De Duitse schrijver Arnulf Zitelmann wordt vandaag negentig jaar. Pas nu leer ik via Google dat hij eigenlijk een Evangelische theoloog is en dat verklaart veel, wat mijn bespreking van onderstaand boek aangaat in De Rode Vaan van het midden van de jaren tachtig.

“De schaduw van de toren” van Arnulf Zitelmann betreft weliswaar “fictie”, maar dan dermate goed gedocumenteerd dat het wetenschappelijke “nawoord” als het ware overbodig is. Om de bijbelse tijdstabel te respecteren moeten we het verhaal situeren in de periode van de toren van Babel, maar in werkelijkheid speelt het zich nog iets vroeger af en wel in Kullab, een bloeiende stad in het Tweestromenland (Tigris en Eufraat), het huidige Irak, waar eveneens een grote toren onafgewerkt blijft en nadien door het vuur wordt vernietigd omwille van onderlinge twisten.
Tot zover de gelijkenis met de bijbel. Op zich reeds veel beter verhaald, maar het aantrekkelijkste aan dit boek is nog een totaal ander aspect. Betekent Kullab het “avontuur”, dan speelt de andere helft van het verhaal zich af in het zogenaamde Waterland, waar er “rust” heerst. Het Waterland is immers tevens “Moederland”, dit wil zeggen dat hier nog de alleroudste godsdienstvorm leeft, namelijk die van “Moeder Natuur”. Als logisch gevolg is deze maatschappij matriarchaal, terwijl in de stad een mannelijke god wordt vereerd die dierlijke offers vraagt om te worden “gesust”. Evenzeer heerst er daar een strakke hiërarchie die met geweld wordt gehandhaafd, terwijl men in het Waterland in harmonie leeft, weliswaar met een aantal voorrechten voor de vrouwen. Aangezien dit ook veel te maken heeft met de ideeën rond conceptie die men erop nahield (in de matriarchale maatschappij veronderstelde men dat de vrouw een “droombeeld” kreeg van een kind en dat de man slechts “de weg bereidde”), komt in dit boek op een vrijmoedige manier ook vaak de seksualiteit ter sprake (het begint zelfs met de besnijdenis van de ik-figuur) en dat vaak op een prachtige manier.
Binnen dit kader speelt zich dus het verhaal af van Akunga die met haar broer-man Dim (de ik-figuur) op zoek gaat naar haar eerste man (en dus Dims broer) Enank die naar Kullab is getrokken en daar in de ban is geraakt van de nieuwe maatschappij. Ik ga de afloop niet verklappen van deze strijd tussen gevoel (Akunga) en rede (Enank) – dat het op de achtergrond wel degelijk over deze tegenstelling gaat, blijkt het best uit de bladzijden 80-81 – omdat de onverwachte ontwikkelingen steeds aanzetten om verder te lezen, ook al kan de “bijbelse” stijl af en toe iets te moeilijk worden, voor jongeren zowel als voor volwassenen (zoals bij alle goede jeugdboeken is deze scheidingslijn puur kunstmatig). En doorlezen is de moeite, want buiten het verhaal en de achterliggende historische en religieus-mythologische motieven, vindt men ook een schat aan literaire verwijzingen. Zo is het verhaal van Enank en Dim natuurlijk ook een beetje dat van Kaïn en Abel en zitten er allusies in op het Gilgamesj-epos, op de Griekse mythologie (Daidalos en Ikaros), ja zelfs op Dickens’ “Oliver Twist” (de ontmoeting met de jonge bendeleider Tete, bladzijde 90, alludeert daarop). En de dt-fout op bladzijde 75 zal ondertussen in een tweede druk wel hersteld zijn zeker?

Referentie
Ronny De Schepper, Fantastiek en geschiedenis, De Rode Vaan nr.47 van 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.