Vandaag is het 170 jaar geleden dat Anne Brontë, het jongste en minst bekende zusje van de Brontë-familie, is overleden. Ik ken haar ook niet zo goed, maar ik wil haar toch dezelfde plaats geven als Emily of Charlotte. Het (niet zo heel geslaagde) schilderij van haar is overigens van de hand van Charlotte.

Net als Jane Austen hebben de zusters Brontë een teruggetrokken leven geleid en daardoor waren ze eveneens volledig op hun fantasie aangewezen. Het grote verschil is echter dat waar bij de rationele, classicistische Jane Austen de goede afloop reeds voelbaar is van in het begin van het verhaal, de Brontës een donkere wereld beschrijven, vol passie en romantiek, vol gevaren en hinderlagen, waar enkel helemaal op het einde – omdat de traditie het nu eenmaal zo verlangde – een happy end wordt aan gebreid. Dat lijkt wel Dickens, maar het verschil is dat door de afgelegen woonplaats van de Brontës (de “Moors”, waar bijna alle verhalen zich afspelen) de sociale realiteit bijna volledig afwezig is, maar in de plaats daarvan krijgen mysterie en magie veel meer aandacht. Denk maar aan “Wuthering heights” van Emily of “Jane Eyre” van Charlotte. Het zijn bijna “gothic novels”.
Dat heeft ook te maken met hun eigen leven. De zussen Brontë werden oorspronkelijk opgevoed in een school voor kinderen van onbemiddelde dominees (denk aan Lowood in “Jane Eyre”). Toen de twee oudsten (Maria & Elizabeth) echter stierven van ontbering (ook hier kunnen we de beroemde scène met Helen Burns in “Jane Eyre” aanhalen), haalde vader Patrick zijn twee andere dochters (Emily & Charlotte) terug naar huis, waar ze opgroeiden samen met de jongsten, Anne en Branwell, de enige jongen.
Branwell wordt naderhand de meest inspirerende figuur voor de zussen. Hij was immers een soort van jongere versie van Byron, hun grote idool. Nadat hun vader hen een partij tinnen soldaatjes heeft meegebracht, vluchten de vier kinderen in een eigen sprookjeswereld (Anglia), waarin een mythische ridder, the Duke of Zamorna, de hoofdrol speelt (ze schrijven de verhalen ook uit in kleine boekjes die ze voor hun vader verborgen houden). Zamorna is duidelijk een reïncarnatie van Byron, maar dus ook… van Branwell! Aangezien er onderhuids uiteraard ook een erotische aantrekking aanwezig is, is ook deze fantasiewereld een wereld van schuld en boete, tot het masochistische toe. Als het viertal volwassen wordt, zijn ze nog altijd niet in staat om in het normale leven te functioneren. Branwell nog het minst van al. Hij vlucht in een wereld van drank en drugs. Toch wordt hij niet verloochend door zijn zusters, integendeel. Het is haast symbolisch dat Emily op zijn begrafenis (september 1848) de kou vat, die enkele maanden later tot haar dood zal leiden.
“Jane Eyre”, het boek van Charlotte, zou voor alle drie de zussen – na een mislukte poging om poëzie te publiceren onder de mannelijke pseudoniemen Currer, Ellis en Acton Bell (“We did not like to declare ourselves women, because we had a vague impression that authoresses are liable to be looked upon with prejudice”) – een doorbraak betekenen. Om in te pikken op het succes werden op dat moment immers ook “Agnes Grey” van Anne en “Wuthering Heights” van Emily gepubliceerd. In dit laatste boek heeft Branwell model gestaan voor Heathcliff (evenals voor Arthur Huntingdon in het volgende boek van Anne, “The tenant of Wildfell Hall”). Hij wordt door sommigen zelfs als mede-auteur geciteerd (the manuscript shows another hand, probably his).
“The tenant of Wildfell Hall” werd na het succes van “Pride and Prejudice” verfilmd met Tara Fitzgerald (“Sirens”) in de hoofdrol, naast Rupert Graves als Arthur Huntingdon en Toby Stephens als Gilbert Markham. Ook hierin is de hoofdpersoon (de jonge Helen Graham met haar zoontje) met raadsels omgeven. Regisseur Mike Barker heeft het verschil met Jane Austen goed gesnapt, want alle beelden zijn kil en koud, wat wel efficiënt maar niet “mooi” is en bovendien wordt het procédé met de rondtollende camera (ongetwijfeld om die turbulente raadsels gestalte te geven) te vaak toegepast. Ook de muziek (van Richard G.Mitchell) is helemaal niet à la mode du temps, zoals bij Carl Davis, maar een soort van folk met een bittere rock-inslag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.