Ook veertig jaar geleden liet ik het reeds vallen in een Goed Gesprek : het moet de dag van vandaag erg zijn om jong te zijn. Wat je op fuiven en in dancings (disco’s natuurlijk niet meegeteld) geserveerd krijgt, is niet om aan te horen. Het koude vocht loopt zó van onder je oksels. Laatst nog eens zo’n kuur meegemaakt in een dancing die er uitzag als een gevangenis (het wás er één, geloof ik). Op heel de avond (nou ja, « avond »…) slechts één goede plaat gehoord : « Oh la la la » van T.C.Matic. Om maar te zeggen (nogmaals) dat wij eigenlijk nog het meest van onze eigen groepen houden. En niet uit chauvinisme, maar omdat die nog het meest klinken als de beste groepen uit de jaren zestig die volgens ons nog steeds niet werden geëvenaard. Toy spant hierin de kroon, maar Tubbax (zijn Costello-stembuiginkjes niet meegerekend) volgt ook op de voet. Vooral vocaal moeten ook The Machines hier ergens worden gesitueerd.

Maar we zouden het dus over Toy hebben… In Puurs werd onlangs een nieuw platenlabel opgericht: Payola. We laten Pol Ille zelf zijn bedrijf(je?) even voorstellen: “Dit label verschilt van de vroegere initiatieven tot oprichting van een onafhankelijk label voor kwaliteitspop. De vorige, inmiddels veelal ten ziele gegane initiatieven, stelden zich vrij elitair op, en hadden vaak meer aandacht voor de kwaliteit van de muziek, eerder dan voor de verkoopbaarheid ervan. Hoe lovenswaardig doze initiatieven ook zijn, door de beperkte afzetmogelijkheden in ons land enerzijds, en de hoge productiekosten anderzijds, is de kans op succes vrijwel nihil. Wij stellen ons voor, dat bij popmuziek kwaliteit en verkoop per definitie intens verbonden zijn, zodat het uitbrengen van een werk eisen stelt zowel wat de kwaliteit als wat de belangstelling bij een vrij ruim publiek betreft. Aan de andere kant weten wij goed dat de markt bijna volledig in handen is van multinationale groepen, die commercie als enige norm hanteren. Maar door hun logheid falen ze telkens weer, en komt de vernieuwing van de kleine labels, van de legendarische Sun, over Beserkley tot Stiff. Op kleine schaal willen we deze voorbeelden volgen”.
Paul Ille is zelf drummer bij de groep Toy zodat het haast vanzelfsprekend was dat het eerste product dat deze nieuwe firma aflevert ook de eerste elpee is van Toy (Bad night). De eerste elpee, jawel, maar niet de eerste plaat, want Toy heeft reeds twee singles achter de boeg. Een daarvan (uitgebracht bij IBC) ken ik en in vergelijking daarmee schijnt de groep wel vooruitgang te maken, dacht ik zo. Live schijnen ze overigens ook niet van de minsten te zijn, als ik mij mag baseren op de nogal uitbundige kritieken die vorige week verschenen zijn, na een optreden in Sint-Niklaas, waarbij ze het moesten opnemen tegen niemand minder dan Jonathan Richman die enkele honderden meters verder speelde.
Maar de hoofdaandacht gaat nu uiteraard naar deze elpee als zodanig. Van Payola mag alleszins gezegd worden dat ze technisch gezien kwaliteitswerk afleveren, maar ze mogen wel hun gaatjes wat groter maken want bijna had ik twee halve elpees van Toy! lets wat ik helemaal niet zou op prijs hebben gesteld, zelfs al valt deze elpee inderdaad zeer duidelijk in twee helften uiteen. De A-kant biedt vooral optimistische, ontspannende rock die de titel en de hoes van de elpee helemaal niet verrechtvaardigen. De gitaren van het componistenduo Albert Woods en Theo Van Hemelrijk klinken hier warm in harmonie, in Night after Night zelfs nog met een mondharmonica stijl 1965-66 erbovenop. De openingstrack (Son of St.Mary) is ook helemaal niet mis, maar zit eerder in de late sixties-atmosfeer (CCR). Toy moet echter wel beducht zijn voor een soort van Racey-rock, b.v. in het nummer Sacrifice. Op zichzelf is dit niet verkeerd, het klinkt zelfs lekker, maar als men zich op dergelijke paden begeeft, raakt de creativiteit rap zoek. Nu reeds is het gebrek aan variatie het grootste euvel van deze elpee.
De B-kant (met inderdaad Bad night) klinkt minder opgewekt, al is dat na Crazy Monday weer minder het geval. Imagination b.v. rockt toch weer zeer soepel. De gitaarsolo’s klinken hier iets scherper (van klank) en zwaarder (van stemming): laten we zeggen, de vroege jaren zeventig. Toy heeft dus iets weg van een retro-groep, maar dan in de goede betekenis van het woord (dat kàn, denken we maar aan Gruppo Sportivo, Robert Gordon, e.d.). Toy is een groep die de New Wave over zich heen heeft laten gaan, zonder al te veel sporen na te laten. Misschien enkel de hoes: een half verwoeste ruimte met overal lege bierflessen, een zwarte hoes met purperen rouwband. Nochtans is op een paar nummer na de muziek van Toy, zoals ik al heb gezegd, helemaal in tegenspraak daarmee. De meeste nummers rocken plezant weg, maar hebben weinig diepgang. Dat houdt ook in dat de teksten erg triviaal zijn. Het is duidelijk: deze groep heeft niets te vertellen, heeft geen boodschap. Dat is niet zo erg, als ze zich dan maar op de muziek concentreren.
Als ik een vergelijking zou maken met Creedence Clearwater Revival zou dat wel enigszins geflatteerd zijn, maar anderzijds is een dergelijke referentie natuurlijk niet mis. Vooral de gitaarduo’s zijn aangenaam om te beluisteren, de echte solo’s daarentegen nemen zichzelf een beetje te ernstig.
Toy is op de eerste plaats lichtvoetig en dat blijkt ook uit de teksten. Ik wil hier zelfs niet de gebruikelijke vraag stellen: waarom in het Engels? In het Nederlands zou de groep het immers onmogelijk kunnen waar maken. Nu zou het hen nationaal vast verder moeten brengen, maar ondanks het feit dat ze in het Engels zingen, zie ik hen niet over de grenzen doorbreken.
“Maar in Sint-Niklaas zijn we al wereldberoemd,” zegt Toy in Humo en gelijk hebben ze. Het sprak dus haast vanzelf dat de organisatoren van de jeugdwerklozendag op hen een beroep zouden doen wanneer er uitgekeken werd naar een lokale groep. Toy is immers meer dan zo maar “een lokale groep”. Sinds hun elpee “Bad night” (die op uitbundige kritieken onthaald werd, in de Vlaamse editie van het vakblad Billboard kregen ze zelfs vier sterren mee) is het allemaal wel zeer snel gegaan voor deze jongens “van over ’t water”.

Jan Segers

Referenties
Jan Segers, Toy speelt goed (een doordenkertje), De Voorpost, 11 mei 1979.
Toy, Bad night, Payola 031-89.29.39-01 (hun toenmalige telefoonnummer!), Overheide 69, 2670 Puurs.

4 gedachtes over “Veertig jaar geleden: Toy speelt goed (een doordenkertje)

  1. Het tweede vijfhoekfestival, ik was er bij toen. Ik herinner me vooral de perfecte organisatie op twee podia. Jo Lemaire &Flouze, the Kids die dat Engelse groepje The Original Mirrors vervingen wegens afgezegd, Scooter niet te vergeten, Toulouse Electric zeer goed en compleet verdwenen, Urban Heroes (niet Herpes), Rick Tubbax. Jaja, those werd the days…Ik herinner me ook dat er toen veel foto’s werden genomen…Wie ze wil delen, ik hoor het (zeer) graag.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.