Het is vandaag al 35 jaar geleden dat de legendarische Amerikaanse jazzband-leider William “Count” Basie is overleden.

William (Bill) Basie debuteerde in het vaudeville-circuit als solist en begeleider (aan de piano) van blueszangers. In 1928 speelde hij bij de Blue Devils van Walter Page om vervolgens pianist te worden bij de Bennie Moten Band in Kansas City, Missouri. Na Motens dood in 1935 werd Basie bandleider en begon hij zich “the Count of Jazz” te noemen (al had hij ook soms nederige buien, waarbij hij drummer Jo Jones als de eigenlijke bandleider aanduidde). Met het nummer One O’Clock Jump werd hij nationaal beroemd.
Basie had trouwens het orkest van Moten overgenomen nadat deze was omgekomen tijdens een ongevaarlijke operatie aan de amandelen. De chirurg was echter een vriend van Moten en samen hadden ze de nacht ervoor uitgebreid de bloemetjes buitengezet. Geen wonder dat de hand van de dokter een beetje onstabiel was…
Count Basie heeft het systeem van Bennie Moten met het gebruik van “riffs” geperfectioneerd. Eén van zijn saxofonisten, Lester Young (1909-1959), wordt daardoor toonaangevend. De allereerste opname van Count Basie samen met Lester Young was “Lady, be good” van George Gershwin op Vocalion. Dat gebeurde echter onder de schuilnaam “Jones-Smith Incorporated”, aangezien Basie op dat moment al een platencontract had getekend voor Decca.
Tot de komst van Young was Coleman Hawkins de onbetwiste meester geweest, maar diens “kamerbrede” sound met veel vibrato moest het nu afleggen tegen de ontspannen, “coole” sound van Young. Men mag dit trouwens ook letterlijk opnemen, want ook typisch voor “the Kansas sound” is dat na de werkuren de jazzmusici zich met elkaar ging meten in jam-sessions. In een dergelijke legendarische “battle” moest een zwetende en zwoegende Hawkins het in zijn “marcelleke” afleggen tegen Lester Young, die “cool, calm and collected” bleef.
Count Basie brak anderzijds niet helemààl met voorgangers als Fletcher Henderson, want de terugkeer naar de blues heeft hij wel van hem overgenomen. En zo heeft hij op zijn beurt bijgedragen tot de ontwikkeling van een meer geritmeerde blues, zoals die o.m. wordt gebracht door Jimmy Rushing, die eerst bij Bennie Moten en nadien vijftien jaar vast bij Count Basie heeft gezongen. Dat leidde dan tot de rhythm’n’blues, zoals die kort na W.O.II gespeeld werd in de zgn. Jumps Bands zoals die van Louis Jordan, Johnny Otis, Louis Prima, Wynonie Harris en Earl Bostic. Met “Flamingo” was deze overigens de eerste zwarte om de nummer één-positie in de top honderd te bereiken.
Tegen het einde van 1936 verhuisde Basie met zijn band naar New York, waar het Count Basie Orchestra tot 1950 bleef. Het einde van de populariteit van de big band kwam in zicht, maar Basie vormde in 1952 desalniettemin een zestienkoppig orkest en bleef dat tot zijn dood leiden. Basie bleef trouw aan de Kansas City-jazzstijl en was van belang bij het levend houden van jazz met zijn eigen manier van pianospelen. Aan het eind van zijn leven was Basie aan de rolstoel gekluisterd, maar hij bleef optreden. Count Basie overleed in 1984 op 79-jarige leeftijd.

(Zeer) selectieve bibliografie
Wikipedia
Karel Van Keymeulen, Kansas City was het beloofde land, De Standaard 1/6/1996.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.