Zoals elders geschreven kocht ik mijn eerste single in 1958 (“Till” van Roger Williams). Daaraan voorafgaand kon ik enkel de platen spelen die mijn ouders (eigenlijk bijna uitsluitend mijn vader) hadden gekocht. Eén ervan was zo’n kleine elpee (met de doorsnee van een 78-toerenplaat) van Deutsche Grammophon in het typische geel met een fellere gele streep in het midden (zoals die van Arnold Schönberg hieronder, maar mijn vader – noch ikzelf overigens – kocht natuurlijk geen platen van Schönberg) met daarop verscheidene opera-uittreksels door diverse artiesten en men had niet eens de moeite gedaan om aan te geven welke artiest verantwoordelijk was voor welke opname. Nu goed, één van die opnames was het intermezzo uit de opera “Notre Dame” van Franz Schmidt. Mijn vader had de plaat zeker niet dààrvoor gekocht (hemzelf heb ik dit intermezzo zelden of nooit horen draaien), maar ikzelf “scheurde” bijna telkens als ik dit stuk hoorde. En dan bedoel ik eigenlijk dat “mijn hart scheurde”. Ik weet ook niet waarom, maar die aanzwellende violen hadden een verschrikkelijke invloed op mij. Positief weliswaar, maar toch deed het ook op een bepaalde manier pijn. Nu nog altijd trouwens. Daarom wil ik toch even stilstaan bij de tachtigste verjaardag van de dood van de componist, waarover ik nooit iets heb geweten, dus ik ga dit nu – samen met jullie – op Wikipedia ontdekken…

03Franz Schmidt groeide op in Pressburg in het Oostenrijks-Hongaarse rijk (dit is nu Bratislava, Slovakije). Zijn moeder was zijn eerste lerares. Zij was een vaardige pianiste, die hem systematisch onderricht gaf in de klavierwerken van Johann Sebastian Bach. Hij studeerde daarna kort piano bij Theodor Leschetizky, met wie hij al snel overhoop lag. (Over zijn onuitsprekelijke familienaam waarschijnlijk.)
In 1888 verhuisde hij naar Wenen en studeerde daar aan het conservatorium (compositieleer bij Robert Fuchs, cello bij Ferdinand Hellmesberger en theorie bij Anton Bruckner); in 1896 studeerde hij cum laude af.
Hij werd gekozen uit veertien sollicitanten voor de vacante positie van cellist bij de Weense staatsopera, waar hij tot 1914 speelde, dikwijls onder Gustav Mahler. Hoewel Friedrich Buxbaum de eerste cellist was, liet Mahler de cellosoli meestal spelen door Schmidt.
Schmidt was ook een veelgevraagd kamermusicus en speelde in het door Arnold Schönbergs goede vriend Oskar Adler opgerichte strijkkwartet. In 1914 werd hij professor aan de Wiener Musikakademie (tegenwoordig: Universität für Musik und darstellende Kunst). In 1925 werd hij directeur van deze academie, en van 1927 tot 1931 was hij tevens de rector.
Als leraar voor piano, cello, contrapunt en compositie leidde hij talrijke musici, dirigenten en componisten op die later beroemd werden, waaronder pianist Friedrich Wührer en cellist Alfred Rosé (als dat de twee “beroemdste” namen die Wikipedia te voorschijn kan toveren, dan is dit toch relatief, want ikzelf ken deze heren niet). Onder de componisten bevinden zich Theodor Berger, Marcel Rubin en Alfred Uhl (idem dito). Hij ontving veel blijken van waardering zoals de Franz Joseph-orde en een eredoctoraat van de universiteit van Wenen.
Het privéleven van Schmidt verliep minder voorspoedig. Zijn eerste echtgenote bracht vanaf 1919 haar leven door in een ziekenhuis voor geesteszieken. Zijn dochter Emma stierf bij de geboorte van haar enige kind. Schmidt verwerkte dit met het schrijven van zijn vierde symfonie in 1933 (die hij de opdracht “Requiem voor mijn dochter” meegaf).
Schmidts verslechterende gezondheidstoestand leidde er toe dat hij zich in 1937 moest terugtrekken uit de academie. In zijn laatste levensjaar werd Schmidt gefêteerd als de grootste levende componist van de Ostmark, de naam die de nazi’s gaven aan het door hen ingelijfde Oostenrijk. Hij kreeg de opdracht een cantate te schrijven met de titel “Deutsche Auferstehung”, waardoor hij na 1945 door velen als Nazisympathisant werd gezien. Schmidt voltooide de compositie echter niet en wijdde zich twee maanden voor zijn dood in 1939 aan de opdrachten voor de eenarmige pianist Paul Wittgenstein (broer van de filosoof Ludwig) voor wie hij al eerder composities had geschreven. Dit was zijn manier om de nazi’s van antwoord te dienen want Wittgenstein, die van Joodse afkomst was, werd van het podium verbannen na de Anschluss en ontsnapte door naar de Verenigde Staten te vluchten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.