerste klavecinist die (in 1931) een grammofoonplaatopname maakte van de Goldbergvariaties van Bach, die grote invloed had op de Bach-interpretatie in de twintigste eeuw. Zij was ook de eerste die tijdens één concert alle 48 preludia en fuga’s uit Das wohltemperierte Klavier achter elkaar uitvoerde en de eerste in de moderne tijd die de basso continuo-partij in de Matthäus-Passion op een klavecimbel speelde.
Het is haast onbegrijpelijk dat in die tijd de werken van Bach bijna onbekend waren. Niet alleen zijn klavierwerken, die – àls ze dan al werden uitgevoerd – uitsluitend op piano werden gespeeld, maar ook b.v. de Brandenburgse concerti of de Bach-suites. De “herontdekking” van deze laatste door Pablo Casals zette Jordi Savall ertoe aan om zich voortaan bezig te houden met het opdiepen van onbekende (!) muziek. Echt populair werden de Brandenburgse concerti pas na de Tweede Wereldoorlog samen met… de vier seizoenen van Antonio Vivaldi b.v.

43 alice ehlers in wuthering heights

Een prachtig klavecimbel is te horen en te zien in de film “Wuthering Heights” van William Wyler uit 1939. Alice Ehlers (foto) speelt hierop de Turkse mars van Mozart op een feestje bij de familie Linton. Nog merkwaardiger was dat er ook van het jazzcombo Artie Shaw and his Gramercy 5 een klavecinist deel uitmaakte, namelijk Johnny Guarnieri. Alhoewel… klavecinist? Zoals Johnny zelf toegeeft, had hij nog nooit van het instrument gehoord toen Artie Shaw er hem in 1940 over aansprak: “Shaw asked me if I’d ever played the harpsichord, and I said: ‘Certainly.’ And he said, ‘Well that’s great; we’re gonna make some records tomorrow.’ . . . I was lying! So I said, ‘Artie—I don’t know what a harpsichord is.’ . . . He says, ‘I have one up the house; let’s go up there tonight—and we’ll rehearse, and we’ll make some records tomorrow.’” Guarnieri maakte al deel uit van Shaw’s big band, maar dan gewoon als pianist. Waarom Shaw op de idee kwam van hem een klavecinist te maken, had te maken met het succes van die andere klarinettist Benny Goodman. Die had naast zijn big band een sextet met daarin een centrale rol voor de gitarist Charlie Christian. Shaw wilde ook wel zo’n aandachttrekker en vandaar dus.

Toen Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog bezet werd, werden haar instrumenten door de Duitsers in beslag genomen, maar de joodse Landowska ontkwam zelf via Portugal naar de Verenigde Staten. Zij arriveerde eind 1941 op Ellis Island, samen met haar assistente en levenspartner, de klaveciniste, organiste en musicologe Denise Restout (1915-2004). Zij vestigden zich in 1949 in Connecticut, van waaruit Landowska opnieuw een centrale figuur werd in het spel en het onderricht van klavecimbelmuziek. Maar toen werd Landowska’s rol reeds bekritiseerd, o.a. door Kirkpatrick, de “Köchel” van Scarlatti, en de beroemde cellist Pablo Casals. Toen deze laatste kritiek uitte op Landowska’s Bach-interpretaties, zou ze echter geantwoord hebben: “Jij speelt Bach op jouw manier, ik speel hem op zijn manier”

In de jaren zestig van vorige eeuw zal ook in de popmuziek het klavecimbel af en toe een opgemerkte rol spelen: Brian Auger in “For your love” van The Yardbirds bijvoorbeeld of Keith Emerson in “The first cut is the deepest” van P.P.Arnold. En natuurlijk is er ook de klavecimbelsolo in “In my life” van The Beatles. Hiervoor deden zij een beroep op producer George Martin, die een klassieke opleiding had gehad (z’n hobolerares was Margaret Eliot, de moeder van Jane Asher, waarmee Paul McCartney later een verhouding zou hebben). Martin was echter niet goed genoeg als klavecinist om de solo naar behoren te kunnen spelen. Daarom speelde hij hem op een lagere snelheid, die daarna werd opgevoerd tot het juiste tempo. En in onze contreien was er natuurlijk “Testament” en “Verdronken vlinder” van Boudewijn De Groot, waarbij het klavecimbel wellicht bespeeld werd door de Gentse producer Bert Paige.

Landowska zelf speelde niet alleen barokmuziek, maar voor haar werd ook belangrijke nieuwe muziek geschreven, zoals Manuel de Falla’s El retablo de maese Pedro, diens Concerto voor klavecimbel, fluit, hobo, klarinet, viool en cello (beide uit 1926) en het Concert champêtre van Francis Poulenc (1929).

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.