Vandaag is het al 35 jaar geleden dat de Amerikaanse soulzanger Marvin Gaye door zijn vader werd vermoord.

Marvin Gaye koos zowaar België en meer bepaald Oostende als uitvalbasis voor een comeback. Hij was daar aanbeland dankzij concertorganisator Freddy Cousaert nadat hij compleet aan de grond zat wegens zijn tweede huwelijk dat op de klippen was gelopen, allerlei juridische en financiële moeilijkheden waarin hij betrokken was geraakt en vooral een drugprobleem dat terugging op zijn vroegste jeugd.
Marvin Gay (zonder e) was immers op 2 april 1939 geboren in Washington als zoon van een dominee uit de Pinkstergemeenschap (een christelijke sekte met joodse invloed). Hij werd streng religieus opgevoed en moest op zaterdag naar de dienst i.p.v. te gaan dansen zoals de andere jongeren. Dit leidde tot allerlei toespelingen, die hij nauwelijks kon verwerken. Zijn familienaam was ook al geen grote hulp en bovendien raakte bekend dat zijn vader ondanks (of juist dankzij?) zijn religieus fanatisme soms in vrouwenkleren rondliep.
Als 17-jarige tracht Marvin uit dit verstikkende milieu te ontsnappen via een opleiding als militaire piloot, maar hij komt al vlug in botsing met de militaire discipline. Aangezien hij een grote fan is van Harvey Fuqua van The Moonglows krijgt hij op die manier een plaatsje bij de groep. Hij is ook sessiemuziek (piano en vooral drums) bij Motown, o.a. op de platen van Smokey Robinson & The Miracles. In 1962 wordt hij echter als zanger ontdekt door Berry Gordy.
Eerst wil het niet lukken maar met “Stubborn kind of fellow”, waarin Martha and the Vandellas het achtergrondkoortje vormen, is het dan zo ver. Van dan af volgt een reeks successen, waaronder “Can I get a witness”, dat door de Rolling Stones wordt gecoverd, en “How sweet it is”.
Gaye wordt al onmiddellijk als sex-symbool uitgespeeld en daarom wordt hij vaak in duet geplaatst met een vrouwelijke collega. Eerst is dit Mary Wells, daarna (in ’66) Kim Weston (met o.a. “It takes two”, veel later gecoverd door Rod Stewart en Tina Turner) en tenslotte moet hij samen met de kersverse songschrijvers Nick Ashford & Valerie Simpson de carrière van Tammi Terrell lanceren. Dat lukt uitstekend met o.a. “You’re all I need to get by” en “Ain’t no mountain high enough”.
Ook solo heeft hij in die tijd (1968) zijn grootste hit: “I heard it through the grapevine”, ook al is dat origineel van Gladys Knight and the Pips. Aan de samenwerking komt dramatisch een einde als Tammi tijdens een optreden aan een hersentumor overlijdt in maart 1970. Marvin is daardoor zo van de kaart dat hij tot 1974 weigert op te treden. Hij wordt nog meer door religie geobsedeerd en koppelt dit in “What’s goin’ on” (1971) aan politiek engagement.
In 1973 volgt de biografische film “Trouble man”, waarvan de jazzy getinte muziek slecht wordt ontvangen (zoals zo vaak gebeurt, noemt hij het precies daarom zijn beste elpee; ze symboliseert voor hem totale creatieve vrijheid), maar datzelfde jaar krijgt hij wel een grammy voor “Let’s get it on”. Nog dat jaar maakt hij een elpee samen met Diana Ross (als deze in Vorst-Nationaal optreedt in de periode dat Marvin hier “in ballingschap” is, zal ik hem trouwens eens in levende lijve zien, want ze haalt hem uit de zaal om samen “You are everything” te zingen).
In ’74 viert hij zijn comeback op de scène maar meteen met een live-elpee. Hij wendt zich ook weer tot zijn sex-imago met “I want you” uit 1976, dat een op muziek gezette softpornofilm wordt genoemd. In ’79 scheidt hij van zijn eerste vrouw Anna, de zus van Berry Gordy. Aan haar draagt hij “Here my dear” op. Het is zijn laatste meesterwerk voor Motown. Daarna volgt nog “In our lifetime”, maar daar staat Gaye niet achter.
Overigens stapelen de persoonlijke en artistieke problemen zich op. Hij huwt met een zekere Jane, maar deze verlaat hem voor Teddy Pendergrass, zijn beste vriend. Zo komt hij dus in februari ’81 vrij toevallig in Oostende terecht, waar hij in maart ’82 verneemt dat zijn stiekeme wens, nl. dat Pendergrass iets heel ergs zou overkomen, uitgekomen is: na een verkeersongeluk is-ie namelijk verlamd.
In Oostende leeft Marvin anoniem, gaat er naar een gewoon volkscafé, doet aan sport (fietsen!), enz. Hij leert er een andere “anonieme grote” kennen, namelijk Prins Karel. Deze brengt hem de liefde voor James Ensor bij. En in de club van Freddy Cousaert, The Groove, maakt niemand minder dan Arno Hintjens eten voor hem.
Als CBS ziet dat Gaye “genezen” is en hem een contract aanbiedt, begint het opnieuw. Gaye trekt in mei ’82 weg bij de familie Cousaert en gaat apart wonen in Gistel in het huis van Charles Dumolin, waar een aantal muzikanten (o.a. Harvey Fuqua en Gordon Banks) bij hem intrekken. Al vlug is hij opnieuw aan de drugs.
In de studio “Katy” van Marc Aryan neemt hij een nieuw album op met o.a. ook een 20-jarige Oostendenaar, Danny Ash. David Ritz, een geschifte blanke die zich als zijn biograaf opwerpt, suggereert hem de titel “Sexual healing” als hij Gaye betrapt op het moment dat die zich aan het verdiepen is in de stripbewerking “Histoire d’O” door Picha. Achteraf eiste hij trouwens auteursrechten voor dat nummer en de rechter gaf hem nog gelijk ook.
Ook met Cousaert komt het tot financiële problemen, enerzijds omdat deze het geld van Gaye op een Zwitserse bank had gezet, maar Gaye had nagelaten zijn handtekening te laten valideren, zodat hij er niet aankon en anderzijds omdat hij zijn broek scheurt als hij dat huis van Dumolin wil aankopen, maar achteraf blijkt dat dit niet mocht, omdat de rechter er beslag op had gelegd.
Terug in de VS wordt “Thriller” door CBS opzettelijk ingehouden om “Midnight love”, zoals de elpee uiteindelijk heet, uit te brengen en op die manier Gaye opnieuw aan een Grammy te helpen. Bij de overhandiging bedankt hij traditiegetrouw zowat iedereen, maar zijn vader laat hij opzettelijk weg (en ook zijn Belgische vrienden by the way). Heel zijn leven staat in het teken van het zoeken naar goedkeuring door deze fanaticus en als dat uitblijft begint Gaye hem dan maar stilaan uit te dagen.
Als het b.v. weer heel slecht begint te gaan, keert hij niet terug naar Oostende, zoals zijn advocaat hem aanraadt, maar trekt hij bij zijn ouders in. Gaye is redelijk paranoïed geworden, loopt steeds met een revolver rond en zit bij het raam te wachten op “iemand die hem zal komen halen”. De ruzies met zijn vader volgen elkaar op en op de vooravond van zijn verjaardag, op 1 april 1984 schiet deze hem overhoop, nadat Marvin hem ertoe had uitgedaagd. Men kan het ook als een zelfmoord “par personne interposée” beschouwen.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.