Vandaag is het 35 jaar geleden dat Johan de Belie voor De Rode Vaan de roman “De Toespraakschrijver” van Rob Bakker recenseerde.

« De toespraakschrijver » is na « Graven » en « Een pad voorbij » de derde roman van de Noord-Nederlandse auteur Rob Bakker. De toespraakschrijver, hoofdfiguur van dit nieuwe werk, zit in de publiciteitsbusiness; zijn taak bestaat er vooral in toespraken te schrijven voor een politicus en diens publiciteitscampagne te organiseren. Het ligt eigenlijk voor de hand dat dergelijk hoofdpersonage, gespecialiseerd in de communicatie, juist daarin op persoonlijk vlak zou falen, waar zou de auteur anders de dramatische handeling moeten zoeken.
De communicatietheorie en de praktijk ervan in de publiciteit is gebaseerd op één grote leugen, het is de gadget van de nieuwe tijd, de nieuwe bijbel. En daarrond ontstond een hele eredienst, op Amerikaanse leest geschoeid. Werk, omgeving en sfeer, dat alles zuigt het hoofdpersonage leeg; hij verliest zichzelf en meteen ook het contact met de enige persoon die hem lief is, zijn echtgenote. Bovendien verliest hij het geloof in het woord, in de taal als instrument tot communicatie. Een mooie ode wordt dat aan de betekenis van andere sociale signalen. Voor hem, de toespraakschrijver, is het woord zinloos geworden. « Ik zag mezelf in haar ogen en ik wilde dat zij zichzelf in de mijne zou zien. Om meer ging het niet, maar kom er maar eens op, als er geen woorden zijn om het naamloze te benoemen: geen woorden meer die nog te vertrouwen zijn wegens overmatig gebruik. Ik wist wat ik voelde, maar woorden, woorden wantrouwde ik » (pag. 80).
Rob Bakker laat zich zeer ironisch uit over de magie van het publiciteitswezen (b.v. Amerikaanse benamingen van de functies binnen het bedrijf, of een aquarium als symbool voor de menselijke verhoudingen), hij wordt ook cynisch wanneer hij het heeft over het functioneren van pers, politiek en publiciteit. Soms is hij ook gewoon grappig in zijn wijze van registreren, van het benoemen van dingen, mensen en situaties.
Toch mist dit alles vooral filosofisch en psychologisch de nodige subtiliteit. Het verhaal bezit te weinig ruggengraat, evenals de hoofdfiguur. De symbolieken zijn duidelijk vaak zelfs overdreven zoals de privé-muurkrant die de hoofdpersoon drukt en die hij ook als kleine jongen reeds gebruikte.
Boeiend is wel de ontleding van binnenuit van het reclamebedrijf en het consumptiesysteem. Knap hoewel misschien iets te weinig uitgewerkt, is de schildering van de aftakeling, het leven in de « eeuwigheid » van een man die alles, en vooral zichzelf, verloren heeft.

Referentie
Johan de Belie, De prostitutie van het woord, De Rode Vaan nr.33 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.