Ondertussen loopt het operaseizoen in ons eigen land stilaan naar z’n einde. Van de Opera voor Vlaanderen hebben we weliswaar nog twee « lichte » afsluiters te goed (« Anatevka » in Antwerpen en « La Vie Parisienne » in Gent), maar globaal mogen we nu toch reeds stellen dat we ons stilaan beginnen te verzoenen met de repertoire-politiek én het kwaliteitsniveau van de O.V.V.

Bij dit laatste moeten we er wel onmiddellijk aan toevoegen dat gezien de (relatief) geringe financiële middelen waarover de O.V.V. beschikt, de buitenlandse zangers toch niet steeds van het niveau zijn dat men van hen zou verwachten (b.v. Roelof Oostwoud als hertog in « Rigoletto »). Daar staat echter tegenover dat de eigen zangers (zoals Herman Bekaert of Chris De Moor) daardoor beter in reliëf komen te staan.
Vanuit dramatisch standpunt hebben we het moeilijker om etiketten te kleven. Zijn we geen absoluut voorstander van vormexperimenten zoals die in de Muntschouwburg eerder regel dan uitzondering zijn, dan vinden wij het overdreven (en op scène overigens niet haalbare) realisme van An Roos in « Rigoletto » toch enigszins lachwekkend.
Misschien ligt de oplossing in de tussenweg die Jo Dua bewandelde in het Pergolesi-Cimarosa-programma, waarin hij een functioneel gebruik maakte van het sobere maar mooie decor van Andrei lvaneanu. De « vondst » om van Cimarosa’s kapelmeester een halfgare « bezetene » te maken, was meer dan geslaagd, mede dankzij de schitterende vertolking (ook vanuit theatraal oogpunt) van Herman « de Funès » Bekaert (foto YouTube) en van een geïnspireerde leiding van het overigens uitstekend spelende Gentse orkest door Arthur Fagen (volgend seizoen chef-dirigent).
Toch heeft deze productie globaal niet de sterke indruk nagelaten van de veristische opera’s uit het midden van het seizoen (« Cavalleria », « Pagliacci », maar vooral « Andrea Chenier »), omdat met name het gedeeltelijk geacteerde (in een soort koeterwaals dat voor Nederlands moest doorgaan) « Il Maestro di Musica » zelfs het niveau van het « muziektheater » in Arena niet haalde.
En evenmin zullen wij dus ook de « Rigoletto »-versie met gouden letters in het boek van ons geheugen neerschrijven, al was Ferdinand Radovan in de titelrol beter op dreef dan in de zo bewierookte « Chenier ». Want, laten we het maar toegeven, ook magister Verdi heeft enigszins schuld aan deze indruk : is muzikaal deze « Rigoletto » immers weliswaar een « string of hits », dan is het dramatisch toch maar een « draak ».

Referentie
Ronny De Schepper, Laatste voorstellingen van de Opera voor Vlaanderen, De Rode Vaan nr.26 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.