Jan Lauwers (°1957) richtte in 1979 het Epigonenensemble op, een kunstenaarscollectief dat al gauw werd omgevormd tot een theatergezelschap, de Needcompany. Als onderdeel van het libretto van de opera “Orfeo” van Walter Hus, schreef Jan Lauwers “The sound of the snake”, een “monoloog voor een eenzaam man”. Hier ligt de grondslag voor zijn Snakesong Trilogy, waarvan op 24 maart 1994 in Frankfurt het eerste deel in première ging. Op de foto van Mohylek (Wikipedia) ziet men wel een voorstelling in Poznan in 2010.

Dit deel, “Le voyeur”, was gebaseerd op teksten van Alberto Moravia en had als thema de macht van seks in relatie tot de dood, het kijken en niet ingrijpen en het benoemen van de pijn. Het tweede deel kreeg de titel “Le pouvoir” mee en steunde op een theatertekst van Lauwers zelf, “Leda”, dit als metafoor bij uitstek voor de relatie tussen erotiek, geweld en dood.
Ook Needcompany moest op het eind van 1995 een voorstelling schrappen, maar dan wel om een zeer merkwaardige reden. De erven van Jean Genet vonden namelijk dat men geen dansvoorstelling mocht maken op basis van zijn teksten. Wel mocht men aan hem “denken”, maar daarvoor moest men dan toch een aanzienlijke som neerleggen. Needcompany weigerde dit terecht en stelde de première van “Tres” van Grace Ellen Barkey een tijdje uit. Nadien ging ze dan toch in première onder dezelfde titel. We mogen zelfs aannemen dat het eigenlijk dezelfde voorstelling was, alleen werd nu niet meer naar Jean Genet verwezen, zodat diens erven op hun kin konden kloppen.
Op 6 november 1996 ging in Kopenhagen het derde deel van “The Snakesong Trilogy” in première: “Le Désir” is gebaseerd op “A rebours” van Joris-Karl Huysmans (in het Nederlands vertaald als “Tegen de keer”), “Les chants de Maldoror” van Comte de Lautréamont en “Salomé” van Oscar Wilde. Deze keer speelt muziek een essentiële rol. De Nederlandse componist Rombout Willems schreef drie composities voor altviool solo (live uitgevoerd door afwisselend Werner Dickel en Patrick De Clerck) en drie voor klein ensemble, die werden opgenomen. Het thema was deze keer de wraak van de natuur (de instincten), omdat ze aan banden wordt gelegd door de cultuur. Het kernstuk is hiervoor de passage uit de roman van Huysmans (die overigens als vertrekpunt diende voor “The picture of Dorian Gray“), waarin de hoofdfiguur Des Esseintes een levende schildpad met juwelen belegt om haar beter te doen uitkomen tegen de achtergrond van zijn tapijt. Uiteindelijk sterft het dier omdat het niet bestand is tegen deze last.
Na deze voorstelling ontstond er een conflict met de Singel over “warmte” en “kwaliteit” (Steven Heene in De Morgen van 29/12/1998) en moest Needcompany op zoek gaan naar een andere partner. Nochtans had Jan Lauwers, ongetwijfeld omwille van de “warmte” en de “kwaliteit”, Eugène Bervoets reeds aan de deur gezet omdat die het waagde om naast zijn werk bij de Needcompany ook mee te spelen in het BRT-feuilleton “Windkracht Tien”. Niet omdat hij cumuleerde of zo, maar omdat hij “te veel in de publiciteit kwam te staan”. “Toen is mijn frank gevallen,” zegt Bervoets in Doen van januari 2002 en hij gooide het roer meteen helemaal om en ging Gentse Waterzooi bereiden en in het Swingpaleis uit de bol gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.