Het is vandaag al 85 jaar geleden dat de Engelse componist Edward Elgar is overleden aan colorectale kanker.

Elgar werd geboren in Broadheath, een dorp gelegen in de buurt van Worcester (Engeland). Zijn vader was een pianostemmer en -handelaar die tevens bladmuziek verkocht en gedurende veertig jaar organist was in de katholieke kerk van Worcester. Dit religieuze, meer bepaald katholieke element zou een belangrijke invloed hebben op het oeuvre van Edward.
In het gezin werd veel gemusiceerd. Elgar was praktisch autodidact. Hij ontwikkelde zich snel in het zeer muzikale gezin waarin hij viool, altviool en orgel leerde bespelen. Ook kreeg hij muziekleer en kon zich zo later ontwikkelen tot concertmeester, arrangeur en dirigent. Hij arrangeerde muziek voor verschillende ensembles en speelde zelf in verschillende bands en orkesten.
When Elgar was 29, he took on a new pupil, Caroline Alice Roberts, daughter of the late Major-General Sir Henry Roberts, and published author of verse and prose fiction. Eight years older than Elgar, Alice became his wife three years later. Elgar’s biographer Michael Kennedy writes: “Alice’s family was horrified by her intention to marry an unknown musician who worked in a shop and was a Roman Catholic. She was disinherited.”
They were married on 8 May 1889. From then until her death, she acted as his business manager and social secretary, dealt with his mood swings, and was a perceptive musical critic. She did her best to gain him the attention of influential society, though with limited success. In time, he would learn to accept the honours given him, realising that they mattered more to her and her social class and recognising what she had given up to further his career.
With Alice’s encouragement, the Elgars moved to London to be closer to the centre of British musical life, and Elgar started devoting his time to composition. Their only child, Carice Irene, was born at their home in West Kensington on 14 August 1890. Her name was a contraction of her mother’s names Caroline and Alice.
Bekendheid kreeg hij dankzij enkele nu nog bekende salonstukken en de ouverture “Froissart”, die zijn première beleefde op het Worcester Festival van 1890. Dit werd gevolgd door een aantal koorwerken, “The Black Knight” uit 1893, “The saga of King Olaf” (1896) en “Caractacus” uit 1898. Zijn geslaagdste oratorium is “The Dream of Gerontius” uit 1900 op teksten van kardinaal John Henry Newman.
In the summer of 1900 while staying at Birchwood Lodge, his cottage just beyond the north end of the Malvern Hills, Elgar learned to ride a bicycle.
His friend, Rosa Burley (1868-1927), remembered these times: “Our cycling trips began in earnest after Gerontius (…) There cannot have been a lane within twenty miles of Malvern that we did not ultimately find (…) As we rode, he would often become silent and I knew that some new melody or, more probably, some new piece of orchestral texture, had occurred to him”.
Edward Elgar purchased two “Royal” Sunbeams over the years. The Sunbeam was priced, in Elgar’s day, at up to £23, approaching £2600 in 2018 values. He called them both ‘Mr.Phoebus’ and he was an enthusiastic cyclist.
Edward Elgar was 5’10” in height but, in line with other riders of the period, rode ‘tall-frame’ bicycles, such as the one in the above picture, in the upright Edwardian fashion, the cyclist’s height, in relation to other road-users such as horse-riders, being seen as socially important. A Sunbeam poster of the period showed both horse and Sunbeam riders, with the simple legend ‘Both are Thoroughbreds’.
In common with other leisure cyclists of the period, Elgar would not have expected to ride up the steeper hills and would walk alongside the bicycle. ‘Top’ gear was very high, being intended for flat or downhill use. ‘Normal’ gear for other roads.
Male riders would mount by use of the rear axle ‘step’ and would not expect to dismount at every road junction, though, since neither ‘Stop’ signs, traffic islands or traffic-lights had yet been adopted, halts were not as frequent as they are today.
Rond die tijd schreef hij ook de Enigma Variations (1899) en de Pomp and Circumstance Marches nrs.1-5 (1901-07). De eerste mars met daarin “Land of Hope and Glory” (tekst geschreven door Arthur Christopher Benson) heeft de grootste bekendheid gekregen onder andere door de uitvoering tijdens de Last Night of the Proms, maar ook de vierde werd zeer populair, o.a. door het gebruik in de film “A Clockwork Orange”. Elgar orkestreerde in 1922 het lied “Jerusalem” van Charles Hubert Parry, dat eveneens nog elk jaar tijdens de Last Night of the Proms door het publiek wordt meegezongen.
De Enigma-variaties bezitten een grote afwisseling in sfeer en subtiele portrettering. De Nimrod-variatie doet enigszins denken aan een adagio van Anton Bruckner. Al meer dan een eeuw lang heeft men geprobeerd erachter te komen wat de melodie is die Elgar in zijn Enigma-variaties heeft verborgen. Elgar was korte tijd hoogleraar in Birmingham en stond bekend om zijn kennis van en publicaties over de Engelse literatuur en hij bezat een opmerkelijke fascinatie voor woordspelingen, puzzels, palindrooms en mystificatie.
Elgars eerste symfonie werd enthousiast ontvangen: in één jaar vonden meer dan honderd uitvoeringen plaats. In deze symfonie hanteerde Elgar een terugkerend thema als motto. Zijn tweede symfonie wordt door kenners beschouwd als kwalitatief gelijkwaardig aan de eerste, maar werd minder bekend. Zijn vioolconcert schreef Elgar speciaal voor Fritz Kreisler.
Na de Eerste Wereldoorlog nam Elgars productiviteit – na veertig jaar – snel af. Uit zijn laatste periode dateert zijn celloconcert. In 1918 onderging Elgar een operatie om zijn amandelen te laten verwijderen, wat een gevaarlijke operatie was voor iemand van zestig jaar. Na het weer bij bewustzijn komen en rustig worden, vroeg Elgar om een stuk papier en een pen, waarna hij het eerste thema voor het celloconcert schreef. De première werd verzorgd door de solist Felix Salmond op 27 oktober 1919 met het London Symphony Orchestra en Elgar die zelf dirigeerde. De première vond plaats in de Queen’s Hall in Londen. De dood van zijn vrouw een paar maanden later deed Elgar besluiten te stoppen met componeren. Aan dit concert is in het bijzonder de naam verbonden van de celliste Jacqueline du Pré (1945-1987). Zij heeft het bijzonder vaak uitgevoerd en maakte voor EMI twee opnamen (met de dirigenten John Barbirolli en Daniel Barenboim), die interpretatief nog steeds gelden als normbepalend.(Wikipedia en https://www.nationaltrust.org.uk/the-firs/features/elgar-and-his-bicycles)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.