Veertig jaar geleden overleed op 81-jarige leeftijd de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse (foto Harold Marcuse via Wikipedia) in de Starnbergkliniek in Beieren. Zijn overlijden kwam niet totaal onverwacht daar Marcuse reeds twee maanden met zijn gezondheid (hart) van hospitaal naar hospitaal sukkelde.

Herbert Marcuse ontsproot uit de hogere Joodse burgerij en was student bij Husserl en Heidegger, de filosofen van resp. de fenomenologie en het existentialisme.
In 1933 week hij uit naar de Verenigde Staten, om te ontkomen aan de nazi-beulspraktijken, waar hij in 1940 tot Amerikaans onderdaan werd genaturaliseerd.
Marcuse was vooral een man van de synthese. Hij had een grote bewondering zowel voor Karl Marx als voor Sigmund Freud en hij stelde dan ook tot zijn levensdoel de politieke bevrijding met de seksuele te verbinden, de maatschappelijke met de individuele. Dit had uiteraard een groot succes bij de jongeren, vooral in de jaren zestig. Niet toevallig was de Duitse studentenleider Rudi Dutschke een van zijn leerlingen.
Marcuse distancieerde zich echter wel van de latere uitwassen van deze studentenbeweging, zoals zich dat in Duitsland concretiseerde in de Baader-Meinhofbeweging.
Als marxisten appreciëren wij van Marcuse vooral zijn uitbreiding van het begrip « vervreemding ». Marcuse heeft immers de paradox van onze samenleving blootgelegd : volgens hem resulteert elke rationele bijdrage van het individu in een verhoogde irrationaliteit van het geheel. Het kapitalistische systeem is dus ipso facto totalitair en repressief omdat het waarden opdringt die enkel in functie staan van de efficiëntie en de expansie van het systeem. Op die manier wordt de mens unidimensioneel, d.w.z. dat al zijn waarden en doeleinden gericht zijn op aanvaarding van de normen van het systeem. Zelfs zijn denken wordt aan de gevestigde kategorieën aangepast. Dat een dergelijke maatschappij echter door de meesten niet als repressief wordt ervaren, vindt volgens Marcuse juist zijn oorsprong in deze conditionering van het consumptiegedrag, waardoor de mens een « gelukkig bewustzijn » ingelepeld krijgt.
Wat wij evenwel verwerpen is zijn pessimistische gevolgtrekking hieruit, namelijk dat het proletariaat niet langer een revolutionaire kracht zou zijn. Vandaar dat Marcuse enkel heil verwachtte voor een totale omwenteling van externe factoren (zoals b.v. de oorlog in Viëtnam destijds) of van het onbehagen van marginaliteiten (b.v. de studentenopstanden).

Referentie
Ronny De Schepper, Herbert Marcuse: geen maatschappelijke bevrijding zonder individuele emancipatie, De Rode Vaan, juli 1979

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.