Morgen viert de Italiaanse filmregisseur, acteur en scriptschrijver Ruggero Deodato zijn tachtigste verjaardag (foto Sebb via Wikipedia). Hij is het best bekend voor zijn horrorfilms, in het bijzonder het omstreden “Cannibal Holocaust” (1980).

Ruggero werd na het verschijnen van “Cannibal Holocaust” enige tijd vastgezet, op verdenking van het maken van een snuff movie (zie verder). Een en ander was zo overtuigend dat hij in de rechtszaak die hierop volgde, gedwongen werd zijn special effects te onthullen.
Nochtans was hij ooit nog begonnen als assistent van gerenommeerde regisseurs als Rossellini en Corbucci. Zijn eerste films horen thuis in de lijn van de historische spektakelfilms, zoals “Ursus il terrore dei Kirghisi” (1964) en “Fenomenal e il tesoro di Tutankamen” (1968).
Zelfs zijn eerste seksfilms zijn zo braaf, dat ik ze gewone “blootfilms” zou durven noemen zoals “Gungala la pantera nuda” (onder de naam Roger Rockfeller) uit 1968, met Kitty Swan in de hoofdrol (zie nevenstaande foto).
In zijn “Cannibal Holocaust” (1979) – het ‘meesterwerkje’ in het genre – trekken vier op sensatie beluste journalisten de groene hel in op zoek naar de laatste kannibalenstam. Het loopt niet al te best voor hen af en ze belanden op het menu van de inboorlingen na op een onfrisse manier te zijn afgeslacht. Deodato filmde het geheel in een effectieve semidocumentaire stijl, waarin de gruwelijke horrorscènes met vrijwel onbekende acteurs werden afgewisseld met daadwerkelijke folterscènes van dieren. Die konden immers niet voor zichzelf opkomen en GAIA bestond in die tijd nog niet.
In het spoor van Deodato volgden o.a. Marino Girolama met de zombie-kannibalenfilm “Zombi Holocaust” (1980), Spaans exploitatieregisseur Jess Franco met “Mondo Cannibale” (1980) en Umberto Lenzi met “Mangiati Vivi” (“Eaten Alive”) uit 1980 en “Cannibal Ferox” (1981). Vroegere films in het genre waren Joe D’Amato’s Emanuelle vehikel “Emanuelie e gli Ultimi Canibali”/”Emanuelle and the Last Cannibals” (met Laura Gemser uit 1977) en Deodato’s “Ultimi Mondo Cannibali” (1976).
In 2013 draaide de meester van de torture porn, regisseur Eli Roth (“Cabin Fever”, “Hostel”) als hommage aan het kannibalengenre “The Green Inferno”. Een groepje slecht voorbereide milieuactivisten onder leiding van de geniepige Alejandro ‘een soort van Ché Guevara uit den Aldi (rol van de Chileense acteur Ariel Levy) trekt het Amazonegebied in om actie te voeren tegen de ontbossing van het regenwoud en de uitroeiing van de Indiaanse stammen die er wonen en dat loopt uiteraard slecht af. Aan uitdieping van karakters wordt er duidelijk niet gedaan, maar dat is ook niet direct eigen aan dit subgenre van de horrorfilm. Personages in een Eli Roth-film zijn slechts pionnetjes die klaargemaakt worden voor de – liefst zo gruwelijk mogelijke – slacht. (*)
IMGBij de explosie van de video-industrie in de jaren negentig werden deze en gelijkaardige films opnieuw populair maar nu onder de benaming “Faces of death”. Martelingen in Zuid-Amerika worden afgewisseld met beelden van verschrikkelijke ongevallen of bloederige operaties. Ziekelijk, maar niet opzettelijk voor de film bedoeld.
Dat zou wel zo zijn met de zogenaamde snuff-movies, waarbij de slachtoffers (meestal na seksueel misbruik) ook echt zouden worden gedood. Lange tijd heeft men aan het reële bestaan van dergelijke films getwijfeld, aangezien zelfs onderzoeker René Boomkens geen bewijs ervan kon vinden en producer Lloyd Kaufman (Troma) over de “eerste” film die deze reputatie over zich heen kreeg (”Bloodsucking freaks” van Joel M.Reed uit 1975) getuigt dat het allemaal nep is. Men dacht dan ook dat het hier wel eens om een moderne stadslegende kunnen gaan, te plaatsen naast de vrouwen die verdwijnen in de pashokjes van de Veldstraat om dan op te duiken in een of andere harem e.d.
Maar met de zaak Marc Dutroux doken er dan toch dergelijke films op, met kinderen als slachtoffers dan nog. Privé-detective André Rogge in Humo van 17/9/96: “Ik had in België ook aanwijzingen gevonden van snuff movies, die vreselijke films waarin mensen vermoord worden terwijl ze seksueel worden misbruikt. Iedereen heeft het erover maaar niemand heeft ze ooit gezien. Ik kon justitie precies op het spoor zetten. Een tijd nadien verdween er een meisje in Frankrijk, de kleine Anaïs uit Mulhouse. Ik ben met mijn documentatie meteen naar onderzoeksrechter Germain Sengelin gegaan. Hij is de enige die geverifieerd heeft wat ik vertelde. Ik heb hem aangewezen waar hij een lot snuff movies in beslag kon nemen. Dat was in Engeland. De cassettes werden gevonden. Minstens vijftien kinderen waren gefilmd terwijl ze vermoord werden. Sengelin vroeg bij de Britten foto’s uit de video’s, maar dat werd vanwege juridische finesses geweigerd.”

Ronny De Schepper

(*) Marc Mortier, The green inferno, Film nr.108, februari 2016.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.