In zijn eigen tijd werd William Shakespeare letterlijk op handen gedragen, zoals we hem hier in de gedaante van acteur Rafe Spall zien doen in de film “Anonymous” van Roland Emmerich uit 2011. Maar het biedt wel een verkeerd beeld van de theorie die de film aankleeft. William Shakespeare is volgens het scenario van John Orloff immers niets anders dan een ongeletterde toneelspeler die ten onrechte mag pronken met de veren van iemand anders. En wie is die “iemand anders” dan wel?

Wel, niemand minder dan Edward de Vere, de graaf van Oxford, die vandaag precies 415 jaar geleden is overleden. Hij was een onwettig kind voortgesproten uit de verhouding tussen Queen Elizabeth, nochtans de zogenaamde “Virgin Queen”, en de graaf van Essex, waarover Michael Curtiz in 1939 reeds “The private lives of Elizabeth and Essex” had gedraaid met Bette Davis en Errol Flynn in de hoofdrollen. Dit laatste is echter een typisch geromanceerde Hollywoodiaanse versie, terwijl de film van Emmerich als product van de 21ste eeuw de extreme pikanterieën niet uit de weg gaat, zoals het feit dat ook de Vere een verhouding heeft gehad met zijn moeder (zij het dat ze beiden hiervan onwetend waren), waaruit op zijn beurt de graaf van Southampton is ontsproten.

De theorie dat Edward de Vere de échte auteur van de Shakespeare-stukken zou zijn, is niet nieuw. Ze komt vooral uit de hoek van diegenen die moeite hebben om te aanvaarden dat de eenvoudige toneelacteur William Shakespeare tot dergelijk oeuvre in staat zou zijn. Edward de Vere daarentegen bezocht de Universiteit van Cambridge en studeerde rechten in Londen. Hij ontving een MA in zowel Oxford als Cambridge. Toen hij in 1571 meerderjarig werd, trouwde hij met Anne Cecil, de dochter van Lord Burghley. Zij kregen vijf kinderen, van wie drie dochters in leven bleven, Elizabeth, Bridget en Susan. De laatste trouwde met de graaf van Montgomery, een van de twee edelen aan wie “William Shakespeare” zijn First Folio opdroeg.
In 1575 reisde hij naar Frankrijk, Duitsland en Italië en bleef daarbij ongeveer 15 maanden van huis. Bij zijn terugkeer bleek zijn vrouw bevallen van een dochter, waarop een schandaal ontstond en hij haar verliet. De Vere wist overigens slecht met zijn financiële middelen om te kunnen gaan. In het literaire circuit gaf hij grote sommen geld uit als begunstiger van verscheidene schrijvers en als sponsor van de toneelgezelschappen Oxford’s Men en Oxford’s Boys. Dit laatste gezelschap trad op in het Blackfriars Theatre, dat hij ook financierde en onder het beheer plaatste van zijn secretaris John Lyly. Een en ander bracht hem tot armoede, waarop Elizabeth hem in 1586 een jaargeld schonk van £1.000, wat door haar opvolger Jacobus I werd voortgezet. Getuige de waarneming van anderen had de graaf zelf ook een aanzienlijk oeuvre op zijn naam staan. In 1920 schoof J.Thomas Looney de Vere naar voren als belangrijke kandidaat voor het auteurschap van Shakespeares werken in zijn boek Shakespeare Identified in Edward de Vere, 17th Earl of Oxford. Hij vond hierin veel volgelingen en het debat is nog altijd volop gaande, al is er binnen academische kringen nog maar weinig steun voor alternatieve auteurs van de werken van de bard. Toch wordt alvast in de film “Anonymous” een overtuigend beeld opgehangen dat alvast meer weerklank vinden dan andere vergezochte theorieën die we b.v. hier kunnen aantreffen…
In de 19de eeuw werd Shakespeare slechts sporadisch gespeeld in het Nederlands (pas in 1886 voor het eerst in de Antwerpse KNS, nl.”Hamlet”) en dan nog meestal via een Franse vertaling zodat er helemaal niets meer van overbleef. Jacob van Lennep (1802-1868) deed verdienstelijke pogingen om terug te keren naar het origineel met eigen vertalingen van o.m. “Romeo en Julia” en “Othello”. Na zijn dood begon A.S.Kok in 1873 aan een vertaling van het complete oeuvre dat in 1880 zou verschijnen. L.A.J.Burgersdijk was daarover blijkbaar niet tevreden, want hij begon zelf aan een vertaling in 1886 en zou er reeds in 1888 mee klaar zijn. Zijn vertaling werd ook algemeen aanvaard en min of meer ook terecht, al was ook Burgersdijk erg preuts in de vertaling van Shakespeares schuttingtaal. Toch zou hij standhouden tot in 1966 toen Willy Courteaux aan zijn vertaling begon die hij in 1971 zou afronden en die pas in 1988 in één deel is verschenen.
De discussie is daarbij vaak van welke tekst men moet vertrekken. De stukken verschenen immers in drie verschillende versies. “The First Quarto” (uit 1603) is met zekerheid niet van Shakespeare zelf, maar wellicht op basis van een aantal acteurs die de stukken hebben gespeeld. Hij is dan ook veel korter als “The Second Quarto” (1604), waarvan men vermoedt dat hij gedrukt werd op basis van een handschrift van de auteur. “The First Folio” uit 1623 bevat t.o.v. “The Second Quarto” een aantal essentiële toevoegingen, maar vooral toch veel weglatingen.
Ondertussen is William Shakespeare de populairste schrijver aller tijden. De 37 stukken die hij heeft geschreven zijn b.v. allemaal verfilmd. Het grappige is dat de allereerste Shakespeare-“verfilming” (eerder een captatie van amper 4 minuten uit het toneelstuk) het vrij onbekende stuk “King John” betreft. Dat zal wel niet vaak hernomen zijn.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.