Schoolreizen, toen waren daaraan nog geen uitstapjes naar pretparken aan verbonden. Die waren trouwens ook niet bepaald dikgezaaid. Nee, veel meer dan een educatieve wandeling en een ecologisch verantwoorde verpozing in een bos of aan een meer zat er niet in. En toch was er een pretpark dat in mijn hoofd gebeiteld zit: het Melipark (foto Eliedion via Wikipedia).

Vermits we ieder jaar twee, eerst zelfs drie maanden aan zee verbleven, was Adinkerke waar dit sprookjesachtig oord gelegen was niet zo heel ver af. Nu ja, niet ver… relatief dan met het openbaar vervoer toch nog een flinke trip. De tuin met de dieren, de figuren uit de verhalen uit de Grimm- en Andersen-boeken. En het leven van de bijen. De honing natuurlijk. Waarmee ik een opmerkelijke band had! Ik ben, zo weet ik uit wat me verteld werd, mijn eerste twee levensjaren doorgesparteld op een dieet van melk en honing. Met die melk was ook al iets bijzonders aan de hand: blijkbaar diende mijn vader iedere ochtend, winter en zomer (herfst en lente ook natuurlijk) ergens aan de andere kant van de stad verse melk te gaan halen voor mij. Koemelk verdroeg ik niet. Maar welke melk dan wel? Welke mysterieuze melk noopte hem iedere dag tot zo’n trip met de fiets? Ik heb het nooit geweten, steeds verzuimd het te vragen; en nu is het te laat. Ik kan enkel nog gissen. Verse moedermelk die hij, al dan niet eigenhandig, ging aftappen bij een of andere deerne? Wie weet in ’t Spinhuis bij de ‘gevallen meisjes’; het blijft een raadsel. Het kan ook simpelweg paarden- of geitenmelk geweest zijn; hoewel?
De honing: ik was een kind dat mijn ouders gedurende mijn twee eerste levensjaren iedere nacht poogde wakker te houden; een bleiter dus. De enige oplossing bleek dat ik die jaren doorbracht in een bedje naast mijn moeder en dat zij, telkens ik mijn mond opende en het op een schreeuwen zette met flink wat decibels, mijn fopspeen in de pot honing duwde en daarna in mijn mond stopte. Die operatie geschiedde in het duister. Nu was de opening van de honingpot groot genoeg, geen probleem; maar mijn babymondje tastend vinden was iets anders, dat werd zoeken. Zodat na x aantal schreeuw- en honingbeurten ik ’s ochtends ontwaakte met een snoet vol honing waarmee een gemiddeld gezin de ontbijtboterhammen had kunnen besmeren. Meli en ik, het is een liefde voor het leven gebleven.
Zo’n hoogtepunt als het Melipark was veeleer zeldzaam in mijn solitair bestaan. Want eenzaam was het wel. Lezen deed ik vooral. Vriendjes had ik niet op het thuisfront. Hoewel er toch ook spelmomenten waren. Groter geworden was er o.m. de elektrische trein. Maar veel jonger toen we nog in een huurhuis woonden met een klein plaatsje achteraf, liep ik daar vaak in mijn eentje rond terwijl ik een kruiwagen duwde. Daarin stond een emmer water en daarin bevonden zich lange grashalmen die palingen voorstelden: ja ik verkocht palingen, aan niemand natuurlijk. Waar die idee vandaan kwam? Ik heb in mijn ganse leven geen paling gegeten, heb hem nooit op tafel zien verschijnen zelfs. En een handelsgeest bezit ik niet, ik ben geen sjacheraar. Raadsel. En toch – er bestaat zelfs een foto als getuige. Enkele jaren later was ik in het bezit van een trapauto zoals aan de kust rondrijden, merk Torck. Toen bewoonden we het huis dat mijn ouders enkele straten verder hadden laten bouwen. Daar beschikte ik over een ruime betegelde ‘achterplaats’ om rond te rijden. Deze was gescheiden van de tuin door drie bogen, de linkse en rechtse bevatten een muurtje van een halve meter hoog, via de middelste bereikte je de ‘hof’. Wat heb ik daar gecrost! De snelheid waarmee ik op die muurtjes toevloog om dan plots te remmen; hoe er nooit ongelukken gebeurd zijn? Op de blinde muur van die plaats, ook in bogen verdeeld (mode van de tijd vermoedelijk of obsessie van de architect die iets te klassiek geschoold was) had een kunstzinnige neef reuzeschilderingen aangebracht: een besneeuwd Zwitsers landschap, een zonovergoten mediterraan uitzicht… Mooi maar je raakte wel uitgekeken op die prentkaarten. Over het kunstzinnige van de familie heb ik het later nog wel eens.
Afgezien van twee deuren die naar het huis voerden was er één die toegang gaf tot een kolenhok, later bergruimte, maar ooit gebruikt om een varken te huisvesten. Genaamd Choubert (waar die gekke naam vandaan kwam?). Uit verhalen weet ik dat het gezin stond te huilen toen de slachter ter plaatse kwam. Of ze ooit zijn voortbrengselen gedegusteerd hebben, ik betwijfel het ten zeerste. De worst en de varkenslapjes zullen de eerste weken na het verscheiden van de trouwe dikke vriend niet best gesmaakt hebben denk ik.
De tuin zelf: hoofdzakelijk gras, enkele bloemen terzijde. En een poging om wat groenten te kweken. Waarvan ik ooit mijn deel opeiste om daar tot mijn voldoening radijzen te zien gedijen. Lang heeft dat niet geduurd want ik had niet echt groene vingers en zo fascinerend waren die kleine knollen tenslotte ook weer niet.
Festiviteiten die vermochten de eentonigheid van mijn bestaan te verbreken, ze waren zeldzaam. Er waren de ballonfeesten, een jaarlijks, nog steeds weerkerend evenement in de stad Sint-Niklaas. Ik ben er een liefde voor blijven behouden om hen door te lucht te zien varen. Nu heel wat complexer dan toen, met hun speciale vormen. En de zomerkermis. Of de winterse jaarmarkt. Een aanleiding voor enkele mannelijke familieleden uit Boom om naar onze stede te komen. Blijkbaar werd daar nog gehecht aan dergelijke traditie die ik veeleer reeds aan Stijn Streuvels en Ernest Claes zou toewijzen, die bezoeken van jaarmarkten van dorp tot dorp… Maar nee, de auto van mijn peter Jef werd volgestouwd met mijn grootvader en enkele andere mannelijke afstammelingen. Zo arriveerden ze. En… voor mij het hoogtepunt: mijn peter kwam mij met de auto van school afhalen! Ver- en bewondering van klas- en andere genootjes; het bezit van een auto was nog niet zo voor de hand liggend. De kermis zelf evenwel? Ik genoot van de muziek, het rumoer, de lichtjes, de sfeer. Maar verder? Nee voor mij geen ritje op de carrousel. En helaas verdroeg ik geen oliebollen, smoutebollen. Dus: lootjes kopen, dat wel. En aan een touw trekken om een prijs te winnen. Vissen misschien hoewel ik daarin onhandig was; dan liever het ‘spel met de levende beestjes’, de ‘ratjes’ die bij voorkeur in het hokje zouden lopen dat het nummer droeg dat op mijn gekocht briefje stond: prijs! Uiteraard werd het kermisbezoek afgerond met een bezoek aan een gerenommeerde drankgelegenheid; berucht… het vaste lokaal van de toneelvereniging Sint-Genesius, de Stad Nantes, tweede thuis van vader. Kermissen, ballons, en de bloemenstoet: wauw al die praalwagens die zich door het centrum van de stad bewogen, kleur- en geurrijk. Processies verdwenen reeds naar het achterplan, die werden in mijn prille jaren opgeslokt en ingehaald door de geschiedenis en de voortschrijdende onverschilligheid van de katholieken. Ik herinner mij slechts mijn deelname aan twee dergelijke evenementen toen ik nog bij de zusterkes van de Heilige Familie school liep. De ene keer liep ik daar als priester met een kazuifel gekleed en een kartonnen maar toch goudkleurige kelk in de handjes. De tweede keer droeg ik een wit Jezuskleed en had ik een schaapsvacht in de armen, symbool van het Lam Gods! Wellicht ambieerde ik sindsdien een carrière in de kerkelijke hiërarchie; voor minder dan bisschop deed ik het trouwens niet. Tot ik, tien jaar oud, de wijding tot priester van een neef moest ondergaan; dit proces duurde naar mijn gevoel uren… Mijn enthousiasme voor het beroep was definitief en onherroepelijk bekoeld. Zoveel geduld kon en mocht de heilige geest niet van mij verlangen. Ik was bekeerd. Zo’n feest wou ik echt geen tweede keer beleven!

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.