Vandaag wordt de Catalaanse operazanger Jaume Aragall, beter bekend als Giacomo Aragall, tachtig jaar.

Hij was werkelijk een legendarische tenor als leerling van Jaime Francisco Puig. He made his debut at the Gran Teatre del Liceu in the 1961-1962 season in the roles of Arlecchino in Pagliacci by Ruggero Leoncavallo and Arturo in Lucia di Lammermoor by Gaetano Donizetti. Thanks to the economic support of the Board of Proprietors of the Gran Teatro del Liceu, he went to Milan to complete his studies with Vladimiro Badiali.
Giacomo Aragall’s debut in a leading role was at the Gran Teatro La Fenice, Venice on 24 September 1963, in Verdi’s opera Gerusalemme. The same year, at the age of 23, he debuted at the Teatro alla Scala in Milan, the youngest tenor ever to make his debut, in the operas L’amico Fritz by Pietro Mascagni, La bohème by Giacomo Puccini and Hindemith’s Cardillac. In the nine months since his arrival in Milan, Aragall had embarked on a fully fledged international career.
In the 1963-1964 season he returned to the Gran Teatro del Liceu, as first tenor. During the same season he performed in Venice, Genoa, Palermo, Parma, Modena, Naples, Rome, Turin and again at the Teatro alla Scala in Milan, in a production of Bellini’s I Capuleti e i Montecchi, in which he sang the role of Romeo with Renata Scotto as Giuletta and Luciano Pavarotti as Tebaldo. This was the first time Romeo had ever been sung by a tenor, since the role was originally written for Giuditta Grisi and performed by a mezzo-soprano. Luciano Pavarotti missed a cue, saying “I was so caught up in the beauty of Aragall’s voice”.
Zelf hoorde ik hem voor het eerst in een opname uit 1978 als Gennaro in Donizetti’s “Lucrezia Borgia” met de National Philharmonic Orchestra, geleid door Richard Bonynge en “dus” met Joan Sutherland in de titelrol. Met verder nog o.a. Marilyn Horne (Orsini), Ingvar Wixell (Alfonso) en de onvermijdelijke Piero de Palma (Vitellozzo). Bonynge getuigde over hem: “I loved him. He was the most real of all the tenors. There was nothing phoney about his performances. Something always happened when he was onstage. You could believe in him utterly, apart from the fact that the voice itself was very, very beautiful. It had a quality that touched the heart, and you were never conscious of technique or anything. It was a very big lyric voice. But really lyric – very sort of silvery, but round, and affecting. It got to you.”
De stem van Aragall lijkt verbluffend veel op die van Luciano Pavarotti (eigenlijk is het dus andersom) en hij was dan ook de tenor die Luciano Pavarotti moest “vervangen” naast Placido Domingo en José Carreras op de openingsplechtigheid van de Olympische Spelen van Barcelona 1992. Maar toen was zijn glorieperiode al over. Zo maakte ik een opname mee als Rodolfo in “La Bohème” tijdens de opnamen met het BRT-orkest geleid door Alexander Rahbari. Maar toen was hij zo zwak (zijn aria’s werden bijna zin per zin opgenomen!) dat deze vroeg om dit niet te vermelden. Als reden gaf Rahbari ook nog op dat hij (Aragall dus) grieperig zou geweest zijn, maar ik denk dat het toen al over was. Gewoon, over en uit. Time waits for no one. Ook niet voor een opera-halfgod.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.