Een aantal jaren conservatoria en het RITCS, maar denkt u niet dat ik ondertussen verder stil zat. Hoewel dat officieel wel de bedoeling was want in geen van deze instituten werd het geapprecieerd dat je nog aan de gang bleef buiten hun muren. En ik deed niks anders. In de toneelclub van het genoemde jeugdcentrum, het cabaret Napkin, het STOKteater. Maar ook Sint-Genesius rook lont. Hoe of wat? Geen idee. In ieder geval hadden ze het plan opgevat enkele eenakters te programmeren en mij de regie van één ervan toe te vertrouwen. Tegen betaling nog wel. Ongehoord en ongezien. Bovendien mocht ik zelf de keuze maken. Het werd iets van Tennessee Williams. Het werd ‘The case of the crushed petunias’. Met een, voor het gezelschap en voor onze stad tamelijk revolutionaire regie.

Hoewel ik de ideeën van Williams bewaard had, niet zozeer het verhaal, was de aankleding tamelijk bizar. Een bende hippies veroverde, verschijnend vanuit de zaal, het podium. Zingend en dansend. En zo ging het de ganse tijd door. Gesmaakt door het publiek blijkbaar. Gefronste wenkbrauwen bij enkele leden van het gezelschap. Hoe dan ook, de start was gegeven. Volgde de regie van een werk uit vervlogen tijden, van de rederijkers: ‘Het esbattement van den appelboom’, een wagenspel dat ik zo ook ensceneerde. Met o.m. mijn vader in de rolverdeling. Steeds gebracht in openlucht. Tot over de landsgrenzen, Nederland en zelfs naar een festival in Italië. Of ik dan zin had om een volavondstuk te regisseren? En wat zou dat kunnen worden? En of ik zin had… Mijn keuze was vlug gemaakt.
‘A taste of honey’ van Shelagh Delaney. Een stuk dat op het repertoire genomen was door ‘Joan Littlewood’s Theatre Workshop’ en waar o.m. Angela Lansbury in acteerde die, buiten het feit dat zij zoveel filmrollen op haar actief had, bij ons bekend werd via de serie ‘Murder she wrote’. Een stuk waaraan ik mijn hart had verpand. En mijn ziel. Bovendien kon ik de overwegend jonge cast zelf kiezen. Als klap op de vuurpijl wist ik het bestuur er van te overtuigen dat ik absoluut een jazzcombo nodig had. Zodat ik het kreeg, Sint-Genesius betaalde. Ik kon drie musici op scène zetten, ietwat terzijde van de handeling maar zichtbaar voor het publiek. Ze accentueerden de sfeer, onderlijnden, begeleidden de emoties… Met o.m. een spetterende versie van ‘Lullaby of Birdland’. Uiteindelijk werd de productie een onverdeeld succes, niet in het minst dankzij het enthousiasme van alle medewerkers, vooral de acteurs en actrices (zie bovenstaande foto). Voorlopig was hiermee mijn rol bij Sint-Genesius uitgespeeld. Al nam ik tussendoor wel nog eens deel aan een uitstap richting BRT om te figureren in de reeks ‘Hof van Assisen’, waar ik in een 19de-eeuws kostuum publiek mocht zijn terwijl mijn vader als bijzitter figureerde.
Ja Sint-Genesius… De grote concurrent in de stad was de aloude rederijkerskamer De Goudbloem. En dan bestond er ook nog de jonge Toneelgroep Tijl. En laten die nu beide hun oog op mij laten vallen. En me uitnodigen om te komen regisseren. Natuurlijk aarzelde ik niet. Waarom ook. Tot woede en ergernis der Genesianen. En ontsteltenis van mijn vader die er anderzijds begrip voor opbracht; zo’n kansen laat je niet schieten. Zodoende ging ik ook daar aan de slag. En tenslotte werden de plooien gladgestreken.
Inmiddels schreef ik ook. Voor de lokale, en andere, pers: toneel- en literatuurrecensies. En het meer creatieve werk dat grotendeels in de lade bleef liggen. Al was er het toneelstuk ‘Umbilicalis’, vrij gewaagd over een lesbische relatie. Waarvoor ik onverwacht de Paul De Montprijs voor toneel van de provincie ontving. Dan maar een stapje verder en een nieuw stuk gewaagd: ‘Het gezag’. Over de inhoud hoef ik niet uit te weiden, de titel vertelt voldoende. En dat was ook het oordeel van de BOB die toen nog niet ter onzalige ziele was gegaan. Het stuk werd onder handen genomen door een beroepsgezelschap, de Werkgroep van de Brusselse Beursschouwburg. Progressieve knapen en knapinnen. Té vooruitstrevend naar de mening van onze altijd waakzame intelligence service. Dus vielen de pakkemannen de lokalen binnen om de boel eens te controleren, op te ruimen, te intimideren zeg maar. Zien ze daar de scripten liggen met een titel als ‘Het gezag’. Oei, meenemen boys, staatsgevaarlijk, ondermijnende lectuur. Zodoende werd het stuk afgevoerd van het repertoire. Wat niet het roemloos einde betekende, oh nee. Het begon pas. Want nu speelde Sint-Genesius opnieuw mee. Met iemand uit hun gelederen die examen deed als amateur-regisseur, en een stuk nodig had. Hij las het stuk en… juist. Meteen begon het. Een première, met veel bombast aangekondigd, een galavoorstelling. De kranten stonden vol, interviews, foto’s… De regie, decor, grime, kostumering, schitterend… origineel en grillig. Het werd, hoe bizar het ook was, een succes. Voor iedereen. Opgefleurd door de aanwezigheid van de meter van de vereniging, gravin d’Hespel; mecenas van vele kunstenaars. Die statige dame zou ons nog uitnodigen in haar kasteel voor een genoeglijke dag. Niet dat ik zo’n fan ben van de adel maar zij wist stijl, minzaamheid en cultuur te koppelen. En geld en goed ter beschikking te stellen van de kunst.
Er was geen houden aan. Ik bleef schrijven: recensies over toneel en literatuur in enkele bladen. En het meer creatieve werk: romans die nooit het daglicht zouden zien, zelfs niet naar een uitgever werden gezonden – ik oordeelde dat tamelijk zinloos en borg de manuscripten diep in de kast weg waar ze nog liggen te verstoffen. Meestal werken met Magisch-Realistische inslag. Het laatste handelde over – ik ongelovige – de queeste naar de zwarte madonna’s over gans Europa… Bezig blijven. Zelfs tentoonstellingen openen en inleiden. En eigen of andermans poëzie voorlezen. Mooie herinneringen vaak zoals een avond toen bluesgitarist Roland me improviserend begeleidde en de sfeer van mijn teksten wondermooi benadrukte, onderlijnde. Geen publicaties beweerde ik, evenwel één boek zag toch het daglicht: ‘Alice Van Meirvenne. Schoonheid in eenvoud’.
Zij was een toen al bejaarde streekgenote die schilderde, en enkele kinderboeken en gedichtenbundels had uitgegeven. Over haar schreef ik een monografie die luxueus verzorgd werd met talloze afbeeldingen van haar werk. Het boek werd officieel voorgesteld in kasteel Cortewalle te Beveren en dat betekende meteen een huldiging van de kunstenares door de notabelen van haar gemeente en door haar talrijke ‘fans’. Hier in huis hangen enkele van haar werken. Naast een prachtig schilderij van haar – meer bekende – neef Alfons Van Meirvenne die gespecialiseerd was in dierenportretten. Een uil door hem vereeuwigd verdient al jarenlang bij ons een ereplaats. Waarmee ik wel ver van het onderwerp ‘theater’ afgedwaald ben. Dus een stapje terug.
Nu ik me had getoond bij enkele groepen in eigen stad werd ik gerecruteerd door meerdere gezelschappen uit de nabije maar ook verre buurt. Ik trok naar Nieuwkerken, Kieldrecht, zelfs naar een uithoek als Meerdonk. Dat alles vaak met het openbaar vervoer of, indien te ver, onder de voorwaarde dat ik gehaald en gebracht werd met de wagen. Zoals bijvoorbeeld naar Bazel. Wat een verhaal apart is. Toneelvereniging XYZ, een groepje dat reeds enkele jaren aanmodderde met blijspelen en kluchten. Terwijl de meeste leden toch wel andere ambities koesterden. En mij in het snuitje kregen blijkbaar. Zodat ik uiteindelijk jarenlang hun huisregisseur zou worden. Met een ander genre stukken, en met een langzame opleiding van de mensen. Vreesde men het publiek te verliezen bij de drastische omschakeling van wat er op scène te zien zou zijn… Ja, maar dat viel mee. De toeschouwers volgden. Succes verzekerd. Een nauwe vriendschapsband is het geworden, tot ik tenslotte gedwongen was alle toneelactiviteiten stop te zetten. En ondertussen? Want met het schrijven van die artikels, van het regisseren bij liefhebbers, koop je mogelijk wel een klein broodje maar vast nog geen beleg. Dus was ik al die jaren aan de slag in de administratie: bibliotheek en stadhuis. Een ander verhaal.
Theater. Wanneer ik het zo overdenk, het is een vluchtig medium. Hoeveel uren werden telkens gespendeerd aan de voorbereiding, om tot een resultaat van meestal slechts drie voorstellingen te komen. Een avondje uit. Wat was de impact op de toeschouwer? Bleef er iets achter; indien dat al de bedoeling was, soms diende de productie louter tot vermaak. En de medewerkers, de acteurs/actrices vooral. Kwamen zij tot inzichten, maakte het hun leven boeiender, rijper, dieper. Natuurlijk was regisseren bij zogenaamde amateurs veelomvattend. Je werd een beetje duivel-doet-al. Decor, kostuums, totale aankleding, belichting… je diende het alles te beheersen en over een groep te beschikken die het uitvoerde. Bovenal moest je de tekst ontleden, de personages, en vooral: met de mensen aan de slag gaan. Wat niet alleen betekende dat je hen in functie van het stuk en het personage moest ‘kneden’, of liever zichzelf laten zijn binnen het vereiste karakter. Maar ook dat je er vaak optrad als lesgever. Hoe dikwijls diende ik extra uitspraak’les’ te geven, of houdingen en loopjes te corrigeren, mime. Uiteraard was dat facet extra boeiend: het zien evolueren, openbloeien, soms talent ontdekken.
Eén facet aan dit alles bleef een minpunt: ik was een eenzaat. Dat lijkt moeilijk te rijmen met wat ik allemaal uitvlooide en toch was en bleef het zo. Ik was geen gemeenschapsmens, geen gezelligheidsdier. Nee, ik ging niet mee ‘een pintje pakken’ na de repetitie. Nee, ik was niet te vinden voor een gezellige babbel achteraf. Hoe goed de verstandhouding ook was, die small talk daarna interesseerde me niet. Wegwezen dus. Helaas ontsnapte ik meestal na de première, of vooral na de laatste voorstelling niet en moest ik er aan geloven. Met veel tegenzin. Zo’n after party was aan mij niet besteed en ik verdween dan ook zo vlug mogelijk. Ik keek steevast met enig afgrijzen tegen dat uurtje aan. Verder: mooie herinneringen. Of het nu die ‘Nonnen van Navarone’ waren, of ‘A taste of honey’, ze zitten in mijn hart, samen met de mensen die hen op scène hebben gezet. Het was een grillig parcours, van academie via Sint-Genesius en RITCS, met de theorieën van The Living Theatre en Gordon Craig, over het STOKteater en ‘Het Gezag’ tot XYZ. Een parcours van liefde geven en liefde krijgen. Een intens parcours.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.