De geschiedenis van de popmuziek, pop als wereldwijd strijdlustig medium vooral wat zich aan deze kant van de generatiekloof bevindt, is nagenoeg dertig jaar oud. Velen duiden het uitbrengen van Elvis Presleys eerste wereldhit « Heartbreak Hotel » aan als moment waarop de muziekcultuur definitief uit de hand liep. Met een weinig moeite kon de popfan uit het begin der jaren ’60 enig inzicht verwerven in historiek en structuur van « zijn » muziek. Het volstond geregeld een goed tijdschrift ter hand te nemen (Humo of de meer gespecialiseerde vakbladen zoals Muziek Express of Melody Maker) en elke aanleiding te baat te nemen om even te grasduinen in de oude doos. In betrekkelijk korte tijd had je dan wel enig idee van de wijze waarop de zwarte muziek (blues, jazz, rhythm & blues) in wisselwerking met de meer blankgerichte genres (country, bluegrass) aanleiding gaven tot het ontstaan van een « nieuw » genre dat uiteindelijk als rock ‘n’ roll gebrandmerkt werd. Van daar af kon het spoor gemakkelijk worden gevolgd tot bij de Beatles en Stones.

Naarmate het aantal namen dat in de nationale of internationale belangstelling kwam uitbreiding nam en steeds meer hybride stijlen te onderscheiden vielen, werd het moeilijker voor de jonge popfan om bij te blijven, laat staan de « roots » te achterhalen. Gelukkig verschenen rond de decadewisseling ’60 naar ’70 enkele interessante naslagwerkjes. Zo bijvoorbeeld Nick Cohns « Awopbopaloobop Alopbamboom » dat op onderhoudende wijze een overzicht van de geschiedenis van de rock’n’roll gaf. Diepgaander maar tegelijk ook meer op « zwarte muziek » gericht was Charlie Gilletts « The Sound of the City ». Bruikbaarder echter voor snel opzoeken was Lilian Roxons « Rock Encyclopedia » uit ’69 die, hoe onvolledig en soms onjuist ook, de basis legde voor ambitieuzere werken uit de volgende jaren.
Zeker vermeldenswaard is « The Encyclopedia of Rock » van Phil Hardy en Dave Laing (1975) uitgegeven in 3 boekdelen (pocketformaat) waarbij elk volume respectievelijk grofweg de jaren ’50, ’60 en ’70 behandelde. De aanpak en vooral het formaat was echter niet in staat om de nieuwe « boom » die toen net op gang kwam op adequate wijze te assimileren en dus kwam er later ook geen bijgewerkte versie noch aanvullend boekdeel.
Ondertussen werd de markt jaarlijks overspoeld met tientallen verzamelingen interviews, zeer arbitrair samengestelde portretten, verzamelde hitlijsten, discografieselecties, fotoboeken… voor het grootste deel totaal overbodig drukwerk. Toch vindt de muziekkenner die dieper wil graven tussen al dit kaf af en toe een serieuzer werk dat een schat aan informatie bevat.
In de encyclopediesfeer krijgen we enkele qua vorm aantrekkelijker en qua inhoud steeds systematischer uitgaven. Voor Engeland is het New Musical Express die deze taak op zich neemt, in Amerika schiet Rolling Stone uit de sloffen, in Nederland onmiddellijk gevolgd door Muziekkrant Oor in 1977 met de « Eerste Nederlandse Pop Encyclopedie », die enige tijd terug in een vierde editie op de markt verscheen
NEDERLANDS OOR GAAT VREEMD
Deze nieuwe editie is grondig geactualiseerd. Zo worden nog de recentste lp’s van XTC (« Mummer ») of Yes (« 80102 ») vermeld.
Erg plezierig voor ons is de inlassing van een sectie Belgenpop. Andere speciale secties zijn bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Blues (onderverdeeld in hoofdstukjes Engeland, USA en Nederland), New Wave, Folk, Punk (één hoofdstukje over de Amerikaanse punk uit de jaren zestig en één over die van de jaren zeventig), Humor, Producers, Zware Jongens, enz… Een veel grondiger opsplitsing dus dan in vroegere edities.
Het maken van dergelijke encyclopedie blijft natuurlijk schipperen tussen volledigheid en overzichtelijkheid, een noodzakelijk compromis. Deugdelijkheid als direct referentiewerk kan dus slechts in het gebruik worden geëvalueerd en zo ondervonden wij…
In ’t algemeen valt dat erg goed mee, beter zelfs dan het geval is bij zijn Angelsaksische tegenhangers. Het noodzakelijke compromis wijkt in enkele gevallen echter nogal af van de gulden middenweg. In de sectie Nederpop bijvoorbeeld heeft de schrijver zó erg zijn best best gedaan om niemand uit de boot te laten vallen (en dus niemand voor het hoofd te stoten) dat het een kalvarie wordt om zich door het van 252 lp-titels voorziene verhaal te werken — het lijstje wordt dan ook afgehaspeld zonder dat je er echt wijzer van wordt.
Tijdens zijn klus is de samensteller blijkbaar zelf het Noorden kwijtgeraakt. Zo kan men in het chronologisch verhaal lezen : « Latijnsamerikaanse swingmuziek is te horen op (49) van Sail-Joia, één van de beste live-acts in Nederland ». Bijna een hele kolom verder zien we dan dat : « Sail-Joia slaat de Latin-richting in op (67) » (de cijfers verwijzen telkens naar de discografie), alsof de groep voordien hardrock bracht. Nergens wordt trouwens vermeld dat de basis van Sail-Joia wordt gevormd door de Portugese broertjes Jess & James die met hun J.J.Band in de jaren’60 één van weinige Belgische bands op niveau hadden.
WAAR ZIJN PAT EN FAT ?
Nu willen we hier niet pietepeuterig doen om zoveel mogelijk « vergeten groepen » te ontdekken maar sommige namen kan men nu eenmaal onmogelijk hebben laten vallen omwille van « niet relevant binnen het gestelde doel van deze encyclopedie ».
Zo moet je bijvoorbeeld weten dat de groep Can Holger Czukay onder zijn leden telde om iets te vernemen over deze grondleggers van de huidige Duitse wave. De nochtans erg praktisch opgestelde index (ruim 7.500 namen) vermeldt evenmin een groep als de Turtles (wél terug te vinden als je onder Mark Volman zoekt maar daar wordt dan weer niet naar Flo & Eddie verwezen).
Over een marginaal maar veel besproken en inside als belangrijk beschouwd figuur als Screaming Lord Sutch geen woord, noch over Paul Revere & the Raiders. We zouden door kunnen gaan met namen te noemen als Fat Mattress of Pat Boone maar hun invloed op de verdere evolutie van de pop is uiteraard van veel minder betekenis. Toch hadden we een discografie van een invloedrijk gitarist als Peter Green verwacht. Zelfs een recent prijsbeest als Chris Rea ontbreekt zodat we nog altijd geen bevestiging of ontkenning krijgen op het gerucht als zou deze heer de reïncarnatie van Chris Dreja (Yardbirds) zijn.
De up-to-dateness van het lijvige werk kan enkel geprezen worden, alleen… (sorry, dit is een kritische bespreking) The Alarm vonden we nergens terug. Nochtans werden ze vorig jaar augustus reeds middels een groot artikel door het Amerikaanse Rolling Stone ingehaald als de nieuwste grote belofte uit Europa.
Maar goed, voor de rest niets dan lof. Deze Eerste Nederlandse Popencyclopedie blijft voor ons het meest bruikbare naslagwerk dat op dit moment voorhanden is, de lay-out is verzorgd, niet te schreeuwerig. De onderwerpensecties laten zich vlot lezen en het grasduinen met verwijzingen als reiswijzer is een even aangenaam als leerrijk tijdverdrijf. Een niet te onderschatten pluspunt is tevens de verzorgde inbinding met stevige kaft, wel nodig voor een werk dat bestemd is voor intensieve raadpleging.

78 vrij en vrolijk

STRIJDLIEDEREN
Of « Wij staan scherp » van het Masereelfonds en het Fonds Leo Magits ook tegen veelvuldig « gebruik » bestand is, hangt ervan af wat je onder « gebruik » verstaat. Nog niet zo lang geleden verscheen bij Infodok immers een « Liedboek », dat bedoeld was om mee te zeulen in betogingen. Nu lijkt « Wij staan scherp » ons qua uitgave eerder op de bibliotheekkast te mikken dan op de zak van een betoger, maar toch is het spijtig dat binnen het kleine wereldje van progressieve uitgeverijen er geen grotere samenspraak mogelijk is wat uitgavebeleid betreft.
Want, liedjes zingen… wanneer begin je daarmee ? Op de kleuterschool is men er alleszins al mee bezig, maar daarvóór nog heeft ieder kind al gezongen of horen zingen. Thuis staat zeker af en toe de radio aan, of een platendraaier, of een cassetterecorder. En als het dat niet is : ook op televisie wordt er wat afgekweeld.
We zingen dus van kleinsaf aan. Meestal zingen we als we blij zijn. Maar je kan ook zingen als je droef bent, want dan voel je je op slag al wat beter. En je kan ook zingen als je kwaad bent. Als er onrecht is geschied en je kan er niets meer tegen doen, dan kan je er nog altijd een liedje over zingen.
VAN STRATEN EN PLEINEN
In Chili was er ook een zanger, Victor Jara. Samen met vele anderen was hij in het voetbalstadion van Santiago de Chili opgesloten. Maar hij werd herkend, want Victor Jara was een bekend zanger en gitarist, die op televisie was geweest en zo. Jara zong liefdesliedjes, maar dan over de arme mensen, die naar de fabriek moesten en maar af en toe tijd hadden om te vrijen. Jara zong daarnaast ook liederen waarin hij de lof zong van president Allende en van de vernieuwing die hij had doorgevoerd. Dat zette kwaad bloed bij de officieren die Jara in het voetbalstadion herkenden. Zij pikten hem uit de menigte en midden op het voetbalveld braken zij eerst zijn vingers en hakten daarna zijn handen af. « Speel nu maar gitaar ! » spotten zijn beulen.
Ondanks de hevige pijn keerde Victor Jara zich naar zijn medegevangenen en hij begon één van zijn laatste liederen te zingen : een lied tegen de generaals. Toen werd hij dood geschoten…
Maar enkele dagen later, op de begrafenis van de Chileense dichter Pablo Neruda zong het volk deze liederen en vele andere, zelfs van zangers die men niet meer kende, maar waarvan de liederen waren blijven bestaan.
Dergelijke liederen noemt men strijdliederen, liederen waarin men opkomt voor een betere wereld.
Eén van de oudst bekende werd geschreven door de Cubaan José Marti, iemand die echter wel gedurende veertien jaar als balling in de Verenigde Staten heeft verbleven. Onnodig er dus op te wijzen dat het hier het Cuba van vóór Fidel Castro betreft. In tegenstelling tot de inval in de Varkensbaai b.v., trachtte ook José Marti een inval vanuit Florida op touw te zetten maar dan met de bedoeling Cuba te bevrijden. Dit was in 1895. De aanval mislukte en Marti kwam om tijdens de gevechten. José Marti was vooral een all-round schrijver (romans, poëzie, pamfletten), maar één lied dat hij heeft geschreven op een Spaans volkswijsje is de geschiedenis ingegaan : Guantanamera. Op een live-elpee zingt Pete Seeger daarvóór « Estadio Chile » van die andere vermoorde dichter Victor Jara. Jara in 1973, Marti in 1895. Je ziet het : zoveel is er nog niet veranderd, er is nog heel wat te doen.
ZING JE MOERSTAAL
Deze liederen zingt men ook vaak in de Verenigde Staten, want ook daar zijn er nog veel toestanden om tegen te protesteren. Het gekke is dat Amerikaanse platenfirma’s ontdekten dat ze met deze liederen veel geld konden verdienen. Zij gaven er niet om dat in die liederen ook zij werden aangevallen en ze begonnen platen met strijd- en protestliederen, « protestsongs » overal te verspreiden. Ook bij ons. Bijna iedereen in Vlaanderen kent één of meerdere protestsongs uit Amerika. Omdat deze natuurlijk in het Amerikaans zijn, verstaat men dikwijls niet waarover het gaat en zingt men ze te pas en te onpas.
Ondertussen zijn er alweer een tiental jaren voorbij en voor Vlaanderen betekent dat o.m. dat groepen als de Nieuwe Scène, Vuile Mong en z’n Vieze Gasten en Bots (geïmporteerd vanuit Nederland) de revue zijn gepasseerd. We moeten ons dus niet langer behelpen met « We shall overcome » of « The times they are a-changing ».
Toch zijn er weinige teksten gekend en ook wat melodie en gitaarakkoorden (voor alternatieve chiroleiders) betreft tastte men tot nog toe in het duister. Deze leemte is nu opgevuld door de uitgeverij Infodok die in nauwe samenwerking met Lieven Baeyens, Fred Brouwers, Jef Ulburghs, Kris Van Den Bosch (Kultureel Front), Viona Westra en Erik Wouters (Kopspel) een « Liedboek » heeft uitgebracht. Het kreeg de ondertitel « Zang- en werkmateriaal voor animatie en actie » mee, want naast het « passief » zingen van bestaand materiaal wordt vooral ook het fabriceren van nieuwe liederen op basis van de bekende gestimuleerd.
De Vlaamse strijdliederen die we bedoelen zijn vooral terug te vinden in de rubriek « thematische liederen ». De thema’s waarrond zij zijn gegroepeerd, zijn bekend : tewerkstelling, milieu, energie, minderheidsgroepen, vrede en ontwapening. Maar terecht worden zij voorafgegaan door een aantal « historische » liederen (waarbij natuurlijk onze ouwe trouwe « Internationale » niet mag ontbreken) en ook door een goede selectie uit het buitenlandse repertoire met uiteraard een fikse greep Chileens verzet en ook het reeds geciteerde « Guantanamera ».
Twee kritische bemerkingen : het boek is misschien iets te groot (het kan niet in je zak tijdens een betoging b.v.) en vooral, we hebben tevergeefs gezocht naar links-flamingantische liederen. Als er ooit nog een derde Vlaams Progressief Zangfeest komt, zullen ze dus wéér de tekst van « De Vlaamse Leeuw » niet kennen !
RODE ELVIS
Terug naar « Wij staan scherp » (ondertitel : « Het grote ontwaakliederenboek »). De dubbele titel duidt ook reeds aan dat ergens het schoentje wringt. De hoofdtitel verwijst naar de op dit moment in linkse kringen erg gegeerde Vlaamse rockgroep Arbeid Adelt, terwijl de ondertitel eerder naar de Internationale verwijst, de zogenaamd traditionele strijdcultuur dus. En nooit geraken ze er echt uit, uit dat dilemma. Zo zou Elvis Presley b.v. raar opkijken dat hij met zo maar eventjes twee nummers in een « rood » liederenboek is terechtgekomen (« If I can dream » en « In the ghetto »).
De samenstellers Rik Vandecaveye en Marc Van Schandevyl geven eerst een overzicht dat weliswaar interessant is, maar niet steeds even correct. De schrijvers willen namelijk iets bewijzen en schrikken er dan ook niet voor terug om omwille van hun stelling de waarheid al eens geweld aan te doen.
Zo gaan ze ervan uit dat de opbloei van strijdliederen samenvalt met economische crisissen. Een plausibel standpunt uiteraard, dat zeker opgaat in de negentiende eeuw toen tussen 1860 en 1885 het protest en dus ook de protestliederen een nooit meer geëvenaard hoogtepunt bereikten (vergeten we bovendien niet dat de — eventjes — hoopgevende Commune van Parijs in die periode valt !). Daarna loodste de BWP de strijdliederen in wat meer « culturele » banen, met alle gevolgen vandien, zodat de moderne communicatiemedia ze enkel nog de nekslag dienden toe te brengen.
Maar soms, zeggen de inleiders, steekt het verschijnsel nog eens het hoofd op, b.v. rond 1968. Hierbij vergeten ze (opzettelijk) dat de rage van de protestsongs in feite van uit het begin van de jaren zestig dateert (de jonge Dylan en zelfs Peter, Paul and Mary, Pete Seeger, enz.) en eigenlijk een protest tegen de consumptiemaatschappij was (the golden sixties) i.p.v. een reactie op een economische crisis.
Maar goed, verder worden de liederen naar inhoud en vorm ingedeeld. Naar de vorm spreken de auteurs van actieliederen (gelegenheidsteksten op schlagermelodieën), de traditionele strijdliederen (waartoe ze ook al die van Vuile Mong, de INS, Symptoom e.d. rekenen), popliederen (met een o.i. overdreven belang voor punk, juist in vergelijking met die jaren zestig) en klassieke liederen, die verder niet gedefinieerd worden.
De echte indeling geschiedt echter op basis van thema’s en die zijn dan werkloosheid, militarisme, milieu, fascisme, vrouwen en strijdbaarheid. En ondanks bepaalde voorbehouden die we dus daarnet hebben geformuleerd, blijkt het allemaal nogal mee te vallen.
MUZIEK UITGELEGD VOOR KINDEREN
En dan is er nog een nochtans aantrekkelijk en alleszins zeer mooi geïllustreerd werk dat ons wil « wegwijs (maken) in de wereld van geluid en muziek ». Enfin, « ons » eigenlijk niet (al is dat natuurlijk meegenomen), maar vooral kinderen die op de wip zitten tussen lagere en middelbare school (twaalf tot veertien jaar of daaromtrent). Aangezien deze kinderen voornamelijk in popmuziek geïnteresseerd zijn, laat samensteller Antoon Defoort daarover Danny Wyffels eerst aan het woord. Een overduidelijke « captatio benevolentiae » maar in tegenstelling tot gelijkaardige werken spreekt men er hier toch niet denigrerend over. Al deze moeilijke woorden doen ons eraan denken of de « doelgroep » wel weet wat « het zoeken naar een groepsidentiteit » betekent of het verschil snapt tussen « interpretatie » en « expressie » (wat terecht als norm om het onderscheid tussen klassiek en pop te duiden wordt gebruikt). « Katholieke » invloed (het is een uitgave van Lannoo) is wel merkbaar in definities zoals « groupie : meisje dat achter popsterren aanloopt » of « jass: draaien met heupen en billen ». Erg is dit echter niet. Anders is het gesteld met uitlatingen zoals dat « This land is your land » van Woody Guthrie « vaderlandslievend » zou zijn of The Beatles (zelfs bij de aanvang) een skifflegroep noemen! Van de interviews die bij het onderdeel « pop » horen (Vermandere, Van Veen, Van het Groenewoud) kunnen we ons trouwens alleen met het laatste verzoenen. We vernemen dat de samensteller hiervoor zijn zoon de vrije hand heeft gelaten : vaderliefde is meestal slechte raadgever in dat soort zaken. Dit alles slaat dus echter slechts op het eerste hoofdstuk van dit vrij omvangrijke werk (127 blz., quarto-formaat), maar de rest is wat men meestal ook elders vindt, zij het op een originele, kindvriendelijke manier gepresenteerd. En de liefde waarmee over jazz geschreven werd, verraste ons aangenaam. Misschien is dit immers wel het moeilijkste genre om de doelgroep aan te praten.

Referenties
Ronny De Schepper, Strijdliederen, De Rode Vaan nr.27 van 1983
Patrick Cohen (eerste deel) & Ronny De Schepper (tweede deel), Strijdliederen en rock in boekdelen, De Rode Vaan nr.12 van 1984
Ronny De Schepper, Muziek voor kinderen uitgelegd, De Rode Vaan nr.9 van 1988
Muziekkrant Oor’s Eerste Nederlandse Popencyclopedie – 4de editie – formaat 27,5 x 20,5 cm – 331 blz. – te koop bij elke goede boekhandelaar en de meeste krantenkiosken – 795 fr.
« Wij staan scherp, het grote ontwaakliederenboek », uitgeverij Masereelfonds en Fonds Leo Magits, 182 blz., 395 fr., te koop in de VPU-winkel.
Ronny De Schepper, Van straten en pleinen, Pogen maart 1998

Pluizers Presentjes
Bijna 800 fr kost dus « Muziekkrant Oor’s Eerste Nederlandse Popencyclopedie » en toch hebben we er zo maar eventjes vijf om gratis weg te geven. En wel voor wie ons zo snel mogelijk weet mede te delen in welk jaar Walter Grootaers van De Kreuners is geboren. Als troostprijs hebben we hier bovendien nog drie Songboeken van De Kreuners liggen, uitgegeven door Universal Songs.
Dus wat zingen wij in koor ? Dank u, mijnheer Pluizer ! En dat zullen alvast ook de prijswinnaars van de « Leen Persijn »-wedstrijd zingen. En dat zijn Annick Marchand (Oostende), Jos Geerts (Beerse), Ann Beelaerts (Gistel) en René Gonzales (Brussel). Maar dan enkel op basis van het vlug insturen, want eigenlijk waren al deze antwoorden foutief. Enkel Karin Story uit Gent schreef ons een briefje met daarin de juiste oplossing : « Ik ben gaan opzoeken hoe Leen Persijn heet en ik kom tot de conclusie dat haar naam Leen Persyn is. Deze keer echter geschreven met een y in plaats van met een ij. Goed gevonden die vraag. Alvast veel succes en ik hoop dat ik een plaat gewonnen heb. »
En dat heb je Karin, proficiat !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.