Op 5 juli 1979 gaf ik mijn wekelijkse televisierubriek “Hebjetgezien?” in De Voorpost een beetje rancuneus de titel mee “Als mijn titels toch altijd wegvallen, kan ik er even goed géén zetten”. De aanleiding was uiteraard dat een paar keer daarvoor mijn titel inderdààd was weggevallen…

De verrassing van de week was dat het toch wel eminente televisieblad Humo die ellendige miskleun Mork van Ork (op de BRT Mork en Mindy genoemd) beschreef in termen zoals « dat levert aan gepaste supersonische snelheid gags op, zo snel alsof je met elektronen beschoten wordt » en « gelukkig wordt elke aflevering kort gehouden: twintig minuten van dit gespetter kunnen nog net, een uur zou de kijker uitgeput achterlaten: je bent nog maar pas aan het lachen of je moet vergeten waarmee, want je lacht al om iets anders, en na een uur ben je compleet mata-glap, zit je je met nog naschokkend middenrif af te vragen wat je overkomen is ».

Nu wil het toeval dat ik in een nogal bevoorrechte positie zit om over de ridiculiteit van dit geval te oordelen. Zo’n twee maand geleden zal het geweest zijn dat ik in een afwezig moment (op bezoek? of was er bezoek?) nogal aapachtig naar een Duitse zender zat te staren waarop zich de meest onzinnige zaken afspeelden. Misschien ligt het ook wel aan mijn gebrekkige kennis van de taal van Hitler en Goethe, misschien was er wat veel lawaai, maar het feit is er dat ik pas onlangs — namelijk toen de BRT ook met deze rampzalige reeks startte — tot het besef kwam dat ik de eerste aflevering van Mork van Ork had doorworsteld (foto YouTube).
Een halve zin van dat hele Humo-verhaal wil ik dus wel bijtreden; namelijk: « gelukkig wordt elke aflevering kort gehouden ». Inderdaad, dan ben je reeds « mata-glap ».
Wie zou de dader zijn van die onzin? Een koude hand omklemde reeds mijn hart bij de gedachte dat het misschien wel… Dwarskijker was! Gelukkig: negentien pagina’s verder bewijst deze dat hij nog steeds kerngezond van geest is, dat hij alleen wat meer autoriteit zou moeten aan de dag leggen om pagina’s in de zin van Nanoe Nanoe te weren.
De bijdrage van Dwarskijker gaat onder de titel Heil Fonz en alhoewel de heer Arthur Fonzarelli (den Tuur van de confituur) opduikt in de eerste Mork-aflevering, toch heeft het daar als zodanig niets mee te maken. Dwarskijker geeft hier wel nog eens een trap in de richting van Happy Days, een reeks die door Humo (én door Jan Segers) bij zijn ontstaan nogal goed onthaald werd. De verloedering van de gags hadden wij ook reeds aangestipt, maar de latente beklemming die zich van ons meester maakte telkens de Fonz erin slaagde met een vingerknip al die jongeren aan hem te binden werd nu door Dwarskijker gepast samengevat in die twee woorden, die geen verdere commentaar behoeven: Heil Fonz! Of zou de Dwarskijker hier voor de gelegenheid Marc Didden zijn? (Reikt die zo diep?) Een zin als « Happy Days toont jongeren zoals de platenindustrie vermoedelijk denkt dat ze zijn » wijst in die richting.
Die platenindustrie brengt ons nog even terug tot bij Mork waar één van de zogenaamde grappen erin bestaat dat Mindy een « klassieke » vader heeft en een moeder (grootmoeder?) die van popmuziek houdt. In een bepaalde aflevering maakt deze de inventaris op van de platen in haar winkels: Meatloaf, Bread… Waarop haar echtgenoot antwoordt: « Dat is geen inventaris van platen, maar een kruidenierslijstje. » Voor wie niet zo beslagen is in het Engels is dit haast onverstaanbaar. Een testcase dus voor de vertaler, zoals je weet, Hugo Raspoet, ex-chansonnier, die Raf Geerardijn (wellicht via een promotie) heeft buitengewerkt (*). En Raspoet werkte zich met glans door deze test: Meatloaf « vertaalde » hij door Rum (de bekende Vlaamse folkgroep weet je wel) en Bread inderdaad door Brood (Herman, jawel!).
Nog vertalingen. Monty Python (ik hou van Monty Python, zielsveel, één voorbeeld uit de velen: de sketch « Een dag uit het eentonige leven van een zakenman ») had onlangs een gag die uitging van de hypothese dat er nog een belangrijker Duits barokcomponist was dan Bach, maar dat diens naam — in tegenstelling tot de éénlettergrepige Bach — zo lang was dat hij in de vergetelheid was geraakt. En zij zouden die eens opnieuw opvissen. De grap bestond er dus in dat die vijf minuten lange naam om de haverklap werd herhaald. Een lange ademproef dus voor acteurs, maar ook voor de vertaler. Na zowat vijf keren de naam voluit te hebben weergegeven voegde deze er (op eigen initiatief?) tussen: « er is toch geen kat die dit leest ». Maar zoals reeds vroeger gezegd door Hugo Claus in « Mama kijk zonder handen »: ik ben een hond, gooi mij dus maar een been toe.

Jan “Woef” Segers

(*) Voor dit – toegegeven, wat kort door de bocht – grapje heb ik mij destijds (januari 1979 dus) nog moeten verantwoorden bij perschef Hugo Morrens…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.