Morgen zal het 160 jaar geleden zijn dat in het Parijse Théâtre Lyrique Gounods “Faust” in première ging. Zelf besteed ik op mijn blog aandacht aan “Faust” bij Goethe en bij Charles Gounod, maar hieronder besteed ik even speciaal aandacht aan de rol van de duivel.

“Faust” is een opera die handelt over het algemene verlies van waarden, aldus Wikipedia. De oude Faust twijfelt aan de zin van zijn leven. Hij verkoopt zijn ziel aan de duivel voor rijkdom, geluk en vooral de eeuwige jeugd (“Hope I die before I get old,” zoals Pete Townshend zong of “Forever young” met de woorden van Bob Dylan). Hij wint het vertrouwen en de genegenheid van Marguérite, nochtans een toonbeeld van kuisheid. Hij verwekt bij haar een kind maar laat haar vervolgens in de steek. De broer van Marguérite, soldaat Valentin, gaat een duel aan met Faust en wordt hierbij gedood. Al stervend vervloekt hij zijn zuster. Marguérite vermoordt haar kind en wordt hiervoor terechtgesteld. Engelen redden echter haar ziel en zij stijgt op naar de hemel.
Het verhaal van Faust die zijn ziel aan de duivel verkoopt voor kennis en macht stamt uit de 16de eeuw en verbreidde zich als een volksverhaal vanuit Duitsland over Europa. Al in 1589 schreef Christopher Marlowe er een toneelstuk over. Veel bekender is de Faust van Goethe. Gounods opera is niet de eerste over het Faust-thema. De Duitse componist Louis Spohr schreef er al een in 1813. “Doktor Faust” van Ferruccio Busoni dateert uit 1918 en Hector Berlioz schreef in 1846 zijn “La Damnation de Faust”. Voorts zijn er diverse romans, waaronder “Doktor Faustus” (1947) van Thomas Mann en “Mon Faust” (1946) van Paul Valéry.
Een paar jaar geleden was ik dol op een rubriekje in “Man bijt hond” waarin mensen een korte samenvatting gaven van een bekende opera. De vertellers waren goed gekozen en brachten een gepassioneerd verhaal dat door een uitstekende montage aanzette om de opera nog eens te gaan beluisteren (of zelfs bekijken als dat mogelijk zou zijn). Eigenlijk vond ik het zelfs spijtig dat het over bekende opera’s ging (al ben ik telkens opnieuw soms zelfs tot tranen bewogen als ik weer zo één van die schitterende aria’s hoor, bij voorkeur van Puccini uiteraard), want hoe fantastisch moet het niet zijn om na zo’n geëmotioneerde samenvatting die opera ook echt te ontdekken (wat bij de meerderheid van het “man bijt hond”-publiek wel het geval zal zijn).
Maar goed, op een bepaald moment was het dus de beurt aan “Faust” van Charles Gounod en ik bleef hangen bij een zinnetje van één van de dames uit de ontknoping van het verhaal. Marguerite wordt door Mefistofeles in verleiding gebracht, maar zij weerstaat eraan, “want ze herkende Satan in Mefistofeles” aldus de vrouw, en daarom wordt zij uiteindelijk toch ten hemel opgenomen.
Het gaat hem dus om het zinnetje “want ze herkende Satan in Mefistofeles”. Ik vond dat dit een verkeerd beeld gaf van de duivelfiguur in deze opera. Uit deze zin zou men immers een soort van manicheïstisch wereldbeeld kunnen afleiden, namelijk: in de wereld heerst er een strijd van het Goede tegen het Kwade, waarbij het Goede gepersonifieerd wordt door God en het Kwade door de Duivel. De Duivel die dan in diverse gedaantes kan optreden: Satan, Mefistofeles, Lucifer, Belzebub, noem maar op.
Maar dat is dus niet zo, vond ik. Er is immers niet één duivel, maar er zijn er meerdere. De duivels zijn namelijk gevallen engelen, zoals we bij Vondel kunnen lezen. Natuurlijk is er een soort van Opperduivel en bij Vondel is dat dan Lucifer. Volgens het woordenboek (Van Dale dus) werd Lucifer nadat hij duivel was geworden ook wel Satan genoemd. Maar dat neemt niet weg dat Satan een individu blijft, iemand anders dus dan Mefistofeles of Belzebub of…
Ik heb mij daar nooit zo mee bezig gehouden, maar misschien hebben al die duivels wel speciale karaktertrekjes. Misschien is de ene al wat “duivelser” dan de andere bijvoorbeeld.
Maar mijn punt is dus vooral: het zijn individuen en Satan is iemand anders dan Mefistofeles.
Helaas, wist ik veel dat ik hiermee in een wespennest ben getrapt. Wat opzoekingswerk dat mij natuurlijk al vlug bij Wikipedia bracht, leerde me dat er een onderscheid dient te worden gemaakt tussen Satan met een hoofdletter (wat het kenmerk is van een eigennaam, dus van de naam van een individu) en satan met kleine letter, waarbij satan dan toch zou staan voor die monotheïstische Duivel, die ik dan weer met hoofdletter schrijf, omdat ik hem dan in oppositie zie met God, een naam die door gelovigen ook steevast met een hoofdletter wordt geschreven.
Volgens mij maakt dit onderscheid alles nodeloos ingewikkeld. Ik zou het liever houden op een eigennaam en dan zelfs liever niet als synoniem (of pseudoniem?) van Lucifer. Tenslotte denkt niemand nog aan een engel als men de naam Lucifer gebruikt: ook Lucifer is wel degelijk een – individuele – duivel.
Voor Umberto Eco is er zelfs een zeer belangrijk onderscheid tussen Lucifer en Satan:“En we citeerden een brief waarin hij de excessen veroordeelde van enkele (loge-, RDS) broeders in Italië en Spanje die ‘aangedreven door een legitieme haat jegens de God van de priesters’, diens tegenstander verheerlijkten onder de naam Satan – een wezen dat was voortgekomen uit priesterlijk bedrog en wiens naam nooit in een loge zou mogen worden uitgesproken. Zo werden de praktijken veroordeeld van een Genuese loge die tijdens een openbare manifestatie een vaandel had getoond waarop de woorden ‘Glorie aan Satan!’ stonden, zij het dat later bleek dat de veroordeling het satanisme betrof (christelijk bijgeloof), omdat de maçonnieke religie gehandhaafd moest blijven in de zuiverheid van de Luciferiaanse leer. Het waren de priesters geweest die, met hun geloof in de duivel, Satan en de Satanisten, heksen, heksenmeesters, toverkollen en zwarte magie in het leven hadden geroepen, terwijl de Luciferianen volgelingen waren van een verlichte magie, zoals die van de Tempeliers, hun vroegere meesters. De zwarte magie was die van de volgelingen van Adonai, de boosaardige, door de christenen aanbeden God, die hypocrisie in heiligheid heeft doen verkeren, ondeugd in deugd, leugen in waarheid, die het geloof in het absurde heeft getransformeerd tot theologie en die in al zijn daden getuigt van wreedheid, verraad, haat jegens de mens, barbarij en verwerping van de wetenschap. Nee, Lucifer is de goede god die zich verzet tegen Adonai, zoals licht zich verzet tegen schaduw.” (De begraafplaats van Praag, p.359)
Tot slot (en hopelijk ten overvloede), ik voer hier uiteraard een puur taalkundig en literair-technisch discours. De ridiculiteit van het “realistische” aspect is zo groot dat ik daar geen woord wil aan vuil maken.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.