Het is al vijf jaar geleden dat de Nederlandse blokfluitspeler en dirigent Frans Brüggen (foto YouTube) in Amsterdam op 79-jarige leeftijd is overleden. Hij was al geruime tijd ziek. Brüggen zal de geschiedenis ingaan als de man die de blokfluit in ere herstelde als concertinstrument, al was hij de laatste jaren (mede door zijn ziekte) nog uitsluitend als dirigent actief.

Op 13 september 1996 werd het Festival van Vlaanderen plechtig geopend in het Brusselse PSK met het Orkest van de XVIIIe Eeuw o.l.v. Frans Brüggen. Thomas Zehetmair was de solist in het vioolconcerto in D, op.61, van Ludwig van Beethoven. Zijn Paganiniaanse aanpak contrasteerde sterk met het ingehouden geluid van het authentieke orkest (zelf speelde hij op een moderne viool), maar dat gaf merkwaardig genoeg aanleiding tot een zeer interessante confrontatie. Soms kitscherig, maar dan toch edelkitsch. Zijn lang uitgesponnen cadenza samen met de slagwerker b.v. (gebaseerd op Beethovens eigen cadenza voor de pianoversie van het concerto) was exquis. We zijn nu bijna twintig jaar later en nog altijd kan ik het zalige gevoel oproepen dat ik had tijdens dit concert. Een zeldzame ervaring.

Daarvóór speelde het orkest van Joseph Haydn de Ouverture tot “L’Isola Disabitata” en van Jean-Philippe Rameau “Les Fêtes d’Hébé”. Vooral deze laatste suite was een verrassing, niet zozeer door het prettig dansje à la “Les Indes Galantes” (waarbij diezelfde slagwerker nu eerder op het “trommelkenbas” van The Moody Blues leek), maar vooral door het zeer sfeervolle slot, met zowaar een solo op een musette (een soort van doedelzak, die echter niet met de mond van wind wordt voorzien).

Was ik dus van de kaart bij dit concert, dan is niet iedereen het daarmee eens. De Gentse dirigent Geert Soenen zegt b.v.: “Ik kan begrijpen dat Frans Brüggen op basis van zijn musicologisch opzoekingswerk zich geroepen voelde om zijn eigen Orkest van de Achttiende Eeuw te gaan dirigeren, maar als die dan bij een ander orkest Stravinsky wil gaan doen, valt-ie onherroepelijk door de mand.”
Soenen wordt hierin bijgevallen door niemand minder dan Wolf Erichson, de beroemde Duitse producer, die met de reeks “Das Alte Werk” aan de wieg stond van de historische uitvoeringspraktijk. Hij is ontgoocheld in zijn twee poulains, in Harnoncourt en nog meer in Brüggen: “Die was nog puristischer dan Harnoncourt, maar nu dirigeert hij om het even wel orkest, enkel en alleen voor het geld. Dirigeren is een vak en alle grote dirigenten hebben dat vak dan ook geléérd. Als ik Harnoncourt of Brüggen zie dirigeren, dan kan men dat niet echt dirigeren noemen: zij slaan gewoon de maat en zijn afhankelijk van de goodwill van hun muzikanten. Heden ten dage zijn er ten allen kante solisten die vinden dat ze met hun stem of hun instrument onvoldoende succes halen of onvoldoende inkomsten en dat trachten ze dan te compenseren door zich aan orkestdirectie te begeven. Dat is niet eigen aan de barokmuziek, kijk maar naar Barenboïm of Ashkenazy, dat zijn goede dilettanten – maar het blijven dilettanten.” (La Libre Belgique, 28/4/1993)
“Natùùrlijk is dirigeren een vak,” repliceert Jos Van Immerseel, “en Frans Brüggen zal trouwens zeker en vast een gedeelte van die vakkennis gebruiken. Maar Frans is iemand die vertrekt als ex-musicus vanuit een dialoog met het orkest en ik vind wel dat dit met zijn eigen orkest beter functioneert dan met andere orkesten.”
Dat bleek ook in de masterclass die Jos Van Immerseel heeft gegeven over de achtste symfonie van Schubert. Daarbij vergeleek hij tal van uitvoeringen en zo bleek dat Frans Brüggen, ondanks de aanduiding andante en de alla-breve-maat, de inleiding van het eerste deel erg traag dirigeert. Toch verdedigt het Orkest van de Achttiende Eeuw deze opvatting consequent en met overtuiging, zodanig zelfs dat de finale onnavolgbaar lichtvoetig en precies klinkt, als ik Stephan Moens mag citeren over hetzelfde werk.

In die tijd (de jaren negentig dus) maakte Frans Brüggen reeds een vermoeide indruk. Ik herinner mij dat hij (samen met Michael Nyman) de enige was die weigerde dat mijn toenmalige vriendin een foto van hem zou nemen. Toegegeven, in tegenstelling tot Nyman, die gewoon bot was, zag Brüggen er inderdaad nogal slecht uit (dat was na een concert in de Gentse Bijloke). Toen ik dat kort daarna tegen Jos Van Immerseel ter sprake bracht, antwoordde deze op zijn typische laconieke manier: “Wat zou je willen, van al dat blokfluit spelen!”
Frans Brüggen studeerde dwarsfluit en blokfluit (bij Kees Otten) aan het Amsterdams Muzieklyceum. Ook studeerde hij musicologie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1955 werd hij op 21-jarige leeftijd aangesteld als docent bij het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Later gaf hij ook les op de Harvard Universiteit waar hij de leerstoel “Erasmus professor” bekleedde en was hij “Regent’s Professor” aan de Universiteit van Californië – Berkeley.

Frans Brüggen hield zich voornamelijk bezig met barokmuziek, hoewel de laatste jaren ook de romantische periode zijn aandacht kreeg, zoals uit de twee geciteerde voorbeelden mag blijken.

Hij trad op als blokfluitist, als solist en in ensembles. In de jaren zestig en zeventig speelde hij een grote rol bij de ontwikkeling van de blokfluitmuziek. Door zijn uitvoeringen hielp hij de blokfluit af van het imago van kinderinstrument. Ook bracht hij verschillende hedendaagse componisten ertoe werken voor blokfluit te schrijven. In 1972 richtte hij, samen met Kees Boeke en Walter van Hauwe, het blokfluitensemble Sour Cream op.

Als dirigent maakte hij naam met het door hem in 1981 opgerichte Orkest van de Achttiende Eeuw. Met dit orkest maakte hij plaat- en CD-opnamen van werken van o.a. Johann Sebastian Bach, Ludwig van Beethoven, Jean Philippe Rameau en Joseph Haydn. Hierbij richt hij zich er op de werken zo authentiek mogelijk uit te voeren, o.a. door gebruik te maken van de orkestbezetting en instrumenten (of exacte kopieën daarvan) uit de tijd van de componist.

Van 1991 tot 1994 was hij de vaste dirigent van het Radio Kamerorkest, sinds 2001 is hij daar chef-dirigent. Hiernaast treedt hij op als gastdirigent bij diverse andere orkesten, zoals het Koninklijk Concertgebouworkest en het Orchestra of the Age of Enlightenment waar hij sinds 1992 vaste gastdirigent is, een functie die hij sinds 1998 ook bij het Orchestre de Paris vervult.

In 1997 ontving hij als uitvoerend musicus de UNESCO International Music Prize in de categorie “Performance”. Op 2 november 2007 werd hem in Maastricht de Oeuvreprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties uitgereikt. In het juryrapport werd Frans Brüggen een baken en inspirator voor de gevestigde symfonieorkesten genoemd.

Uitsmijter: Frans Brüggen was volgens Florian Heyerick ook een uitstekend saxofonist…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.