Raymond Thielens doet ook zijn duit in het zakje wat de feestelijkheden rond Eddy Merckx betreft met deze originele bijdrage…

Toen de Merckx-gekte van 50 jaar geleden bij Eddy’s eerste Tour-de-France overwinning bij de start in Brussel van de Tour 2019 weer de kop opstak naar aanleiding van de 50ste verjaardag ervan werd Eddy geïnterviewd in Vive Le Vélo door Karl Van Nieuwkerke in aanwezigheid van zijn vroegere ploegmaats. Wat mij opviel was de warme vriendschap tussen hen. Vooral toen Frans Mintjens vertelde over het feit dat Eddy hun salaris uit eigen zak betaalde omdat de ploegsponsor Molteni niet meer afspitte wegens liquiditeitsproblemen. Later is dat bekend geworden zei Frans, maar op de moment zelf wisten wij van niets. Eddy zat erbij en gaf geen krimp, alsof dit de gewoonste zaak van de wereld was. Zo’n vriendschap raakt mij en deed mij denken aan de trouw van Scotty Moore voor zijn vroegere baas Elvis, niettegenstaande hij verschillende keren niet erkend werd door Elvis om niet te zeggen verraden.

Daarover gaat dit artikel: het verschillende karakter van deze twee wereldsterren, elk in hun domein van bekendheid en vooral het verschil in hun entourage in de herfst van hun leven. Het verschil werd vooral bepaald door geld en hoe ermee omgesprongen werd in beider levenswandel. Merckx liet zijn ploegmaats mee delen in de inkomsten. De geldprijs verbonden aan zijn tour-overwinning verdeelde hij volledig onder zijn ploegmaten en hij stelde zichzelf tevreden met de startpremies van de na-tour-criteriums. Gedurende zijn verdere leven sprong hij zorgvuldig om met zijn bijeengereden fortuin en nadat hij gestopt was, startte hij een firma die fietsen produceerde. Daarbij dacht hij weer aan sommige collega’s die hij engageerde om in zijn fabriek te komen werken.

Elvis daarentegen kon geen geld beheren en smeet later met geld en geschenken toen het grote geld begon binnen te stromen, wat een voedingsbodem was om profiteurs aan te trekken. Elvis heeft nooit leren omgaan met geld en was in het begin ook wel gul ten overstaan van zijn eerste muzikanten, omdat de inkomsten nog niet zo denderend waren. Zo kreeg hij slechts 3% royalties voor zijn eerste plaatopnamen. Zijn muzikanten kregen hiervan niks. Wel deelden ze alle inkomsten van de optredens volgens de verdeelsleutel 50/25/25. Elvis vond het unfair en wilde dat ze mee zouden delen volgens dezelfde verdeling voor de 3% royalties. Er werd over gesproken maar verder niks op papier gezet, noch uitgevoerd zoals voorgesteld. Scotty Moore fungeerde in de beginperiode als zijn manager en reed samen met Elvis en Bill Black naar de optredens in een ’54 Bel Air Chevy, gekocht door Bobbie, de eerste echtgenote van Scotty. Zij draaide ook op voor de onderhoudskosten. Elvis heeft zich daar nooit om bekommerd. Hij vond dat maar normaal. Nadien nam Bob Neal, een muziekpromotor die live-optredens organiseerde, het management over van Scotty en Scotty herinnerde Neal aan Elvis’ aanbod om de royalties aldus aan te passen waarop Neal antwoordde: “ja, we moeten daar eens iets aan doen”… en het voorstel verdween in de diepvries. Een maand later introduceerde Neal Elvis bij Tom Parker, de manager van Hank Snow, die het management overnam en Snow de laan uitstuurde omdat hij meer geld dacht te vergaren met deze jonge spring-in-’t veld dan met de oudere country-ster. Parker, zoals we nu weten, was een fraudeur afkomstig uit Nederland, dat hij ontvlucht was naar Amerika om aan justitie te ontsnappen. Hij leerde de “promotie”-stiel in het circusgebeuren. Parker was een sluwe kerel die de truken in de vingers had om iemand in zijn netten te strikken. Eerst begon hij de relatie tussen Neal en Elvis te verzuren zodanig dat Neal stress kreeg, het beu werd om vervolgens Elvis los te laten. Eens Parker het vertrouwen gewonnen had van Elvis, richtte hij zijn pijlen op zijn begeleidingsgroep, The Blue Moon Boys, Scotty, Bill en drummer D.J.Fontana die als laatste erbij kwam voor de live-optredens. Eerst wilde hij het trio laten vervangen door Hank Snow’s begeleidingband, maar beide partijen, zowel Elvis als Snow’s band zelf, weigerden. En de tournees werden verdergezet met de originele bezetting.

Nadat de kilometerteller van Bobbie’s auto 3 maal rondgedraaid was, vond Elvis het beter om zelf een occasie-auto, een Lincoln uit ’51 te kopen en liet er “Elvis Presley Sun Records” op de deur schilderen. Bobbie heeft nooit begrepen waarom Elvis haar met lege handen achterliet, wetende dat Elvis later tientallen nieuwe auto’s kocht om ten geschenke te geven aan eenieder die zijn pad kruiste en zijn hielen likte.

De volgende list die Parker toepaste om Elvis naar zijn hand te zetten, was zijn ouders Vernon en Gladys bespelen omdat hij voelde dat dat de gevoelige snaar was van Elvis. Ondertussen verkocht Bill foto’s waarvan hij een percentje voor zichzelf hield, met medeweten van Elvis en Scotty. Parker kwam ertussen en stopte het handeltje. Bill was dan ook de eerste die het voor bekeken hield en Elvis verliet om op eigen benen verder een kleine carrière uit te bouwen.

Eind 1955 arrangeerde Parker een deal tussen Sam Phillips van Sun Records en RCA Victor waardoor Elvis verkocht werd en verhuisde van de locale platenmaatschappij naar een nationale. En… Scotty en DJ Fontana bleven verweesd achter. Nadien mochten ze af en toe nog eens opdraven om te figureren in een film met Elvis als grote publiekstrekker, of om mee te spelen bij nieuwe plaatopnamen als Elvis erop aandrong… als hij nog eens aan hen dacht. Intussen zocht Scotty ook zijn eigen weg in de amusementswereld.

Vanaf de opkomst van de Beatles ging Elvis’ succes achteruit, mede door de wegwerp-muziek van de soundtracks van Elvis’ films, met scenario’s die geschreven werden aan de lopende band en volgens hetzelfde stramien: een love-story, verstoord door een jaloerse rivaal, gevolgd door een vechtpartij en eindigend in een happy end, met hier en daar een zingende Elvis voor de fans. Elvis zag het met lede ogen aan en wilde in 1968 een come-back maken, gebaseerd op zijn eerste hits, en toen… ja, toen dacht hij nog eens aan Scotty en DJ Fontana. Bill was inmiddels overleden aan kanker. Scotty en Fontana mochten nog eens opdraven. Scotty heeft nog getwijfeld of hij wel zou meedoen, maar zijn liefde of laat ons zeggen, loyaliteit aan Elvis haalde de bovenhand en hij ging overstag, om achteraf weer een koude douche over zich te krijgen: hij werd een aalmoes betaald zoals de eerste, de beste studiomuzikant. Een mens zou voor minder ontgoocheld zijn, wetende dat ondertussen zijn slippendragers gedurende al die voorgaande jaren auto’s en exuberante weddes mochten incasseren.

Om terug te keren waarmee ik dit artikel begonnen ben: de trouw aan de “boss”: Elvis werd in zijn laatste jaren in de steek gelaten door zijn “vrienden”, terwijl zijn vrienden van het eerste uur, de échte vrienden, vergeten werden. Dit siert daarom Eddy Merckx, die in mijn ogen de ware held is, niettegenstaande ik geen doorgedreven wielerliefhebber ben. Eddy, de kannibaal, een goed mens die op één na, de grootste Belg ooit werd. Hij heeft zijn titel zeker niet gestolen.

Raymond Thielens

Bron: Scotty Moore/James L. Dickerson “Scotty & Elvis”: aboard the mystery train ISBN 978-1-61703-818-1 The University Press of Mississippi – 2013

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.