Morgen zal het ook al 25 jaar geleden zijn dat de Britse schrijver en scenarist Dennis Potter (foto YouTube) is overleden.

Dennis Christopher George Potter werd geboren in Gloucestershire, waar zijn vader, Walter Edward Potter (1906-1975), mijnwerker was. De tien jaar oude Dennis werd seksueel misbruikt door een oom; het was een ervaring waarop hij later herhaaldelijk toespelingen zou maken in zijn werk. Tussen 1953 en 1955 vervulde hij zijn militaire dienstplicht en leerde Russisch aan de Joint Services School for Linguists, werkte bij de Inlichtingendienst en vervolgens bij het Ministerie van Oorlog. Na zijn militaire diensttijd kreeg hij in 1956 een studiebeurs en ging hij naar het New College, in Oxford om politieke wetenschappen, filosofie en economie te studeren. Na Oxford trad Potter in dienst bij de BBC, aanvankelijk als stagiair bij de radio en vervolgens als televisiejournalist. In die periode werkte hij voor het programma Panorama over de mijnsluitingen in het Forest of Dean. De televisiejournalistiek beviel hem echter niet. Hij vertrok bij de BBC en trad in dienst bij de linkse krant de Daily Herald; vanaf augustus 1961 was hij televisiecriticus voor die krant en voor de opvolger daarvan, The Sun. Hij keerde echter binnen korte tijd terug naar de televisie en schreef samen met David Nathan teksten voor het programma That Was The Week That Was.

THE SINGING DETECTIVE
In 1962 kreeg Potter symptomen van een acute vorm van psoriasis bekend onder de naam arthritis psoriatica, een zeldzame aandoening die de huid aantastte en artritis in zijn gewrichten veroorzaakte. De rest van zijn leven was Potter herhaaldelijk opgenomen in het ziekenhuis, waarbij hij zich soms op geen enkele manier kon bewegen en vreselijke pijn leed. De ziekte verwoestte uiteindelijk zijn handen, en reduceerde ze tot wat hij “knotsen” noemde. Hij kon alleen maar schrijven door een pen aan zijn hand vast te binden.

Daarnaar wordt vooral gerefereerd in « The Singing Detective ». Deze laatste serie is helemaal van eigen hand en bevat dan ook een aantal autobiografische elementen, zoals het feit dat de hoofdfiguur behandeld wordt voor een afzichtelijke huidziekte. Kort na zijn intrede in de politiek (voor Labour) manifesteerden zich immers de eerste symptomen van reumatische psoriasis, die — zoals hijzelf later zou zeggen — het cynische karakter van zijn werk verklaren. « Lijden is goed voor een schrijver » is één van Potters bekende boutades.

CHRISTABEL
In die optiek kan men ook zijn keuze om de autobiografie van Christabel Bielenberg te bewerken, situeren. Door haar huwelijk (in 1934) raakt de Britse Christabel namelijk heel toevallig verzeild in Nazi-Duitsland, waar ze het tot het einde, van de Tweede Wereldoorlog zal volhouden, wat een klein wonder mag heten als men het beschouwt in het licht van haar afkomst en de politieke kringen waarin haar man zich ophield. Zonder de spanning van het feuilleton weg te nemen, kunnen we toch reeds verklappen dat het, zeker in januari 1945, weinig heeft gescheeld. Haar man werd toen immers van hoogverraad beschuldigd en in een concentratiekamp geïnterneerd. De kernvraag waarrond de hele serie draait is echter de houding die men als « vrijdenker » moet aannemen onder een dictatuur. Voor Peter Bielenberg was het natuurlijk een koud kunstje om te emigreren, maar zijn vriend Adam von Trott weet hem te overhalen te blijven omdat Duitsland niet mag overgelaten worden aan uitsluitend Hitler-supporters. Von Trott wil integendeel een burgerregering op de been helpen om Hitler door een staatsgreep aan de kant te zetten en de democratie te herstellen. De beslissing om te blijven is natuurlijk voor het gezin Bielenberg de aanzet voor allerlei narigheid.
Wie « The Singing Detective » heeft gezien, weet dat Dennis Potter dit alles niet op een melodramatische manier aanbrengt. Zijn scenario is eerder fragmentarisch opgebouwd en regisseur Adrian Shergold brengt het gegeven bijna impressionistisch in beeld. Daarmee zeggen we meteen iets over de aanpak van de cameraman, want anders zou je net zo goed kunnen stellen dat het ook een Brechtiaanse (dus integendeel expressionistische) manier van werken is, waarbij beelden in juxtapositie na elkaar worden vertoond en de kijker zelf de conclusie daaruit moet trekken. Zij het dat b.v. de mimiek van Geoffrey Palmer als vader Burton (een onbekende naam, maar een bekend gezicht voor wie af en toe een Brits feuilleton volgt) weinig ruimte laat voor een vrije interpretatie…

THE CONFIDENCE COURSE
Potter begon als televisiescenarioschrijver met The Confidence Course, een onthulling over het Dale Carnegie-Instituut, dat hem vervolgens dreigde met een rechtszaak. Hoewel Potter afdoende afstand nam van het stuk, is het opmerkelijk doordat daarin gebruik wordt gemaakt van ongewone kunstgrepen (in dit geval het doorbreken van de vierde wand), dat een kenmerk zou worden van Potters volgende werk. Nadat het door de BBC in 1965 uitgezonden was, als een gedeelte van het programma The Wednesday Play, bleek dat The Confidence Course een succes was en Potter kreeg het verzoek meer bijdragen te leveren. Zijn volgende stuk, Alice (1965), was een controversieel televisiespel dat ging over de relatie tussen Lewis Carroll en zijn muze Alice Liddel. Potters meest geprezen werk uit die periode zijn de semi-autobiografische stukken Stand Up, Nigel Barton! en Vote, Vote, Vote for Nigel Barton. Het eerste is een verhaal over een mijnwerkerszoon die naar de universiteit van Oxford gaat, waar hij merkt dat hij wordt verscheurd tussen twee werelden. Het laatste heeft dezelfde hoofdpersoon die zich kandidaat stelt voor de Labourpartij — zijn desillusie over de compromissen van de verkiezingspolitiek is gebaseerd op Potters eigen ervaringen.

CASANOVA
Potters eerste televisieserie Casanova werd in 1971 uitgezonden door BBC2. Het was geïnspireerd door de vertaling van William R. Trask, uit 1966, van Casanova’s memoires (Histoire de ma vie), waarin Potter de Venetiaanse libertijn opnieuw opvoert als iemand die achtervolgd wordt door zijn afhankelijkheid van vrouwen. De serie maakte gebruik van een niet-lineaire plotstructuur en, zoals de Graham Fuller opmerkte in Potter on Potter, “als kamertoneelstuk en zoektocht naar zichzelf, loopt Casanova duidelijk vooruit op latere werken zoals The Singing Detective.”
Potters scenario voor Gorky Park (1983) leverde hem een Edgar Award op van de Mystery Writers of America, hoewel het maar een zwakke afspiegeling was van de oorspronkelijke roman van Martin Cruz Smith. Potters reputatie binnen de Amerikaanse filmindustrie leidde, na de teleurstellende bezoekersaantallen van Pennies from Heaven en Gorky Park, er uiteindelijk toe dat hij problemen kreeg met de financiële steun voor zijn projecten.

TICKET TO RIDE

Ticket to Ride (1986) werd geschreven tussen de schetsen door van The Singing Detective en gaat over een gedroogde-planten-deskundige, die niet met zijn vrouw kan vrijen tenzij hij zich verbeeldt dat ze een prostituée is (*), zo moet ik van ergens hebben overgeschreven, maar dat is pas vanaf het vierde hoofdstuk van toepassing. Na drie hoofdstukken zou ik het eerder een thriller noemen, waarbij de dader zijn eigen detective is (om dit te begrijpen zou je het eigenlijk zelf moeten lezen). Ik neem aan dat beide verhalen op een bepaald moment wel zullen convergeren. In het Nederlands kreeg dit boek trouwens de titel “Dubbel spoor” mee, want met The Beatles heeft het uiteraard niks te maken, dat zal enkel maar een handige verkoopstruuk zijn geweest.

RUPERT
Op 14 februari 1994, vernam Potter dat hij pancreaskanker had met uitzaaiingen in de lever, in een terminaal stadium. Er werd verondersteld dat het een bijwerking was van de medicijnen die hij nam om zijn psoriasis onder controle te houden. Met zijn typerende sardonische humor noemde hij zijn kanker Rupert, naar Rupert Murdoch, die zozeer alles vertegenwoordigde wat hij verachtelijk vond in de Britse massamedia.
Een paar maanden voordat bij Potter de diagnose alvleesklierkanker werd gesteld, hoorde zijn vrouw Margaret Morgan Potter dat ze borstkanker had. Ondanks zijn eigen verslechterende toestand en slopende werkschema, bleef Potter voor haar zorgen tot zij op 29 mei 1994 stierf. Hij overleed negen dagen later in Ross-on-Wye, Herefordshire, Engeland, 59 jaar oud. De film On connaît la chanson (1997) van Alain Resnais werd aan hem opgedragen.
Een filmversie van The Singing Detective, gebaseerd op Potters eigen bewerking van het scenario, werd uitgebracht in 2003 door Icon Productions. Robert Downey Jr. speelde de hoofdrol, naast Robin Wright-Penn en Mel Gibson. Gibson was tevens de regisseur. (Wikipedia)

Ronny De Schepper

(*) Eigenlijk een spoiler van jewelste, maar toch stoort het niet echt omdat de constructie van het boek merkwaardig genoeg veel overeenstemming vertoont met de televisieserie “The Singing Detective”. De expliciete beschrijvingen met z’n vele herhalingen en associaties doen daar onvermijdelijk aan denken.


Referentie

Ronny De Schepper, Zo mooi, zo Brits en zo alleen, De Rode Vaan nr.6 van 10 februari 1989

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.