Het is vandaag veertig jaar geleden dat ik in de Antwerpse Arenbergschouwburg naar het programma “Offsmboet Ippq Dpef” van Neerlands Hoop ging kijken, omdat ze een week later dit programma in Sint-Niklaas zouden brengen. Ik schreef er voor “De Voorpost” dan ook volgend artikel over…

Op zondag 25 maart 1979 is Neerlands Hoop te gast in de Stadsschouwburg van Sint-Niklaas met het nieuwe programma “Offsmboet Ippq Dpef”, en indien het spektakel van hetzelfde gehalte is als op 17 maart in de Arenbergschouwburg van Antwerpen (en waarom niet eigenlijk? dat kan alleen aan het publiek liggen), dan kan ik slechts één ding zeggen: allen daarheen!!!
Het nieuwe programma van Neerlands Hoop (Freek De Jonge, Bram Vermeulen en nu ook gitarist Jan De Hont) heet dus “Offsmboet Ippq Dpef”. Het zal wel een kleintje zijn voor Roland Lommé om deze geheimtaal te ontcijferen. Inderdaad A = B en dat geeft als titel “Neerlands Hoop Code”.
“De code van Neerlands Hoop is duidelijk en herkenbaar,” bloklettert de Gazet van Antwerpen. Nou, dat is dan goed voor de Frut (en in de grond had ik dezelfde overtuiging), maar het was niet persé de bedoeling. “Code” staat hier namelijk voor de ultieme dubbele bodem: de artiest doet wat hij wil en het publiek denkt ervan wat het wil.
En het klikt! Wie dacht dat dit noodzakelijkerwijs op kortsluiting moest uitdraaien heeft zich schromelijk vergist. Daarbij hoort ook Bram Vermeulen zelf die vooraf verklaarde dat het een programma was dat “duidelijk niet tegemoet (komt) aan de wil van het publiek. Maar het weerspiegelt wél waar wij mee bezig zijn en wat wij willen overbrengen.”
Deze agressieve houding tegenover het publiek is een gevolg van de reacties op hun vorige programma “Bloed aan de paal”, waarmee ze een boycotactie van de Nederlandse ploeg aan de wereldbeker voetbal in Argentinië wilden op gang brengen.
Bram: “Wanneer je als bekende Nederlander met een duidelijk uitgesproken idee komt, wordt dit je niet door een grote groep mensen in dank afgenomen. Er wordt daarop heftig gereageerd door mensen die vinden dat je daarmee je niet hoeft te bemoeien. Wij zijn van mening dat je als wereldburger met alles je mag bemoeien wat je beroert. Als je je binnen je vakgebied laat voorschrijven wat je wel of niet mag doen, is er hopeloos iets verkeerd met dat vakgebied.”
Maar hoewel Neerlands Hoop dus bewust niet naar het publiek toe speelt, hebben ze wellicht nog nooit zo’n groot publiek kunnen bereiken. De Vlaamse recensenten noemen het hun beste productie (de Nederlanders zijn wel lovend maar niet uitbundig) en daar zou ik me wel willen bij aansluiten, ware het niet dat ik te weinig vergelijkingsmateriaal heb.
Hoe is dit nu mogelijk? M.a.w. wat doet de artiest en wat denkt het publiek? De artiest, hij gekscheert, hij speelt zeer goede popmuziek, hij doet een salto mortale op rolschaatsen, hij speelt toneel, hij is een mime (Freek De Jonge als een tweede Jacques Tati). En het publiek? Voor wie niet wil of kan nadenken is het een uitstekende ontspanning (maar dan moet je soms toch echt je oren sluiten), anderen hebben én de ontspanning én de code. En de code is hypocrisie.
Bij “Bloed aan de paal” bleek namelijk ineens dat een aantal mensen hun Hoop lieten varen. Dat zij, omdat ze nu eenmaal graag voetbal zien, niet meer consequent Neerlands Hoop wilden volgen in hun afwijzen van dergelijke compromissen.
“Bloed aan de paal” werd eigenlijk een mislukking. En omdat Neerlands Hoop zich voor dit programma rechtlijnig had opgesteld (nooit waren ze zo ondubbelzinnig, zo begrijpelijk geweest – met een bepaald doel voor ogen natuurlijk), hadden ze nu precies zelf de keuze tussen een compromis of de draad van hun vroegere programma’s weer opnemen, maar deze keer nóg resoluter en met nóg minder toegevingen. Het is duidelijk dat NH voor dit tweede heeft geopteerd.
Maar een artiest heeft nu eenmaal een publiek nodig, want in de badkamer zijn wel allemààl artiesten en er moet toch iets zijn, wat een badkamerartiest onderscheidt van een andere. Vandaar dus Code. Een programma vatbaar voor verschillende interpretaties.
In alle nummers zit die tweeduidigheid, maar uitschieters zijn toch: de vrouw die aan kanker sterft, de vieze ouwe man (die nog wel wil maar niet meer kan – dat is grappig, niet? daar lachen we allemaal om, maar in de laatste strofe wordt dat dan: die nog wel wil maar nooit meer zal kunnen…) en de man die acht jaar geïnterneerd is geweest (als men het dubbele had gezegd, had ik ook niet raar opgekeken).
Muzikaal is het een schitterend programma. Freek De Jonge is nu ook drummer en niet zo maar de eerste de beste, Bram bespeelt werkelijk meesterlijk een aantal klavieren en Jan De Hont, die na drie programma’s reeds goed ingeburgerd raakt, haalt uit zijn gitaar knappe effecten.
Tot slot ook nog de grandioze vormgeving onderlijnen: alles is gebaseerd op de drie kleuren van Neerlands Hoop (rood, wit en blauw of wat had je gedacht?), die steeds verrassend weerkeren.

Referentie
Jan Segers, Niet alleen Neerlands, maar ook Vlaanderens hoop!, De Voorpost, 23 maart 1979

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.