“Niko Eeckhout heeft twee ritten gewonnen in de Ronde van Extremadura. Eerst verbaasde me dit, maar in een commentaar in Het Nieuwsblad lees ik nu dat het ‘waaierritten’ waren. Dat verklaart veel natuurlijk,” schreef ik tien jaar geleden op Facebook, waarop iemand reageerde met de vraag wat “waaierritten” waren. Ik heb geprobeerd het uit te leggen…

“Waaierritten” zijn ritten waarin er “in waaiers” wordt gereden. Waaiers worden gevormd door de wind. Dat betekent dat als de wind van rechts komt, de renner die op kop rijdt uiterst rechts van de baan gaat rijden, zodat de tweede een beetje naast hem kan rijden en zo uit de wind zitten, de derde zit dan naast de tweede enzovoort.
Natuurlijk is een baan niet zo breed dat alle renners naast elkaar kunnen rijden. Op een bepaald moment breekt de “ketting” dus en moet er een nieuwe ketting ontstaan. Dat begrip “ketting” komt dan weer van het feit dat die, laten we zeggen, tien of twaalf renners naast elkaar, elkaar aflossen op de manier zoals een ketting draait. Wie dus kop heeft gedaan, laat zich afzakken en schuift achter de andere renners door tot hij aan het andere eind van de weg zit en dus tijdelijk “de laatste schakel” wordt. (Dat betekent dus ook dat een waaier normaal uit een twintigtal renners bestaat, want door dat “kettingeffect” moet je het aantal renners naast elkaar met twee vermenigvuldigen uiteraard.)
Als de wind nu schuin in het voordeel zit (in de rug dus i.p.v. op kop) dan kan je op die manier heel makkelijk wegrijden van de renners die achteraan in het peloton zaten te lummelen. Meestal wordt dat door een ploeg gedaan. Zij verzamelen zich zo compleet mogelijk (laten we zeggen met acht man) vooraan in de groep en gaan dan slechts de “halve baan” gebruiken.
Daardoor komen er veel renners “op het kantje” te zitten. Dat mag je letterlijk opnemen: dat is op het kantje van de rijbaan en vaak ontstaan er daar dan ook valpartijen door renners die in het grind of de grasberm terecht komen.
Maar ook als je niet valt (gelukkig nog altijd de meerderheid) wordt het zeer moeilijk om te blijven volgen. Van zodra er een schakel in de ketting breekt, moet je die drie meter in de wind overwinnen en aangezien die ploeg die “een waaier heeft getrokken” er een hoge snelheid op na houdt is dat vaak voldoende om er niet meer bij te geraken.
Ploegen die gespecialiseerd zijn in “waaierritten” zijn uiteraard ploegen uit vlakke landen waar de wind vrij spel heeft, met name de Nederlanders en de Belgen. De laatste tijd beginnen ook de Spanjaarden dat spel goed te kennen omdat nu eenmaal niet alle ritten in de bergen kunnen worden gereden en in Spanje rijdt men dan vaak op autosnelwegen (wat bij ons niet mag) en die liggen dikwijls in een vlakte waar de wind dus uit alle richtingen kan komen waaien. Vandaar dus dat het niet zo verwonderlijk is dat een Vlaming zoals Niko Eeckhout (een oudere renner dan nog wel, dus iemand met veel ondervinding op dat vlak) in Spanje dergelijke ritten kan winnen.

Ronny De Schepper


Ik stuurde deze uitleg voor alle zekerheid nog eens door aan andere wielerliefhebbers en Stephen Flockheart wist me daarbij het volgende te melden:


Soms wordt er ook op het einde van een waaier (de laatste schakel ) een renner gestationeerd , hij doet dus voor een tijdje geen kop om te beletten dat er andere renners (“indringers”) een plaats in het waaiertje kunnen vinden.
In het Engels gebruikt men het Franse woord “echelon”, kenners gebruiken ook het woord “rotation” voor de beweging van de ketting/waaier.
De Nederlanders zijn bij uitstek gespecialiseerd in het waaierrijden, maar de Oostblok-renners hebben het ook onder de knie want de meeste Vredeskoersritten op Pools grondgebied golden toen als waaierritten. In 1980 heeft de Sovjetploeg precies in die waaierritten alles aan flarden gereden in Olympia`s Tour. Hetzelfde gold ook voor de Olympia’s Tour van 1983 toen de Oost-Duitse baanrenners alles overheerst hebben. De Engelse baanploegen (Hallam, Bennet, Moore etc.) van 1973 en 1974 hebben zich ook goed kunnen handhaven in de waaiers van Olympia`s Tour.
Ik ben even gaan kijken naar foto`s van waaiers uit de Vredeskoers en de Engelse Milk Race. Wat mij opgevallen is, is dat de Sovjets en de DDR-ploegen (en waarschijnlijk ook de sterke Poolse en Tsjechoslovaakse ploegen) heel vaak korte of “halve baan”-waaiers gevormd hebben. Met andere woorden, die waaiers bestonden uitsluitend uit DDR- of Sovjetrenners. Ik probeer even de situatie te beschrijven aan de hand van een concreet voorbeeld uit de Vredeskoers van 1984.
Tijdens de laatste rit van Lodz naar Warschau over 154 km met nog zo`n 20 km voor de boeg ontstond er een DDR-aanval op de leider, de Rus Soekoroetsjenkov. Olaf Ludwig en Olaf Jentzsch van de DDR bezetten de plaatsen 3 en 5 in het alg. klas. op minder dan 1 minuut van Soeko voor de start van de rit, alles was dus nog mogelijk. Op een rechte weg zijn 4 DDR-renners plots op kop gaan rijden, de wind blies van rechts, de 4 DDR-renners zijn op de linkerkant van de weg gaan rijden (à bloc, wel te verstaan) om een waaier uit die 4 DDR-renners te vormen. Die 4 losten elkaar beurtelings af, geen andere renner “mocht” in het waaiertje van 4 man komen. De Rus (hij is wel degelijk een Rus) Soeko bevond zich in de 3de waaier en kon slechts na een helse achtervolging weer bij de DDR-trein aansluiting vinden. Hij won uiteindelijk met een voorsprong van 15 seconden.

Stephen Flockheart

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.