Het is vandaag al 25 jaar geleden dat de Canadese acteur John Candy in Mexico is gestorven aan een hartaanval (foto YouTube). Zoals zijn familienaam suggereert, specialiseerde deze vogel zich in suikerzoete komedies. Ik verwarde Candy voortdurend met de even omvangrijke John Goodman, die in hetzelfde soort films speelt, maar veel grappiger is en minder sentimenteel. 

John Franklin Candy werd in 1950 geboren in Newmarket, een stadje dat deel uitmaakt van de Greater Toronto Area. Hij groeide op in een rooms-katholiek arbeidersgezin en bezocht de Neil McNeil Catholic High School in Toronto. Na zijn middelbareschooltijd ging hij journalistiek studeren aan de Centennial Community College, Toronto en vervolgde zijn opleiding in dezelfde stad aan de McMaster University. Na zijn opleiding koos hij echter voor een carrière als acteur. In Toronto was een afdeling gevestigd van The Second City theater dat bekendstond om zijn vele improvisaties en komische talenten en in 1974 debuteerde Candy daar als cabaretier.

Intussen was hij ook ontdekt door de filmindustrie en in 1973 speelde hij een kleine rol in de film Class of ‘44. In de jaren zeventig speelde hij in verschillende low-budget films als The Silent Partner en in verschillende televisieseries als bijvoorbeeld Police Surgeon. In 1976 werd Candy populair in de VS en Canada als lid van de The Second City, dat nu ook op televisie te zien was als Second City Television (SCTV). Candy bedacht diverse types voor SCTV, zoals de vuilbekkende tv-persoonlijkheid Johnny LaRue, horrorauteur Doctor Tongue, talk-showassistent William B. Williams, en de corrupte burgemeester Tommy Shanks. In de mockumentary The Last Polka speelde hij de Litouwse klarinettist Yosh Shmenge. Daarnaast was hij te zien als de vissende folkzanger Gil Fisher, de ongelukkige, voor kinderen optredende entertainer Mr.Messenger, de corrupte dokter William Wainwright die meespeelt in een soapserie en Giorgy de kossak. Candy beschikte over een komisch talent dat hij aanscherpte tegen pesterijen over zijn lichaam (hij was ruim 190 cm en woog bijna 136 kilo). Zijn talent voor imitatie kon Candy ook botvieren in SCTV. Hij imiteerde onder andere DivineOrson WellesRichard BurtonLuciano PavarottiTom SelleckEd AsnerGertrude Stein en Hervé Villechaize.

In 1979 nam Candy tijdelijk wat afstand van SCTV en concentreerde zich meer op zijn filmcarrière. Hij kreeg een kleine rol als Amerikaans soldaat in 1941 van Steven Spielberg en was te zien als de goedgemutste rechercheur Burton Mercer in de film The Blues Brothers. Zijn komische talent werd goed uitgebuit in de film Stripes (1981) waar hij recruut Dewey Oxberger speelt naast Bill Murray en Harold Ramis. De laatste castte Candy in de film National Lampoon’s Vacation uit 1983. In datzelfde jaar werkte Candy mee aan de beroemde comedyshow Saturday Night Live en keerde hij weer terug naar SCTV. Candy werd door Harold Ramis en Bill Murray benaderd voor de rol van keymaster Louis Tully in Ghostbusters. Hij raakte echter in conflict met Ramis en Murray over de invulling van de rol die uiteindelijk naar Rick Moranis ging. In 1984 kreeg hij wel de rol van de vrouwen versierende broer van Tom Hanks in Splash. Het zou zijn grote doorbraak worden, hoewel hij veel bijrollen bleef spelen, zoals in SpaceballsLittle Shop of Horrors (een DJ) en Follow that Bird, kreeg hij nu belangrijke rollen en zelfs hoofdrollen in films als VolunteersPlanes, Trains and AutomobilesBrewster’s MillionsThe Great OutdoorsArmed and DangerousWho’s Harry Crumb?Summer Rental en Uncle Buck.

Na de grote successen tussen 1985-1990 begon het tij te keren. Candy kreeg een reeks aan mislukkingen en flops te verwerken. Films als Nothing but Trouble met een Razzie-nominatie als slechtste actrice (!) in een bijrol, Delirious en Once Upon a Crime scoorden totaal niet. Enige opstekers waren bijrollen in films als The Rescuers Down Under, en Home Alone (waar hij weer een klarinettist in een polkaorkest speelt). Het gebrek aan succes bracht Candy er toe om zich toe te leggen op meer serieuze rollen. In Only the Lonely speelde hij een goedhartige politieman, die zowel zijn oud moederke (poging tot come-back van Maureen O’Hara) als zijn ietwat gefrustreerde verloofde (Ally Sheedy) te vriend wil houden. Eigenlijk is het een mislukte komedie met als luguber neventhema het opkalefateren van dode mensen. Veel indruk maakte zijn vertolking van de louche advocaat Dean Andrews Jr. in de film JFK van Oliver Stone. In 1994 ging Candy ook regisseren en maakte zijn regiedebuut met de komedie Hostage for a Day.

In 1994 maakte Candy opnamen voor de film Wagons East! in DurangoMexico. Hij had een lange dag achter de rug en kreeg blijkbaar diezelfde avond in zijn hotelkamer een zware hartaanval. De film werd afgemaakt, maar bepaalde scènes moesten herschreven worden. Dit om er voor te zorgen dat Candy er niet meer in voorkwam. Ook werd er voor sommige scènes een stand-in gebruikt. En zo werd Cool Runnings de laatste film waarin hij volledig levend was te zien. Hij werd begraven in Holy Cross Cemetery in Culver City. Candy was getrouwd met Rosemary Hobor, en had twee kinderen, Jennifer en Christopher. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.